Dinsdag 29/09/2020

InterviewKoenraad Tinel

Kunstenaar Koenraad Tinel (86): ‘Ik heb mijn droom in een beeld kunnen gieten’

Koenraad Tinel exposeert met 'Parade' in Tour en Taxis.Beeld Illias Teirlinck

Hoe kan je commentaar geven op het leven, trauma’s door het collaboratieverleden van je familie uitdrukken en stilstaan bij corona? Je kan dat niet onder woorden brengen, zegt beeldhouwer Koenraad Tinel (86). ‘Ik doe het dan maar door mannetjes te maken.’

“Jaren geleden had ik een droom. Ik sta in een volledig gebombardeerde stad en heb een dikke soldatenjas aan, terwijl ik een meisje in mijn armen houd. Als ik goed kijk, zie ik dat ze een hazenlip heeft. Vliegtuigen vliegen over en lege hulzen van kogels vallen op ons neer. Maar ik blijf haar koesteren.”

Het is een droom die hij al meer dan tien jaar geleden heeft gehad, vertelt Koenraad Tinel in zijn expo. Een ruimte in de pas gerenoveerde Gare Maritime op de terreinen van Tour en Taxis, die tijdelijk gewijd is aan het werk dat hij in de voorbije maanden heeft gemaakt. “Ik heb jarenlang tekeningen gemaakt over die droom, maar een sculptuur wilde niet lukken”, zegt de 86-jarige beeldhouwer. “Onlangs ben ik er dan toch in geslaagd om de droom in een beeld te gieten.”

Over waar die droom vandaan komt, is er geen twijfel. Als kind van een collaboratiegezin vluchtte hij in 1944 naar Duitsland. De bevrijding kwam naderbij en de Tinels, van wie de twee oudere zonen lid waren van de SS, wilden zich uit de voeten maken.

“Ik heb daar de heftige bombardementen van de Britten en Amerikanen op de Duitse steden meegemaakt”, zegt Tinel. “Ik was in Fulda, toen die stad volledig in de as werd gelegd. Alles brandde toen. In die periode heb ik honger geleden, in de bossen geslapen. Het zijn belevenissen die me hebben getekend voor de rest van mijn leven.”

Beeld Illias Teirlinck

Tien jaar geleden al heeft Tinel die ervaringen verwerkt in een boek: Scheisseimer (Schijtemmer).  Hij vertelde zijn verhaal aan de hand van 240 inktschilderingen, met een essay van David Van Reybrouck achteraan. Het was de eerste keer dat Tinel over de oorlog sprak, want zijn herinneringen had hij altijd voor zich gehouden. Hij zit nog steeds met een wrok, zegt hij, tegenover zijn overleden vader. “Mijn vader was een nazi, hij maakte als beeldhouwer eerst heiligenbeelden, maar ook portretten van Hitler en SS’ers. Ik kan niet zeggen dat ik hem haat, maar ik zou hem willen dooreenschudden. ‘Zeg nu toch eens waarom je dat allemaal geloofd hebt!’”

Simon Gronowski 

Het boek werd omgezet in toneelvoorstellingen, waarbij Tinel sprak over zijn jeugdherinneringen. Hij speelde muziek, en zong het Horst-Wessellied, de hymne van nazipartij NSDAP, om het publiek te tonen hoe zijn opvoeding er heeft uitgezien. Door een van die voorstellingen kwam hij in contact met Simon Gronowski, een joodse man die als kind door de nazi’s was gevangen genomen. Vanuit de Kazerne Dossin is Gronowski in 1943 op een trein gezet naar Auschwitz. Maar na een aanval van het verzet in Boortmeerbeek kon zijn moeder hem helpen uit de trein te ontsnappen. 

“Hij had zijn verhaal toen al gedaan in de krant”, zegt Tinel. “Simon is eerst opgevangen door een gendarme en heeft de rest van de oorlog ondergedoken gezeten. Ik, de zoon van een nazi, las dat en ik zat te janken. Ik dacht: we zijn ongeveer even oud, dus ik stond te Heil-Hitleren toen hij moest lopen voor zijn leven. Allee, dat is onvoorstelbaar.”

Zijn schuldgevoel tegenover Gronowski kunnen uitspreken heeft hem deugd gedaan, zegt Tinel. Het valt hem nog steeds zwaar dat zijn familie achter een ideologie stond die de familie van Gronowski het leven heeft gekost. Toch antwoordde Gronowski al bij het begin van het gesprek: “De kinderen van de nazi’s zijn niet schuldig.”

Het leidde ook tot een bijzondere ontmoeting met een oudere broer van Tinel, die als tiener dienst had gedaan als SS-bewaker in de Kazerne Dossin. Op het einde van zijn leven vroeg de broer van Tinel om kennis te maken met Gronowski. “Je zag het berouw in zijn ogen van mijn broer”, zegt Tinel. “Het was een bijna stervende vent van 88 jaar die daar zat. Toen hij bewaker was in Dossin, was hij 17. Bij die ontmoeting met Simon werd er bijna niets gezegd. Het was gewoon innig.”

Gronowski en Tinel zijn ook dikwijls samen gaan spreken over hun verleden. Wat misschien wel het meest inspireert, is de hechte band die tussen de twee mannen is gegroeid. Het collaboratiekind en de joodse jongen die als oude mannen samen optrekken. Daarom heeft de VUB besloten om hen beiden een eredoctoraat uit te reiken. Als ode aan de vriendschap en aanklacht tegen extremisme. Die uitreiking moest normaal al in maart plaatsvinden. Maar daar kwam corona een stokje voor steken. Uiteindelijk zal de uitreiking op 22 september doorgaan.

