Woensdag 21/08/2019

interview Cultuur

Kunstenaar Guillaume Bijl: ‘Ik zeg niet dat ik de beste ben, maar ik ben wel beter dan veel anderen’

Beeld Wouter Maeckelberghe

Guillaume Bijl (73) transformeert musea en galeries in supermarkten en strandduinen. Zijn Sorry-installaties, waarmee hij nu het Zwin Natuur Park in Knokke op zijn kop zet, zijn kritisch én humoristisch. ‘Af en toe denk ik: potverdorie, ik moet dringend nog eens iets verkopen.’

Meestal is het interessant om in het atelier van de kunstenaar af te spreken. Je dringt binnen in zijn laboratorium, waar ideeën worden omgezet in beelden. Er staat, ligt, hangt of slingert altijd wel iets dat spreekt: schetsen, oerversies van werk dat je al kent, spannende voorafspiegelingen van nieuw werk.

Guillaume Bijl (73) ontvangt ons in zijn huis in Antwerpen en installeert zich in de woonkamer. Er slingert helemaal niets. We zien een lange tafel, een grote open keuken, een paar stoelen en sofa’s in een modernistische uitbouw, en overal royaal zicht op de weelderige stadstuin. Voor hem op tafel liggen twee aangebroken pakjes Camel-sigaretten en een smartphone. Daarin zitten alle beelden die we te zien zullen krijgen. Instagram is tegenwoordig zijn werkinstrument, zijn archief en zijn etalage.

“Ik ben een kunstenaar zonder atelier”, zegt Bijl. “Nooit gehad. Ik werk op de plekken waar ik tentoonstel. Ik maak grote en kleine installaties. Ik noem ze ‘realistische decors’. Ik transformeer een museumzaal of een galerie in een supermarkt, een reisagentschap of een atoomschuilkelder. Waarom zou ik die eerst thuis in elkaar knutselen? Dat zou toch onnozel zijn?”

Zijn eerste installatie maakte Guillaume Bijl in 1979, in de jaren 80 werd hij zowat overal ter wereld erkend als de conceptuele kunstenaar die een belangrijk aandeel had in de revival van de ‘readymade’: het gebruik van bestaande, alledaagse, industrieel vervaardigde ‘objecten’ in de kunst. In 1988 stond hij op de Biënnale van Venetië, maar tegen het eind van de eeuw verdween hij weer van het voorplan. Hij verschool zich in het onderwijs, gaf les in Maastricht en Hamburg, en was tien jaar voltijds prof, en zelfs een tijd vicerector, aan de academie van Münster in Duitsland. “Mijn Duits pensioen is hoger dan mijn Belgisch”, glimlacht hij met gesloten ogen.

Guillaume Bijl met zijn beschilde bronzen zeemeeuw in Knokke. Beeld Wouter Maeckelberghe

Maar alles komt altijd terug. Zo ook Guillaume Bijl. De jongste jaren geniet zijn werk met name in België een hernieuwde belangstelling. Er zijn ondertussen alweer acht galeries die hem internationaal opnieuw onder de aandacht brengen.

Eigenlijk doet hij al veertig jaar hetzelfde. Hooguit kun je zijn installaties opdelen in een paar types: er zijn de grote ‘transformatie-installaties’, de kleinere ‘situatie-installaties’, de installaties die hij rangschikt onder ‘cultureel toerisme’, en de ‘Sorry-installaties’.

Het werk dat deze zomer te zien zal zijn in het Zwin Natuur Park in Knokke, is zo’n ‘Sorry-installatie’. Over de hele eerste verdieping van het onthaalcentrum aan de ingang van het park heeft Bijl een paar ton zand laten uitstrooien. Bovenop een namaakduin komt een drieënhalf meter hoog beeld, in beschilderd brons, van een zeemeeuw. Aan diens voeten – of liever: poten – liggen een zeeleeuw, een paar zeehondjes en een figuur, half-vrouw half-vis, uit een schilderij van Magritte. Tegen de achterwand van de verduisterde ruimte wordt een feloranje zonsondergang boven zee geprojecteerd.

“Ik heb me in de eerste plaats laten inspireren door het Zwin zelf”, zegt Guillaume Bijl.

