Maandag 17/02/2020

InterviewTame Impala

Kevin Parker van Tame Impala: ‘Ik ga ervan uit dat de fans na al dat wachten mijn bloed lusten’

‘Ik heb het gevoel dat ik me altijd moet blijven bewijzen. Als je een tijd geen indruk gemaakt hebt, ben je een ‘has-been’.’

Kevin Parker van Tame Impala is een ster, alleen al omdat hij een vriend is van de sterren. Onder anderen Rihanna, Lady Gaga en Kendrick Lamar mogen hem, een ex-astronomiestudent uit Australië, bij één van zijn vele bijnamen noemen: Kaykay Sorbet, Kevin Par Coeur, Kevin Spacey en – we vinden niets uit – Crack Ronson. Morgen brengt Tame Impala, voor vriend en vijand de Supertramp van de 21ste eeuw, zijn langverwachte vierde worp uit: The Slow Rush, een plaat die begint waar Currents in 2015 eindigde. 

Disclaimer: dit interview vond plaats vóór de bosbranden in Australië apocalyptische vormen aannamen, en waarvoor Kevin Parker sindsdien doneerde en opriep om te doneren. Het is wrange ironie dat we het in het gesprek wél hadden over de branden in Californië, waarin géén miljoenen dieren de dood vonden, maar ‘slechts’ zijn homestudio in de vlammen opging.

Verder is Parker een van de weinige rocksterren die 1) altijd en overal op oude teenslippers rondloopt, en 2) er niet mee zit om toe te geven dat hij het ook allemaal niet weet. Dat laatste blijkt uit zijn (sympathiek) stuntelige interviews, maar het maakt ook deel uit van zijn werkwijze in de studio: de oude single ‘Cause I’m a Man’ was aanvankelijk bedacht en geschreven als glammetalsong, een Aerosmith/Mötley Crüe-achtig nummer, maar omdat hij geen idee had hoe hij de gitaren zo moest laten klinken, greep hij terug naar de hem bekendere Beegees-funk.

Het getuigt van lef, van een pervers gevoel voor humor of van wereldvreemdheid om de fans eerst vier jaar op nieuwe muziek te laten wachten en vervolgens je eerste nieuwe single ‘Patience’ te noemen. Het toppunt is dat die song dan ook nog begint met het zinnetje ‘Has it really been that long?’

(grijnst schaapachtig) “Tja...”

‘Patience’ staat niet op The Slow Rush, zag ik. Was dat aanvankelijk dan niet de bedoeling?

“Goede vraag. (denkt na) Op het moment dat ik over de tracklist van The Slow Rush begon na te denken, wist ik in elk geval al dat er voor ‘Patience’ geen plaats was. Die single had its moment. It had done the job.”

Aanvankelijk was je er zo enthousiast over: ‘Patience’ is de eerste song waarvoor je tweehandig op de piano hebt gespeeld.

“Hm, ja. Maar als het wel op The Slow Rush was beland, had ik dat het slechtste nummer van de plaat gevonden. Bovendien was de plaat met ‘Patience’ erbij één uur en drie minuten lang geworden, en ik breek niet graag door de grens van één uur.”

We spreken elkaar in november. De plaat is af, dus je kunt er niets meer aan veranderen. Maar het duurt nog drie maanden voor de fans ’m te horen krijgen en dus is het wachten op feedback. Voor veel muzikanten is dat een frustrerende periode.

“I don't give a shit. (Denkt na) Nee, dat is niet waar. Maar ik ben al lang blij dat de plaat af is. Ik ben wél nieuwsgierig naar hoe de mensen zullen reageren, en dat is eigenlijk voor het eerst. Bij alle vorige platen was ik vooral bang voor de reacties. Ik dacht altijd dat de mensen zouden haten wat we hadden gemaakt. Vooral bij Currents, eigenlijk. ‘Let It Happen’ is ongeveer een halfjaar voor die plaat uitgekomen, en telkens als iemand me zei dat hij het een goed nummer vond, was ik ervan overtuigd dat hij of zij loog.”

Heb je door het wereldwijde succes van Currents meer zelfvertrouwen gekregen?

