Zaterdag 20/04/2019

kids en kunst

Kleuters aan de kunst: waarom musea steeds meer buggytours en babyweekends organiseren

Nele Vandeviane met Hazel (22 maanden) in een Roeselaarse galerie: "Kunst prikkelt de fantasie en de verwondering. Waarom wachten tot de kinderen ouder zijn?" Beeld Alexander D'Hiet

Musea richten hun pijlen op een nieuw publiek: baby’s en peuters. En ouders gaan daar graag in mee. Waarom zou een 1-jarige geen kunst kunnen appreciëren? "Mijn kinderen begonnen spontaan te kwijlen bij de blauwe periode van Picasso." Een teken?

Ze zag recent het werk van Hans Op de Beeck in Watou, pikte wat street art mee op Crystal Ship in Oostende. Maar de laatste kunstexpo die écht indruk maakte op Hazel Wulleman was toch Gerhard Richter, in het S.M.A.K.. Het complexe lijnenspel, die felle kleuren: ze kon haar ogen er niet van afhouden. Toch voor de volle tien minuten. Daarna werd ze het beu, stormde ze de ruimte uit en zette het op een huilen.

Een nogal extreme, zelfs kinderachtige reactie, zou je kunnen opperen. Maar Hazel is dan ook nog maar een jaar en tien maanden oud. Toch heeft ze in die tijd al vaker de binnenkant van een museum gezien dan de gemiddelde Vlaming in een decennium. Als Nele Vandeviane naar een tentoonstelling trekt, gaan Hazel en broer Helder (5) standaard mee. “Kunst prikkelt de fantasie en verwondering. Waarom wachten tot ze ouder zijn?”

Die vraag beginnen steeds meer musea zich ook te stellen. Het Brusselse kunstencentrum Wiels houdt in mei wederom twee babyweekends, met artistieke installaties voor 0- tot 2-jarigen. MuZee in Oostende geeft onder de naam 'Voelspriet' kunstworkshops aan baby’s en peuters. En in de voorbije krokusvakantie organiseerden onder meer het Museum M in Leuven, het Museum Dr. Guislain in Gent en het Antwerpse MAS, KMSK en Fotomuseum een ‘belevingsparcours’ voor de allerjongsten tussen de Bruegels, Van der Weydens en Ai Weiweis. Sommigen plannen een structureel babyaanbod.

Gat in de markt

Opvallend is dat. Al was het maar omdat musea doorgaans toch eerder met stilte, rust en innerlijke reflectie worden geassocieerd, zaken waar de doorsnee peuter niet bepaald in uitblinkt. “Het is tijd voor een evolutie”, zegt Hildegarde Van Genechten van Faro, het Vlaams Steunpunt voor cultureel erfoed (Faro). Van Genechten was een van de drijvende krachten achter de krokusbabytours. “Als publieke instelling moet je een open en inclusieve plek zijn waar iedereen zich thuisvoelt.”

De babyrondleidingen komen overgewaaid uit Zweden, Duitsland, Groot-Brittannië en de VS. Gerenommeerde huizen als het Guggenheim en Whitney Museum in New York zijn volgens The Wall Street Journal pioniers in zogenaamde ‘buggytours’ langs Rothko’s en Manets. Van Genechten: “Baby’s worden nog te vaak gezien als ‘iemand in wording’, terwijl ze een volwaardig publiek zijn, met een eigen identiteit.”

Maar wel een identiteit die de nodige praktische problemen met zich meebrengt. 0- tot 2-jarigen staan erom bekend dat ze op de meest ongepaste momenten in luid gehuil en gekrijs uitbarsten, alles met hun plakkerige handen willen betasten en even driftig als onhandig rondrennen, bij voorkeur recht tegen obstakels aan. Redelijk gevaarlijk in een omgeving vol peperdure beeldhouwwerken, installaties en andere meesterwerken. Nele ziet dan ook af en toe suppoosten van ‘stil!’ gebaren tot zelfs rood-paars uitslaan als ze Hazel in een tentoonstellingsruimte uit de buggy haalt: ‘Hou ze bij u, hé mevrouw’.

Maar dat mag musea niet tegenhouden, vindt Van Genechten. Interne coachings moeten het personeel met het piepjonge publiek leren omgaan. Baby- en peutertours worden vaak op speciale rustige momenten ingepland en duren – rekening houdend met de gemiddelde aandachtsspanne – soms niet langer dan 30 minuten. (Borst)voedingsruimtes en luiertafels worden voorzien. Al was het maar omdat het om “een gat in de markt gaat”, dixit de publieksmedewerker van het MAS. 

De vraag vanuit jonge gezinnen is massaal. De babyweekends in het Wiels zijn goed voor makkelijk 1.500 mensen per tweedaagse. De helft van die bezoekers heeft nog nooit eerder een stap in het Brusselse kunstencentrum gezet. Werden baby’s voorheen eerder oogluikend gedoogd, dan zijn ze nu een extra potentieel publiek waarmee musea hun bezoekersaantallen kunnen opkrikken.