Handen uit de mouwen voor het opzetten van de expo. Bijls aandeel daarin is beperkt: ‘Ik bedenk het werk en doe de final touch. Ik verplaats soms nog wat dingen. Ik raak alles op het laatst nog wel even aan.’ Beeld Wouter Maeckelberghe

“Dat presenteert zich tegenwoordig als een ‘internationale luchthaven voor vogels’. Maar het tafereel bevat ook elementen die rechtstreeks naar de souvenirwinkels aan de Belgische kust verwijzen: mijn zeeleeuwen en zeehondjes zijn uitvergrotingen van de kitscherige postuurkes die daar worden aangeboden. Voilà, het is een frivool werk. De doorsneetoerist zal het misschien wat bevreemden, maar de kinderen zullen het vast plezant vinden dat ze door het zand mogen dartelen.”

Tegen wie zegt u eigenlijk sorry met deze ‘Sorry-installatie’? Tegen het publiek? Tegen Magritte omdat u een figuur van hem hebt gepikt?

Guillaume Bijl: “Nee, tegen mezelf als serieuze kunstenaar! Omdat ik met die Sorry-werken afwijk van mijn geëigende, realistische vorm. Omdat ik vreemdga van mezelf. Omdat ik mezelf een frivoliteitje permitteer. En ook omdat sorry zo’n woord is dat te pas en te onpas wordt gebruikt, over de hele wereld. Als je per ongeluk op iemands teen trapt, zeg je ’sorry’. Maar als Donald Trump op de verkeerde knop drukt en een kernraket naar Iran stuurt, zal hij waarschijnlijk ook ‘sorry’ zeggen.

“Het klopt dat ik al veertig jaar hetzelfde doe, in die zin dat al mijn grote transformatie-installaties gebaseerd zijn op een concept uit 1979: het Art Liquidation Project. Of: wat er gebeurt als we de kunst verwaarlozen of ronduit vijandig bejegenen. Het museum of de galerie gaat failliet, en er komt een supermarkt, een schietclub, een matrassenwinkel of een andere uiting van onze louter op consumptiekicks gerichte cultuur voor in de plaats.

“Maar er mag ook al eens gelachen worden. En ik sticht graag verwarring. Soms maak ik werk dat je alleen maar absurd of surrealistisch kunt noemen. Dat zijn de Sorry-werken. Daar ben ik in 1988 mee begonnen.

“Ik ben nog steeds in belangrijke mate een readymade-kunstenaar. Ik creëer niet, ik realiseer. Ik componeer met de realiteit, met elementen die voorhanden zijn. Hoogstwaarschijnlijk omdat ik niets anders kan. De evolutie van mijn werk, dat is echt de komst van ’t komen…”

Pardon?

“Welja, van ’t een komt ’t ander. Dat is soms zo, in het oeuvre van een beeldend kunstenaar, of in dat van een schrijver of een theatermaker. Uit vroeger werk komt later werk voort. Je bricoleert met je eigen oeuvre. Je wordt op den duur meer beïnvloed door jezelf dan door anderen. In het Sorry-werk in Knokke zitten bijvoorbeeld verwijzingen naar werk dat ik eerder op Beaufort en voor MuZee in Oostende heb gemaakt.”

Wat is uw persoonlijk aandeel in uw realisaties? Wat doet u altijd zelf?

“Helemaal niets! Ik doe niks want ik kan werkelijk niks. (steekt zijn beide armen uit, handen naar buiten) Mijn handen staan zo. In het begin klopte ik nog wel eens een spijker in de muur wanneer een werk werd geïnstalleerd, maar ook daar ben ik mee opgehouden. Ik sloeg ze allemaal krom. Ik bedenk het werk en doe de final touch. Ik verplaats soms nog wat dingen. Of liever: ik laat ze verplaatsen, want mijn knieën zijn kapot, ik kan nauwelijks nog bukken. Eigenlijk ben ik een regisseur van grote en kleine decors. Beeldhouwers en schilders zijn mijn onderaannemers. Ik raak alles nog wel even aan op het laatst. Ik denk dat ik enig gevoel heb voor compositie, kleur, harmonie, ruimte, licht en materie. Ik moet daar soms mee opletten. Ik wil niet dat mijn werk te esthetisch wordt. Ik wil de realiteit zo nonchalant mogelijk uitbeelden.”

