Zaterdag 07/12/2019

Portret

Kind van een hippiesekte, ongekroonde koning van zijn generatie: Joaquin Phoenix is terug

Joaquin Phoenix en Ekaterina Samsonov in 'You Were Never Really Here'. Beeld rv

Hij is de ongekroonde koning van zijn generatie, met drie Oscar-nominaties en nul overwinningen. Kind van een hippiesekte, maar ook de gek die iedereen deed geloven dat hij rapper werd. Ontmoeting met Joaquin Phoenix (43), die sinds deze week schittert in You Were Never Really Here.

Een dakterras in Cannes, mei dit jaar. Terwijl op straat flatulente Lamborghini’s van zich laten horen, parelt het zweet op ons voorhoofd. Omdat de zon vandaag ongenadig hard brandt, ja, maar ook door de zenuwen. Over enkele minuten zullen we namelijk recht in de groene ogen van Joaquin Phoenix kijken: een absolute topacteur, die weliswaar bekendstaat als een enfant terrible.

Die reputatie heeft hij grotendeels te danken aan een inmiddels legendarische passage bij de Amerikaanse talkshowhost David Letterman, in februari 2009. Phoenix heeft op dat moment net aangekondigd dat hij stopt met acteren, en een nieuwe carrière als rapper wil beginnen. Hij verschijnt bij Letterman met een lange baard, ongewassen haar en een ­donkere zonnebril die hij het hele gesprek lang niet zal afzetten. Al is er van een gesprek sowieso weinig sprake: nukkig malend op zijn kauwgom beantwoordt de beroemde acteur Lettermans vragen met twee of drie woorden, een verveelde zucht of doodse stilte.

Anderhalf jaar later blijkt dat Phoenix’ meltdown opgezet spel was. Het beruchte interview maakte deel uit van een Andy Kaufman-achtig experiment genaamd I’m Still Here: een mockumentary van Phoenix’ vriend en toenmalige schoonbroer Casey Affleck (die getrouwd was met Joaquins zus Summer). Een grap dus. Misschien zal ons interview vandaag dan toch wel meevallen?

We spreken Phoenix naar aanleiding van Lynne Ramsay’s You Were Never Really Here, een brutale maar stijlvolle thriller die in Cannes uiteindelijk aan de haal zal gaan met twee prijzen: die voor het beste scenario, en die voor de beste acteur. Phoenix dus. Het is zijn eerste film in twee jaar, en in tegenstelling tot het gelijkaardig klinkende I’m Still Here absoluut geen grap.

Phoenix speelt de baardige eenzaat Joe. Een kolossale, zwaar getraumatiseerde ex-militair die tegenwoordig aan de kost komt als huurling: hij spoort de vermiste zoons en dochters van rijke New Yorkers op, en brengt ze – meestal gewapend met een hamer – terug naar huis.

Shit in je haar

De voorbereiding op deze film was bepaald geen pretje: “Ik heb veel research gedaan over ontvoerde kinderen”, begint Phoenix te vertellen. “Vaak gaat het over pedofilie en gedwongen prostitutie. Ik heb echt horrible shit gelezen, en foto’s gezien die ik liever zou vergeten. Maar dat is niet gemakkelijk, het blijft sowieso nog een tijdje aan je kleven na de opnames.”

Oef, hij praat dus. Een beetje moeizaam, dat wel. Vaak zoekt hij zijn woorden, valt hij halverwege een zin stil en begint hij opnieuw. Met een articulatie waarvoor hij op de toneelschool meteen geschorst zou worden. Maar hij praat.

Dat hij niet zo tuk is op het mediacircus, is bekend. Rode lopers ervaart hij als een calvarietocht. Hier in Cannes moet hij zich dus als een vis op het droge voelen. “Dat valt tegenwoordig al iets beter mee”, glimlacht hij voorzichtig. “Maar ik heb er in het verleden inderdaad enorm mee geworsteld. Plots beginnen ze je ongevraagd te schminken en allerlei shit in je haar te smeren: belachelijk!”

Feit is dat Phoenix nog altijd weinig met de pers spreekt. De rol van geïnterviewde is dan ook zowat de enige die hij niet overtuigend kan spelen: hij voelt er zich zichtbaar ongemakkelijk bij. Om het ijs te breken vraagt hij me, zomaar uit het niets, wat mijn achternaam is. Waarna hij even in gedachten verzinkt, als een astroloog die mijn sterrenbeeld analyseert.