“Pf, ik weet nu alleen dat, als ik een hekel heb aan mijn muziek, dat niet automatisch betekent dat de rest het ook van de hond zijn kloten zal vinden. (lachje) Ik heb wel het gevoel dat ik me altijd moet blijven bewijzen. Als je recent geen indruk gemaakt hebt, ben je een has-been. Dat is geen scheldwoord, en op zich geen ramp, maar zo voelt het. Ik ben trots op onze oude platen, maar dat stelt niets voor als je niet bevestigt. Wat dat betreft, denk ik als de oude Janet Jackson-hit ‘What Have You Done for Me Lately?’”

De nieuwe plaat heet dus The Slow Rush. ‘To slow rush someone’ blijkt een staande uitdrukking, slang voor ‘iemand onverwacht een muilpeer geven’.

(lacht) “Dat heb ik ook gelezen. Het is niet wat ik in gedachten had toen ik de titel bedacht, al ga ik ervan uit dat veel fans na al dat wachten mijn bloed lusten. Voor mij staat die titel voor hoe relatief de tijd is. Als we bewust naar de klok staren, lijkt de tijd heel traag voorbij te tikken. Maar als je er geen aandacht aan besteedt, zijn tien jaar zó voorbij. Denk aan alles wat we in een mensenleven zouden kunnen verwezenlijken, en denk dan aan alle tijd die we verschijten aan dingen die niet belangrijk zijn.”

Mark Ronson, met wie je vier jaar geleden de plaat Uptown Special maakte, bracht vorig jaar de single ‘Find You Again’ uit. Hij zei dat de song gebaseerd was op een melodie die jij jaren geleden geschreven had. Stel: je stopt nú met schrijven, hoeveel songs kunnen er nog worden uitgebracht op basis van wat je hebt nagelaten?

(schouderophalend) “Eigenlijk haat ik het om oud materiaal te recycleren. Ik mag graag denken dat ik met de jaren steeds beter word, en als ik iets ouds moet opgraven, voelt dat als een teken dat dat níét het geval is. Op mijn harddrive heb ik veel staan. Honderden, duizenden kleine Ableton-sessies. Maar ik luister er nooit naar.”

Geef je die sessies voorlopige titels?

“Vaak noem ik ze gewoon naar de stad waar ik het nummer schreef. ‘Find You Again’ heette lang ‘Paris’.”

Over ‘Yes, I'm Changing’ zei je ooit dat je je in geen honderd jaar kon herinneren hoe en wanneer je de song schreef, maar dat je er op een gegeven moment per toeval een demoversie van op je laptop vond.

“Ja. Dat was raar...”

A$AP Rocky sampelde jouw ‘Why Won't You Make Up Your Mind?’, je werkte samen met Kendrick Lamar, en Frank Ocean en Tyler, the Creator zijn fan. Tame Impala is onder hiphoppers al een paar jaar de meest geliefde rockgroep ter wereld. Begrijp je waarom?

“Eerlijk? Ja. Vermoedelijk omdat ik, als ik songs schrijf, altijd vertrek bij de beat, de groove en het ritme. Ik heb weinig talent voor gitaarakkoorden – ik ben géén gitaarvirtuoos – maar qua ritmes springt het wel uit de band. Zelf dacht ik al ten tijde van ‘Innerspeaker’, toen iedereen ons nog wegzette als sixties-nostalgici: ik ben iets op het spoor dat ook hiphoppers zullen waarderen.”

‘Eigenlijk bluffen we gewoon, we zijn idioten die doen alsof ze rocksterren zijn.’

(fronst)

(lacht) “Echt waar.”

Toen Rihanna jouw ‘New Person, Same Old Mistakes’ ‘coverde’, behield ze nagenoeg de volledige track. Ze veranderde enkel de zanglijn. Dat is raar, maar tegelijk ook een compliment?

“Uiteraard. Ik geef toe dat ik het aanvankelijk niet helemaal snapte. Ik had gedacht dat ze de track op zijn minst een beetje zou remixen of zo, maar dat vond ze blijkbaar niet nodig. Geweldig, natuurlijk. Ook al omdat dat betekent dat ik zo 100 procent van de royalty’s op haar versie krijg.” (lacht)

Heb je zelf een favoriete cover van een Tame Impala-nummer?