Wat deed u voor u installaties begon te maken?

“Ik was 15 toen ik thuis op zolder begon te schilderen. Ik was 25 toen ik ermee ophield. In de tussentijd had ik heel de kunstgeschiedenis gezien. Rembrandt, Goya, Gauguin, Emil Nolde, die net een beetje in ongenade is gevallen (wegens nazisympathieën, red.). Daarna de schilders van mijn eigen tijd, de jaren 60: David Hockney, Francis Bacon, Robert Rauschenberg. Ik zag dat en dacht: dit kan ik nooit ofte nimmer evenaren.

“Als kunstenaar ben ik autodidact. In het middelbaar onderwijs heb ik handel gevolgd. Mijn ouders waren arbeiders, hun grote droom was dat ik bediende zou worden. Ik heb in twee banken gewerkt. Ik heb in het leger gezeten. En ik heb in een boekenwinkel gewerkt: deeltijds, mijn ouders durfden het niet te zeggen tegen hun vrienden, bang dat die me maar een schooier zouden vinden.”

Bestaan uw oude schilderijen nog?

“Ik heb er nog een paar. De meesten zijn verloren gegaan bij mijn vele verhuizingen, en ik heb er ook een aantal weggegeven. Ik heb ze nooit tentoongesteld. Correctie: ik heb er één getoond, op een tentoonstelling met de titel Jeugdzonde. Kunstenaars begaan jeugdzonden. Maar ineens maak je een klik en vind je je eigen vorm, je eigen taal. Bij mij gebeurde dat vrij laat. Ik was al 33 toen ik mijn eerste installatie maakte.”

Hebben uw ouders het nog meegemaakt dat u succes kende?

‘Ja, dat was voor mij én voor hen een grote genoegdoening. Mijn ouders hebben nog grote tentoonstellingen van mij gezien. Mijn moeder heeft zelfs nog installaties gepoetst net voor ze opengingen, ze kon heel goed kuisen. En ze zagen me elk jaar wel een keer op tv. Ze hebben me in het begin ook financieel gesteund. (lacht) Mijn rekening terug op nul gezet, terwijl ze zelf geen geld op overschot hadden. Toen ik na verloop van tijd een huis kon kopen van wat ik verdiende met mijn kunst, en een auto, waren ze helemaal gerustgesteld. Dat hadden zij zelf nooit kunnen doen.”

Is uw kunstenaarsloopbaan een gevecht geweest of een wandeling door het park?

“Ik klaag niet. Ik ben een contente kunstenaar. Alleen begin jaren 90 heb ik een fout gemaakt. Ik had toen commercieel succes, ik werd overal gevraagd en had overal galeries: in New York, Wenen, Milaan, Parijs, noem maar op. In België werkte ik met Zeno X. Daar waren correcte galeries bij, en andere. Sommige betaalden op tijd, andere vijf jaar later, nog andere nooit. En allemaal zaten ze continu te azen op nieuw werk, waardoor het gevaar bestond dat ik ging overproduceren. Kortom: het was een gedoe. 

Een gedeelte van Bijls nieuwe installatie in het Zwin. ‘Het is een frivool werk. De kinderen zullen het vast plezant vinden dat ze door het zand mogen dartelen.’ Beeld Wouter Maeckelberghe

“Op een gegeven moment was ik het zo beu dat ik abrupt álle samenwerkingen heb stopgezet. Dat had ik nooit mogen doen. Ik had een paar goeie galeries moeten houden. Vooral de Amerikaanse markt heb ik daardoor verwaarloosd, en die blijft belangrijk. Ik heb nu opnieuw contact met galeries in New York en Los Angeles. De kans bestaat dat ik na dertig jaar opnieuw ga tentoonstellen in New York.”

U lijkt mij niet het type van de getroebleerde, met zichzelf en de wereld worstelende kunstenaar.

