Dinsdag 26/05/2020

review

Kuifje van Amerika: John Muir, de man die wel heel geestdriftig de wildernis ontgon

Denk aan John Muir als u straks weer eens, de parapluloze vuist ten hemel heffend, met bordeauxrood hoofd de weergoden en die dekselse Buienradar vervloekt.Beeld Photo12

John Muir was een belangrijke figuur voor de natuurbescherming in de Verenigde Staten en de drijvende kracht achter de oprichting van onder meer Yosemite Park in 1906. In de wildernis bundelt de mooiste teksten van de veelgelezen natuuronderzoeker.

Het was in opdracht van een radioprogramma dat Godfried Bomans in de zomer van 1971 bij wijze van experiment zeven dagen en nachten lang in zijn uppie op het onbevolkte Waddeneiland Rottumerplaat verbleef. Toen hij eindelijk terug naar de bewoonde wereld mocht, had de eenzaamheid hem in die mate geknakt en ontredderd dat algemeen wordt aangenomen dat een en ander aan de basis lag van zijn overlijden op achtenvijftigjarige leeftijd, een paar maanden later.

Een groter contrast met John Muir (1838-1914) is nauwelijks denkbaar, en mocht Bomans de bloemlezing In de wildernis. Tochten door Wisconsin, Nevada, Californië en Alaska van de Schots-Amerikaanse schrijver en natuurkundige hebben gelezen, wie weet had hij er levensbelangrijke lessen uit kunnen trekken.

Muir, immers, zou vermoedelijk nog geen gevoel van eenzaamheid hebben gekend als hij het laatste levende wezen op aard was geweest; hij ‘speelt’ tijdens zijn wandelingen naar hartenlust ‘met de dennen’, ‘converseert’ met ‘de ronde heuveltoppen’, en noemt rotsen zijn ‘dierbare vrienden’, die bij momenten lijken te ‘willen praten’. Werkelijk álles lijkt met Muir mee te leven: watervallen zingen lieflijke slaapliedjes, en de maan wordt uiteraard niet louter gezien, maar kijkt ook zélf neer op wat er zich op de wereld zoal afspeelt.

Zo kan zij bijvoorbeeld, of mogelijks, gadeslaan hoe de schrijver zich bij momenten moet bedwingen om het onder invloed van de reine berglucht niet ‘uit te schreeuwen van een buitensporig wilde, dierlijke vreugde’, of hoe hij, kennelijk zeer beneveld door de ronduit dronken stemmende vrijenatuurbeleving, op zeker ogenblik in zijn aantekeningenboekje noteert: ‘Tamarack Creek bestaat uit ijskoud, verrukkelijk, verkwikkend champagnewater’.

Vriend voor het leven

Ja, het enthousiasme van Muir zal de doorsneelezer weleens boven de pet stijgen, naar zich laat vermoeden, en grenst hier en daar zelfs zonder meer aan het maniakale, maar gelukkig weet Muir evengoed uiterst aanstekelijk te zijn in zijn loftuitingen op al het fenomenale dat de onontgonnen wildernis te bieden heeft. Het helpt natuurlijk dat hij soms bepaald geestig uit de hoek weet te komen en een sterkeverhalentoon godlof niet al te consequent schuwt. Over schapen schrijft de voormalige herder bijvoorbeeld: ‘Ik heb vissen gezien die met minder moeite het water uit werden gedreven dan de moeite die het kostte om deze dieren erin te drijven.’

Wat eveneens helpt is het besef dat iemand als John Muir nu eenmaal geen andere keus had dan uit ijzersterk hout te zijn gesneden, met alle daarmee gepaard gaande geest- en levensdriften van dien. Het voormelde Rottumerplaat van Bomans, gelegen nabij Groningen, was vanzelfsprekend érg klein bier in vergelijking met de werelden die Muir gezwind maar waarlijk niet zonder gevaar voor eigen leven verkende.

Het beste stuk in de bundel, het ontroerende ‘Stickeen’, over een tocht die hij ooit ondernam in Zuidoost-Alaska in het gezelschap van een hondje dat, al scheidden hun wegen dan algauw, een vriend voor het leven zou worden, geeft een goed idee, zowel van het karakter van de man als van de risico’s die hij voortdurend op zijn verkenningen liep.

Wanneer Muir en hond, zich bevindend op een gletsjer die uit een ‘doolhof van kloven en verschoven ijsblokken’ bestaat, op zeker ogenblik de terugtocht dienen aan te vangen zonder dat de terugweg nog toegankelijk is en er ook verder niet zo een-twee-drie ontsnappingsmogelijkheden uit hun situatie voorradig lijken te zijn, krijgen zij tot overmaat van ramp ook nog zwaar weer over zich heen. De ware overlever, evenwel, kent geen paniek. ‘We hadden de storm ongetwijfeld één nacht kunnen doorstaan,’ staat er doodgemoedereerd te lezen, ‘dansend op een vlakke plek om niet te bevriezen, en ik zag die dreigende mogelijkheid zonder enige wanhoop onder ogen’.

Denk aan deze laatste zin wanneer u straks weer eens, de parapluloze vuist ten hemel heffend, met bordeauxrood hoofd de weergoden en die dekselse Buienradar vervloekt.

Miljoenenpubliek

Muir ontdekte in 1871 de Black Mountain Glacier, die honderd jaar later alweer goeddeels verdwenen zou zijn; gaf zijn naam aan nog een andere gletsjer; dwong van Theodore Roosevelt de officiële erkenning van het Yosemite National Park af; richtte de Sierra Club op, die ook vandaag nog altijd krachtig ijvert voor natuurbehoud in de Verenigde Staten; en schreef twaalf boeken en meer dan driehonderd essays.

Hij schijnt als auteur, onder andere publicerend in het prestigieuze tijdschrift Century, een liefhebbend miljoenenpubliek te hebben gehad – ook een probaat middel, natuurlijk, tegen eenzaamheidsgevoelens – en was overigens op zijn beurt beminnelijk genoeg om zelfs het landschapstoerisme, ‘met al die belachelijke vertoningen, onnozelheid en fototoestellen, en al die natuuraanbidders die er mooier dan paradijsvogels bijlopen’, toe te juichen en ‘een hoopvol teken des tijds’ te noemen. Ik zei al dat zijn enthousiasme soms onnavolgbaar was. Maar mede dat maakt dit boek juist zo lezenswaardig.

John Muir, 'In de wildernis', Uitgeverij Van Oorschot, 144 p., 19,99 euro.Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234