Maandag 21/10/2019

portret

Kendrick Lamar, van straatschoffie tot winnaar van de Pulitzerprijs muziek

Beeld REUTERS

Kendrick Lamar schopte het van kwetsbaar straatschoffie uit Compton tot het geweten van een generatie. Nu hij voor zijn album Damn de Pulitzerprijs muziek kreeg, die voor het eerst niet naar klassieke muziek of jazz gaat, wordt zijn plaats tussen de grootsten in de muziek nogmaals bestenigd. Maar wie gaat nu eigenlijk schuil achter de Grote Hiphop-Hoop in bange dagen? Een profielschets via zijn eigen lyrics.

Begin dit jaar rijfde Kendrick Lamar nog vijf Grammy’s binnen, en in februari speelde de Californische mc in een lang op voorhand uitverkocht Sportpaleis. Zijn invloed op de Amerikaanse hiphop of urban scene in ons land valt nauwelijks te onderschatten. Met To Pimp a Butterfly (2015) verzette Lamar dan ook eigenhandig de bakens van het genre, en raakte hiphop onwrikbaar vergrendeld in de hedendaagse ­popcultuur.

Het gaat de 30-jarige rapper, die de schaduwkant van
thug life belicht, duidelijk voor de wind. Maar wat wéét u eigenlijk over hem? Zo vaak laat hij zich niet interviewen, en “a lot of ya’ll don’t understand Kendrick Lamar”, rapte hij zeven jaar geleden zelf al. Nochtans houden zijn songteksten vaak een kristalheldere spiegel voor. Zondig en angstig, straatwijs en suïcidaal: Kendrick Lamar is het allemaal.

Kendrick Lamar tijdens zijn optreden op de jongste Brit Awards. Beeld REUTERS

“I’m not the next pop star / I’m not the next socially aware rapper / I am a human motherfucking being”

Uit: ‘Ab-Soul’s Outro’ van Section.80 (2011)

Kendrick Lamar betreedt al jaren zonevreemd gebied in de hiphopwereld: in een scene die het traditioneel moet hebben van borstklopperige branie, staat hij op de eerste rij om in eigen boezem te tasten, en je op zijn eigen tekortkomingen en afwijkingen te wijzen.

Religieus zondebesef geeft het noorden aan op dat moreel kompas. Terwijl Kanye rapt dat hij een god is, schrijft Kendrick óver God.
“I ain’t perfect, I ain’t seen too many churches”, lamenteert hij in de intro van zijn geweldige mixtape Overly Dedicated (2010). En in zijn doorbraakhit ‘Bitch, Don’t Kill My Vibe’ biecht hij op: “I am a sinner, who’s probably going to sin again.”

Lamar is er overigens rotsvast van overtuigd dat diezelfde God hem dit leven en lichaam alleen heeft geschonken om muziek te maken. Zo vatte hij zijn levensdoel al in 2009 samen, in een filmpje op YouTube. Dan noemt de rapper zich nog K. Dot. Onder die naam brengt hij op zijn 16de ook zijn eerste mixtape uit. Zijn naam verandert niet veel later: “Omdat ik wil dat mensen niet alleen mijn muziek kennen, maar ook weten wie ik écht ben.”

Beeld Photo News

Wie is hij dan? Een idealist die vindt dat hij voortdurend in gebreke blijft, maar hoopt dat hij zijn tekortkomingen ooit kan overstijgen. Of zoals Lamar in The Guardian al zei: “Ik schilder mezelf in mijn lyrics niet af als een ongenaakbare actiefiguur of superheld, wél als een mens van vlees en bloed.” A human muthafuckin’ being, dus.

“I got power, poison, pain and joy inside my DNA. I got hustle though, ambition, flow, inside my DNA.”

Uit: ‘DNA’ van DAMN. (2017)

Lamar was amper 5 toen hij zag hoe een ­tienerdealer vol lood gepompt werd. Later zag hij bijna alle buurjongens achter tralies belanden, of dopeheads en dode vaders naar een mortuarium afgevoerd worden. Na een tijdje werd hij immuun voor die beelden, geeft hij toe. “I know murder, conviction, burners, boosters, burglars, dead, redemption, scholars, fathers dead,” rapt hij in ‘DNA’. En: “I got dark, I got evil, that rot inside my DNA / I got off, I got troublesome heart inside my DNA”.

Achter de verhalen die hij vertelt, schuilt duidelijk trauma. Vergeten kan hij ze niet, verwerken wél. Dus geeft hij in zijn rhymes een summiere samenvatting van zijn geboorte tot vandaag: een leven van voedselbonnen en vetes, roem en rijkdom, en natuurlijk het sluipende gif van thug life.

