Dinsdag 19/11/2019

Interview

"Kunstenaars zijn bijna parasieten geworden"

Johan Simons, terug als artistiek directeur bij NTGent Beeld © karoly effenberger

Hij had macht, geld en wereldfaam als baas van een toptheatergezelschap in München. Toch keerde Johan Simons (68) terug naar NTGent. Omdat hij zijn vrouw miste. Maar ook: om de Belgische politiek en theaterwereld een schop onder de kont te geven. "Ik blijf in hart en nieren een zendeling."

Als leider van de Müncher Kammerspiele had Johan Simons een job waar elke theatermaker in de lage landen een moord voor zou begaan: 33 miljoen euro budget, 370 werknemers, volledige artistieke vrijheid én aanzien op wereldniveau, met andere woorden: hij speelde in de Champions League van het theater.

Iedereen verklaarde de Nederlander dan ook voor gek toen hij een contract voor drie extra jaar afsloeg. Om artistiek leider te worden van NTGent dan nog, een functie die hij al eens had uitgeoefend.

"Eerlijk: ik had in Duitsland gewoon heimwee", vertelt Simons. Als hij ons rondleidt in zijn huis, een prachtig omgebouwde school in Varik, diep verstopt in de natuur van Gelderland, begrijpen we waarom. "In een stad overleef ik niet. Ik heb rust en frisse lucht nodig. Maar bovenal had ik heimwee naar mijn vrouw."

Elsie de Brauw, die Simons in elk gesprek steevast omschrijft als "een geweldige actrice", speelt al jaar en dag bij NTGent. Toen haar man in 2010 naar München verkaste, is zij gebleven.

Simons: "Elkaar drie weekends per maand zien is niks voor mij. Het is een wonder dat ik het vijf jaar heb volgehouden."

Beeld © karoly effenberger

Hebt u lang getwijfeld over uw beslissing?
"Geen fractie van een seconde. Het blijft een geweldige job, maar Duitsers nemen zichzelf zo serieus. Elk probleem is meteen 'eine Katastrophe'. Tijdens een vergadering heb ik eens gezegd dat het woord 'catastrofe' enkel in de derde wereld thuishoort, niet in een rijke stad als München. En dan werd het pas echt eng. Want in de vijf jaar die daarop volgden, heeft niemand van die 370 mensen dat woord nog één keer durven gebruiken."

Ons verwondert het persoonlijk niet. Als Simons praat, dan luister je. En dat ligt niet alleen aan zijn staat van dienst. De 68-jarige regisseur heeft wat je noemt een présence die ontzag inboezemt. Rijzige gestalte, priemende blik, mondhoeken die amper meegeven als hij lacht. Subtiliteit is niet aan hem besteed, als hij iets te zeggen heeft, knalt hij het eruit.

"Eigenlijk zitten er twee Johannen in mij", zegt hij daarover. "Ik hou me eraan om iedereen in mijn dorp te begroeten als ik ze op straat passeer, maar even later kan ik ook denken: zak vol stront. Enerzijds is er die enorme botheid, anderzijds heb ik de fijngevoeligheid van een kind. Maar mijn vrouw wijst me er regelmatig op dat ik heel grof kan zijn. Ik vind dat zelf heel vervelend. Maar je bent wie je bent. Ik heb bepaalde fijngevoeligheden gewoon niet."

Zoals?
"Bij de Müncher Kammerspiele kreeg ik te horen dat het de bedoeling was dat ik mensen even belde als ze jarig waren. Ik heb het nog geen drie maanden volgehouden. Omdat ik het niet onthield, maar ook omdat ik het totale onzin vond.

Hetzelfde met vaderdag en moederdag: ik heb daar geen gevoel bij. Dat is soms echt niet leuk voor mijn omgeving, maar anderzijds maakt het me wel een betere regisseur."

Dat moet u eens uitleggen.
"Het zorgt er alvast op een vreemde manier voor dat ik goed overweg kan met acteurs. Acteurs werken met menselijke gevoelens en gevoeligheden. Ik voel dat ik iets mis en ga dat zoeken bij anderen. Zo zit ik in elkaar. Ik heb zware dyslexie, maar net daarom lees ik juist zoveel romans."

U maakt het uzelf graag moeilijk?
"Ik maak het mezelf alvast niet makkelijk. Mijn jongste zoon zegt soms: 'Ik zou met jou niet willen ruilen. Dan ben je zo'n succes, maar niet gelukkig.'"

Bent u niet gelukkig dan?
"Hij vindt van niet."

Wat vindt u?
"Ik ben natuurlijk wel gelukkig, maar het klopt wel dat ik nooit 100 procent gelukkig kan zijn. Terwijl ik het wel zou moeten zijn. Vreselijk vind ik dat. Het slaat nergens op. Het is bijna arrogant. Ik haat het, maar tegelijk kan ik het gewoon niet. Ik blijf altijd zoeken. Wantrouwen ook. Dan denk ik: straks steekt er iemand een dolk in mijn rug.

"Ik ben ook doodsbang voor de dood. Dat die te snel komt. Ik heb nog zoveel te doen. Ik voel een verantwoordelijkheid en stel mezelf een heel grote opdracht. Ik wilde vroeger missionaris worden, in Afrika. Het is ietwat anders uitgedraaid, maar dat domineekantje ben ik nooit kwijt geraakt. Ik blijf in hart en nieren een zendeling met een missie."

Wat is uw missie dan?
"De wereld staat in brand. Het vluchtelingenprobleem, de bankencrisis, het neoliberalisme en toenemende rendementsdenken, de opkomst van de Islamitische Staat. We zitten op een bom, maar het lijkt ons niets meer te doen. We weten het niet meer. We zijn echt de weg kwijt.

"Neem beelden in de krant van toeristen die in Griekenland al die vluchtelingen zien aanspoelen. Je ziet ze echt denken: hier heb ik geen vakantie voor geboekt. Ik wil mensen doen nadenken over die dingen, ervoor zorgen dat ze er weer gevoelig voor worden."

Kan theater daar wel voor zorgen?
"Ja, theater heeft die kracht. Om te schokken. Om wakker te schudden. Vorig weekend hebben we naar aanleiding van 50 jaar NTGent Platform, een stuk over een bomaanslag, weer opgevoerd. Dat stuk is tien jaar oud, maar is nu bijna actueler dan toen. Na de voorstelling hadden mensen het niet over het decor, of hoe mooi de acteurs wel speelden, nee, ze hadden het over het onderwerp. En hoe snel een stuk van tien jaar geleden realiteit was geworden.

"Ik ben ook intendant van de Ruhrtriënnale (Duits theaterfestival, kvdp), dat deze zomer van start gaat. Het openingsstuk Accattone, naar de debuutfilm van Pasolini, gaat niet voor niets over werkloosheid. In 1968 werkten er nog 600.000 mensen in de koolmijnindustrie in het Ruhrgebied, vandaag hoogstens een paar duizend. Het subproletariaat is teruggekeerd. Je hebt echt mensen die geen toegang hebben tot het centrum, geen toegang tot werk of basiscomfort. Dat wil ik aankaarten.

"Ik wil dat mensen theater weer belangrijk gaan vinden. En dat doe je niet - zoals sommige politici wel eens beweren - door populistisch of eenvoudiger theater te maken. Maar door onderwerpen op toneel te brengen die tot maatschappelijke discussies kunnen leiden. De zalen bij NTGent zitten vol, maar het moet verder gaan dan dat. Theater moet weer naar het centrum, moet ook mensen bereiken die nu niet naar het theater komen."

Dat hebt u vroeger al tevergeefs geprobeerd met uw gezelschap ZTHollandia.
"Met Hollandia speelden we op locaties op het platteland, in warenhuizen en serres. Vanuit het oogpunt: de mensen moeten maar naar ons toekomen. Maar je kreeg inderdaad geen echt nieuw publiek. Dezelfde klassieke theaterbezoekers vanuit de steden maakten er gewoon een reis van."

