Woensdag 02/12/2020

AchtergrondDe schreeuw

Krijsen is een kunst: hoe filmmakers al jarenlang zoeken naar de ultieme schreeuw

Actrice Lin Shaye tijdens een schreeuwsessie. Schreeuwers, zeggen sommigen, worden geboren, niet gemaakt. Tien seconden aan een stuk voluit gillen is misschien wel een aangeboren talent.Beeld NYT

Geen griezelfilm zonder ijzingwekkend gegil. Maar krijsen is niet iedereen gegeven. Het is een heuse kunst en een wereldje op zich. ‘Je kunt het niet regisseren.’

Ashley Peldon wordt betaald om te schreeuwen. Het lijkt misschien een vak waar veel mensen voor zouden tekenen, maar krijsen voor de kost is een zeldzame kunst.

De angstkreet is een van onze meest universele, elementaire beelden, van Edvard Munch tot Janet Leigh in Psycho. Maar om hem in filmgeluid te vertalen, heb je meer nodig dan een microfoon op de set. Topacteurs krijsen zelden en wat we in de bioscoop of op de televisie horen, is vaak het werk van stemacteurs in studio's, geholpen door geluidstechnici die het allemaal nog griezeliger maken. Het is een lichamelijk belastend en emotioneel uitputtend werk. En een bizarre baan.

“Meestal typ ik gewoon ‘doodskreet’”, zegt geluidsdesigner Trevor Gates over zijn database met geluidseffecten. Een van de schreeuwen in zijn archief wordt zo vaak gebruikt dat hij een naam heeft gekregen, de Wilhelm – de fans van het genre kunnen hem in de soundtracks herkennen. Gates, die aan Jordan Peeles Us en Get Out heeft meegewerkt en aan series als The Haunting of Bly Manor, zet de acteurs en actrices in zijn geluidscabine om precies die schrille of gesmoorde kreet te creëren die de regisseur in gedachten heeft.

“Geluid heeft een psychologie”, legt hij uit. “Een schreeuw moet de expressie zijn van wat je doet, hij moet van binnen komen, de realiteit van iemand die potentieel pijn lijdt. Hij maakt bang en hij is moeilijk na te bootsen.”

Eli Roth, de maker van de serie Hostel, vraagt zijn acteurs tijdens hun auditie of ze kunnen schreeuwen – “maar ik laat ze het nooit doen. De mensen vragen me ook vaak hoe je een schreeuw regisseert. Nou, dat kun je niet.”

Bezeten babygeitje

Peldon, ooit een kindsterretje en nu een stemactrice in Los Angeles, heeft een register van tranen tot giechels – ze schreeuwde tegen het varken in Bong Joon Ho's Okja en speelde ooit een bezeten babygeitje. Haar specialiteit is “woedend schreeuwen”, zegt ze (haar droomjob), op het gevaar af haar stembanden te beschadigen. Op een doordeweekse dag neemt ze in haar thuisstudio “een smörgåsbord van schreeuwen" op, naast het grommen, hijgen en zwaar ademen dat de kijkers bang maakt en in de stemming brengt.

“De beste schreeuwen zijn als deurtjes die je in de film naar binnen zuigen en je vasthouden”, zegt Graham Reznick, een geluidsdesigner die zijn sporen in de horror heeft verdiend.

Niemand weet zeker wanneer de eerste filmschreeuw werd opgenomen, maar lang heeft dat zeker niet geduurd. Schreeuwen is een van de “melodramatische gestes die van bij het prilste begin deel uitmaken van de filmtaal”, zegt Adam Lowenstein, een filmdocent die de werkgroep horrorstudies van de Universiteit van Pittsburgh leidt.

Howard Hughes gebruikte al in 1930 hoorbare kreten, wanneer in Hell’s Angels een vliegtuig neerstort. Een criticus beschreef het toch vrij onschuldige geschreeuw van de piloot als “buitensporig gruwelijk” en “te pijnlijk” om aan te horen.

Niet zo heel veel later, in 1933, kreeg de schreeuw zijn eerste iconische moment: Fay Wrays reactie op King Kong. Het opmerkelijke aan Wray, de oorspronkelijke koningin van de krijs, is dat haar eerste schreeuw duidelijk niet gemeend is: de scène is een screentest in de film en de regisseur vraagt haar om te gillen alsof ze een vreselijk beest ziet – een voorbode van wat later zal gebeuren. “Dat wordt heel bewust getoond als acteren, niet als een ervaring”, zegt Lowenstein.

Belachelijk

Opvallend: bijna alle geluidprofessionals zijn het erover eens dat kreten van vrouwen en kinderen het ijzingwekkendst zijn. Mannenschreeuwen kunnen dan weer belachelijk overkomen. Neem de Wilhelm, een onwaarschijnlijke en weinig overtuigende archiefschreeuw die volgens de overlevering zijn loopbaan begon als geluidseffect voor een man die door een alligator werd gebeten. Daarna dook hij keer op keer in westerns op. U hebt hem zonder het te weten kunnen horen in Star Wars, Indiana Jones en honderden andere films.

Al jaren plakken geluidsdesigners de Wilhelm voor de grap in hun projecten. (De naam komt van een personage in een western uit 1953).

Filmmaker en acteur Eli Roth hoorde over de Wilhelm toen hij met Quentin Tarantino Inglourious Basterds maakte. “Ik deed het geluidsdesign voor het filmpje-in-de-film Nation’s Pride, dat Quentin me liet draaien. Quentin kende de Wilhelm natuurlijk goed en wou hem koste wat het kost een gastrol geven – tijdens een val van 30 meter hoogte.” De schreeuw zelf is volgens Roth “niets bijzonders. Het is een inside joke voor professionals. Maar als je hem eenmaal hebt gehoord, herken je hem.”

