Vrijdag 03/02/2023

InterviewLouise Kennedy

‘Kinderen in Noord-Ierland waren kleine oorlogverslaggevertjes’

Louise Kennedy: 'Dezelfde mensen die op maandag aan je tapkast stonden, zetten op  dinsdag een masker op en hielden je tegen aan een wegversperring.' Beeld NYT
Louise Kennedy: 'Dezelfde mensen die op maandag aan je tapkast stonden, zetten op dinsdag een masker op en hielden je tegen aan een wegversperring.'Beeld NYT

Op 6 december 1922 werd de Ierse Vrijstaat boven de doopvont gehouden. Een maand later scheurde het noorden zich af en keerde het terug naar Londen. ‘Het verenigd Ierland komt er, het is een kwestie van tijd’, zegt de Ierse schrijfster Louise Kennedy, die een roman schreef over The Troubles. Deze week won ze er de prijs voor beste Ierse roman van het jaar mee.

Marnix Verplancke

In 1971 was de grootmoeder van Louise Kennedy in Holywood, County Down, een voorstadje van Belfast, op weg naar de bank toen in de pub waar ze voorbijliep een bom ontplofte. Ze raakte zwaargewond door de schervenregen, lag een hele tijd in het ziekenhuis, en maanden later kwamen er bij het wassen van haar haar nog steeds stukjes glas los uit haar hoofdhuid. In 1973 werd een bom geplaatst in de pub die de grootmoeder zelf uitbaatte. De ontmijningsdienst kon ze bijtijds onschadelijk maken, maar dat gold niet voor het exemplaar dat er zes maanden later werd achtergelaten en dat de zaak tot een ruïne herleidde. “Vanaf 1975 is mijn familie beginnen te vertrekken uit Noord-Ierland”, vertelt Louise Kennedy. “Eerst gingen mijn oma en mijn twee ooms met hun gezin. Vier jaar later volgden wij. Ik was toen 12.”

De Kennedy’s waren niet de enigen die op de vlucht sloegen voor wat gemeenzaam The Troubles wordt genoemd, de sektarische strijd tussen katholiek-nationalistische en protestants-unionistische paramilitaire organisaties die tussen het einde van de jaren 1960 en 1998, toen het Goedevrijdagakkoord werd gesloten, meer dan 3.500 levens eiste, waaronder die van meer dan 250 kinderen. Er vielen naar schatting ook 50.000 gewonden, er werden meer dan 16.000 bomaanslagen gepleegd en 2.250 huizen werden in brand gestoken, 80 procent ervan bewoond door katholieke gezinnen.

Louise Kennedy, die in Sligo woont, aan de westkust van de Ierse republiek, keert in haar roman Verboden terrein terug naar het Holywood van haar kindertijd. Hoofdrolspeelster is de vierentwintigjarige Cushla, die de Ierse taal doceert in een katholieke lagere school en in haar vrije tijd wat meehelpt achter de bar van de pub van haar broer Aemonn. Het is daar dat ze de protestantse Michael ontmoet, een getrouwde advocaat die twee keer zo oud is als zij. ‘Zou je mijn vrienden en mij ook eens kunnen introduceren in de Ierse taal?’, vraagt hij haar, en van het een komt het ander, al ligt zo’n gemengde relatie niet voor de hand.

En dan is er nog Davy, een achtjarige leerling van Cushla, die op school gepest wordt en in een protestantse wijk woont. Als zijn moeder de was buitenhangt wordt er stront naartoe gegooid, en dat is nog maar het begin van de haatcampagne die uiteindelijk uitmondt in een aanslag die de twee verhaallijnen van de roman samenbrengt.

“Om The Troubles te begrijpen moet je de geschiedenis van Ierland bekijken vanuit een koloniaal perspectief”, antwoordt Kennedy op mijn vraag hoe de situatie in Noord-Ierland zo’n halve eeuw geleden zo bloedig kon ontsporen. “Het land heeft een paar keer met invallen moeten afrekenen. Eerst waren er de Vikings die er met de vuile voeten doorgingen, maar uiteindelijk kalmeerden, zich settelden, Dublin stichtten en een paar nieuwe woorden in het Iers introduceerden die nog steeds gebruikt worden. Daarna kwamen de Normandiërs, die zich zo makkelijk aanpasten dat – zoals we op school leerden – ze binnen de kortste keren Ierser waren dan de Ieren zelf.

