Maandag 14/10/2019

Concertrecensie

Kendrick Lamar toont zich een godenzoon in het Sportpaleis

Archiefbeeld. Kendrick Lamar tijdens een recent optreden in Australië. Beeld EPA

Kendrick Lamar profileerde zich als een onvervalste popster in het Sportpaleis. Dat lijkt niet onlogisch, maar het was toch een beetje raar. Gelukkig sloofde hij zich helemaal uit voor ons.

Kendrick is goddelijker dan Jezus en John Lennon. Zulks mochten wij afleiden uit de devote samenzang die gisterenavond door de Sportpaleis-kuip galmde, geheel a capella bovendien, gedirigeerd door Lamar himself. “I remember syrup sandwiches and crime allowances/Finesse a nigga with some counterfeits, but now I’m countin’ this”. Yep, dat is niet zomaar domweg “Gucci gang Gucci gang Gucci gang Gucci gang”, maal twintig, maar een deftige rhyme. Lamars fans kennen zijn lyrics krek vanbuiten, inclusief impressionante straatvocabulaire en stuurse staccato-flow. “Sit down, bitch, be humble!”, blaften u en ik mee met het refrein van ‘Humble’, de radiohit uit de laatste plaat DAMN die dit concert uitleidde. 

De Amerikaanse hiphopprins mag zich dan naar eigen zeggen een marionet in Gods handen voelen, zelf gidste hij het Sportpaleis-publiek een dik uur lang door zijn woestijn: een muzikale fantasie vol Bijbelse referenties. Zoals het lange, witte gewaad dat van hem een bizarre messiasfiguur maakte: deels een onversaagde Christus, deels een louche g
odfather

Kungfu

Tijdens de psychedelische soul van ‘Pride’ zweefde Lamar horizontaal boven één van zijn eveneens in spierwitte outfit gehulde danseressen, allebei de zwaartekracht tartend. Twee neerstortende engelen, bevroren in hun val. Wat een mindfuck. Lamar rapte de rest van de song neergehurkt aan de rand van het podium. Moses knielend aan de voet van de Sinaïberg. “Let’s continue this prayer”, prevelde de rapper en hij zette ‘Love’ in voor een kerk van duizenden euforische apostelen.

Buiten die religieuze knipoogjes had Lamar niet veel nodig om ons te bezweren. Hij vertrouwde op zijn talent en zijn magnetische persoonlijkheid, niet op kledingwissels of hightechsnufjes. Goed, nu en dan schoten er wat vlammen omhoog aan de achterzijde van het podium of ontplofte er iets, maar pyrotechnische trucjes waren eerder uitzondering dan regel. 

Er was een maf kungfufilmpje met verwijzingen naar computergames uit de jaren 80: een vondst waar de met Oosterse mythologie dwepende Wu-Tang Clan vast stikjaloers op is. Er was een middenpodium met een liftplatformpje van waarop Lamar ‘LUST’ en ‘Money Trees’ rapte. Ah, en we zagen wansmakelijke videobeelden van een oogoperatie. Soit, al bij al veel minder visuele afleiding dan bij de doorsnee popster.

Straatschoffie

Lamar wilde alle ogen op hem gericht zien. Dus geenszins op zijn begeleidingsgroep die een concert lang verborgen bleef. Beetje jammer toch, zeker als u weet dat Lamar bijna uitsluitend topmuzikanten uit de hedendaagse jazz, soul en elektronica aantrekt. In Antwerpen verleende de band de songs nu en dan de nodige grandeur. Zo kreeg ‘King Kunta’ een loeiende hardrockgitaarsolo mee die loops tegen de bekende “We want the funk”-sample aanschuurde. ‘Untitled 07’ leunde deels op knoestige stadionrock en verderop, in ‘LOYALTY’, hoorden we een elastisch jazzbasje dat sterbassist Thundercat (die wel eens meespeelt bij Lamar) in gedachten bracht. ‘Swimming Pools (Drank)’ verzandde dan weer gek genoeg in het type testosteronbombast dat wij met hitparademossels als Imagine Dragons associëren.

“I go by the name of Kendrick Muthafuckin’ Lamar! Kungfu Kenny!!!”, schreeuwde de rapper en wij vonden dat eigenaardig. Ook bizar: Lamar die de titels van al zijn uitgebrachte albums declameerde, alsof hij huiswerk aframmelde. Zou de bescheiden rapper die wij in 2013 de Brusselse AB zagen platwalsen toen ook zoiets in zijn hoofd hebben gehaald? Vast niet. Maar toen was Lamar nog geen superster maar een elegant omhooggevallen straatschoffie. De religieus geïnspireerde outfit, de Jezus-tics, de bitter ernst in zijn blik: zou de grootheidswaan zich langzaam meester maken van Lamar? We hopen van niet. Eén Kanye is meer dan genoeg.

Prince achterna

Maar kijk, dan krijg je die stroom aan uitmuntende hiphoptracks over je heen in het Sportpaleis en slik je al die malle showbizzgeintjes. In ‘Alright’, het officieuze anthem van de #BlackLivesMatter-beweging, liet hij de Antwerpse massa ritmisch op en neer deinen terwijl de videoschermen brandhaarden toonden. In ‘Collard Greens’ van Schoolboy Q beet hij zich vast in het jachtige, zuigende ritme.

Tijdens het manische ‘DNA’ kwam er een ninja naast hem dansen, ‘Backseat Freestyle’ maakte de voorste rijen knettergek en in ‘Bitch Don’t Kill My Vibe’ leek Lamar zich eerst te verliezen in zijn eigen woordenstroom om dan weer als een dolle rodeorijder de groove te beteugelen. Zoveel charisma, muzikaal talent en ongecompliceerd zelfvertrouwen op een hoopje: dan mag men zich al eens een egotripje veroorloven, toch?

“Welcome to the Damn.”, stond er op het videoscherm en Lamar las het voor met een monkellachje. Een verwijzing naar “Welcome 2 the Dawn”, de begroeting waarmee wijlen Prince zijn fans in een muzikale droomwereld lokte. Lamar en Prince mochten elkaar wel, leert de overlevering ons. Zou de eerste het carrièrepad van de tweede beogen? Ze hebben hoe dan ook veel koppigheid en eigenzinnigheid gemeen. 

Als dit strak geregisseerde, vlekkeloze concert ons één ding leerde, is het dat zijn carrière intussen een torenhoog niveau haalt. En dit is nog maar het begin.

Gezien op 27 februari in Het Sportpaleis, Antwerpen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234