Kippenvel

Er zijn ook films waarin de schreeuw zelf de horror is, zoals The Shout, een Britse prent uit 1978 over een mannenschreeuw die dodelijk is voor iedereen die hem hoort.

Maar de beroemdste film met een schreeuw-als-terreur, en de favoriet van de professionals, is Blow Out, de thriller van Brian De Palma uit 1981 over een geluidstechnicus (John Travolta) die de perfecte schreeuw zoekt en in een moordcomplot belandt. Nancy Allen speelt een escortemeisje dat door een huurmoordenaar wordt achtervolgd. Het is haar gegil (spoiler alert!) wanneer ze wordt aangevallen dat Travolta’s personage obsedeert.

De Palma weigerde de oorspronkelijke gillen. “Hij vond ze niet interessant, niet erg genoeg”, vertelt Allen, die indertijd met hem getrouwd was. “Ik zei, laat mij het doen, ik kan het heel erg maken. Ik forceerde mijn keel wel een beetje. Het is echt. Je moet je helemaal geven in zo'n scène.”

Jamie Lee Curtis in de originele ‘Halloween’ (1978).Beeld Alamy Stock Photo

Hoe weet je of een schreeuw echt goed is? De professionals meten dat niet alleen aan de hoeveelheid kippenvel - ook al krijgen ze dat nog altijd – maar discussiëren nuchter over moordtechnieken.

“Wanneer een moeder ziet hoe haar kind wordt aangereden, dan zal dat een totaal andere schreeuw zijn dan die van iemand die een mes in zijn borst krijgt”, zegt Reznick, de geluidsdesigner en filmer, zakelijk. Sommige momenten vragen om schijnbare authenticiteit, de zuiverste expressie van menselijk leed. Voor andere wordt het trompetten van een olifant in toon verlaagd en in de mond van een mens gelegd – of van een spook.

Dergelijke extreme geluiden worden om allerlei redenen zelden op de set zelf vastgelegd, waar een goede schreeuw funest kan zijn voor een dure microfoon – of de nog duurdere stem van een ster. In plaats daarvan staan professionals klaar om het krijsen op te nemen, waarna geluidstechnici en designers er creatief mee aan de slag gaan.

“Veel schreeuwen zijn een mix van vier of vijf verschillende mensen, gewoon om die goede zes seconden te krijgen die je op het scherm nodig hebt”, zegt Reznick. “Ik heb ooit zelf John Travolta's doodsreutel door mijn eigen stem vervangen.” (Hij zegt er snel bij: het is een mix.)

Om de visie van de regisseur te vertolken, begint Gates vaak met een opzoeking in een database met titels als “schrille doodskreet” of “emotioneel bloedbad”. Die geluiden zijn niet altijd menselijk. “Als het organisch moet klinken, begin ik met een organische bron”, zegt Gates. “Dat kan een krijsend varken zijn, of een boos paard. We doen dat vaak met bovennatuurlijke toestanden of met monsters.”

Schreeuwers, zeggen sommige kenners, worden geboren, niet gemaakt. Iedereen kan technieken leren om zijn stem niet kapot te maken, maar 10 tot 15 seconden aan een stuk voluit gillen, zoals Peldon, is misschien wel een aangeboren talent. “Eigenlijk zijn die mensen stematleten”, zegt Jennifer Long, een nko-arts aan de University of California, Los Angeles, die met stemacteurs werkt.

Peldon staat aan de top sinds haar sterrol in Child of Rage, een tv-film uit 1992. Haar auditie was een schreeuw. “Ik vond het best aangenaam maar alle anderen waren ontzet”, herinnert ze zich. Nu komt ze al kreunend en krijsend aan de kost en heeft ze de reputatie een van de luidste schreeuwers van het vak te zijn.

De schreeuwen van vroeger zijn niet zo angstwekkend – dat jonkvrouw-in-nood gegil slaat niet meer aan. In plaats daarvan krijst Peldon nu geëmancipeerd: “De gil wordt feministisch, dat merk je meer en meer bij onze superhelden.” Vergelijk het gegil van Jamie Lee Curtis in de eerste Halloween, in 1978, en in de recentste, in 2018: de krijs van toen is een strijdkreet geworden.

Fray Way in King Kong (1933).Beeld RV

Toch hebben geluidsdesigners en filmers nog altijd een zwak voor die analoge klank van de jaren 70-80 en cultiveren ze hem soms. De opnamen uit die tijd “doen het bloed in je oren suizen en je hersenen krimpen”, zegt Reznick. “Dat heel cleane gekrijs van tegenwoordig klinkt niet zo echt.”

Dat komt voor een groot stuk omdat Hollywood ons heeft geleerd hoe doodsangst hoort te klinken. “Een schreeuw is zulk een atypische reactie op wat we in het echte leven ervaren, dat hij meteen het drama in een film versterkt”, zegt Jason Blum, de producer van de horrorhit Blumhouse. De schreeuw is de oeruitdrukking van vreselijke schrik.

In het echte leven worden mensen zelden wakker naast een lijk of aangevallen door zombies of buitenaardse wezens. Hoe zouden we klinken als dat gebeurde? Volgens onderzoek zouden de meeste mensen geen geluid kunnen uitbrengen.

In de realiteit is de vreselijkste schreeuw dus stom.

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234