Hij noemt zichzelf nochtans eerder pantoffelheld dan revolverheld. Zelf verwoordt Lamar het zo: “Je hoort in songs altijd over de kerel die de trekker overhaalt, nooit over de kerel die in de loop kijkt. Ik vind het belangrijk om een verhaal te brengen dat niemand anders hoort.”

De Nieuwe Leider van de West Coast, zoals Snoop Dogg hem jaren geleden noemde, toont zich daarbij een fragiele barometer van de straat. Hij vertelt verhalen vanuit het standpunt van een jongen die in elkaar geramd wordt, opgelicht wordt door ritselaars, de ziel uit zijn lijf kotst wanneer hij te veel wodka drinkt of van een geslachtsziekte probeert verlost te raken, terwijl hij de scherven van een gebroken hart bijeenraapt. Want tja... ook dàt is thug life.

“Now, I was raised in a sandbox, next to you and her / You was holding the handgun, she was giving birth / To a baby boy to be just like you, I wonder what’s that worth.”

Uit: ‘Cartoon & Cereal’ (2012)

‘Cartoon & Cereal’ haalde de tracklist van good kid, m.A.A.D. City (2012) niet, maar eigenlijk paste die song perfect op zijn autobiografische coming-of-ageplaat. Op dat album rekent Lamar af met z’n jeugd in Compton, een van de meest beruchte voorsteden van Los Angeles, waar nauwelijks valt te ontsnappen aan bende­geweld en politiebrutaliteit. Een moderne versie van het Wilde Westen, zeg maar, waarin zelfs “cartoons of ontbijtgranen” geen zekerheid zijn in een kinderleven. Armoede en geweld is het dagelijks brood én de enige erfenis, zoals bovenstaande songregels aangeven.

Beeld Getty Images

En dan had de jonge Kendrick het eigenlijk nog niet eens zo kwaad. In zijn vriendenkring was hij naar verluidt de enige jongen die een aanwezige vader had. Een geluk, want die laatste wist jonge Ken op tijd uit het bendeleven weg te plukken. Vader Lamar wist natuurlijk beter: om de eindjes aan elkaar te knopen, verdeelde hij zijn leven ooit zélf tussen hamburgers omdraaien in een fastfoodzaak en louche zaakjes op straat. Voor de familie naar Compton verhuisde, maakte deze hustler in Chicago zelfs deel uit van de beruchte Gangster Disciples. Voor zijn zoon koesterde hij evenwel grotere dromen. Nu, het leven op straat was sowieso niet voor de kleine Kendrick weggelegd. Die zat liever met zijn neus in de boeken.

“I’ll probably die ’cause that’s what you do when you’re 17 / All worries in a hurry, I wish I controlled things.”

Uit: 'FEAR.' van DAMN. (2017)

Een paar maanden terug noemde King Kendrick ‘FEAR.’ de beste song die hij ooit heeft geschreven. Een staaltje getoonzette angsttherapie. Lamar komt uit de kast als een onverbeterlijke angsthaas, die in deze epische song van bijna acht minuten rapt over vrees, controledwang, en de fatalistische gedachten die hem in de tang hielden op de leeftijd van 7, 17 en 27 jaar. Zelfs wanneer hij controle over zijn leven wint op z’n 27ste, speelt benauwdheid hem nog parten. “I’m talkin’ fear, fear of losin’ creativity/ I’m talkin’ fear of missin’ out on you and me/ I’m talkin’ fear, fear of losin’ loyalty from pride.” In bijbelse traditie is hij bang dat “God een spelletje met hem speelt” en de rapper ziet als Job die zijn hele hebben en houden, zijn rijkdom en zijn gezondheid verloor. “At 27, my biggest fear was losin’ it all.

“We hate popo / Wanna kill us dead in the street fo sho.”

Uit: ‘Alright’ van To Pimp a Butterfly (2015)

Van paniek naar provocatie? Een koud kunstje in de geest van King Kendrick. Controverse is hem alleszins niet vreemd. In juni 2015 opende Lamar de Black Entertainment Television Awards met bovenstaande opruiende slogan. Voor de verwarde bleekscheet onder u: popo is slang voor flikken. De hiphopper stond tijdens zijn optreden bovenop een gevandaliseerde ­politiewagen, wat uiteindelijk zelfs leidde tot een relletje op Fox TV. Sensatiejournalist Geraldo Rivera vond dat “dit soort hiphop jonge Afro-Amerikanen meer schade berokkent dan racisme”. Een weinig wereldwijze uitspraak die Lamar later pesterig zal samplen in ‘DNA’. Het is Rivera immers duidelijk ontgaan dat Lamar zich weliswaar uitspreekt over politiebrutaliteit, maar bovenal een positieve boodschap uitdraagt. “Do you hear me, do you feel me, we gon’ be alright”. Niet kwaad, voor een ­rapper die doorgaans een fatalistische, zelfs apocalyptische wereldvisie uit de doeken doet.

