Zaterdag 14/12/2019

Theater

Kun je Shakespeare en andere klassieke teksten nog kritiekloos opvoeren in tijden van #MeToo?

Peter Van den Begin als Risjaar Drei in een productie van Olympic Dramatique. Beeld Kurt Van Der Elst

De vrouw als hoer, madonna of kindvrouwtje. De zwarte man als ongeletterde wilde. Westerse klassieke theaterteksten mogen misschien literaire pareltjes zijn, de kritiek op verouderde stereotypes in repertoireteksten klinkt steeds luider.

De Nederlandse operaregisseuse Lotte de Beer zwengelde de discussie over stereotypes vorige week nog eens aan omdat ze samen met een aantal jonge makers Mozarts Die Zauberflöte zal zuiveren van seksisme en racisme. Hollywood-ster Margot Robbie kon onlangs dan weer op internationale persaandacht rekenen omdat ze een serie maakt waarin ze Shakespeare herwerkt vanuit vrouwelijk oogpunt.

In eigen land ontstond in maart nog controverse nadat de KVS Het leven en de werken van Leopold II had geprogrammeerd, waarin onder meer een blackface – een witte acteur die zwart geschminkt is – werd opgevoerd. En Ne swarte, de Othello-bewerking van Jan Decorte, kreeg her en der kritiek omdat de voorstelling het racisme uit de oorspronkelijke Shakespeare-tekst veeleer versterkte dan counterde.

De discussie over de machtsverhoudingen in repertoiretheater is niet nieuw. Shakespeares The Taming of the Shrew (circa 1590) kreeg in het begin van de zeventiende eeuw zelfs al meteen een feministisch antwoord van John Fletcher, die in The Woman’s Prize, or the Tamer Tamed de genderrollen omdraaide en de man liet temmen door de vrouw. 

Zowel op de nationale als de internationale theaterscène bestaat er een lange traditie waarbij klassiek repertoire geactualiseerd wordt met oog voor de rol van de vrouw, mensen van kleur of een queer-perspectief.

Risjaar Drei

In onze contreien geeft het theatercollectief Maatschappij Discordia bijvoorbeeld een feministische interpretatie van klassiekers in hun reeks Weiblicher Akt

De Othello die de Nederlandse regisseuse Daria Bukvić onlangs in Nederland bracht, past ook in die traditie. De titelrol werd voor het eerst sinds lang door een zwarte acteur gespeeld. Het verschil met vroeger is vooral dat vandaag veel meer publieke discussie bestaat over de invalshoek van waaruit die klassiekers gebracht worden.

Jan Decorte kreeg kritiek omdat hij in zijn 'Othello'-bewerking 'Ne swarte' het racisme uit de oorspronkelijke tekst veeleer versterkte dan afzwakte. Beeld rv Danny Willems

Ondergetekende zwengelde vorig jaar zelf onvermoed het seksismedebat aan door in een recensie van Risjaar Drei, een Shakespeare-bewerking van Olympique Dramatique, de vrouwenrollen op de korrel te nemen. Regisseur Stijn Van Opstal vond en vindt de kritiek onterecht. “Risjaar Drei is nu eenmaal een karakterschets van één man. Dat betekent dat je een hoofdrol hebt en acht bijrollen die dienstbaar zijn aan dat ene personage. En dan waren de krachtigste scènes nog weggelegd voor de twee vrouwen in het ensemble.”

Maar zowel #MeToo als de recensie hebben Van Opstal aan het denken gezet. “Ik ben met de studenten van de opleiding PARTS Shakespeare beginnen te lezen op zoek naar sterke vrouwenrollen. Dat zou ik anders wellicht niet gedaan hebben. Dat gezegd zijnde, is seksisme mijn queeste of vertelling niet. Dat komt wellicht doordat ik de laatste jaren doorgaans hiërarchisch onder sterke vrouwen heb gewerkt. In mijn bevoorrechte werkomgeving is de genderongelijkheid niet zo wraakroepend aanwezig. Al ben ik uiteraard niet hardhorig en voel ik me zeker uitgedaagd om breder te kijken.”