“Nee. Ik heb evenveel plezier beleefd aan mijn eerste installatie als aan mijn laatste. Ik denk dat dat komt doordat ik mezelf goed kan situeren in de hedendaagse kunstwereld. Toen ik mijn ‘Autorijschool Z’ installeerde in 1979, zag ik direct de rijkdom en de mogelijkheden. Ik wist dat ik een unieke positie kon innemen, en ik heb die geëxploiteerd door gaandeweg een reeks variaties op mijn eigen werk te ontwikkelen.

“Maar hoewel humor altijd een belangrijk element is geweest, in alles wat ik deed, ben ik geen vrolijk type. Eigenlijk is mijn werk tragikomisch: een beetje om te lachen en een beetje om te huilen. Opgeteld is het een soort archeologie van onze samenleving en onze zogezegde beschaving. Die ik overigens heel erg in vraag stel. Ik maak me vrijwel dagelijks druk over de politiek, en met name over de verrechtsing van de laatste jaren. Ik ben geen grote optimist. Maar ook geen grote pessimist. Ik ben iets daar tussenin…”

U laat nooit merken dat u kwaad bent. Toen u enkele jaren geleden in het Cultuurcentrum van Mechelen de installatie ‘De Nieuwe Politieker’ presenteerde, was aan de schikking en de inrichting van dat zaaltje niet te merken wat daar zou plaatsvinden: een gezellig diner met partijkopstukken onder elkaar, de oprichting van een nieuwe partij met een brave voor-elk-wat-wils-ideologie, of een persconferentie waarop met een brede glimlach een populistische haatboodschap zou worden verkondigd.

“Het zaaltje van de NDP, de Nieuwe Democratische Partij! (lacht) O, ik denk met veel plezier terug aan die tentoonstelling in Mechelen. ‘De Nieuwe Politieker’ heb ik in 1988 voor het eerst gebracht in Duitsland, in het Kunstverein van Kassel. Daar heette de kandidaat op de affiches Hermann Lutz. In Mechelen werd het Stef Duyck. ‘Een nieuwe kandidaat, een nieuwe hoop’, is hun slogan, haha.

“Ik heb het thema opnieuw vastgepakt na de opkomst van gevaarlijke figuren als Trump en Erdogan. De verrechtsing, het neokapitalisme, de exploitatie van de derde wereld en de vervuiling van de planeet: dat is de afgrond waar de mensheid zich dreigt in te storten. En dat zijn de dingen die altijd in mijn achterhoofd zitten, ook als ik ogenschijnlijk opgewekt werk maak. Ik ben een tamelijk geëngageerde persoon. In de jaren 60 hadden we grote hoop, het ging allemaal veranderen en verbeteren. Maar het is godverdomme gewoon verslechterd. De onmenselijke druk van het kapitalisme, nieuwe dictators overal…

Bijl naast een deel van zijn Sorry-installatie in Knokke: ‘Ik zeg sorry tegen mezelf als serieuze kunstenaar. Omdat ik vreemdga van mezelf.’ Beeld Wouter Maeckelberghe

“Dat mijn ongerustheid en mijn boosheid niet doorschemert in mijn werk, komt doordat ik me in principe opstel als getuige, als archeoloog, als een alien die toevallig passeert en sec weergeeft wat ie ziet. Ik toon een supermarkt of een caravanshow als een hedendaags decor. Over vijftig jaar bestaan die fenomenen misschien niet meer, en vijftig jaar geleden bestonden ze nóg niet. Misschien kun je over vijftig jaar niet meer rondwandelen in een echte supermarkt, alleen nog virtueel shoppen, wie weet.

“De kunstenaar is een visuele getuige van zijn tijd. Rembrandt en Goya waren dat, zelfs de abstracte schilders van de 20ste eeuw waren dat op hun manier, en ik ben het op mijn manier. Wij confronteren de mensen met zichzelf, zou je kunnen zeggen, met hoe ze zijn, met wat ze gemaakt hebben van deze ‘beschaving’ en deze planeet. Ik doe dat zelfs tamelijk letterlijk. Maar dat mijn werk soms een ondertoon heeft van ironie of sarcasme, zal ik niet ontkennen.”

Bent u bezig met uw eigen positionering en marketing?

