Maandag 14/10/2019

Interview Soe Nsuki

Komiek Soe Nsuki (31): ‘Ik zal altijd iemand zijn die met alles en niets tegelijk bezig is’

Soe Nsuki.

Stralend, slim, energiek en bruin natuurlijk: komiek Soe Nsuki is het allemaal. Ze doet veel, maar álles met overgave: breakdancen, dj’en, volle zalen trekken met haar nieuwe show Soetopia, schrijven voor Charlie Magazine én televisie maken. Dezer dagen is ze wild in de weer met peuters in Dat belooft voor later op VTM, in het najaar begint op Eén ook Happy Birthday to Soe, waarin ze haar Congolese familie opzoekt.

Je lijkt je echt rot te amuseren met de peuters in Dat belooft voor later.

“Die kindjes zijn zo graaf omdat ze geen remmingen hebben en alles doen wat in hen opkomt. Zo vrij.”

Jouw kracht als komiek was ook je energieke springerigheid. Maar in Soetopia breng je echt een verhaal.

“Ja. Ik heb geleerd meer te focussen. Toen ik met comedy begon, was ik nog met heel veel andere dingen bezig: dj’en, breakdancen, journalistiek studeren... Ik doe graag véél. Mijn lichaam en mijn geest moeten impulsen krijgen, anders heb ik het gevoel dat ik kleiner word.”

“Comedy was voor mij in het begin ook een ontdekkingstocht. Elke gedachte, elk mopje probeerde ik meteen uit op het podium, en omdat ik over elk ideetje zo dolenthousiast was, werden ook matige moppen wel grappig. Maar je kunt er natuurlijk niet altijd op vertrouwen dat je met je energie alles rechttrekt, je moet materiaal hebben dat je er ook op een slechte dag doortrekt.”

“Ik ben op mijn limieten gestuit. Ik was op. Elke ochtend begon ik te wenen. Ik ben nog altijd enthousiast, maar ik heb mijn energie beter leren kanaliseren. Brainstormen met andere komieken helpt daarbij. Ik plan nu try-outs om mezelf te dwingen nieuw materiaal te sprokkelen en ik verplicht mezelf ook om elke dag een halfuur te schrijven. Mezelf twee uur werk per dag opleggen heeft geen zin. Ik moet mezelf ook aanvaarden. Regelmaat aanleren is het belangrijkste, want ik ben heel chaotisch. Ik zal altijd iemand zijn die met alles en niets tegelijk bezig is.”

“Luister! (wijst op de speakers van het café) Flying Lotus! O nee, Thundercat – maakt niet uit, goede muziek hier. Ken je ‘Never Catch Me’ van Flying Lotus? Zo sta ik in het leven.”

Hoe bedoel je? Dat je niet te pakken bent?

“Ik weet wie ik ben, wat ik kan en wat niet; wie mijn vrienden zijn, en wie níét. Dat maakt mij eigenlijk onaantastbaar. Die gedachte geeft me veel rust. Het is zoals de hiphopfilosofie: rappers zingen altijd dat ze the greatest zijn. Het is natuurlijk geen wedstrijd. Zodra die rappers van het podium stappen, weten ze ook dat je gewoon weer keihard moet werken aan songs. Maar óp het podium moet je denken: ‘Ik ben de beste die er is.’ Nobody ever catches me, dat is een staat van zijn die je als mens zou moeten kennen.”

Heb jij die staat zomaar verworven?

“Neen. Vroeger was ik heel onzeker, voortdurend bezig met wat mensen over mij dachten. Breakdance heeft mij gered. Het klinkt dramatisch, maar zo is het. Ik ben een danser, mijn hele leven al, net als mijn moeder. Maar niets trok mij zo aan als breakdancen. De eerste keer dat ik iemand zag breaken, dacht ik alleen maar: ‘Dat wil ik ook kunnen.’ Breakdancen doe je in een kring, wat het enorm confronterend maakt. Tijdens het dansen kun je niets goedmaken met een mopje, je kunt je nergens uitlullen. Ik voel me veel naakter als ik dans dan wanneer ik kan praten.”