BIO

• werd geboren en groeide op nabij Belfast, Noord-Ierland • maakte The Troubles in Noord-Ierland als kind van dichtbij mee • werkte dertig jaar als kok voor ze begon te schrijven • heeft Trespasses (vertaald als Verboden terrein) een roman uit over die periode • schreef eerder meermaals bekroonde korte verhalen (zie de bundel The End of the World is a Cul-de-Sac)

“Iets anders gebeurde er toen in de zestiende en zeventiende eeuw massaal veel Engelse en Schotse protestanten naar Ierland werden verscheept door de Engelse machthebbers en er een echte kolonie werd opgezet, vooral in Ulster. De kolonisten namen het land van de Ieren af, en de soldaten die hen vergezelden gingen daarna over tot het uitroeien van hun cultuur, en vaak ook van de Ieren zelf.

“Vanaf de industriële revolutie groeiden de tegenstellingen in de Ierse maatschappij, zeker in het noorden van het land. Rond 1910 was er sprake van een eigen Ierse regering, die onder de Britse kroon zou vallen. Geen onafhankelijkheid dus, maar Ierland zou ook niet langer vanuit Londen bestuurd worden. Vooral in het noorden van Ierland was de tegenstand daartegen groot. Ten tijde van de Ierse onafhankelijkheidsoorlog, die op 6 december 1922 tot de Ierse republiek leidde waar Noord-Ierland zich een maand later weer van afscheurde om terug te keren naar het Verenigd Koninkrijk, was de religieuze strijd in dat noorden bijzonder wreed. The Troubles noemde men die strijd. Toen er in 1969 opnieuw rellen uitbraken, vergeleken een aantal journalisten die meteen met die Troubles, en zo kregen de rellen hun naam.

“Dat The Troubles zo gewelddadig waren, komt dus misschien doordat er al lang een traditie van gewelddadig verzet bestond in Ierland en de aanwezigheid van de protestanten ervaren werd als een bezetting. Dat de vredig verlopende burgerrechtenmarsen dikwijls op geweld onthaald werden, zoals op Bloody Sunday, toen de Britse troepen veertien mensen doodschoten, hielp natuurlijk ook niet. En dan was er die vreselijke oog-om-oogmentaliteit waarbij een doodgeschoten katholiek meteen tot een tegenreactie van het IRA leidde, waarna de protestantse milities zich genoodzaakt zagen om terug te slaan, zodat er een moordketting ontstond.”

Men móést partij kiezen?

“Ja, en de redenen daarvoor waren tot op grote hoogte sociaal. Je was katholiek of protestant, en dat ging niet over welke kerk je bezocht, maar wel over naar welke school je je kinderen stuurde, waar je woonde en of je werk had, want de werkloosheid was veel groter onder katholieken. The Troubles maakten de meeste slachtoffers in buurten met een grote religieuze meerderheid die de paar gezinnen die tot de andere godsdienst behoorden weg wilde. Je kreeg zo gettovorming aan beide zijden. Waar wij woonden was het lichtjes anders. Het was gemengd, niet fiftyfifty, maar 90 procent protestanten en 10 procent katholieken, waar wij dus toe behoorden. Daar was het kalmer.

“Bovendien hadden we een pub, wat betekende dat we zogezegd nooit ergens van wisten. Er kwamen allerhande mensen bij ons over de vloer die te veel dronken en hun mond voorbijpraatten, maar wij hoorden zogezegd niets. Natuurlijk hadden we onze eigen ideeën en opinies, maar die waren voor na het sluitingsuur. Dezelfde mensen die op maandag aan je tapkast stonden, zetten op dinsdag een masker op en hielden je tegen aan een wegversperring. En op woensdag tapte je een pint voor hen alsof je hen niet herkend had.

“Door in een gemengde buurt te wonen, maakten we The Troubles aan den lijve mee. In buurten waar alleen katholieken woonden, was het anders. Zelfs tijdens het hoogtepunt van The Troubles kon je daar jarenlang een gewoon leven leiden en nooit een protestant tegenkomen.”

En was het Britse leger dat de taak kreeg op te treden tegen de paramilitaire organisaties neutraal?

