Woensdag 24/04/2019

Ronde van Spanje

"Kijken zou een verplicht vak op school moeten worden"

"Veel mensen dronken champagne na de dood van Franco. Mijn vader niet. Dat doe je niet als iemand sterft." Beeld Diego Franssens

Acht bekende Belgen delen hun (buiten)verblijf in Spanje e¿n hun verhalen met Rik Van Puymbroeck. Vandaag: kunstenaar Philip Aguirre y Otegui.

'Bizar' is een Baskisch woord en bizar is ook de taal. Zelfs voor Philip Aguirre y Otegui (55), de Antwerpse kunstenaar met wortels in Baskenland. De reis brengt ons in Bilbao, waar Philips vader als jongen van 11 in 1936 in een bootje stapte op weg naar België.

In Bilbao kun je stierenkloten eten, vroeg werk van Picasso zien, broeken kopen voor 24 euro en txakoli drinken bij je pintxos. Gele vlaggen heten vluchtelingen welkom, vanuit de stad kun je te voet naar een match van Athletic Club en in een bakje zweef je via de Puente Colgante heerlijk over de Nervión.

Wat een ontdekking, en Philip Aguirre y Otegui (die 'y Otegui' komt van zijn oma, na deze regel schrijven we Aguirre) zegt na een dag met meer dan 35.000 passen op zijn stappenteller: "Kijken zou een verplicht vak op school moeten worden. Iedereen gaat voorbij aan schoonheid. Mensen zitten op de bus en niemand is zich bewust van wat hij ziet. Terwijl je zo veel kunt leren door naar de wereld te kijken. Helaas leren we alleen met woorden omgaan. Terwijl een pasgeboren kind toch eerst kijkt en pas dan de taal ontdekt."

'I Did It My Way' - het is écht zo: tegen een muurtje van het Guggenheim Museum klinkt het uit de klarinet van iemand die muntjes sprokkelt. Het is je liever dan 'Biscaya' van James Last, dat zich in je hoofd duwt als we een dag later langs de zee rijden en provinciebordje 'Bizkzaia' zien.

Maar dus He Did It His Way, en je zou dat ook van Bilbao kunnen zeggen. Door Guggenheim veranderde in oktober 1997 het leven in deze stad. "Vroeger kwam Bilbao alleen in het nieuws door de ETA", zegt Aguirre. "En in de jaren 80 was door de economische crisis alles in elkaar gezakt. Bilbao is toen gaan solliciteren om Guggenheim hier te krijgen en ik ben als student nog meegegaan naar het Europees Parlement om steun te vragen. De stad had een nieuw symbool nodig. En het werkte. Ik heb hier oorlog en armoede gezien. Er is veel, ook Europees geld, geïnvesteerd maar Bilbao heeft een geweldige deal gedaan met Guggenheim. De stad en het toerisme zijn ontwikkeld en er zijn uitwisselingsprogramma's met studenten van hier en New York. Dit is de kracht van cultuur. Hier zie je dat investeren in kunst loont."

Deze ochtend, in Zaventem, hadden we de Matrasdrager van Philip Aguirre zelf kunnen zien. Dat deden we niet, al even geleden verhuisde z'n beeld naar een depot in de luchthaven. "Dat heeft altijd te maken met de CEO van Brussels Airport. De vorige was erg geïnteresseerd in kunst en had een comité. De huidige gelooft daar niet in en weg is de kunst. Waar hangt het vliegtuig van Panamarenko nu? Dat is jammer. De luchthaven is het meest bezochte museum van België."

Philip Aguirre (°1961, Schoten, lees je) is een neef van Phara de Aguirre, hun vaders zijn broers, alleen vergat ergens een ambtenaar een 'de' tussen zijn vaders voor- en familienaam te schrijven. Hij vertelt het pas veel later, als de warmte van het Baskenland voorgoed alle ijs heeft gebroken en de formele handdruk van de kennismaking plaatsmaakt voor de kus van het afscheid, maar dit verhaal past toch nu.