‘Vroeger was ik heel onzeker, voortdurend bezig met wat mensen over mij dachten. Breakdance heeft mij gered.’

Ik kan me moeilijk voorstellen dat jij verlegen bent.

“Ik ben opgegroeid in Kalmthout. Daar was ik het enige meisje met een bruine huid en kroeshaar. Ik zag er ook geen andere in magazines of op televisie. Overal waar ik kwam, waren mijn huidskleur en mijn haar een gespreksonderwerp: ‘Kun jij met dat haar wel een koptelefoon dragen?’ Ik herinner me nog een playbackshow bij de voetbalclub van Kalmthout. Ik was 13 en ze speelden ‘How You Remind Me’ van Nickelback. Ik stond keihard mee te zingen, tot plots iemand zei: ‘Huh, ken jij Nickelback? Ik dacht dat jullie alleen met hiphop bezig waren.’”

“De wereld bleef me er maar op wijzen dat ik anders was. Je wordt daar heel moe en zelfbewust van. ‘Het is toch juist leuk om anders te zijn’, zeggen mensen dan vaak. Maar het blijft niet leuk als je dat altijd en overal bent. Ik voelde me uitgesloten en uitsluiting is iets venijnigs, want het is een stil en subtiel proces. Als iemand je slaat, begrijpt iedereen dat je reageert. Maar als iemand me vraagt waar ik eigenlijk vandaan kom, en ik antwoord: ‘Godverdomme! Stop nu eens met die fucking vraag’, dan ben ík de agressieveling, want niemand beseft dat die vraag me die maand al door vijftig anderen is gesteld.”

Dus je zei niets.

“Neen. Dat durfde ik niet als puber. Als kind was ik heel extravert, maar als puber was ik alleen maar bezig met wat mensen van mij dachten. Ik durfde niets meer te zeggen. Omdat ik dacht dat ik abnormaal en lelijk was, dacht ik dat ik heel veel moeite moest doen om erbij te horen. Ik werd een enorme people pleaser, dat is niet goed. Dan stel je het belang van anderen altijd boven dat van jezelf en ben je slecht voor jezelf aan het zorgen. Iedere blik vulde ik ook meteen negatief in. Als iemand lachte, dacht ik meteen dat die mij aan het uitlachen was.”

“Ik maakte mezelf kleiner en kleiner om maar niet gezien te worden. Breakdance heeft mij uit die spiraal getrokken. Breaken gaat over jezelf op de voorgrond zetten, opscheppen zoals de rappers dat doen, en zo je zelfvertrouwen ontwikkelen. Weet je hoe hiphop is ontstaan? In de Bronx in de jaren 70, toen er vrijwel alleen maar zwarte en bruine mensen woonden. Scholen die geen geld hadden, mannen die gehavend terugkeerden van de Vietnamoorlog, ouders die dubbele shiften werkten, drugs, bendes... Uit al die miserie ontstond iets magisch, iets wat mensen eigenwaarde gaf en waar je geen geld voor nodig had: muziek en dans in zijn meest rauwe vorm. Geen geld voor instrumenten? Dan speel je met je platenspeler. Geen geld voor danslessen? Dan dans je op straat. Voor rappen heb je ook alleen maar je stem nodig. Ze maakten something out of nothing en voelden zich geweldenaars.”

En dat heeft voor jou dus ook gewerkt.

“Het was een heel interessant leerproces. Je stapt in een groep, ziet een beweging en vraagt aan de danser om jou die aan te leren. Telkens als je een beweging onder de knie krijgt, voelt het aan alsof de juf in de klas zegt: ‘Dat sommetje heb je goed opgelost!’ Dat proces voltrekt zich tijdens een training een tiental keer, waardoor je zelfvertrouwen een enorme boost krijgt. Vervolgens toon je alles wat je geleerd hebt aan de cypher, de kring. Het belangrijkste aspect van breakdancen is dat het niet iets is dat je alleen in een hoekje doet. Je doet het in een gemeenschap en krijgt onmiddellijke goedkeuring en respect van je peers – na elke move krijg je een vuistje. En dan ga je voor het oog van iedereen battelen, dansen ‘tegen’ iemand anders.”