Brabbelen over kunst

Blijft de vraag: waarom zou je met een baby of peuter überhaupt naar een museum gaan? Alsof zo’n kind, dat nog niet eens weet hoe hij zijn eigen veters moet strikken, Bruegels Winterlandschap of de Guernica van Picasso naar waarde kan schatten?

“Het is niet omdat wij op een bepaalde manier naar een kunstwerk kijken dat dat de norm moet zijn”, betogen museumgidsen. De Nederlandse Brigitte Timmermans broedt zelfs op workshops voor volwassenen ‘Leer zo ongerept als een baby naar kunst kijken’. Momenteel houdt de stichtster van kunstfanaatjes.nl het bij het organiseren van museumbelevingen voor (kleine) kinderen. 

Zo vindt ze de werken van Piet Mondriaan uitermate geschikt voor babytours. Niet omdat velen opperen dat ‘zelfs een kind die vierkantjes kan schilderen’, wel omwille van de primaire kleuren, de vormen en afmetingen. “Maar eigenlijk leent elke kunst zich. Ik maan ouders tijdens zo’n tour aan om hun baby zijn of haar eigen ritme en voorkeur te laten aangeven.”

Voorkeur? Kan een kind aangeven of hij dan wel Monet boven Manet verkiest? “Je ondervindt snel of een kind het kunstwerk lelijk of mooi vindt: het lacht, wijst, begint fel te trappelen of draait gewoon zijn hoofd weg.” 

Zo’n tour bevordert volgens Timmermans ook het ouder-kindcontact. “Je kunt met je baby of peuter geweldige gesprekken over kunst voeren. Akkoord, misschien niet over de historiek van een werk, maar wel voorwerpen of kleuren benoemen. Ouders staan vaak versteld van wat een kind allemaal oppikt.”

Sommige museumminnende ouders beweren dat hun baby verbazingwekkend rustig wordt van zo’n expobezoek, anderen menen te merken dat kindlief juist opvallend veel gaat brabbelen bij het zien van een Ensor of Arne Quinze. 

Eén moeder vertelt dat de regelmatige museumuitstapjes naar het Wiels de taalvaardigheid en woordenschat van haar 4-jarige zoon en 2-jarige dochter ten goede komen. “Rood is niet langer gewoon rood. Daarnaast (her)kennen ze nu ook koraal en vermiljoen.” De oudste vraagt al hoe bepaalde kunstwerken tot stand zijn gekomen, kent de term pellicule al. Het triggert de nieuwsgierigheid, meent ze. “Soms boezemt een installatie hen schrik in, soms brengt het hen tot rust. Het verruimt hun universum, toont andere dingen dan ze thuis in kinderboeken zien.”

Nele, mama van Hazel en Helder: “Ze kijken anders naar de dingen om hen heen als je hen vaak met kunst in contact brengt. Ze leren kijken naar details, verwondering hebben en zien het mooie in – voor ons soms – gewone dingen.”

Liever een ijsje

 Pedro Elias, gezicht van het Vier-programma Control Pedro en vader van Mateo (13), Rover (3) en Bonnie (2), liet zijn kroost al kennismaken met het werk van Picasso. En toen zoon Matteo 3 jaar was, had die zelfs een lidkaart van Tate Modern in Londen. “Vooral omdat ik de installatie The Pack van Joseph Beuys daar zelf zo geweldig vond”, vertelt Elias. “Maar ergens is het ook wel een concrete poging om hen te confronteren met iets moois. Slecht kan dat toch niet zijn? Nu, bij Bonnie en Rover lokte de blauwe periode van Picasso vooral veel gekwijl uit. Een teken? Ik betwijfel het eerlijk gezegd. De enige keer dat ze echt iets ‘super’ vinden, is als ik een ijsje uit de diepvries haal.”

Museumgidsen leuren met studies die aantonen dat kunstzinnige prikkels net zo belangrijk zijn voor baby’s en peuters als eten en slaap. Al van jongs af aan Mondriaan en co bestuderen, zou de hersenontwikkeling ten goede komen. Neuropsychologen stellen inderdaad dat de hersengebieden die een rol spelen bij opwinding, actief worden als je naar kunst kijkt. Dat de fantasie wordt geprikkeld.

Maar ze nuanceren ook meteen. “Baby’s kunnen vanaf vier maanden vormen en kleuren onderscheiden, maar om dat te stimuleren hoef je niet per se naar een museum”, zei een Nederlandse neuropsycholoog desgevraagd in het programma Editie NL. “Je kunt het kind bijvoorbeeld ook met speelgoed laten spelen.” Vrij en oneerbiedig vertaald: Kandinsky of Fisherprice: het komt op hetzelfde neer.

Toch zijn er artiesten die zich uitsluitend richten op het allerjongste publiek. Zo ging een collega laatst met haar dochter naar non-verbaal babytheater. Waarbij een spel appels plukken werd uitgebeeld, herinnert ze zich. Heel gezellig, tot de dochter na tien minuten onrustig werd en voor heel de zaal luid ‘iPad! iPad!’ begon te roepen. 