Politiek correct

Ook aan de notoire tekstregisseur en artistiek leider van het Toneelhuis Guy Cassiers ging de discussie over Risjaar Drei niet voorbij. Hij had de kritiek beter begrepen als de makers alleen maar stukken zouden brengen met weinig interessante vrouwenrollen. “Maar dat is in het oeuvre van Olympique zeker niet het geval. Voor mij hoeft niet elke voorstelling even politiek correct te zijn.”

“In mijn eigen werk is het standpunt van de vrouw al jaren een thema. Samen met de auteur Tom Lanoye legden we daar een mooie weg in af. Denk maar aan Atropa, waarin de Trojaanse vrouwen een stem kregen, of Hamlet vs Hamlet, waarin actrice Abke Haring de titelrol speelde. Maar dat neemt niet weg dat ik het verkeerd zou vinden als makers zich gedwongen zouden voelen om in elke voorstelling rekening te houden met die thematiek.”

Cassiers vindt dat het vooral belangrijk is achter de schermen van organisaties een correct evenwicht tussen mannen en vrouwen na te streven. “Ik ben blij dat we daar in het Toneelhuis bewust werk van maken. De volgende stap is aansluiting vinden bij de nieuwe Antwerpse bevolking.”

Nieuwe verhalen

“Eerlijk? Ik begrijp niet waarom we dit soort gesprekken nog voeren”, pareert de Brusselse cultuurwerker Hari Prasad A. Sacré. “De hele westerse eurocentrische canon gaat niet over mensen die vanwege hun gender, etniciteit, beperking, seksualiteit, enzovoort niet tot de norm behoren. De mensen met macht hebben altijd bepaald hoe die klassiekers eruit zien, en dat perspectief wordt voortdurend gereproduceerd. Een heractualisering lijkt me bijgevolg logisch. Het is een privilege om te kunnen zeggen dat je niet met seksisme of kleur bezig bent in je werk. Nieuwe Belgen kunnen naast de witte instellingen ook hun eigen narratief ontwikkelen.”

Kunstenaars kunnen op zoek gaan naar de verhalen die onterecht niet in onze (kunst)geschiedenisboeken staan. “Denk maar aan de nieuwe film van Julie Dash over de meer dan 800 zwarte vrouwen die meevochten in de Tweede Wereldoorlog. Dat is een deel van onze collectieve geschiedenis, maar niemand heeft er weet van. Een ander voorbeeld is de choreografe Alessandra Seutin, die de genocide in Rwanda thematiseert in haar werk. Het is nog zo’n narratief dat het witte eurocentrische denken onzichtbaar heeft gemaakt in de Belgische geschiedenis.”

Stilstand

Ook de theatermaker Sarah Moeremans is vooral geïnteresseerd in andere stukken en nieuwe vormen. Volgens haar kan de hele westerse canon niet zomaar zonder actualisering opgevoerd worden. Zo creëerde ze een reeks op basis van het werk van de 19de-eeuwse schrijver Henrik Ibsen waarin de personages in opstand komen tegen hun eigen representatiegeschiedenis.

“Je hoort vaak dat zo’n klassieker nog steeds razend actueel is, maar dat herken ik eigenlijk niet", zegt ze. "De moraal van die stukken heeft decennia, zo niet eeuwen, stilgestaan. Ik zie de zin daarom niet meer van een oorspronkelijke Othello. Ik pleit er uiteraard niet voor om oud materiaal te vernietigen, maar we hoeven die verhalen niet levend te houden door ze telkens opnieuw te ensceneren. Het is best oké om ze een tijdje niet te spelen. Wie weet worden ze over 150 jaar dan wel weer eens opgevist.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234