Dat ‘Alright’ uitgroeit tot een strijdlied van de Occupy-beweging, en een protestsong tijdens de sit-ins van Black Lives Matter toont ook ­meteen hoe ver de invloed van Kendrick Lamar reikt sinds 2015.

Het is de eerste keer dat Lamar met zware controverse vertrouwd raakt. Maar niet de laatste keer. Zo komt hij twee jaar later weer onder vuur te liggen, wanneer hij de clip voor ‘Humble’ uitbrengt. “Toon me iets naturel, zoals een kont met striemen”, rapt hij, want “I’m so fuckin sick and tired of the photoshop”. De hardnekkigste kritiek komt evenwel uit onverwachte hoek: feministen staan meteen op hun achterste poten. Want waar haalt een man het recht om vrouwen ­eender welk schoonheidsideaal op te dringen? Kendrick Lamar krijgt in eenzelfde ruk ook de ezelsoren opgeprikt omdat er al eens een ‘bitch’ in zijn teksten opduikt.

“You hate me, don’t you? / You hate my people / Your plan is to terminate my culture / I’m black as the heart of a fuckin’ Aryan.”

Uit: ‘The Blacker the Berry’ van To Pimp a Butterfly (2015)

Zelden spreekt Kendrick Lamar zich expliciet uit over ras, hoewel hij de wanverhoudingen tussen blank en zwart wél vaak genoeg belicht. Met ‘The Blacker the Berry’ laat hij naar eigen zeggen voor het eerst alle kwaadheid – die meer dan twintig jaar in hem borrelde – de vrije loop. Maar opvallend genoeg wordt de zwartepiet niet alléén naar de bange, blanke man toegespeeld. Lamar maakt een ­stevige vuist naar Amerikaanse Apartheid, maar houdt ook zijn brothers een kritische spiegel voor, door bendegeweld en zijn eigen hypocrisie te hekelen: “So why did I weep when Trayvon Martin was in the street? When gang banging make me kill a nigga blacker than me?

Sinds de release van die song wordt Kendrick Lamar steeds vaker bestempeld als de belichaming van ‘Changes’: het vredevolle toekomstperspectief waar 2Pac postuum op aandrong. Lamar neemt er sinds twee jaar ook vrede mee om de stem van een generatie te zijn, in tegenstelling tot zijn vier jaar oudere bewering: “I’m not the next socially aware rapper”. Hij is een spreekbuis die meer belezen dan breedgeschouderd voor de dag wil komen, en zinloos geweld, materialisme of seksisme afzweert.

Dat hij vandaag – ook in het Sportpaleis – vooral blanke jongeren die tekst ziet rappen, lijkt ironisch. Maar zo bekijkt Lamar het niet: “De ­jongens uit de suburbs die niet weten hoe wij opgroeiden, of de geschiedenis van mijn volk niet kennen... Door zulke songteksten leren ze die zaken begrijpen. Het is een geschiedenisles die ze op school nooit kregen.”

Kendrick als historicus voor fans die zo blank zijn als een aspirientje.

“I fuckin’ tell you, you fuckin’ failure—you ain’t no leader! / I never liked you, forever despise you—I don’t need you! /The world don’t need you, don’t let them deceive you.”

Uit: 'u' van To Pimp a Butterfly (2015)

Kendrick Lamar komt in 'u' uit de kast als iemand die al jaren worstelt met depressie. Hij klinkt zelfs effenaf suïcidaal. Zichzelf vervloekend, daalt hij af in de donkerste nissen van zijn eigen geest. Hij noemt zichzelf een waardeloze mislukkeling en in de laatste regel van de song klinkt het zelfs naargeestig “The world’ll know money can’t stop a suicidal weakness”. Hij danst met zijn demonen, maar het wordt niet duidelijk of hij de dans leidt of die überhaupt zal kunnen ontspringen.

De reden voor zijn depressieve gedachten en suïcidale neigingen zoekt Lamar bij survivor’s guilt. Hij kon Compton ontvluchten en maakt grote sier in de wereld, maar voelt zich machteloos: familie en vrienden ziet hij nog steeds ploeteren om uit het getto te raken. “Psychologisch haalt dat je hoofd helemaal overhoop: ik leid een opmerkelijk leven, maar als ik van de tourbus stap, moet ik weer naar de zoveelste begrafenis.”

Lamar schreef in de zustersong ‘i’ ook al over zijn zwartgallige gevoelens. “Ik ga om met depressie sinds mijn puberteit”, klinkt het daar. Toch gaat het vandaag al een stuk beter met Lamar. “I’m mothafuckin’ optimistic for sure”, vertelde hij in een recent interview. “Ik zou hier niet zitten als ik geen optimist was. Alleen ga ik mezelf niet tevreden noemen. Dat woord gebruik niet graag. Ik ben nog lang niet voldaan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234