“Een jaar of twee geleden vond ik op YouTube een akoestische versie van ‘Eventually’. Het klonk een beetje als Coldplay, maar het was prachtig. Het deed me denken dat de song dan toch redelijk goed was.”

Ik geef niet graag complimenten tijdens een interview, omdat ze altijd zo onoprecht klinken, maar: ‘Eventually’ is een topnummer. En nu mag je stoppen met die valse bescheidenheid.

(lacht) “Bedankt. Je mág complimenten geven, hoor. Alle beetjes helpen.”

HAAN OP DE MESTHOOP

Tijdens de bosbranden in Californië in 2018 is je huis en je homestudio afgebrand. Volgens de geruchten is dat ook deels waarom de release van The Slow Rush zo lang op zich heeft laten wachten. Ben je zelf ooit in gevaar geweest?

“Eigenlijk zag ik die dag slechts per toeval op mijn telefoon dat Malibu geëvacueerd werd. Ik dacht er verder weinig bij na, nam snel mijn laptop en basgitaar en reed met mijn huurauto de oprit af. En toen zag ik links van mij ineens hoog opslaande vlammen. Ik reed dus snel de andere kant op, in de richting van het strand. Daar ben ik een paar uur gebleven. Ik dacht dat de brandweer het wel zou oplossen, maar niet veel later kwam ik te weten dat mijn huis dus in de vlammen was opgegaan. Ik heb me nooit in gevaar gevoeld, maar achteraf bekeken wás ik het vermoedelijk wel.”

Waarom specifiek de basgitaar?

“Het is mijn Hofner. Ik heb ’m al jaren, en heb 'm op elke Tame Impala-plaat gebruikt. Ik ben in de brandhaard veel opnameapparatuur kwijtgespeeld, maar dat was allemaal vervangbaar.”

In diezelfde brandhaard zijn ook de huizen van Caitlyn Jenner en Matt Bellamy van Muse vernield, en de set van HBO's Westworld...

“Dat wist ik niet. Maar dat plaatst het meteen in perspectief. Er zijn die week veel mensen die véél harder hebben geleden door die brand dan ik. Ik heb materiaal verloren, en geld, maar zelfs het huis was niet eens van mezelf. Ik huurde het via Airbnb.”

Je bent opgegroeid in Perth, een stad die geografisch afgezonderd ligt in Australië. De dichtstbijzijnde volgende grote stad is Adelaide, op ruim 2.000 kilometer. Had die isolatie invloed op de lokale muziekscene?

“Sowieso. Muzikaal gezien was Perth, zeker toen, een incestueuze microkosmos, nauwelijks beïnvloed of gehinderd door wat zich elders in Australië afspeelde. Het was ook een heel euh, gepassioneerde scene. Veel drama. Ik herinner me een internetforum, perthbands.com, waarop de lokale bands met elkaar in discussie gingen. Er was liefde en kameraadschap, maar vooral veel afgunst en haat. Eigenlijk was iedereen daar vooral veel te ambitieus. Als er lokaal ergens in een zaal of in een park een concertavond werd georganiseerd, stond er meestal een groep of vier, vijf op de affiche. Wie te vaak geboekt werd als openingsband, werd door de andere bands beschouwd als bottom feeder, als een groep die het nooit zou maken. En de headliner van de avond waande zich dan telkens King Shit, de haan op de mesthoop.”

Heb jij je ook in de discussies op dat forum gewaagd?

(vaag) “Een paar keer, misschien. Maar altijd als lid van één van de andere bands waarin ik nog heb gespeeld (zoals Mink Mussel Creek, Space Lime Peacock en The Dee Dee Dums, red.), nooit als frontman van Tame Impala. We stelden sowieso weinig voor in de scene van Perth. Ik denk dat we op van die concertavonden nooit verder zijn geraakt dan openingsband. Maar toen kregen we ineens per mail een platencontract van een major aangeboden. (monkelend) Wat, als ik me niet vergis, nog voor veel frustratie heeft gezorgd onder de plaatselijke bands.”