“He-le-maal niet! Ik ben niet zo’n ondernemende kunstenaar, type Jef Koons, Damien Hirst of dichter bij huis Wim Delvoye. Ik ben naïef begonnen en waarschijnlijk wat naïef gebleven. Een strategie heb ik nooit gehad. Ik was alleen maar bezig met bezig blijven, van jaar tot jaar, van project naar project. Ik schrik soms wanneer ik een boek over mijn werk opensla: wat ik allemaal heb gedaan! Ik vind dat ik kan terugkijken op een rijk oeuvre. En het is alleen maar gebaseerd op passie, op obsessie, op… Allee, de katholieke kerk heeft daar een mooi woord voor – (denkt na) roeping, ja, dat is het! Ik ben geroepen tot de kunst. Ik heb de wil en de roeping om mij uit te drukken met kunst.

“En af en toe is er een moment dat ik denk: potverdorie, ik moet dringend nog eens iets verkopen, mijn bedrijfje moet in leven blijven, mijn boekhouding moet kloppen. Door de absurd hoge prijzen die nu worden gevraagd en geboden voor het werk van een kleine toplaag van hedendaagse kunstenaars, wordt de aandacht afgeleid van de werkelijkheid. En die is veel minder glamoureus: voor de grote meerderheid van de kunstenaars is het helemaal niet zo evident om van de kunst te leven. Als je een werk verkoopt voor 10.000 euro, gaat de helft naar de galerie, en de helft van jouw helft gaat naar de belastingen. Je houdt 2.500 euro over. Een behoorlijk maandloon, zullen we zeggen. Maar neem van mij aan dat er niet zo veel kunstenaars zijn die elke maand voor 10.000 euro verkopen.

(lacht) “Nee, als ik een goeie marketeer was geweest, dan had ik wel een andere artiestennaam genomen. In het buitenland kunnen ze mijn naam niet uitspreken. Overal noemen ze mij Guillaume Bigli of Bil. De gestipte ij bestaat alleen in het Nederlands. Soms helpt het als ik zeg: ‘Je moet het uitspreken zoals De Stijl.’ Maar meestal helpt zelfs dat niet.”

Wie zijn uw zielsverwanten en geestesgenoten onder de hedendaagse kunstenaars?

“O, er zijn zoveel kunstenaars die ik mateloos bewonder. Alleen al hier in België… Het is merkwaardig dat een landje zonder identiteit, een landje dat de beeldende kunst bovendien nooit fatsoenlijk ondersteund heeft, toch zo veel goeie kunstenaars herbergt. (begint aan een opsomming waar geen einde aan komt) Luc Deleu, Guy Rombouts, Thierry De Cordier, Panamarenko, Luc Tuymans, Wim Catrysse, Patrick Van Caeckenbergh, Ricardo Brey, Joëlle Tuerlinckx, Mitja Tušek, Boris Van den Eynden: dat is de top. Ria Pacquée, die nu een fantastische tentoonstelling heeft in het Middelheim museum: heel haar leven miskend in België, maar absoluut één van de groten.

De transformatie-installatie Nieuwe Democratische Partij in het cc van Mechelen. Bijl denkt met plezier terug aan de expo: ‘Een nieuwe kandidaat, een nieuwe hoop’ was de slogan, haha.’ Beeld rv/Jo OP DE BEECK

“En de jongere generatie! Dennis Tyfus is een hele grote. Vaast Colson en Lieven Segers: idem. Koen Van den Broek is een goeie schilder, Kati Heck wordt elk jaar beter, Rinus Van de Velde maakt knap werk. Elias Cafmeyer, Vedran Kopljar… En dan vergeet ik er vast en zeker nog een tiental. Nee, twintig!

“Ik ben een groot kunstliefhebber. En een filmfanaat. En een muziekliefhebber. Ik ben ook dj, wist je dat? Als ik achter de draaitafel sta, passeert de hele popgeschiedenis, van Little Richard tot Kendrick Lamar. (lacht weer met gesloten ogen) En ik ben zelf ook geen onverdienstelijk kunstenaar. Ik zal niet beweren dat ik de beste ben. Ik vind Thierry De Cordier en Panamarenko beter. Maar ik ben dan zelf ook weer beter dan veel anderen. Ik mag er zijn, laat ons zeggen, ik mag gezien worden.”

