Zondag 05/04/2020

Expo

Kunstenaar Mark Manders: ‘Eigenlijk vind ik een tentoonstelling alleen maar fijn als er niemand is’

De verbrokkelde, gebarsten vrouwenbeelden zijn Manders’ handelsmerk geworden. Beeld Genevieve Hanson/Zeno X Gallery

Voor het eerst sinds lang stelt de Nederbelg Mark Manders (51) zijn sculpturen en installaties nog eens tentoon in de Lage Landen. In het Bonnefantenmuseum in Maastricht wordt duidelijk waarom zijn intrigerend werk de wereld verovert.

Laatst had ik over het werk van Mark Manders een discussie met een andere kunstenaar. “Manders, dat is toch altijd hetzelfde?”, zei de kunstenaar. “Meubeltjes, plankjes en een geboetseerde hond op de grond.”

Dat vond ik niet. Maar zelfs als het zo was: wat dan nog? Veel kunstenaars doen altijd hetzelfde, of hetzelfde net iets anders. Ze werken in reeksen, of ze variëren eindeloos op hetzelfde thema. Ze puren een bepaald medium, een bepaald motief, een bepaald verhaal of zelfs een bepaalde kleur helemaal uit. In de herhaling zit vaak de eigenheid van de kunstenaar, zijn unieke signatuur.

‘The absence of Mark Manders’, in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, is de eerste solotentoonstelling van Manders sinds lang in de Lage Landen. Ze toont ons alle hoeken van zijn kunstenaarschap. Dat zijn er verrassend veel. En het worden er steeds meer. Straks gaan we zijn oeuvre nog ‘gevarieerd’ noemen.

Maar zijn collega-kunstenaar had gelijk: het is altijd hetzelfde. Letterlijk, in het geval van Manders. Alles wat hij creëert, beschouwt hij namelijk als een onderdeel van één en hetzelfde werk: zijn ‘zelfportret als gebouw’. De kunstenaar drukt zich uit met zijn kunst, en dus is elk werk een fragment van een zelfportret. En al die fragmenten laat hij achter in een gebouw, ook al omdat de meeste van zijn creaties nogal ‘ruimtelijk’ zijn.

Een gebouw bestaat doorgaans uit verschillende kamers. De tentoonstelling in Maastricht is ook zo opgedeeld: in kamers. Eerst zijn er een aantal ruimtes die samen de ‘huiskamer’ vormen, vervolgens is er een gedeelte dat ‘museum’ heet, en op het einde van het parcours, waar de vloeren en wanden zijn afgedekt met plastic folie, situeert zich het ‘atelier’. De toeschouwer bevindt zich niet in een tentoonstelling, maar loopt rondjes in het zelfportret van de kunstenaar, in het gebouw waar hij ‘gedacht en gehandeld’ heeft, en waar hij zijn werk heeft achtergelaten.

“Ik ben heel blij met de tentoonstelling in Maastricht”, zegt Manders. “Alleen was het op de opening wel heel erg druk. (Mensen stonden in een lange rij aan te schuiven en werden in kleine groepjes binnengelaten, red.). Eigenlijk vind ik een tentoonstelling alleen maar fijn als er helemaal niemand is.”

Driedimensionale gedichten

Mark Manders groeide op in het Nederlandse dorpje Volkel, tussen Eindhoven en Nijmegen, en volgde een kunstopleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem. Hij woont en werkt ondertussen vijftien jaar in België – in Ronse, pal op de taalgrens. Als echte Nederbelg bezit hij de twee nationaliteiten.

Zijn atelier, het grootste dat ik ooit gezien heb, is gevestigd in een gewezen textielfabriek. In alle ruimtes van het complex ligt, staat en hangt werk in diverse stadia van ontwikkeling: van schetsen op papier en maquettes over half afgewerkte producten tot verscheepbare kunst; van kleine constructies tot immense beelden en installaties. Plus alles wat nodig is om het te maken: bouwmaterialen, werktuigen en een forse houtvoorraad.