"Juan Martin, mijn vader, groeide onbezorgd op in Las Arenas, dat is aan de overkant van de Nervión. Mijn grootvader werkte bij de Banco de Vizcaya. Maar in '36 brak de oorlog uit en op een avond haalde mijn opa zijn drie kinderen van school:'Jullie moeten nu vertrekken.'"

In plaats van naar het familiehuis te gaan, bracht hij Juan Martin - 11 dan - en zijn twee jongere broers naar een klein bootje naar de haven. De drie jongens stapten in, zonder hun vader. Het bootje bracht hen naar een groter schip dat La Havana heette en via La Rochelle ging het naar België. "Een katholieke organisatie onder leiding van kardinaal Van Roey en een socialistische organisatie vanuit de Vooruit in Gent vingen kinderen uit de Spaanse burgeroorlog op en brachten hen onder bij pleeggezinnen."

Vader Aguirre had één eis gesteld: zijn drie zonen moesten samenblijven. Dat gebeurde, een non uit Willebroek was bereid de broers op te vangen. "Pas in 1950 zijn mijn vader en zijn twee broers opnieuw verenigd met hun ouders. Oorspronkelijk wilden ze naar Venezuela gaan, maar mijn vader was in Leuven afgestudeerd en had hier werk. Daarom zijn ze gebleven."

Dat Philip Aguirre begin dit jaar, in samenwerking met LUCA School of Arts, een actie op poten zette voor Vluchtelingenwerk Vlaanderen, is dus niet zo'n wonder. Hij is zelf een kind van een vluchteling: dankbaar dat België tachtig jaar geleden wél solidair was.

De bootjes op zijn ets Mare Nostrum die de Middellandse Zee vulden, waren de bootjes die zijn vader redde. "Toch was Vlaanderen toen veel armer. Nu is er veel meer. Maar er is ook veel meer schrik. Bovendien: Spanje was Europa en nu gaat het over moslims. Maar de retoriek van de verbrande boten in Syrië is krankzinnig. Solidariteit is afgebouwd en egoïsme is salonfähig geworden. In 1936 was Spanje voor België net zo exotisch als Syrië dat nu is, en toch waren zowel katholieken als socialisten in de weer voor die vluchtelingen. Natuurlijk had Angela Merkel gelijk: 'Wir schaffen das.' En de meeste mensen willen later best terug naar hun land, hoor. Maar nu moeten we helpen en ik kan er zo kwaad over worden. Wie niet solidair is met vluchtelingen, breekt de maatschappij af in plaats van ze op te bouwen."

Beeld dm

Rik Van Looy

Het is ochtend in Bilbao en we groeten het standbeeld van José Antonio Aguirre y Lecube - ooit, in 1936, de eerste voorzitter van autonoom Baskenland. Geen familie, wel een vriend van zijn opa, later gevlucht naar België. "Drie broers van hem hebben bij Stade Leuven gevoetbald", zegt Philip, maar hij niet. Hij trok via Panama naar Amerika en gaf les aan de universiteit in New York. Stierf later in Parijs, maar staat hier nu met hoed in de hand.

Het is een mooi beeld, ook symbolisch, dat een beeldhouwer eerst stopt bij een beeld. Kijken is wat hij doet, in vormen, het valt op hoe Philip wijst op vormen van gebouwen, muurtjes, beelden. Maar stappend naar Café Iruña vertelt hij hoe hij onlangs zelf de opdracht kreeg om een standbeeld te ontwerpen. "Herentals wilde een monument van Rik Van Looy. Je kon een ontwerp binnensturen, maar eerst moest je bij Van Looy zelf op gesprek. Hij had inspraak.

"Voor mijn Vlaamse grootouders was Rik Van Looy een held. Op zondag keken ze naar de koers. Dat is me bijgebleven, en ik kijk nog. Toen de Tour vorig jaar in Antwerpen was, was het prachtig om in de Pelikaanstraat ook de orthodoxe joden naar de renners te zien kijken. Voor mij is zo'n herinnering een drijfveer. Rik wilde niet afgebeeld worden als wereldkampioen of als winnaar van Milaan-Sanremo. Wel als een 83-jarige man die geëerd wordt voor wat hij voor de Vlaamse Wielerschool deed. Niet met een koersfiets. Niet met de handen in de lucht."

