Dinsdag 15/10/2019

Boekenrecensie

Koen Peeters brengt een gloedvolle serenade aan stug Oostende ★★★★☆

Beeld Henk Deleu

Koen Peeters (°1959) pulkt aan de ruwe bolster van Oostende en struint onvermoeibaar door de kuststad. Het meanderende Kamer in Oostende groeit uit tot een hoogst tedere ‘wandelroman’.

“Hij kon de straat opgaan en terugkomen met een verhaal. Hij kon ruiken wat er in de lucht hing”, zo liet Koen Peeters zich ooit ontvallen over zijn gestorven vriend en collega-schrijver Kamiel Vanhole. En hij typeerde zijn compagnon de route als “een eeuwige wandelaar”.

Woorden die tegenwoordig wonderwel op Peeters zélf van toepassing blijken. Meer dan ooit bedrijft de Leuvenaar in zijn nieuwste roman Kamer in Oostende een gewiekste vorm van flanerend schrijven. Op straat, dáár ligt de literatuur voor het grijpen. En zeker in de kuststad Oostende, waar ‘wij een encyclopedie met mensen konden vullen’.

Wij, dat zijn een ik-verteller (en alter ego van Peeters) en zijn vriend, de kunstenaar (Koen) Broucke. Op bijna hoofse wijze sluiten beide heren vriendschap. Onregelmatig spreken ze af in Oostende, ‘de charmante terminus’, en trekken er samen op ‘onderzoek’ uit. ‘Wij zijn onderzoekers, beweren we, om vervolgens onszelf uit te lachen.’ Ze zien zichzelf als ‘genereuze, lustvolle wandelaars’.

Oostende, dat van een vissersdorp en een militaire garnizoensstad uitgroeide tot een mondain petit Bruxelles, prikkelt in alle opzichten hun verbeelding. ‘Deze stad lijkt te beloven dat mensen hier kunnen ontsnappen op een grootse manier. Het is de ideale plaats als een of andere tristesse zich aandient, voor wie opnieuw wil beginnen, met rugdekking van de zee.’ Peeters notuleert hun talloze ontmoetingen en observaties in ‘protocollen’, Broucke schildert vervolgens (in het boek opgenomen) marines.

Het is de stad van James Ensor en Léon Spilliaert, natuurlijk. Maar ook van Herr Seele, Charlotte Mutsaers, Eric de Kuyper, Hedwig Speliers, de vergeten hôtelier-schrijver Gaston Duribreux, de architect Gaston Eysselinck en een tijdlang ook van Hugo Claus en Joseph Roth. Een stad waar veel kunstenaars en schrijvers aanspoelden of hun teen in het water staken, op zoek naar milde verlossing. In (ietwat georchesteerde) ontmoetingen passeren ze allemaal de revue – tot Roth-vertaalster Els Snick toe, die hen op sleeptouw neemt.

Bedrieglijk lichtvoetig

Peeters stopt het niet onder stoelen of banken: Kamer in Oostende – zijn veertiende roman – is opgezet als een ode aan (mannen)vriendschap én serveert een gloedvolle serenade aan het weerbarstige Oostende. ‘Wij bladerden door de stad, alsof zij zichzelf in stapeltjes had klaargelegd voor ons.’ Grijpt Peeters met deze bedrieglijk lichtvoetige roman terug naar zijn monkelende ironie van milde snit uit bijvoorbeeld Acacialaan (2001)? De laatste jaren brak hij met zijn twee ‘Afrika-romans’ Duizend heuvels (2012) en het met de ECI Literatuurprijs bekroonde De mensengenezer (2017) uit naar de wijde wereld en leek ernst de overhand te nemen. Toch toont Peeters zich ook hier een verhalenverzamelaar in optima forma, een sporenzoeker die zelfs verfschilfers van deurposten sprokkelt. Regelmatig steekt ook weemoed de kop op. Gelukkig valt er in Oostende vrijer te ademen.

Peeters prettige stijl voert je achteloos mee langs de dijken, stranden, hotels, cafés, burgerwoningen of verdwenen plekken van Oostende. Bovendien wemelt dit boek van de ragfijne observaties: ‘In een vitrine staan sanseveria’s die overleven zonder de liefde van de klant’. Laat je vooral niet beduvelen door de soms springerige, meanderende vertelwijze. Het compositorisch vernuft waarmee dit boek in elkaar werd gevezen, is verbluffend. Het is ‘een ernstig spel’, de queeste van deze ‘twee aardige jongens’. Aan het eind onthult Peeters hoe 34 bezochte hotelkamers – à la façon de Georges Perec en volgens een door Duribreux getekend hotelplan van Hôtel du Parc – deze vertelling subtiel structureren.

Ongenaakbaar

Een plot lijkt Kamer in Oostende amper vandoen te hebben. Of het moet zijn dat de ik-verteller in Oost­ende kampt met een steeds opdringeriger ennui over zijn Brusselse beroepsloopbaan en Broucke, worstelend met liefdesverdriet over de ongenaakbare Norine, ten slotte de blonde Oostendse Sigsje in de armen valt. En ja, af en toe mag zelfs de wijze Noordzee een mondje meespreken.

Kamer in Oostende is een schrandere, charmante roman waarin het gepermitteerd is om te verdwalen. Listig tart Peeters opnieuw de grenzen tussen fictie en non-fictie af, om al lopend de ‘Onvoltooide Oostendse tijd’ te bezweren. Hij noemt het ‘valsspelen met zachte, terugdraaiende horloges’. Het valt op hoe hij persoonlijker gaat schrijven en meer plaats inruimt voor ontroering, ja, zelfs voor enige schwärmerige lyriek. Snel roept Peeters zichzelf weer tot de orde. En wat met dat opdringerige verlangen om opnieuw te beginnen? ‘Ik, ik wil eerder alles overdoen, ook al is het allemaal hetzelfde.’

Koen Peeters, Kamer in Oostende, De Bezige Bij, 271 p., 23,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234