In die mail stond, zei je ooit: ‘We willen rocksterren van jullie maken. We weten hoe arm jullie zijn. Hier is wat geld. Ga nu geld voor ons verdienen.’

(lacht hard) “Dat voelde echt aan als een reddingsactie per helikopter. We werden als het ware uit de oceaan geplukt. Op het juiste moment: net voor we er misschien de brui aan hadden gegeven.”

Wat heb je trouwens met rare groepsnamen? Je stichtte de voorbije jaren ook gelegenheidsgroepen met namen als The Golden Triangle Municipal Funk Band, AAA Aardvark Getdown Services en... Kevin Spacey.

“Een mens moet íéts doen om het leven van een rockster entertainend te maken.” (lachje)

Lonerism, de titel van jullie tweede plaat, verwijst naar je puberteit, maar heeft het ook iets te maken met die afgezonderde situatie van Perth?

“Nee. Toen ik ongeveer 13 was, werd ik door mijn vader betrapt op het roken van wiet, waarna hij me verbood om mijn vrienden nog te zien. Letterlijk ál mijn vrienden. Erger nog: hij belde ook nog eens al hun ouders op om hun te vertellen dat hun kinderen ook wiet rookten. Voor mijn sociale leven was dat catastrofaal. Eigenlijk verloor ik in één klap al mijn vrienden. Ik moest er dus nieuwe zien te maken. Geen sinecure, zeker niet op die leeftijd. Ik ben toen in één klap ook al mijn zelfvertrouwen kwijtgeraakt.”

Maar Lonerism klinkt niet als een klaagzang, ik hoorde er altijd vooral een ode aan de onafhankelijkheid in.

“Je hebt gelijk. Maar het bevatte ook veel wishful thinking. Een paar jaar later was er weer andere heavy shit gaande in mijn familie. Zonder er te veel over uit te weiden: mijn broer en ik werden toen zo’n beetje opzijgeschoven, in de steek gelaten. Géén goed jaar. En ik voelde me alsof ik op de hele wereld níémand had. Tieners kunnen zich zo voelen als ze wél geliefd worden, in mijn geval maakte ik mezelf niet eens iets wijs. Lonerism gaat voor een deel over de mentale kracht om een nadeel in een voordeel om te buigen.”

'Ik verloor in één klap al mijn vrienden. Ik ben toen in één klap ook al mijn zelfvertrouwen kwijtgeraakt.'Beeld Getty Images

Hoe groot is de muzikale erfenis van oude Perth-cultbands zoals The Triffids, The Scientists, The Victims en The Stems?

“In de alternatieve scene zijn ze natuurlijk legendarisch. Maar ons hebben ze niet echt beïnvloed. Vooral omdat ik hen pas laat leerde kennen. En toen het zover was, was ik alweer weg uit Perth. Nu ja, ik wist wel dat The Triffids en The Scientists bestonden, maar ik ging er altijd van uit dat ze uit Melbourne of zo kwamen, omdat in Perth in mijn hoofd nooit iets interessants gebeurde.”

Op welke psychedelische geest kun je het meest jaloers zijn? Die van Ty Segall, Syd Barrett, Timothy Leary, de makers van de Fritz The Cat-filmpjes of een willekeurig kind?

(lacht) “Dat laatste. De waanzin die door het hoofd van een kind waait, is de puurste, minst bezoedelde vorm. Soms probeer ik tijdens het songs schrijven in het hoofd van de 12-jarige Kevin Parker te kruipen, om uit te vogelen of hij goed zou vinden wat ik maak. Dat vind ik belangrijk. Or do I? (mompelt verward) Dat ik het zelf eigenlijk ook niet weet.”

“Ik weet wél nog altijd heel goed dat de 12-jarige Kevin Parker naar compleet andere muziek luisterde dan wat ik nu maak.”

Een muzikantenleven is doorgaans minder romantisch dan de fan denkt, maar absurd genoeg om er goede verhalen aan over te houden. Wanneer had je voor het laatst het gevoel in een stripverhaal beland te zijn?