Voor die eenvoud valt de kunstenaar. Voor hoe Van Looy, thuis, zich zorgen maakte over zijn Mimi. Voor hoe de mens weet wat hij maar is: een mens. Of je nu Rik Van Looy, Juan Martin Aguirre, Rudy Bosschaert of Bart De Wever heet. Ook hier in Baskenland, net als in Catalonië, een gebied met identiteit. Met nationalisme. "En dat heeft zeker bestaansreden. Fier zijn op je afkomst mag. Elke mens heeft het nodig ergens bij te horen en sport is daar een goeie uitlaatklep voor. Zie IJsland op het EK. Prachtig.

"Maar het ontaardt zodra er een vijandbeeld gecreëerd wordt. Als mensen misbruik maken en zich superieur gaan voelen en een zwart schaap nodig hebben. De ETA was een ontsporing en ik kijk argwanend naar wat er in Vlaanderen gebeurt. De Vlaamse strijd was nodig, maar als je de economische overhand hebt, kun je je toch best gedragen. Dat gebeurt niet. De mars op het stadhuis van Bart De Wever was zo georkestreerd en bedoeld om mensen te vernederen. Terwijl een burgervader zou moeten verenigen, voert hij een beleid gebaseerd op rancune. Dat begrijp ik niet.

" Onlangs gaf ik een lezing in Antwerpen en men struikelde over de titel: 'Rendre les beaux arts à la vie'. Men schrapte die uit angst mensen te choqueren. Dat vind ik een overreactie van het nationalisme. Als dat niet meer mag, waar is dan de poëtische vrijheid?"

Zelf zoon van een bewuste Bask spreekt hij de taal niet. Zelfs Spaans voelt niet aan als een makkelijke jas. "Mijn vader had het als kind moeilijk met het Nederlands en hij wilde dat niet voor zijn kinderen. Hij sprak dus altijd Nederlands met ons. Maar hij is wel nog Bask."

Dat zag hij toen Philip, nu 55, een paar jaar geleden nog vader werd. Zijn zonen zijn 3 en anderhalf en heten Ricardo en Carlos. "Over die naam Carlos was hij eerst slechtgezind. Dat was de koningsnaam. (lacht) Achteraf had hij zelfs spijt dat hij me Philip had genoemd. Felipe is ook een naam van veel Spaanse koningen. Voor een Bask ligt dat moeilijk."

Philip Aguirre y Otegui. Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens.

Ouder en attenter

Het zijn kleine straatjes die het oude Bilbao aan elkaar breien rond de Plaza Nueva. In de overdekte markt wijst hij op pimientos de Gernika - dat zijn zoete pepers -, op stierenkloten ("Koken, ontvellen, in stukjes snijden, bakken en opeten: lekker hoor, het smaakt als zwezeriken"), verder op Baskische mutsen van Elósegui en bij Victor Montes drinken we txakoli. Hij vertelt er over het jonge vaderschap. "Verrassend was het. Heel tof. En vermoeiend, maar ik ben zo blij dat ze er zijn. Ik was nooit bezig met papa worden, maar ineens vond ik logisch wat ik daarvoor niet vond. Het kon. Met ouder worden, word je niet angstiger. Je wordt wel veel attenter, ook in hoe je naar de wereld kijkt."

Hij zal Ricardo en Carlos op een dag Bilbao laten zien, het zal voor hen een vakantieplek worden, zoals voor Philip in de jaren 60 en 70. Toen generaal Franco dit land nog regeerde. "We reden in drie dagen naar hier, via Orléans, Tours, Bordeaux en San Sebastian. Er was geen snelweg. Ik herinner me altijd de spanning aan de grens, maar mijn vader had een Belgisch paspoort. We konden dus passeren. De boeren reden met een ezel en een ossenkar met volle wielen, na de dood van Franco zag je hen plots met een Range Rover rijden."