Is zo’n strijd niet dodelijk voor iemand die onzeker is?

“Voor je zelfontwikkeling moet je daar doorheen. Je moet die zoete overwinning proeven, maar ook het bittere verlies. Als je alleen maar wint, groei je niet en word je lui. Breakdancen was op een gegeven moment mijn leven. Ik liet er alles voor vallen – familiefeesten, mijn vrienden... Ik moest en zou breaken en ik wilde per se de beste zijn.”

Dat ben je ook geworden. In 2011 werd je breakdancekampioene van de Benelux en mocht je naar het WK in Montpellier.

“Ja, dat waren geweldige tijden, maar op den duur merkte ik dat ik winnen minder belangrijk vond dan het samenzijn. Ik heb even geprobeerd om van breakdancen mijn vak te maken, maar dat is heel moeilijk. Red Bull heeft wel een breakdanceteam, The Red Bull All Stars, maar me kwalificeren voor de voorrondes van de Red Bull-breakdancecompetitie is nooit gelukt.”

In Soetopia heb je het ook over je anders zijn vanwege de armoede waarin je leefde. Je lacht ermee: ‘We zijn van Merksem naar Kalmthout verhuisd omdat arm zijn daar ‘ecologisch leven’ heet.’

“Toen bekeek ik dat natuurlijk wel anders. (lacht) Ik had altijd het gevoel dat het heel erg opviel dat wij geen geld hadden. Als je in een kleine klas 10 euro moet betalen voor een schoolreisje, en jouw moeder moet vragen of ze het in stukken mag betalen, vált dat ook op.”

“Mijn moeder heeft in haar eentje vijf kinderen opgevoed. Mijn ouders zijn al heel snel gescheiden. Ik heb een tweelingbroer en ook nog drie Congolese halfbroers. Mijn stiefvader woonde niet bij ons – gelukkig.”

'Als kind was ik altijd het enige meisje met een bruine huid en kroeshaar, en kreeg ik vragen als: 'Kun jij met dat haar wel een koptelefoon dragen?‘’

Je noemt hem in Soetopia een manipulatieve zot.

“Ja. Hij is mijn moeder en mij een keer uit de Aldi komen weghalen omdat hij dacht dat we er mannen aan het versieren waren. Ik was elf! Ik herinner me ook nog die keer dat hij op een woensdagmiddag binnenkwam. Het was winter, te koud om buiten te spelen. We zaten met vijf in de woonkamer en hij wilde slapen – niet boven in bed, maar op de zetel. En dus moesten wij stilzitten. We mochten niet naar onze slaapkamer en spelen mocht ook niet. Hij legde constant zijn wil op zonder dat wij begrepen waarom. Het verwarrende was dat hij ook heel lief kon zijn, en opeens kon zeggen: ‘Kom, we gaan naar de Efteling.’ Hij was een kwaadaardige man. Ik weet nu dat hij ook mishandeld is in zijn jeugd. Een mens is een opeenhoping van eigen acties en dingen die hem zijn aangedaan. Als je mensen genoeg opfokt, worden ze sociopaten, mensen die met niets rekening houden omdat ze gewoon niet weten hoe dat moet.”

“Het vreselijke aan een disfunctioneel gezinsleven is dat je als kind denkt dat wat er gebeurt, normaal is. Als ik nu die kindjes in het VTM-programma Dat belooft voor later zie, denk ik: dat zij op zo’n jonge leeftijd al zo veel persoonlijkheid hebben, is omdat ze zich in alle rust kunnen ontwikkelen. Die kindjes krijgen zo veel liefde, daar gaat het om, hè. Ik heb die ook gekregen hoor, van mijn broers en mijn fantastische mama. Ik hou van kinderen. Ik heb trouwens ook breakdancelessen gegeven aan kleintjes.”

Je hebt op een gegeven moment je eigen breakdanceschool gehad.

“Voor vrouwen, ja. Ik merkte dat het breakdancende vrouwen vaak niet ontbreekt aan kunde, maar aan zelfvertrouwen. Meisjes zijn in het breakdancen altijd in de minderheid en haken daarom vaak af. Daarom wilde ik een plek creëren waar meisjes zich kunnen ontwikkelen, zonder de druk om even goed te moeten zijn als de mannen. Die school was een succes.”

