Vrijdag 15/11/2019

Expo

Kleur is emotie

Piet Mondriaan, 'Bos bij Oele', 1908. In Mondriaans landschappen schreeuwen de kleuren. Beeld Hugo Maertens

Tussen 1880 en 1914 verandert er veel in de schilderkunst. Het Gemeentemuseum Den Haag focust, in samenwerking met het Antwerpse KMSKA, op de radicale kleurexperimenten: kleuren zinderen en gaan een eigen leven leiden bij Piet Mondriaan en Rik Wouters.

Elektrisch licht, auto's, vliegtuigen en bioscopen veranderen rond 1900 het uitzicht van steden. Het nachtleven bruist, mensen raken gefascineerd door een fenomeen als snelheid en er heerst een mateloos optimisme in die eerste jaren van de 20ste eeuw. De Eerste Wereldoorlog is nog heel ver weg.

Ook in de schilderkunst vinden tussen 1880 en 1914 radicale vernieuwingen plaats. "Je ziet dat het ongebreidelde optimisme zich in de kunst doorzet als een explosie van kleuren", zegt tentoonstellingscurator Doede Hardeman. "Stilaan ontstaat beeldende kunst als een echt autonome vorm."

Kortom: de weg van realistische figuratie naar pure abstractie wordt op dat moment ingeslagen. Een eerste stap is het wilde, afwijkende en bevrijdende kleurgebruik in de schilderkunst.

Rik Wouters, 'Lezende vrouw', 1913. Beeld Hugo Maertens

Bomen worden rood

De titel van de tentoonstelling in Den Haag Kleur ontketend wijst daar ook op. Kleur is niet langer gebonden aan een voorwerp, maar kan emotie uitbeelden en gaat een eigen leven leiden: gras kan blauw zijn, bomen worden rood, een heuvel is roze en een menselijk gezicht paars.

De toenmalige schilders in België en Nederland haalden hun inspiratie bij de Franse modernisten. Die godfathers van de kleur worden in Den Haag ook getoond: van een impressionistische marine van Monet in alle mogelijke grijstinten tot de kleur- en vormexperimenten van Cézanne, de stippeltechniek van Seurat en Signac, en de nerveuze toetsen en jubelende kleuren van Vincent van Gogh, die de laatste jaren van zijn leven - tussen 1886 en 1890 - in Frankrijk werkte. In de eerste zaal van het Gemeentemuseum hangt ook een klein, magistraal landschap van Matisse uit 1905, een bruikleen van het Museum of Modern Art MoMA in New York. Daarin gaat de Franse schilder helemaal loos: het is alsof Matisse vuurpijlen van kleur heeft afgeschoten.

Een groot deel van die voorlopers werd al vanaf 1885 in Brussel getoond op de salons van Les XX. "Hét forum van de avant-garde", zegt cocurator Herwig Todts, conservator van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. "Het ging er in België op dat moment progressiever aan toe dan in Nederland." Voor Nederland speelt schilder Jan Toorop verbindingsman: hij ziet de pointillisten ('stippelaars') in Brussel en legt in Nederland uit wat er internationaal aan de hand is.

Boeiend is het om te zien hoe Belgische en Nederlandse kunstenaars - soms verschillend - op die radicale vernieuwingen reageren. Daarom ook is de inbreng van het KMSKA, met 25 werken, belangrijk en zinvol.

De Nederlander Toorop en de Belgen Van Rysselberghe, Finch en Lemmens maken pointillistische schilderijen, onder invloed van de Fransen Seurat en Signac. Maar terwijl de Belg Henri Evenepoel Parijs nog uitbeeldt als buitenstaander, wil de Nederlander Jan Sluyters zoveel mogelijk de ervaringen van het Parijse nachtleven fysiek uitbeelden. Zijn Bal Tabarin (1907) is een werveling van lichamen, een explosie van licht, kleur en vormen. Wat later zal de Belg Jules Schmalzigaug zijn fascinatie voor licht en beweging in een danszaal omzetten in een nagenoeg abstract schilderij.

Windmolens van Mondriaan

Van Piet Mondriaan, de schilder die iedereen kent van zijn abstracte lijnenschilderijen in rood-geel-blauw, krijgen we in Den Haag vroeg, figuratief werk te zien. In zijn landschappen en windmolens schreeuwen de kleuren en zindert het licht op bijna fluorescerende wijze.

De Belgische schilder Rik Wouters - aan wie een hele zaal gewijd is - gaat dan weer geraffineerder en bedachtzamer te werk. In zijn Strijkster(1912) lijkt het licht de kleuren te verzachten en alle vormen op te lossen. Wouters is in Nederland grotendeels vergeten, hoewel hij enkele jaren in Amsterdam heeft gewerkt en er overleden is. "Misschien komt het omdat hij geen radicaal innoverende kunstenaar was", zegt Todts. "Hij verfijnt wel het bestaande. Het is Cézanne, maar ook veel meer dan Cézanne."

De Eerste Wereldoorlog zal uiteindelijk bruusk een einde maken aan de ongeremde kleurexperimenten van schilders als Leo Gestel, Jan Sluyters en Johan Thorn Prikker - stuk voor stuk revelaties op de tentoonstelling, net zoals grotendeels onbekend werk van Jean Brusselmans, Constant Permeke en Willem Paerels.

Kleur ontketend vanaf morgen tot 4 januari in Gemeentemuseum, Den Haag. www.gemeentemuseum.nl

Beeld © Hugo Maertens / RV
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234