Denkt u dat het u nu wel lukt bij NTGent?
"Ik heb een project in München gedaan dat ik in Gent wil overdoen. Urban Prayers heet het: een theaterproject dat we speelden in verschillende gebedshuizen. Van een moskee tot een joods gebedshuis. Tijdens de laatste voorstelling, in een synagoge, zaten er islamieten, Joods- en Grieks-orthodoxen, protestanten en katholieken tussen het publiek. Een beeld dat je elders in de wereld vandaag niet meer kunt voorstellen. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik vond dat het werkelijk zin had.

"90 procent van die mensen zetten nooit een voet in een theater, maar zaten dus wel in die synagoge. Omdat we naar hen toe waren gegaan, maar ook omdat het stuk ging over geloof. Dat is voor veel mensen een aanknopingspunt. Het kan dus, maar je moet goed nadenken over de inhoud. Er moet vernieuwing zijn in een theater, maar het gaat vooral om de thema's die je brengt."

'Vernieuwing': het woord is gevallen. Sinds zijn terugkeer naar NTGent bekend werd, kreeg Simons net de kritiek dat hij de vernieuwing in de weg stond. Dat het misschien stilaan tijd werd voor een nieuwe, jongere generatie. Simons, die deze zomer ook de Ruhrtriënnale leidt en daarna, vanaf 2017, Theater Rotterdam gaat adviseren, werd een 'theaterfeodalist' genoemd.

"Mijn antwoord daarop? Dan zeg ik, heel arrogant, dat ik een vernieuwer ben. Je loopt altijd tegen grenzen aan en die moet je dan weer doorbreken. Ik mag dan wel 68 zijn, ik heb nog heel wat te melden. En te druk? Ik ben op mijn best als ik het druk heb."

Is er een gebrek aan dertigers die uw job kunnen doen?
"Dat weet ik niet. Wellicht wel. Ik wil zeker meer jonge makers en acteurs naar NTGent brengen, zoals Benny Claessens nu, maar om de juiste dynamiek te bewaken moet zo'n proces gestaag gaan. Het huidig ensemble bestaat stuk voor stuk uit protagonisten, die allemaal op tijd en stond een hoofdrol willen.

"Ik heb niet het eeuwige leven, dus ik moet gaan zorgen voor opvolgers. Dat is een hele verantwoordelijkheid. Ik voel die echt en wil die ook opnemen. Ik wil jonge makers opleiden en stimuleren om ook voor de grote zaal te gaan spelen en een nieuwe vorm uit te vinden. Op mijn 68 jaar heb ik ook een netwerk opgebouwd, in Nederland en Duitsland. Dat netwerk kan ik aanwenden om jonge makers kansen te geven. Als ze ervaring willen opdoen met andere theaterculturen in het buitenland bijvoorbeeld. Dat is wel het prettige van mijn positie. De deuren gaan makkelijker open. Ook bij de politiek."

U zei ooit:
"Ja. Ik bemoei me expliciet met het kunstdebat. Dat vind ik mijn taak. Ik ben kritisch voor de kunstsector, maar neem het er ook voor op. Ik vind dat de politiek onverantwoord met kunst omgaat. Kunstenaars zijn bijna parasieten geworden. De subsidies in Nederland blijven afkalven. Maar ook in België wordt theater meer en meer bedreigd. Dat je elke vier jaar weer de noodzaak voor je subsidies moet bepleiten, vind ik fnuikend. De politiek zou bepaalde verworvenheden net moeten beschermen. In Duitsland geldt een heel ander systeem. Daar was mijn benoeming een politieke benoeming."

Houdt dat geen gevaren in?
"Ik zie niet in welke."

Om maar één ding te zeggen: moet kunst niet net onafhankelijk blijven?
"Kunst moet boven cultuur, boven de samenleving hangen en die bevragen. Maar de politiek moet er wel voor zorgen dat er genoeg geld is."

De repliek van de politiek is dan : iedereen moet nu eenmaal besparen. Waarom de kunsten dan niet?
"De banken schijnen we wel te kunnen redden. Maar de kunsten niet. In een hoogwaardige samenleving zou ik dan kiezen voor de kunsten, niet voor de banken. Brecht zei al: een bank stichten is hetzelfde als een bank beroven. Dat is nu waarheid gebleken.