Dat is grappig, Franco was dat niet. "Ik zat op het internaat toen het nieuws van zijn dood kwam en ik herinner me de opluchting. Veel mensen dronken champagne, maar mijn vader niet. Dat doe je niet als iemand sterft.

"Na Franco werd in Baskenland ecologie heel belangrijk. Alles wat nog groen was, werd beschermd gebied. 'We stoppen met bouwen, we behouden wat we hebben.' Dat vind ik gezond nationalisme. En het is toch wat anders dan de plannen van Joke en de Vlaamse regering voor 2050."

Herinnering is de toon van deze reis. Liefde voor het kijken is dat ook. Hij wil ons de monumentale sculpturen van Richard Serra in het Guggenheim Museum tonen en door de zaal met het veelzijdige werk van Louise Bourgeois wandelen. Altijd is angst een thema in Bourgeois' werk. We zien Pablo Picasso, Juan Gris, Marcel Duchamp en Modigliani en stoppen bij de overrompelende zee van Gerhard Richter.

"Ik denk dat je kunt leren kijken. Ik groeide op in Mortsel, dicht bij Middelheim, waar we gingen wandelen en in de winter sleeën. Dat deed veel. Ik herinner me het Prado toen ik zes was. Maar ook het aquaduct van Segovia, en Brueghel in het Museum voor Schone Kunsten. Ik was acht, dat maakte allemaal grote indruk op me."

Kun je aan een leek, lopend door de gewalste metalen werken van Serra, uitleggen hoe uniek dit is? "Dat is niet eenvoudig, maar het heeft een oerkracht en het is zeer uitgepuurd. Hij heeft zijn materiaal op zeer intelligente manier gebruikt en als ik daar doorheen wandel, als in een labyrint, voel ik ruimte, evenwicht en spanning. Ik krijg het benauwd en tegelijk voel ik veel licht. Dit werk vergt veel kennis en door al die elementen wordt dit poëzie. Poëzie is het allerbelangrijkste in alle kunsten. Als Serra er niet in geslaagd was die poëzie erin te houden, zou dit banaal worden."

Ook werk van Brâncu¿i in de zalen met Maisulanak/Obras Maestras. Het is bekend dat Aguirre dat bewondert. "Kappen is kappen, je moet materie materie laten zijn, maar wat hij deed, was heel krachtig, poëtisch én erotisch."

Je zou ook de Puente Colgante, gebouwd in 1893, kunst kunnen noemen. Het is een unieke brug waar je met de metro naar Portugalete heen rijdt en die twee oevers verbindt. Je ziet een constructie à la Eiffel met een kabel waar een bakje aan hangt en die voetgangers, fietsers en auto overzet. Juan Martin Aguirre zag het vanuit z'n kamer in Las Arenas, waar zijn geboortehuis stond en waar hij dus met zijn twee broertjes de boot opstapte.

In een winkeltje koopt Philip een extra blauwe werkmansbroek voor amper 24 euro. Fotograaf Diego koopt dezelfde. Ik niet: wat zijn die Baskjes dun.

Geen frustratie

Ooit reisde Philip Aguirre met Damiaan De Schrijver, die hij via een broer leerde kennen op school, naar het Baskenland. Hij vertelt dat op weg naar de Ermita de San Pelaio, een kerkje uit de 12de eeuw met rondom een overdekte gaanderij met bankjes; het regent in deze streek veel en zo konden mensen elkaar toch ontmoeten. Het staat vlak bij het huisje dat de familie Aguirre jaren huurde. Wit-blauwe gevel, vader Aguirre liet de kans liggen het ooit te kopen: "Hij had vijf kinderen, ze durfden niet."

Maar hij was hier dus met de acteur en hij vertelt dat omdat het de ouders van De Schrijver waren die zijn eerste werkjes kochten. "Damiaan heeft die nu, het waren werkjes in brons en plaaster. Zulke mensen heb je nodig. Als kind was ik veel met tekenen en boetseren bezig, maar over mijn talent was ik lang onzeker. 'Ik moet hard werken, want ik ben niet goed genoeg:' dat gevoel. Ik oefende heel veel en keek naar de oude meesters. De onzekerheid blijft en dat is goed. Ik vraag me voortdurend af of ik nog iets te vertellen heb en of ik mezelf nog wel vernieuw.