Door zijn mediaschuwheid blijft Phoenix altijd in een waas van mysterie gehuld. Al gingen bepaalde episodes uit zijn leven wel de wereld rond. Zoals de tragische dood van zijn oudere broer River Phoenix, in de herfst van 1993. Joaquin en zijn zus Rain waren erbij toen River na een avondje uit in elkaar zakte op de stoep voor de Viper Room, de nachtclub van Johnny Depp in West Hollywood. Pas 23 was River, een rijzende ster, en te gulzig met drugs. De 19-jarige Joaquin belde zelf de hulpdiensten. Een journalist kreeg een opname van dat telefoongesprek in handen, en plots kon heel Amerika meeluisteren naar de blinde paniek van een jongen die zijn grote broer op straat zag sterven. Als Phoenix de pers wantrouwt, dan heeft hij daar zijn redenen voor.

Het woord van God

Ook over zijn jeugd is al veel inkt gevloeid. Joaquin Phoenix werd geboren in een christelijke sekte, de Children of God. Die kwam later in opspraak vanwege kindermisbruik en andere wansmakelijke praktijken, maar in 1974, toen Phoenix werd geboren, was het nog vooral een vrolijke bende hippies die naast peace & love ook het woord van God predikten. Joaquins ouders heetten John Bottom Amram en Arlyn Dunitz Jochebed, maar omdat ze voor hun werk als missionarissen regelmatig verhuisden – binnen de VS, maar ook naar Centraal- en Zuid-Amerika – veranderden ze hun achternaam in Phoenix. Naar de mythische vogel die telkens opnieuw uit zijn as herrijst.

Met vijf kinderen was het gezin Phoenix een warm nest. Liberty, Summer, Joaquin, Rain en River. Vrolijker kun je het niet bedenken. Op zijn vierde besloot Joaquin, het middelste kind, dat hij ook een ‘aardsere’ naam wilde. En toen hij op een dag met zijn vader bladeren stond te harken, herdoopte hij zichzelf tot Leaf. Wie er zijn filmografie op nakijkt, ziet dat hij tot in 1989, toen hij 15 was, consequent met die naam op de aftiteling verscheen.

En ja, hij had op die leeftijd al een behoorlijk cv opgebouwd, want acteren doet hij sinds zijn 8ste. Of vroeger zelfs: in de familie Phoenix was creativiteit altijd het hoogste goed. Er werd gedanst en toneel gespeeld. En als je met zeven bent, is er altijd een publiek. Op YouTube vind je nog altijd een schattig filmpje van de Phoenix-kinderen in actie.

Joaquin leerde zijn vak spelenderwijs, en zo zou het eigenlijk altijd blijven: hij volgde nooit een opleiding, vertrouwde volledig op instinct en rauw talent. Een methode heeft hij niet. Al probeerde hij er ooit wel een te ontwikkelen. “Op een bepaald moment wilde ik mijn acteerprestaties volledig controleren”, zei hij enkele jaren geleden in een interview. “Maar dat heb ik nu weer losgelaten. Ik sta helemaal open voor het proces, ik heb geen ego meer als het over mijn werk gaat.”

Joaquin Phoenix als keizer Commodus in 'Gladiator', zijn doorbraakfilm die hem een Oscarnominatie opleverde. Beeld Orestes Laurent

Hij vertelt ons hoe hij het tegenwoordig aanpakt. “Repeteren doe ik niet. Maar dat wil niet zeggen dat ik me niet voorbereid.” Integendeel: in de weken voor de opnames duikt Phoenix volledig in zijn personage. “In die fase kan ik aan niets anders denken. Dan loop ik langs het water, en betrap ik mezelf erop dat ik luidop zinnen uit het scenario aan het zeggen ben. Mijn rol zit dan constant in mijn achterhoofd.”

In het geval van You Were Never Really Here was dat twee volledige maanden lang, zal regisseuse Lynne Ramsay ons later vertellen: “Joaquin is al die tijd in New York komen wonen, waar we de film gingen opnemen. Hij heeft zich fysiek helemaal opgepompt, en wilde elk detail over het personage met me bespreken.”

Toch een beetje een controlefreak dus? Niet helemaal, want wanneer de opnames uiteindelijk beginnen, laat Phoenix alles los. “Als je goed voorbereid bent, kun je op de set gewoon in je personage glijden”, zegt hij. “Zo kan ik tussen twee takes vrolijk zitten lullen met de regisseur, en enkele minuten later een loodzware scène spelen. Dat gaat vanzelf.”

Als Phoenix al een gouden regel heeft, dan is het deze: bekijk altijd alles vanuit het personage. Al de rest is onzin. Te beginnen bij het fysieke aspect: de huurling die hij in You Were Never Really Here speelt, moest bijvoorbeeld een kolos van een vent worden. Maar zeker geen atleet. “Het cliché in films met wat actie is dat het hoofdpersonage een strakke spierbundel is”, vertelt hij. “Dat haat ik. Want zo’n lichaam bereik je alleen maar door zes uur per dag te gaan fitnessen en onder professionele begeleiding te diëten. Denk je dat gewone mensen als Joe daar tijd voor hebben? Dat was dus totaal ongeloofwaardig geweest.”