"In Duitsland was er wel controle. Ik moest er wel voor zorgen dat er voldoende volk in de zalen zat en dat er over ons gesproken werd in de pers. Als dat niet meer het geval was, had ik mijn biezen mogen pakken. Je moet blijven vernieuwen, maar in Nederland en België wordt het instituut van het stadstheater steeds weer in vraag gesteld. Dat snap ik niet: zo'n theater in Gent zou sowieso verzekerd moeten zijn van zijn plek. Ik zeg niet dat we het Duits model gewoon moeten overnemen, wel dat er iets serieus mis is met het huidige subsidiesysteem."

Ooit gedacht om zelf in de politiek te gaan?
"Nee. Al zou ik in deze tijd wel minister van Cultuur willen zijn. Maar ze vragen mij niet. Ze zouden wel gek zijn. (lacht) Als ik minister was, zou ik bijvoorbeeld veel meer werk maken van de kunsteducatie. Nu dreigt er een hele generatie aan te komen die zelfs niet weet wie Tsjechov is. Of de Russische schrijver Dostojevski.

"Ik kom uit een heel eenvoudig gezin. Mijn vader was bakker met een hazenlip en heeft enkel de lagere school gedaan. Ikzelf heb de middelbare school niet afgemaakt. Dat ik in de toneelacademie van Maastricht ben binnengeraakt, is enkel omdat ze nooit naar mijn diploma hebben gevraagd. Maar ik ben blij dat mensen mij daar in contact hebben gebracht met dingen die ik niet kende. Dat mensen mij op Dostojevski hebben gewezen. Want die heeft mij wapens gegeven om mij te verweren in de maatschappij."

Hoe helpt een Russisch auteur je te verweren in de maatschappij?
"Doordat hij de vinger legt op de diepere drijfveren van de mens, op die van mezelf. Ik heb al dikwijls in mijn leven gedacht: Dostojevski had gelijk."

Wat zijn uw diepere drijfveren dan?
"Koppigheid. Ik probeer mijn leven lang al dingen te doen die ik niet kan. Toen ik op televisie een danser bezig zag, heb ik me ingeschreven op de dansschool. Mijn vader zag dat absoluut niet zitten, maar gelukkig had mijn moeder ook altijd gedroomd om te ontsnappen aan het dorpsleven. Dus zij heeft dat gepusht.

"Alleen kon ik geen driedubbele pirouettes. Dus ging ik maar naar de toneelacademie. Maar ik was ook een verrot slecht acteur. Dat is in de praktijk gebleken. Gelukkig was er één docent die in mij geloofde, die mijn liefde voor theater zag. Die verliezerspositie heeft me altijd gemotiveerd. Ook al bleef ik onzeker."

U, onzeker?
"Pas toen ik mijn eigen gezelschappen ging oprichten, heb ik meer zelfvertrouwen opgebouwd. Maar ik kan nog altijd heel onzeker zijn over mijn eigen werk. Ik neem bij NTGent nu de fakkel over van Wim (Opbrouck, kvdp) en dat maakt me onzeker. Onzeker dat ik hem zou kwetsen. Omdat ik weet dat ik een bepaalde power heb. Ik ben een enorme vechter. Maar het nadeel daarvan is dat je mensen daar soms onbewust mee kunt kwetsen.

"Daar ben ik op mijn 68ste wel bewuster mee bezig. Ik leg de lat voor mezelf heel hoog. Maar ook voor anderen. Ik verwacht vechtlust. Energie. Daar ben ik heel dwingend in. Dat kan soms lastig zijn voor andere mensen. Zo zei een van mijn twee zonen, die compositie studeert in Amsterdam, recent tegen me: 'Papa, ik ben nu 24, maar besef je dat ik jarenlang ongelukkig ben geweest omdat je al die tijd over mijn schouder hebt meegekeken?' Dat hakte er wel in. Hij zit ook in de kunsten, dus het is lastig voor hem. Maar hij is zeer goed in wat hij doet, hij komt er wel uit."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234