“In het begin wel. Men vergeet nogal makkelijk waarom het leger naar Noord-Ierland werd gestuurd: omdat de protestanten niets liever deden dan in West-Belfast katholieke huizen in de fik steken. Je had daar twee belangrijke straten, de katholieke Falls Road en de protestantse Shankill Road, die ongeveer parallel liepen. Die twee werden verbonden door kleine straatjes, en daar liep het allemaal een beetje door elkaar. Tot de vlam in de pan sloeg en de katholieken weggebrand werden van de kant van Shankill Road. Om dat te verhinderen werden midden in die straten ‘vredesmuren’ gebouwd om de twee gemeenschappen uit elkaar te houden en werden dus ook troepen gestuurd. Aanvankelijk werden die met open armen ontvangen. Er zijn foto’s waarop je ziet hoe katholieke vrouwen de soldaten trakteren op kopjes thee.

Het Britse leger tijdens straatrellen in Belfast, juli 1970.  Beeld Getty Images
Het Britse leger tijdens straatrellen in Belfast, juli 1970.Beeld Getty Images

“Maar veel meer dan een paar maanden heeft dat niet geduurd. Tegen 1971 was de sfeer helemaal gekeerd. Er kwam toen een nieuwe wetgeving die het leger de macht gaf om mensen op te pakken en hen zonder officiële aanklacht op te sluiten, en het waren vooral katholieken die daardoor in de cel belandden. Ik betwijfel of toen nog iemand dacht dat ze neutraal waren. Maar ik ben er zeker van dat als je het aan een soldaat gevraagd had, hij gezworen zou hebben dat het zo was. En dat was de miserie met die hele Troubles: iedereen dacht altijd dat hij gelijk had en niemand besefte wat er gebeurde.

“In de dertig jaar van The Troubles zijn er veel Britse regeringen gekomen en gegaan, maar ik denk niet dat er ook maar één echt snapte wat in Noord-Ierland aan de hand was. En dat is nog altijd zo. Het is me dan ook een mysterie waarom het Verenigd Koninkrijk dat noorden dat het zo immens veel geld kost, zo graag wil behouden.”

In uw roman voert u Slattery op, een pastoor die haat predikt tegen de protestanten. Hoe gewoon of uitzonderlijk was zo iemand toen?

“Vrij gewoon. Je kunt je niet inbeelden hoe vaak ik al de reactie gekregen heb dat mensen die man herkennen. Iedereen kende wel zo’n priester, om maar te zwijgen over de nonnen natuurlijk, die vaak nog erger waren. En dergelijke mensen waren niet alleen aan de katholieke kant te vinden. Dominee Ian Paisley, die de Democratic Unionist Party (DUP) leidde van 1971 tot 2008, las de adressen van katholieke gezinnen voor op de kansel, zodat zijn gelovigen de huizen in brand steken. Maar er waren gelukkig ook anderen, zoals Edward Daly, de bisschop van Derry, die op Bloody Sunday een witte zakdoek de lucht in stak om het schieten te laten ophouden.”

Wat doet het met mensen om zo lang in een oorlogszone te leven?

“Het boek speelt zich af in 1975, ik was toen 8 jaar. Het was het jaar dat we ons voorbereidden op onze eerste communie en er regelmatig een bomalarm afging. Iedere schooldag begon met een gebed en daarna het overlopen van het nieuws. We waren kleine oorlogverslaggevertjes.

“Ik kan me voorstellen dat kinderen in andere landen ook over het nieuws praatten en dan ging dat over het WK voetbal of zoiets. Bij ons stond het lokale nieuws iedere dag stijf van het bloed. Ik kan me voorstellen dat we een bizarre woordenschat hadden voor kinderen van onze leeftijd.”

En psychisch?

“We waren heel alert en letten op onze omgeving. Tegelijkertijd probeerden onze ouders ons te beschermen tegen het geweld en waarschuwden ze ons voor loslippigheid. Zeg nooit wat je echt denkt, dat was wat iedereen van thuis uit mee kreeg. Gezond was dat allemaal niet, maar er gebeurden verschrikkelijker dingen, zoals de aanslag waarbij mijn oma zwaargewond raakte.”