Met de kwalificatie ‘half afgewerkt’ moet je overigens opletten bij Manders. Wat er onvoltooid uitziet, kan al helemaal klaar zijn, en vice versa. In de bezoekersgids van de expo in Maastricht zegt hij daarover: “Ik doe er heel lang over om een werk te maken, maar ik maak het slechts zelden helemaal af. Ik loop altijd net iets te vroeg weg.”

Aanvankelijk wilde hij schrijver worden. Tot hij ontdekte dat je met dingen, met voorwerpen, met beelden, meer kunt zeggen dan met woorden. “Met taal dicteer je wat mensen denken, met objecten raak je alleen maar gedachten aan en laat je veel meer open.”

Toen werd hij beeldend kunstenaar. Maar zijn kunst blijft erg verbonden met taal. Sommige van zijn werken laten zich opvatten als woorden of zinnen. Hij noemt ze ‘driedimensionale gedichten’. De titels en de opsomming van de gebruikte materialen alleen al: Finished Sentence (1998-2006): iron, ceramic, teabags, offset print on paper. Of Landscape with Dictionaries (2015-2016): oil paint on wood, acrylic on canvas, wood, sand, rope.

In welke mate zijn die poëtische constructies ook zelfportretten? “Het zijn geen zelfportretten in de letterlijke betekenis”, zegt Manders. “Geen scheppingen naar mijn beeld en gelijkenis, of uitingen van mijn persoonlijke worsteling met het leven en de kunst. Maar het is wel – hoe moet ik dat uitdrukken? - werk in de ik-vorm. (denkt na) Ik vind boeken in de ik-vorm altijd intrigerender, maar het hoeven daarom geen autobiografieën te zijn. Vanuit dat vertelperspectief probeer ik mijn kunst te maken. Op die manier kan ik er meer diepte in leggen, denk ik. En ook voor de lezer van mijn werk is het fijner: het komt dichterbij, het is intiemer.”

“Het gaat niet over mezelf, maar over wat er gebeurt in mijn hoofd. Of meer algemeen: over wat er gebeurt in een mensenhoofd. Daar verbaas ik me nog elke dag over. Neem nu zo’n werk als Mind Study (2010-2011). Wat is dat? Een tafel met een paar stoelen er rond, een blok klei en een stuk touw. Als je die dingen bij elkaar zet in een hoek, heb je helemaal niks. Maar door geconcentreerd te denken en te handelen, kun je daar dus een beeld mee maken dat... spannender, sterker is dan je zelf kunt bevatten, dat door de tijd kan reizen, en waar je toch nooit helemaal bij kunt komen. Dat vind ik fascinerend.’

Tijdloos en kleurloos

Hoe Manders zijn beelden maakt, is minstens zo fascinerend als waar ze vandaan komen. De verbrokkelde, gebarsten vrouwenbeelden die zijn handelsmerk zijn geworden, zijn niet wat ze lijken: verbrokkeld en gebarsten toen de klei opdroogde. Nee, ze worden zo geconstrueerd, het is verbrokkeling met voorbedachten rade, de barsten komen niet toevallig tot stand maar worden aangebracht. En als een beeld klaar is, worden er mallen van gemaakt, waarna het in brons wordt gegoten en ten slotte geschilderd in de kleur van natte klei. Ook de planken die Manders vaak in zijn sculpturen verwerkt, zijn in houtkleur geschilderd brons.

Tijdens het maakproces legt Manders zichzelf ook een aantal regels op. Zo wil hij dat zijn creaties er volkomen tijdloos uitzien. Dat betekent: geen tijdsaanduidingen, en zeker geen verwijzingen naar gebeurtenissen of fenomenen van recente datum.