Baf, klaar

Ook de brutale hamergevechten in de film moesten organischer, vond Phoenix. “Er waren gevechtscoördinatoren voorzien die een hele choreografie bedacht hadden voor mij. Maar ik heb hen naar huis gestuurd. Het was veel te ingewikkeld: deze arm omhoog, stapje naar voor, dan een uppercut... Komaan, het is geen kungfufilm, hè. Joe moest gewoon binnenwandelen en zijn tegenstanders de kop inslaan met een hamer. Baf, klaar.”

Volgens regisseur Spike Jonze, die Phoenix regisseerde in zijn romantische scifi Her, is de acteur de minst pretentieuze persoon ter wereld. Maar wel een veeleisende collega om mee op de set te staan, geeft Phoenix zelf toe. “Ik heb constant de volledige aandacht van de regisseur nodig. Niet dat ik de hele tijd met hem of haar wil praten, maar wanneer het nodig is, wil ik wel graag de mogelijkheid hebben.” De opnames van You Were Never Really Here vond hij dan ook heel aangenaam: “Ik stond meestal alleen op de set, dus ik moest Lynne met ­niemand anders delen”, grapt hij.

“Weet je wat mijn beste acteerervaring ooit was? Her.” In die film wordt Phoenix namelijk verliefd op een computerstem – hij loopt dus voortdurend in het niets te praten, zonder fysieke tegenspeelster. Hij grinnikt. “Kom op, je weet toch dat ik een grapje maak, hè, 90 procent van de tijd ben ik niet ernstig.”

Dat valt nochtans niet af te leiden aan de rollen die Phoenix kiest: doorgaans valt er weinig te lachen met zijn personages. Vaak zijn het getormenteerde, zwaarmoedige mannen. Vaten vol tegenstrijdige emoties, die door onverwachte scheurtjes naar buiten sijpelen. In hun ogen zie je demonen waarvan je alleen maar kunt hopen dat Phoenix ze niet diep in zichzelf is gaan opvissen. Niet zelden zijn zijn personages zelfs suïcidaal – wij tellen op zijn minst drie gevallen: Two Lovers, Irrational Man en You Were Never Really Here.

Ongekroonde koning

Joaquin Phoenix is de meest intense acteur van zijn generatie. Drie keer al leverde hem dat een Oscarnominatie op. Maar geen enkele keer mocht hij met een beeldje naar huis. Een ongekroonde koning.

Het was nochtans een keizerrol die zijn carrière definitief lanceerde: vijf jaar na zijn opgemerkte rol in Gus Van Sants To Die For, nam zijn bekendheid in 2000 een hoge vlucht met Gladiator. Phoenix speelde de jaloerse Commodus, die zijn eigen vader vermoordt om over het Romeinse rijk te kunnen heersen, en geilt op zijn zus. Na die rol, waarmee hij zijn eerste Oscarnominatie scoorde, flirtte Phoenix even met het echte sterrendom. Hij werkte twee keer samen met publiekslieveling M. Night Shyamalan, in Signs en The Village, maar helaas net op het moment dat die de weg kwijtraakte. In 2005 volgde een tweede Oscarnominatie, voor zijn rol als Johnny Cash in Walk the Line. Maar Phoenix begon steeds meer naast de lijn te lopen, zwom steeds verder weg van de mainstream.

Scène uit 'I'm Still Here', de mockumentary die Phoenix bijna zijn carrière kostte. Beeld rv

In 2008 besloot hij helemaal om zijn positie als leading man aan diggelen te slaan met I’m Still Here, die beruchte mockumentary. De imagoschade was enorm, kostte hem zelfs bijna zijn carrière. Twee jaar lang kreeg hij nauwelijks nieuwe rollen aangeboden. Maar het werd uiteindelijk ook een wedergeboorte – daar is die feniks weer –, een herbronning.

Sinds 2008 werkt Phoenix minder, maar kiest hij nog bewuster. En vaker voor dezelfde regisseurs: James Gray (Two Lovers, The Immigrant) en Paul Thomas Anderson (The Master, Inherent Vice). “Ik wil alleen nog samenwerken met mensen die zichzelf én mij echt pushen”, vertelt hij ons daarover. “Alleen op die manier kan ik – heel soms – dat ene, onbeschrijflijke gevoel bereiken waar ik altijd naar op jacht ben. Soms lukt het maar één take per film, soms gebeurt het nooit. Maar heel af en toe valt alles gewoon op zijn plaats, en komt een zin er plots fucking perfect uit. Ongelooflijk opwindend. Dat voel je in je hele lichaam. Het is alle dagen waard waarop je van alles probeert, en er niks gebeurt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234