“Telkens als ik in Los Angeles ben. Alleen al over onze ervaringen op diverse Grammy-uitreikingen kan ik een stripreeks maken. Iedereen lijkt daar zo... larger than life. In vergelijking met al die glamour en savoir-vivre zijn wij eigenlijk altijd gewoon vijf boerenpummels uit Perth gebleven.”

Is dat weer valse bescheidenheid? Je hebt samengewerkt en onderhoudt vriendschapsbanden met Mark Ronson, Lady Gaga, Kanye West en Travis Scott. You’re one of them.

(schouderophalend) “Voor mij voelt het toch nog altijd alsof de mensen dénken dat we rocksterren zijn. Terwijl we eigenlijk gewoon bluffen, we zijn idioten die doen alsof ze rocksterren zijn.”

DICHTGEKNEPEN BENEN

Tijdens een online interviewsessie op Reddit zei je vooraf: ‘Ik ken geen enkel taboe, en geen enkele vraag is te dom...’

“Klopt.”

Ik heb dus een paar domme vragen opgeschreven.

“Eindelijk!”

Klopt het dat je één van de muren van je huis ooit knalroze schilderde?

(knikt) “Een gigantische muur, nog wel. Van de voor- tot helemaal aan de achterkant van mijn huis. Tegenwoordig maakt die muur deel uit van mijn studio, nog steeds roze. Ik weet niet meer waarom ik toen voor roze koos, maar ik moest íéts doen: voorheen had die muur geen laag verf, het waren gewoon bakstenen. En geen mooie bakstenen muur, maar één in een strontkleur.”

Heb je een optreden ooit moeten onderbreken omdat je dringend moest kakken?

(denkt na) “Nee. Ik ben wel al af en toe tussendoor gaan pissen. Ik herinner me een keer in Berlijn, het laatste optreden van de toenmalige tournee. Tegen het einde van de set voelde ik ’m ineens knijpen. Ik had kunnen wachten tot het gedaan was, maar ik dacht: fuck it, ik wil kunnen genieten van dit concert. Ik wilde daar geen drie, vier songs lang met dichtgeknepen benen staan.”

“Binnen de groep zijn we redelijk fanatiek over onze pispauzes. Onze set is tegenwoordig nogal lang, plus ik drink voortdurend tijdens een optreden, minstens vijf drankjes per anderhalf uur. En dus ga ik tegenwoordig altijd een halfuur voor het begin van het concert naar het toilet, en dan nog eens nét ervoor. Vooral Jay (Watson, gitarist, red.) en ik volgen dat schema religieus. Wij zijn de veelpissers van de groep.”

Je schreef ooit dat je besefte dat jullie groot aan het worden waren toen je op een dag vaststelde dat Danny DeVito jullie tijdens een concert vanop de zijkant van het podium aan het volgen was. Danny DeVito!

éIntussen heb ik Matthew McConaughey er ook al eens gezien. Which is pretty good. (citeert ‘Curb Your Enthusiasm’) Pretty, pretty good.”

Een beginnende band beleeft voortdurend firsts: de eerste plaat, het eerste festivaloptreden als headliner, de eerste groupie... Wat was je meest recente first?

(lacht plots hard) “Ik herinner me nog heel goed de eerste keer dat we een hot exit deden. Dat wil zeggen dat je als band na de laatste noot op een concert niet naar de kleedkamers wandelt, maar meteen de bus inspringt en wegrijdt. De eerste keren vonden we dat hilarisch. ‘Fuck, let's do a hot exit!’ – ‘Euh, waarom?’ – ‘Omdat dat hilarisch is!’ En het wás hilarisch. Tegenwoordig doen we het vooral omdat we vaker geprogrammeerd staan als laatste band op een festival en vooral meteen willen vertrekken om na afloop niet in de file te staan.”

(denkt na) “Ligt het aan mij of wordt het leven er niet opwindender op als je ouder wordt en alles al eens een paar keer hebt meegemaakt?”

The Slow Rush van Tame Impala verschijnt morgen bij Interscope. Lees hier de recensie.

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234