Er zijn wel wat kunsthistorische referenties. Het archetypische vrouwenhoofd dat om de haverklap in zijn werk opduikt, lijkt verdacht sterk op ‘De koningin van Sheba’ uit het Arezzo-fresco van Piero della Fancesca. Ook Giorgio De Chirico en Constantin Brancusi komen weleens om de hoek kijken.

Maar actueel wordt het nooit. Zelfs de kranten die hij veelvuldig verwerkt in zijn installaties en collages zijn ontdaan van hun belangrijkste kenmerk: hun verschijningsdatum, hun functionaliteit als tijdsdocument, hun relatie met de werkelijkheid van de dag. Hij ontwerpt ze zelf. Elk exemplaar bevat alle bestaande Engels woorden, maar in de titels en artikels staan die in een volstrekt willekeurige volgorde.

Aanvankelijk verbood Manders zichzelf ook het gebruik van kleur. Alleen de natuurlijke kleuren van de materialen waren toegestaan: klei, hout, papier, touw, metaal. “Ik heb die regel natuurlijk ingesteld om ermee te kunnen worstelen”, lacht de kunstenaar. “Dus de jongste jaren bedenk ik de ene na de andere truc om toch kleur toe te laten. Zo kreeg ik eens het idee om een grote badkamer te maken, met een badkuip en een figuur ernaast die in een stoel zit. Weer allemaal dingen zonder kleur. Maar op een gegeven moment dacht ik: wacht eens, in een badkamer hangen handdoeken, en die hebben natuurlijk wél een kleur. Ik heb er ineens een compositie in vier kleuren van gemaakt, haha.

“In de Bonnefanten-tentoonstelling hangen ook een aantal collages met kranten, met daarop een compositie in twee kleuren. Maar dat zijn dan weer kleuren die geen naam hebben, afwijkende gelen en blauwen waar nog geen woord voor bestaat. Ik gebruik steeds meer geel. Dat is voor mij de kleur van het modernisme. Ik heb nu het plan opgevat om een grote tentoonstelling te maken die draait rond de kleur geel. Het wordt een groep van beelden die zich heel mooi tot elkaar verhouden, complex en poëtisch. Maar het zal nog wel een paar jaar duren vooraleer ze klaar is.

“En wat dat tijdloze betreft: je zou mijn verzameld werk kunnen zien als het restant van een ontploffing die dertig jaar geleden, toen ik begon als kunstenaar, heeft plaatsgevonden. Ik maak voortdurend nieuwe dingen, of ik herwerk oude, maar het moét lijken alsof ze onaf zijn, toegetakeld, en al lang bestaan. Alles moet terug te voeren zijn tot het moment van de ontploffing, begrijp je?”

Solo in Tokio

Op kousenvoeten is Mark Manders een internationale ster geworden. In 2013 vertegenwoordigde hij Nederland op de Biënnale van Venetië. Vorig jaar lag zijn ‘Tilted Head’ (2015-2018), zijn grootste sculptuur tot dusver, pontificaal aan een ingang van Central Park in New York. En in de nieuwe opstelling van het MoMa kreeg hij een eigen zaal toegewezen.

Later dit jaar stelt Manders samen met Michaël Borremans tentoon in het 21st Century Museum of Contemporary Art in Kanazawa, Japan. Volgend jaar staat er een grote solotentoonstelling in Tokio op het programma.

“Als persoon sta ik liever niet op de voorgrond,” zegt Manders minzaam, “maar als kunstenaar ben ik best wel ambitieus. En hoe langer ik bezig ben, hoe interessanter het wordt. Mijn werk is als een taal die almaar meer nieuwe woorden genereert. Ik vind het ongelooflijk dat er zo veel plekken in de wereld zijn waar ik het mag tonen. Daar wil ik van gebruikmaken; dat wil ik vasthouden. Daarom heb ik zo’n groot atelier nodig. Ik werk liever aan vijftig dingen tegelijk dan aan twintig.”

The Absence of Mark Manders, Bonnefantenmuseum Maastricht, tot 24/5. www.bonnefanten.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234