"Pas toen ik 40 was en twintig jaar consistent bezig was, durfde ik 'kunstenaar' te antwoorden toen mensen me vroegen wat ik deed. Op zich vind ik dat niet slecht. Onlangs had een student van 19 het over zijn oeuvre. We zullen zien of die nog werk maakt als hij 30 is."

Volgt hij zijn werk? "Dat is moeilijk. Van sommige beelden maak je vier exemplaren en ik wil er niet maniakaal mee bezig zijn. Ik maak iets, iemand koopt het en het is weg. Dat is het leven van een werk. Ik ben geen gehypete kunstenaar. Maar ik zit niet in de speculatieve wereld en dat is goed. Ik ken geen frustratie."

Van één werk weet hij wél zeker waar het is. Théâtre Source, een monument, trap én waterbron in één, bevindt zich in de wijk Ndogpassi in de Kameroense stad Douala. Curator Koyo Kouoh schreef daarover: 'Volgens Rainer Maria Rilke is een kunstwerk pas goed als het uit noodzaak is geboren.' Dat is Théâtre Source. "Ik had er een bronzen beeld kunnen zetten, maar dit is het mooiste wat ik daar had kunnen doen. We hebben alle financiering zelf gezocht, maar Liesje (zijn vrouw, RVP) vond het net als ik heel belangrijk om dit te doen."

Het is dus een waterbron, maar door die trappen als in een theaterzaal werd het een duurzame ontmoetingsplaats. "Die gaanderij rond het kerkje van San Pelaio is daar onbewust ingeslepen. Net als de Franse lavoirs die ik op reis zag. Een buurtcomité onderhoudt het perfect, de regen geeft het een eigen patine."

Al eerder schreven we hoe hij kijkt en rijdend langs dorpjes die Bakio, Bermeo en Mundaka heten, valt dat op. Philip Aguirre stuurt ons naar Plenzia en we stoppen voor een prachtig fronton. Elk dorp in het Baskenland heeft er een, een hoge muur waartegen de Baskische nationale sport wordt beoefend: pelota. "Veronique Branquinho was hier ooit en zei me later:'Nu snap ik waar de kleuren en vormen uit je werk vandaan komen.' Zelf was ik me daar niet zo bewust van, maar ze heeft gelijk: zelfs dat groen van die muur zie je bij mij terugkomen. Frontons vind ik fascinerende bouwwerken. Het is de arena.

"Gek genoeg: ik zat bij de jezuïeten in Antwerpen, maar Ignatius van Loyola (de oprichter van de jezuïetenorde, red.) kwam uit het Baskenland. En wat deden we op school? Keihard met de blote hand op een leren balletje slaan. We noemden dat 'kaleren'. In het Baskisch is kalea 'straat'. Zelfs daar was een link. Die muren geven me rust.

Hij vraagt fotograaf Diego of ze er ooit samen een boek zouden over maken.

Diego zegt gretig ja: ook voor zijn camera is dit kleurenpalet inspirerend.

Elk dorp in het Baskenland heeft er een, een hoge muur waartegen de Baskische nationale sport wordt beoefend: pelota. Aguirre: "Zelfs dat groen van die muur zie je in mijn werk terugkomen." Beeld Diego Franssens
Aguirre koopt een toile cirée in Gernika. De man van de verkoopster werd ook ooit als vluchteling opgevangen in België. Beeld Diego Franssens

Gernika

Het kerkje van San Juan de Gaztelugatxe ligt verderop en op de cover van Sculptures, een overzicht van Aguirres werk tussen 1985 en 2007, zie je wat hij zelf pas laat zag. "In 2007 begon ik intuïtief landschappen te boetseren. Plots zag ik zelf daar het beeld van dit schiereiland in en mensen die dit kenden, zeiden me dat ook: 'Dat is San Juan.'"