Gilgamesj en Enkidoe

Lopen we even verder in de tentoonstelling van Tinel, dan staan daar ook twee mannen tegenover elkaar. Een koning en een wildeman nemen een dreigende houding aan, kijken elkaar op een afstand in de ogen. Het is een evocatie van de tweestrijd tussen Gilgamesh en Enkidoe, die duizenden jaren geleden werd beschreven in Soemerische gedichten.

“Gilgamesj is de koning van Uruk”, zegt Tinel. “Een van de eerste koninkrijken langs de Eufraat, in het oude Mesopotamië. Gilgamesj was heel sterk, maar hij was ook een machtswellusteling. Als er iemand trouwde, eiste hij het recht op om als eerste met diens vrouw naar bed te mogen gaan.

“De andere, Enkidoe, is een wildeman, die in de woestijn met de dieren leeft. Gilgamesj wil zijn bruid nemen, maar Enkidoe laat dat niet gebeuren. Er komt een gevecht tussen de twee. Uiteindelijk krijgt Gilgamesj zo’n groot respect voor die wildeman dat ze beste vrienden worden. Samen gaan ze goede dingen doen, zoals draken en monsters bevechten.”

Het verhaal is van alle tijden, zegt Tinel. Mensen met een andere achtergrond, die elkaar eerst het licht in de ogen niet gunnen, maar elkaar dan leren kennen en gaan waarderen. Natuurlijk is de vergelijking op veel punten gebrekkig, maar valt er geen parallel te trekken met de relatie tussen hem en Gronowski? “Wij hebben natuurlijk nooit met elkaar gevochten”, zegt Tinel. “Maar ja, misschien wel. Ik weet dat niet. Wat zeker zo is: ik heb een enorm respect voor Simon. Hij is mijn grote vriend.”

Het epos van Gilgamesj is Tinel rond de jaarwisseling beginnen te lezen, enkele maanden voordat de wereld door het coronavirus stilstond. Die lockdown was voor hem een periode van intense inspiratie. Hij kon zich in het atelier van zijn hoeve in Vollezele, te midden van de groene heuvels van de Vlaamse Ardennen, nog meer toeleggen op zijn werk.

Beeld Illias Teirlinck

“Ik leef in dat atelier”, zegt Tinel. “Ik sta ’s ochtends op, drink koffie, ik lees wat in de krant en dan zit ik daar. Nu heb ik een fles water bij, vroeger was dat bier. Met de jaren merk ik dat mijn fysieke kracht verdwijnt. Maar voor een oude pee voel ik mij nog zeer goed.”

Wat hij ook graag doet, is eropuit trekken om in de supermarkt boodschappen te doen. Tijdens de lockdown zetten de rijen van mensen, die met hun winkelkarretje stonden aan te schuiven, hem aan het denken. In dat beeld zit iets tijdloos: een figuurlijke gemene deler van historische gebeurtenissen. Mensen die rijen vormen doen dat ook als ze een protestmars beginnen, of als ze in het gelid gaan staan voor een militaire parade. De titel voor de expo, Parade, is ontleend aan een grote beeldengroep die Tinel tijdens de lockdown heeft gemaakt.

Krukken, wielen, kippenpoten

Een stoet van achttien sculpturen, een zootje ongeregeld dat voorbijmarcheert op krukken of met wielen. Helemaal vooraan: een hond, die met een vlag de optocht leidt. Dan een trommelaar, vervolgens een generaal met kippenpoten.

“Het mensdom is iets wat voorbijtrekt”, zegt Tinel. “Pelgrims die op bedevaart gaan voor hun geloof. Mensen die tijdens de oorlog gingen vluchten, omdat ze bang waren voor de dood. Dat wou ik weergeven. Dat marcheren van de mensheid door de geschiedenis, door hoop en wanhoop. Terwijl we er allemaal anders uitzien – de ene heeft maar een been, de andere een andere huidskleur – doen we allemaal samen exact hetzelfde. Ik wil zo het geheel van het leven kunnen vertellen, het hele kosmische gebeuren. Maar dat kan je onmogelijk onder woorden brengen. Ik doe het dan maar door mannetjes te maken, gewoon van ijzer en plaaster.”

We houden halt bij een van de muzikanten van de compagnie, een figuur die uit trompetten en een snaarinstrument bestaat, omdat we weten dat muziek ook altijd een rol heeft gespeeld in het leven van Tinel. Als kind kreeg hij ook pianolessen van een joodse vrouw, Betty Galinsky. Een jonge joodse dame, die op een dag was verdwenen. Niemand zei er verder iets over. Een man in een zwart uniform nam vervolgens de pianolessen van haar over.

“Ik neem het mijn familie nog steeds zeer kwalijk dat ze niets voor haar hebben gedaan”, zegt Tinel. “Die pijn daarover heb ik ook proberen te verwerken in die stoet. Waar ik ook ga, ik blijf dat meedragen. Al staat muziek bij mij ook nog steeds voor hoop. We lopen door en blijven muziek maken. De laatste figuur heeft een klok. Op het einde is er altijd iemand die zegt: ‘Kom jongens, het is tijd. We moeten voortmaken.’”

Koenraad Tinel, Parade. Nog tot 1 november in Gare Maritime (Tour en Taxis), Brussel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234