Je maakt in Soetopia weinig feministische grappen en zegt ook niets over #MeToo.

“Ik vind dat ik als komiek eerst moet groeien om het daar fatsoenlijk over te hebben. Ik ben op mijn elfde misbruikt door een familielid. Ook daarvan dacht ik dat het normaal was. Gelukkig ben ik er snel met mijn moeder over gaan praten en is het gestopt. Maar ik heb me er vreselijk voor geschaamd en schuldig over gevoeld. Ik zou in mijn show willen zeggen dat slachtoffers moeten beseffen dat het nóóit hun schuld is. Maar het is zo’n hard onderwerp. Ik moet daar nog de juiste taal voor vinden.”

Je bent ook journaliste. Op je achttiende ben je naar Londen getrokken om journalistiek te gaan studeren.

“Ja, ik wilde de wereld doorgronden. En ik wilde per se naar Londen. Ik ben daar een lening voor aangegaan die ik heb afbetaald door heel veel danslessen te geven.”

Waarom per se Londen?

“Ik ging daar als kind vaak naartoe omdat er familie van mij woont. Mijn Congolese familie woont verspreid over de hele wereld. Ik ga hen opzoeken voor het VRT-programma Happy Birthday to Soe, waarin ik onder andere uitzoek hoe anders het in verschillende landen is om Congolees te zijn.”

Is dat in Londen anders?

“Totaal! Zeker als tiener was dat zo. In Kalmthout was er niet één jongen in mij geïnteresseerd. Al mijn vriendinnen hadden een vriendje en sommigen hadden al seks, maar niemand wilde mij. Toen kwam ik in Londen en opeens hadden jongens aandacht voor mij omdat daar zo veel zwarte en bruine mensen rondlopen. Na het middelbaar dacht ik alleen maar: dáár moet ik zijn. Helaas ben ik er na twee maanden erg ziek geworden; klierkoorts. Daarna ben ik hier beginnen te breakdancen en pas op mijn 25ste ben ik hier weer journalistiek gaan studeren. Ik heb toen een beurs gekregen, maar werkte ook al als opwarmer voor Café Corsari.

Want intussen had je de komiek in jezelf ontdekt. Dat is gebeurd in een opwelling.

“Ja. Ik woonde om de hoek van het comedycafé The Joker, had net mijn studie vertaler-tolk opgegeven, en had een heel fout vriendje dat bij mij woonde, maar niets betaalde en het opeens voor bekeken hield. Het ging heel slecht met mij.” (lacht)

“Het was september, ik liep voorbij The Joker en dacht: ‘Hier ga ik naar binnen, want hier zie ik mensen altijd lachen.’ Ik hield meteen van de sfeer, en toen ik een open mic (een vrij podium, red.) bijwoonde, dacht ik: ‘Dat probeer ik ook.’ Als ik me niet goed voel, heb ik altijd een enorme drang om dingen uit te proberen. Ik moet dan ergens hard invliegen om uit dat dal te raken. Soms is dat de drank, maar toen was dat comedy. Ik voelde tijdens die eerste open mic meteen dat er íéts werkte, en dus ben ik met mijn laatste 150 euro een comedycursus gaan volgen. Fokke van der Meulen en Bas Birker van The Joker raadden me aan zo veel mogelijk op te treden. Ik heb me toen ingeschreven voor de Culture Comedy Award. Ik deed maar wat, maar na mijn optreden zeiden die organisatoren dat ze me er graag bij wilden hebben in de finale. Zo is de bal aan het rollen gegaan. Komieken hangen ook heel erg samen. Thomas Smith, Alex Agnew, Philippe Geubels, Xander De Rycke, Lukas Lelie, Sander VDV, Jens Dendoncker, Michael Van Peel... We moedigen elkaar allemaal aan. The Joker is echt een warm nest waar ik altijd met open armen word ontvangen. Ik heb er mijn vriend ontmoet, een geweldige gast die ook open mics doet, maar gewoon als hobby. Hij is enorm trots op hoever ik nu sta. Het gaat goed met mij.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234