Zo werkt inspiratie? "Ik kan het proces niet beschrijven. Er is geen methode. Als je het goede ritme hebt, komen dingen naar boven. Soms komt een idee plots. Ik ben een ateliermens die moet boetseren. Ik las dat dat bij Hugo Claus zijn inktpot was. Bij mij is het tactiele heel belangrijk. Het doen is het denken."

Is dat dan het antwoord op wat hij leest en hoort? Ontstaat zo Fallen Dictator of Mare Nostrum en krijg je zo het etiket 'geëngageerd'? Of is alle kunst engagement? "Politiek is maar een stukje van de waarheid. Alle kunst gaat over aanvoelen van de wereld. We staan hier voor de zee en je kunt die rots en de golven schilderen. Maar de intensiteit waarmee je dat doet, vertelt hopelijk iets over de mysteries van het leven. Een fronton kan dat ook, zoals ook de literatuur dat kan.

"Veel belangrijker dan politiek vind ik het humane. De kust en een grensstreek intrigeren wel. Waar gaan mensen naartoe? Willen ze verhuizen? Willen ze de zee opgaan om vis te vangen? Willen ze overleven? En welke keuzes maken ze? Dat is belangrijk."

Soms komen al die werelden samen. Dan rijd je langs de kerncentrale van Lemóniz, hier gebouwd tussen 1978 en '83, maar aangevallen en bedreigd door de ETA en nooit gebruikt. Vanaf de rots kijk je naar een kerkhof van verspilde energie, koeltorens die door duizenden meeuwen bekakt worden, kantoorgebouwen die nooit gebruikt werden.

En dan komen we in Gernika. We schrijven het zo, in het Baskisch, het dorp van de Guernica van Pablo Picasso. Het schilderij van 3,49 meter op 7,76 meter hangt in het Prado in Madrid en dat vindt de kunstenaar goed. "Veel Basken willen het hier, maar ik vind het beter en symbolischer in Madrid. Daar bereik je veel meer mensen én het hangt in de stad van Franco."

Op deze late namiddag is de zon genadig mooi, maar op 26 april 1937 brak de hel los. "Het was maandag, marktdag, en uit alle dorpen uit de omgeving kwamen de mensen voor inkopen. Het Baskenland verzette zich tegen Franco en Gernika was een symbool. Héél bewust zijn er vanuit de lucht door het Duitse Legioen Condor bommen op de markt gegooid. Voor het eerst werd een burgerbevolking platgebombardeerd door een luchtaanval."

Honderden doden vielen en al op 1 mei begon Pablo Picasso aan zijn monumentale werk. Hier in de stad, heropgebouwd en weer levend, verwijst niks naar Picasso. Of toch niet openlijk. Maar er is wel een eik, het nationale symbool van de Basken, die vandaag door acht zuilen omringd wordt en herinnert aan die vreselijke dag in 1937.

"In Afrika verzamelen notabelen ook rond een boom en hier worden mensen opgevoed met het idee dat dit een heilige plek was. Gernika is het symbool van de vrijheden van Bizkaia, want al lang voor de Bill of Rights waren hier rechten bedongen die revolutionair en een voorbeeld waren. En voor de rechtspraak verzamelden de ouderen zich rond die eik."

Afscheid nemen in Gernika is het mooist. Ook al zullen we vanavond in Café Iruña nog wel pintxos eten en txakoli drinken, maar dit verhaal stopt in Gernika. Waar de kunstenaar een toile cirée koopt en de mevrouw van de winkel vertelt dat ook haar man ooit in Mechelen werd opgevangen door de katholieke actie.

Ze laat de naam van kardinaal Van Roey vallen.

We kijken naar Philip en zien zijn ogen.

Niemand ziet hem, maar naast Philip Aguirre staat zijn 11-jarige vader Juan Martin.

Volgende zaterdag: algemeen hoofdredacteur van de VTM-nieuwsdienst Kris Hoflack. Herlees alle afleveringen in de pluszone van De Morgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.