Ook de babyweekends in Wiels zijn meer dan enkel kunst kijken. 0- tot 2-jarigen kunnen losgehen met, in en op kunstinstallaties die speciaal voor hen zijn gemaakt. Zoals de ‘install’actie’ van kunstenares Nathalie Strickaert: honderden propjes van wit papier in de vorm van een labyrint waar de peuters in kunnen kruipen en zich verbergen. Of de kinetische geluidsinstallatie met textiel van Klankennest.

Bij Wiels spreken ze van simpele doch poëtische kunstwerken die kleine kinderen “uitdagen om hun rol in het leven te onderzoeken en zelfvertrouwen te kweken. Die uitnodigen om te voelen, rusten, kijken en spelen.” Mensen die geen kunstkenners zijn zouden kunnen opperen dat de dekens van het bed thuis of een hoop wc-rollen hetzelfde effect hebben. Maar volgens de publieksmedewerker van het Wiels is er wel degelijk een verschil. Gigantische ovaalvormige tapijten die kunnen transformeren in nesten, grotten, matrassen of dekentjes hebben nog net dat tikkeltje meer dan het twee bij twee speeldekentje van Ikea. Extra pluspunt: je baby kan er met andere kinderen spelen en jij bent een kwartier op je gemak.

Plopsaland

Er zijn veel geldige redenen om met je baby naar een museum te trekken. Omdat je zelf ook wel wat hersenstimulatie kunt gebruiken, bijvoorbeeld. Het kleurrijke speelgoed thuis in je woonkamer mag dan evengoed fantasie opwekken, als ouder riskeer je na een tijd een zenuwinzinking als je kind voor de zoveelste keer hetzelfde tenenkrullende muziekje speelt op zijn Fisherprice-grammofoon. 

Om de woorden van Pedro Elias te gebruiken: “Musea zijn een leuk alternatief voor Plopsaland.” Ook Lies Vangeel geeft toe dat er “een scheut egoïsme” schuilt achter haar expobezoeken met dochter Andrée. De peuter zag in zeventien maanden tijd al werken van Ai Weiwei, Michaël Borremans en Rosemarie Auberson, een exhibitie van designkoppel Muller en Van Severen en kent de Tim Van Laere- galerij als haar broekzak. Mede omdat Vangeel museumuitstapjes gewoon een stuk leuker vindt dan een helse trip naar de overdrukke binnenspeeltuin. 

(lees verder onder de foto)

Lies Vangeel en Andrée (1). De kleine zag al werk van Ai Weiwei en Borremans. 'Andrée lijkt het op haar manier best entertainend te vinden.' Beeld Thomas Sweertvaegher

“En Andrée lijkt het op haar manier ook best entertainend te vinden. Ze heeft in zo’n ruim museum veel plaats om rond te kruipen en er is veel te zien, van de schilderijen tot de museumvloer. Win-win.” 

Stiekem hoopt ze ook dat er toch enige waarheid schuilt in het belegen gezegde ‘jong geleerd is oud gedaan’. Niet dat haar dochter een kunstkenner of de volgende Jan Hoet moet worden. Maar aangezien ze in de toekomst toch nog wel wat museumbezoeken plant, zou het wel leuk en handig zijn als er een gedeelde interesse ontstaat. “Of op zijn minst een gewoonte.”

‘Niet wéér naar Bozar!’

Een hoop die Klara-stem Chantal Pattyn meteen de kop indrukt. Pattyns zoon (nu 10) was twee weken oud toen hij voor het eerst de drempel van een museum overschreed, een maand toen hij zijn eerste Jazz Middelheim-concert meepikte. “De gewoonte is er wel. Maar hij zeurt nog altijd soms: ‘Mama, moeten we nu echt weer naar Bozar?' Gelukkig zijn er de museumshops. Daar kocht ik me al suf aan nanoblocks, piramiden, scarabeeën en puzzels.”

Of baby’s echt iets aan kunst hebben, kan en wil Pattyn niet zeggen. “Je hebt moeders die heel hun zwangerschap naar Bach luisteren in de hoop een rustig kind te krijgen. Ik niet: ik had toen meer een jazzfase. Maar mijn zoon verkiest toch Bruno Mars.” 

Toch vindt ze het belangrijk om hem regelmatig met klassieke muziek te confronteren, met tentoonstellingen of hedendaagse dansvoorstellingen. Want, zegt ze, als je kinderen laat kiezen, zouden ze gewoon voor de zestienduizendste keer dezelfde YouTube-video bekijken. “Ze houden van herhaling. Kunst daarentegen wekt hun verbeelding op. En verbeelding hebben ze nodig in hun latere leeftijd, of ze nu kunstenaar of informaticus worden.”

Ze merkt aan haar zoon dat hij er toch iets van oppikt, ook al is dat niet altijd dat wat de kunstenaar misschien voor ogen had. “Dan zegt hij dat er duidelijk iets mis is met het zeehuisje dat Picasso heeft geschilderd, want de deur is veel te klein. De mensen kunnen niet  naar binnen. Of hij merkt op, na het zien van een werk met een auto die schuin tegen een boom staat, dat de term kunstwerk eigenlijk niet klopt. ‘Want zo’n kunstwerk werkt gewoon nooit’.”

Heerlijk relativerend, met kinderen naar kunst kijken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.