Door de brexit stijgt de spanning in Noord-Ierland opnieuw. Er ligt nu een grens in de Ierse Zee, wat de protestanten hevig tegen de borst stuit. Af en toe zijn er weer rellen in Belfast. Komen The Troubles terug?

“Iedereen vraagt zich af in hoeverre die rellen echt zijn of aangestookt worden door misdaadbendes. Ik ken niemand die The Troubles terugwil. Maar wat als er een referendum komt over toetreding van Noord-Ierland tot de republiek? In het Goedevrijdagakkoord staat dat wanneer een meerderheid van de Noord-Ieren een referendum wil, dat er ook zal komen. Als je bedenkt dat de meerderheid van de inwoners van het land niet langer protestants is, maar wel katholiek, besef je dat de kans dat zo’n referendum zou uitlopen op een verenigd Ierland groot is. Hoe zullen de protestanten dan reageren? Dat is de grote vraag.

'Het ­lokale nieuws stond iedere dag stijf van het bloed.’ Beeld NYT
'Het ­lokale nieuws stond iedere dag stijf van het bloed.’Beeld NYT

“De laatste jaren lukt het niet meer om een Noord-Ierse regering te vormen. Voor het eerst in de geschiedenis is het katholieke Sinn Féin de grootste partij, wat betekent dat de leider van die partij, Michelle O’Neill, eerste minister zou moeten worden. De protestantse DUP, de gedoodverfde coalitiepartner, wil echter geen regering vormen en geeft daarvoor het Britse protocol met de EU de schuld. Veel mensen denken echter dat ze gewoon geen Sinn Féin-premier willen. En dat ze door geen regering te vormen ook geen rekening moeten houden met de gewijzigde demografie en de kans op een referendum.”

Vorig jaar werd Bobby Storey begraven, Sinn Féin-politicus en in zijn jeugd IRA-lid. Heel wat protestantse politici vonden het niet kunnen dat belangrijke katholieke politici op die begrafenis aanwezig waren. Wanneer je hen hoorde, leken we opnieuw in de jaren 70 te leven. Is het niet gezonder om het verleden achter je te laten?

“Misschien, maar dan vergeet je dat het verleden nog steeds niet voorbij is in het noorden. Er zijn maar weinig mensen veroordeeld voor de moorden die tijdens The Troubles plaatsvonden. Er is geen gerechtigheid geschied en daar zijn veel mensen die toen iemand verloren nog steeds kwaad om. Boris Johnson besliste dat er geen processen meer gevoerd zouden worden voor wat er toen gebeurd is. Dat vinden velen enorm teleurstellend. Voor de een was Bobby Storey een gerespecteerd man, voor de ander was hij lid van een paramilitaire organisatie. Zoals zoveel in Noord-Ierland hangt wat je van Storey vindt af van je religie en politieke voorkeur.”

Nog altijd?

“Natuurlijk. Zuid-Afrika heeft na de apartheid zijn Waarheids- en Verzoeningscommissie gehad, Noord-Ierland niet. Mensen kregen de kans niet om te bekennen wat ze gedaan hadden en hoe ze zich hadden gevoeld. Daders en slachtoffers bleven recht tegenover elkaar staan. In Noord-Ierland is heel veel nooit afgesloten.”

Hoe ziet u de toekomst dan?

“Ik hoop vooral dat de relatieve vrede die we nu al een paar decennia kennen niet verloren gaat. Zoals de demografie nu evolueert, is een verenigd Ierland niet af te wenden. De vraag is niet of het er komt, maar wel wanneer. We moeten er klaar voor zijn. En dan bedoel ik niet alleen het noorden, maar ook de republiek. Er zijn veel zuidelijke Ieren die niet uitkijken een eengemaakt Ierland. We hebben het goed zoals het is, vinden zij, en wat komt er op ons af als we die gekke noorderlingen er ook nog bij krijgen? Moeten we hun miserie er dan ook bij nemen? Ik begrijp dat, maar toch hoop ik op een vredige transitie naar een nieuw en eengemaakt Ierland.”

Louise Kennedy, 'Verboden terrein', Pluim, 352 p., 24,99 euro. Vertaling Sandra Boersma en Leen Van den Broucke. Beeld RV
Louise Kennedy, 'Verboden terrein', Pluim, 352 p., 24,99 euro. Vertaling Sandra Boersma en Leen Van den Broucke.Beeld RV

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234