Voelt u zich verbonden met de kunstenaars die uit de arbeiders- en lagere middenklasse voortkomen? Met working class heroes als Jan Fabre en Luc Tuymans?

“Ik ben een arbeiderskind, maar ik voel mij zeker geen held. Ik ben geboren en getogen in de Seefhoek, net zoals Jan Fabre, Ludo Mich en Panamarenko. (lacht) Met Jan en Luc (Tuymans) maak ik altijd veel plezier als we samen op café gaan.”

Tot ze u buitengooien…

“Dat gebeurt soms. Dat is me in mijn leven zelfs meer dan eens overkomen. Omdat ik een rare vogel ben. Omdat mensen mij soms niet goed kunnen inschatten…”

… zoals onlangs in café Witzli-Poetzli in Antwerpen.

“Dat was nogal een gebeurtenis, hè? Ik heb kritiek op de Belgische supermarkten omdat ze veel te duur zijn. Maar ik begin ook mijn bedenkingen te hebben bij de Vlaamse kranten, die wel heel plat en sensatiegericht worden. ‘De Notre-Dame is afgebrand en Guillaume Bijl mag niet meer binnen in zijn stamcafé’: dat was die dag het voorpaginanieuws van Gazet van Antwerpen. Jongens toch, waar houden ze zich mee bezig? En dan die cafébaas die mijn bekendheid en bijbehorende verwaandheid vergeleek met die van Michael Jackson. Nochtans, als ik bij de kruidenier kom hier om de hoek, heb ik niet de indruk dat ook maar íémand mij kent. En dat allemaal omdat ik een paar minuten van mijn oren heb gemaakt tegen de barvrouw die in de Witzli-Poetzli achter de toog stond en ons geen bier meer wilde geven. Is dat zo erg, in een café dat zich afficheert als een kunstenaarskroeg en waar wij goeie klanten zijn? Of liever: waren. Nu gaan we ergens anders natuurlijk.”

Net als Luc Tuymans rookt u als een schoorsteen.

“Ja, maar ik inhaleer niet. Dat weet ik zelf nog maar pas. Ik liet m’n longen onderzoeken en de dokter vroeg: ‘Hoeveel pakjes rookt u per dag?’ Ik zei: ‘Drie’. ‘Inhaleert u echt zestig sigaretten per dag?’, vroeg hij ongelovig. Ik zei: ‘’t Zal wel.’ Hij controleerde het en ik bleek helemaal niet te inhaleren. Daarom waren mijn longen nog goed.

“Gelukkig, want ik ben een bangschijter. Ik ben bang in het verkeer, ik ben bang voor mijn gezondheid, ik heb hoogtevrees en nog een hoop andere fobieën. Nu en dan blijf ik plakken op café en word ik zat. Maar drugs heb ik nooit genomen, dat durf ik gewoon niet. Ik rijd niet met de auto. Ik heb mijn rijbewijs gehaald ergens in de jaren 70, maar ben het niet gaan afhalen. Ik ben bang van mezelf in het verkeer. (lacht)

“Een hypochonder ben ik ook. Voor het minste geringste loop ik naar de dokter. Ik heb de laatste jaren veel last van artrose. Ik moet eigenlijk twee nieuwe knieën krijgen. Maar ik heb ten eerste geen zin in die operaties en ten tweede geen tijd. Ik heb nog wilde plannen, ik heb nog veel te doen. Zolang ik op mijn benen kan staan, laat ik niet aan me sleutelen.”

Guillaume Bijl, Sorry-installatie 2019, 30 juni tot 15 september, Zwin Natuur Park Knokke. Knokke-Heist, zwin.be. In samenwerking met Provincie West-Vlaanderen en Westtoer. Curator: Heidi Ballet.

Guillaume Bijl, Bruegelfeest in de Ponderosa, openluchtexpo, nog tot 31 oktober, Dilbeek, dilbeek.be

Guillaume Bijl, Compositions & Sorry’s, Allen Gallery, Parijs, nog tot 27 juli. gallerieallen.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden