Donderdag 22/08/2019

interview

Kapitein Winokio: "Het is heerlijk om volwassen te zijn"

Beeld ©Jef Boes

Winok Seresia is Kapitein Winokio, koning van de kindermuziek. Veel verschillen zijn er niet tussen de twee mannen. De ene heeft een zeilbrevet, de andere gaat zingend door het leven. Of was het nu  omgekeerd?

Wie ben je?

Hoe gaat het?

Waarom doe je dat?

Wat voel je?

Die vier vragen staan op de achterflap van een van zijn ­eerdere boeken met liedjes over Grote Gevoelens. Met hoofdletters. Het zijn ook de vragen die De Kapitein hier zelf mag beantwoorden. Tussen de regels door zelfs, als hij wilt. Voor Grote Gevoelens zijn soms niet veel Woorden nodig. Laat alvast één ding duidelijk zijn: De Kapitein is rechtdoorzee. Ha!

Hij waarschuwt dat hij eerlijk is, al is dat eerder een geruststelling dan een waarschuwing. “Het is de enige manier waarop ik iets kan vertellen.”

Hij drinkt geen koffie, wel thee met honing. “Ik ben al hyper genoeg van mezelf.”

Hij draagt een groen fleece vest, wandelschoenen en een afritsbroek. Daar heeft hij niet meteen een excuus voor.

(Het is even ambitieus als onmogelijk om tijdens een interview met een kapitein weg te blijven van woordspelingen, red.)

Soundtrack bij een kinderleven

“Als mensen vragen wat mijn job is, zeg ik dat ik muziek maak. Als ze dan vragen wat voor muziek, zeg ik dat ik kindermuziek maak. En dan is het meteen sympathiek.” Zelfs als hij het doet in een roze tutu en met zijn armen in de lucht. Kapiteinspet, neus en okselhaar in de wind, zoals op de cover van zijn nieuwste cd Danskriebels.

“Met die pet op ben ik tegelijk Winok en Kapitein Winokio. Zonder die pet ben ik evengoed tegelijk Winok en Kapitein Winokio. In de kern is er geen verschil. Ik ben die tweeling, er zit een dualiteit in die elkaar versterkt. Ik kan alleen maar mezelf zijn.”

Hij speelt geen personage, houdt niet van make-up, wil zich niet verkleden als iemand anders, enkel als zichzelf. Er is die pet en dat vest, voor de herkenbaarheid. Al de rest is even echt. Wat van De Kapitein is, is van Winok. Van de baard over het okselhaar tot de missie.

Wie is Winok 'Kapitein Winokio' Seresia?

* geboren in 1973 in Antwerpen
* studeerde drums en piano aan de Jazzstudio van Antwerpen
* richtte muziekprojecten op zoals Bamski Vanfare, The Belgian Afrobeat Association, Wawadadakwa en Haiku Records
* startte in 2004 als Kapitein Winokio 
* won in 2011 een MIA in de categorie Kidspop

“Ik heb volgens mij maar één taak met de muziek die ik maak. Ik wil kinderen met een goed gevoel naar huis ­sturen, hen zeker maken, vertrouwen geven. Ik hoef hen niet te leren dat de wereld een rauwe plek kan zijn. Ze ­moeten van mij niet horen dat Sinterklaas niet bestaat, ze gaan op een dag al ontdekken dat De Kapitein ook maar een gewone man is. En áls ze later beseffen dat die rauwheid er is, kan ik tegenwicht bieden. Hen een mooie herinnering aanreiken. Die kracht wil ik zijn.”

Zijn muziek wordt op die manier de soundtrack bij een kinderleven. En dat ontroert hem. Diep en elke keer opnieuw. Hij heeft mogelijks ook het meest eerlijke publiek dat er bestaat. Dat woord ‘eerlijk’ wordt nu al voor de tweede keer gebruikt en wel met een reden. Het lukt niet als het niet – welja – eerlijk is. Drie keer is scheepsrecht.

“Toen ik vier of vijf jaar was, nam mijn moeder me mee naar de kerk, om thuis weg te zijn. Laten we het erop ­houden dat dat soms nodig was. Ik herinner me nog hoe ik daar in die kerk zat en rondkeek. Niemand lachte, er werd gepreekt en er ging een mandje rond waarin mensen geld moesten leggen. Ik hoorde die priester en ik vond zijn stem zeer onaangenaam, hij gaf de mensen duidelijk geen goed gevoel. En ze moesten er nog voor betalen ook! Toen wist ik: ik kan dit niet geloven. En ik was zeker genoeg van mijn stuk om steeds meer op dat buikgevoel te vertrouwen.

“Later had ik het ook moeilijk om sommige leerkrachten te ­geloven. Of boekhouders. (lacht) Ik ben verschillende keren van school gestuurd, omdat ik in conflict ging ­wanneer ik het niet geloofde. En dan was ik dus het ­probleem, niet zij! Gaandeweg werd ik wel bevestigd in mijn gevoel en heb ik geleerd niet af te gaan op het oordeel of de expertise van anderen. Ik moest het zelf voelen. Dat empirisch verlangen is bij mij heel groot.”

Zijn buikgevoel maakt dat hij empathisch is. Soms te, denkt hij. Maar net daarom kan hij doen wat hij doet, voor al die kinderen. En dan de vraag die iedereen hem één keer stelt, of hij zelf ook kinderen heeft. Het liefst antwoordt hij daarop met een quote van Annie M.G. Schmidt. Nee! Hij haat kinderen! En hij moet daar zelf erg smakelijk om lachen. “Natuurlijk hou ik van kinderen. Maar mijn vrouw en ik zijn beiden te overgevoelig om er zelf kinderen bij te nemen. Iedereen op kantoor werkt met een noise cancelling koptelefoon! Maar terwijl ik me zelf enorm amuseer, kan ik me wel perfect inleven in wat die kinderen nodig hebben.”

De beste stuurlui staan al wal, dat is al langer geweten.

Laat dat buikgevoel meteen ook de reden zijn waarom Kapitein Winokio zijn merk niet uitbreidt met pakweg ijslolly’s, koeken of een eigen pretpark. “Een oude boekhouder zei dat we voor steeds meer moesten gaan. Met hem ­werken we nu niet meer. Op die manier voelt het gewoon niet juist. Als bedrijf hebben wij geen aandeelhouders, we moeten niet koste wat kost voor winst gaan. Natuurlijk nemen we graag risico’s en willen we goed verkopen, maar dat is niet het hoogste goed. Ik geloof dat het allemaal wel goed komt als je met een waardevol team doet wat je graag doet en maatschappelijke meerwaarde kunt bieden. Zolang iedereen in het team betaald kan worden, ben ik al tevreden. Je kunt jezelf vernieuwen, vergroten en nieuwe markten aanboren. Maar ik wil liever rijk worden vanbinnen, beter worden in wat ik doe. Zoals een vakman, eigenlijk.”

Geluk is een spier

Winok was zelf een dromerig kind, dat goed wist wat het wel en niet wou. Groene laarsjes dragen, bijvoorbeeld. Dat wou hij wel. Elke dag. Nu heeft hij platvoeten. “Ik was het kind dat op feestjes wel meedanste, maar zich tegelijk ook afvroeg waarom iedereen zo danste, waarom het goed was. Ik merkte dat ik bepaalde dingen wist omdat ik ze ­aanvoelde, dat ik dingen begreep op een andere manier. En wat ik niet aanvoelde, wou ik analyseren.

“Leren lezen was in dat opzicht louterend. Zodra ik kon lezen, besefte ik dat ik exact dat nodig had om te ­ontwikkelen wat ik voelde. Ik begreep veel meer. Hoe geweldig was het ook om plots alles te kunnen lezen op straat! Op televisie! In boeken! Voor mij was dat magie. Dat zat in taal, maar ik kon dat evengoed hebben bij wiskunde. Ik hou erg van inzichten hebben, het besef dat je iets begrijpt. Zo’n openbaring is voor mij een
natural high.” Niemand krijgt zijn kicks for free, dus ook begrip is iets dat je moet opbrengen. En de ene keer gaat minder goed dan de andere, sommige dingen gebeuren nu eenmaal.

Kapitein Winokio: "Ik zit er in het leven graag boenk op." Beeld ©Jef Boes

Winok grijpt naar zijn smartphone in zijn broekzak, want afritsbroeken hebben ook dát. Met trots toont hij een foto van een houten vloer. Die is hij thuis zelf aan het ­leggen. Van nul begonnen. En dat noemt hij evengoed een openbaring. “Onze muziekmixer heeft me geleerd hoe ik het moest doen. Ik ben opgegroeid zonder vader en los van het technische aspect heeft iemand me nu ook een warm en intens gevoel bijgebracht. Elk vrij moment ben ik met die vloer bezig. Met muziek op de achtergrond zit ik dan ­gaatjes op te vullen met houtlijm en houtpulver. Tegen iedereen die gaat verbouwen, zeg ik dat ik de planché wel kom leggen.”

Winok omschrijft zichzelf als heel cerebraal. Al zijn energie gaat naar zijn hoofd en af en toe moet het systeem weer in evenwicht gebracht worden. Het leggen van die vloer is daar een voorbeeld van. Niet moeten nadenken is een heerlijkheid. En als hij moet kiezen tussen kleurboeken voor volwassenen, yoga of een plankenvloer leggen, lijkt dat laatste me de betere optie.

“Het heeft weer tot inzichten geleid. Misschien niet van dezelfde grootte als toen ik leerde lezen, dat was krachtiger. Maar toch. Het is fijn om te weten dat ik nog steeds ­verwondering kan toelaten.”

Het is die verwondering die hem verbindt met kinderen, zijn publiek. Maar vergis je niet. Het feit dat iemand met een kinderlijke blik naar de wereld kan kijken, maakt hem nog geen kind.

“Ik ben een volwassene. Ik zie rondom mij mensen die kinderen zijn gebleven, die niet willen opgroeien en geen verantwoordelijkheden dragen. Die openen hun post niet! Dat kan niet de bedoeling zijn. Ik zal snel iets fotograferen als ik iets mooi zie, ik onthoud dingen, ik noteer constant ideeën, maar ik ben wel een grote jongen. Ik leid, samen met mijn vrouw, een bedrijf. Om te doen wat ik doe, moet ik verantwoordelijkheid, discipline en zelfkennis hebben. Volwassen zijn, vind ik een aangenaam gevoel. Ik heb geen probleem met ouder worden.” Alleen dat buikje. Daar moet hij wel aan werken. Zijn eigen woorden! “We hebben onlangs een nieuwe clip opgenomen en ik kon alleen dat buikje zien. Het haalt me niet naar beneden, maar het zet me wel aan om in te grijpen. Ik heb thuis een roei­machine en in mijn agenda staat wanneer ik moet roeien. Daar moet dan een heel plan rond gemaakt worden. En eenmaal ik bezig ben, moet ik dus weer niet nadenken.”

Van een midlifecrisis dus geen sprake. Van een burn-out of een depressie helaas wel. Hij weet zelf niet wat het was of hoe het te benoemen. Niet elk kind moet een naam hebben. Enkele jaren geleden was het emmertje gewoon vol. Met zijn rechterhand die opstapte en een relatiebreuk viel zowel zijn professioneel als zijn privéleven in duigen. “Ik vond het heel desoriënterend om de grond onder mijn voeten te ­voelen wegzakken. Ik botste op een muur, na jaren in het rood te gaan en mezelf niet goed te bewaken. Ik heb toen veel in bed gelegen. Rusten en films kijken.”

Maar: geen man overboord, want hij wilde gelukkig wel nog steeds muziek maken. Hij kreeg dan wel migraine op kantoor, maar spelen bleef leuk. “Uiteindelijk ben ik uit die put geraakt, met grote dank aan mijn vrouw. We kenden elkaar al van vroeger, maar in die periode hebben we elkaar teruggevonden. Een meevaller, want door me op mijn slechtst te zien, kon het alleen maar beter worden. Maar goed, als ik toen die klop niet gekregen had, was hij wel op een ander moment gekomen. Het was onvermijdelijk. Ik zit er in het leven graag boenk op. Maar dat gaat niet altijd. Ik heb nu geleerd en aanvaard dat het rooskleurig kan zijn bij De Kapitein, terwijl dat in mijn leven misschien niet zo is. Ik zeg weleens dat geluk een spier is die je moet trainen. Af en toe kan die spier verkrampen, maar je kunt dus wel werken aan dat geluk. Het is wat vermoeiend dat ik eerst door het diepste dal in mijn leven moest gaan om dat te beseffen, maar goed. Ik kon opnieuw beginnen, ditmaal beter.”

Easy reading is hard writing

Ongeveer elke muzikant kent nog het riedeltje waarop de muziek meer ging betekenen. Bij Winok kwam op zijn tiende het inzicht wat muziek kon betekenen voor een mens. Voordat zijn moeder een tearoom opende, werkte ze voor de diensten van de eerste minister. Een van de privileges die ze daaraan overhielden, was een abonnement op de Muntschouwburg.

“Klassieke muziek heeft een enorme impact gehad op mij”, zegt hij daarover. “Ik merkte dat mijn mama zich letterlijk optrok aan La Traviata van Verdi. Ik kon echt zíén wat muziek deed met een mens. Toen besliste ik dat ik muzikant zou worden.” Hij trommelde al langer met bestek op tafel, wat de overstap naar echte drums niet moeilijk maakte. “Die drums vond ik altijd een machtig instrument, het stoerste en het luidste. En toen ik ergens las dat de drums het fundament van een groep vormden, was ik helemaal verkocht. Dat vond ik alleszins leuker dan het idee dat je, door vooraan solo te spelen, de meeste meisjes kreeg. (lacht) Daar heb ik het nooit voor gedaan. Door te drummen, kan ik verschillende dingen tegelijk. Ik kan genieten van al die bewegingen. Bij het koken kan ik dat gevoel soms ook hebben. Ik was een groove­drummer, ik kon een goede groove zetten en mensen aan het dansen brengen. Op die manier krijgt muziek in zekere zin zichtbaarheid. Tegelijk was het drummen ook een uitlaatklep. Na de scheiding van mijn ouders ben ik even een agressief kind geweest. Als iemand mijn bal wegschopte, moesten ze me van hem afschrapen. Het drummen nam dat randje weg. Daar kon ik mijn grote bewegingen kwijt, daarin vond ik een vriend.”

Kapitein Winokio: "Ik zie mezelf op een dag wel eens andere muziek maken." Beeld ©Jef Boes

Langzaamaan begon hij zichzelf echt op te leiden en te vormen met literatuur en muziek. “Ik zat op de kunsthumaniora in Brussel en elke middag trok ik naar de bib aan de Muntschouwburg. De muziek stond daar geklasseerd in bakken, chronologisch. Ik begon bij de klassieke muziek, die kende ik. Het volgende was blues, dan jazz, fusion, funk, noem maar op. Het hele parcours heb ik mezelf zo kunnen onderwijzen. Toevallig, omdat die bakken in de juiste volgorde stonden. Tien tot twaalf jaar lang ben ik elke avond met mijn koptelefoon en muziek gaan slapen. Niet om sneller in slaap te vallen, wel om het te kunnen doorgronden. Ik leerde op welke manier iets goed kon klinken, maar ik ontdekte ook de technische kant. Dat komt nu nog terug in wat ik doe. Je moet weten wat je doet en hoe het klinkt.”

Dat weet hij intussen, wat van hem de vakman maakt die hij wil zijn. Zijn muziek wordt met veel metier gemaakt. “Ondertussen heb ik meer dan vierhonderd liedjes gemaakt, waarbij ik probeer alles wat ik ooit gehoord heb en alle genres door elkaar te laten vloeien. Op die manier neem je kinderen mee op een reis rond de wereld, daar worden ze alleen maar rijker van. Als ze klein zijn, kan en moet je nog dingen in hun hoofd pompen. Hun fontanellekes moeten zelfs nog dichtgroeien!”

Er zijn nummers die het goed zouden doen op de radio. Een Engelse tekst erop en klaar. Toch geraakt hij niet op de radio. “Het is kindermuziek, hè. Ik heb het ooit wel geprobeerd, maar het is geen streven. Ik lig er ook niet ­wakker van, het is een soort van natuurlijke barrière.”

En de waardering dan? Zit die zoals het cliché wil in de lachende gezichten van de kinderen en hun applaus? “Zeker. Zonder dat metier zou het ook niet dit succes ­hebben, volgens mij. Dan zou er niet zo gelachen en ­geapplaudisseerd worden. Easy reading is hard writing, dat geldt ook bij het maken van muziek. Ik zie mezelf op een dag wel eens andere muziek maken. Maar dan meer voor mezelf dan om iets te bewijzen. Die tijden zijn voorbij.”

Een paar keer per jaar komt er van een mama of papa een mailtje binnen dat gaat over de muziek. Met complimenten en erkenning. Daarom een boodschap aan alle kindjes voor hun mama’s en papa’s: die brieven worden opgehangen in het kantoor, beter bekend als ‘de stuurhut’.

Een tattoo en een foto

Om uit te leggen waarom De Kapitein een ­kapitein is en waarom Winok zich niet voor elk optreden in een berenpak hijst of een clownsneus opzet, moeten we het over twee dingen hebben: een tattoo en een foto. Over het feit dat vrienden hem al langer aanspraken als Winokio valt niet veel meer te zeggen dan dat. Soms is het leven en ook een bijnaam erg ­simpel.

Dus eerst die tattoo. Een echte tattoo, geen plaktattoo. Want een echte kapitein gaat voor zwarte inkt. Op de bovenarm. En het liefst nog in de vorm van een anker, als het even kan. Bij Winok kon het. Al een hele tijd geleden, lang voor er sprake was van De Kapitein. Niks geen commerciële zet die moest inspelen op het ­succes, integendeel. En het mag logisch zijn of niet, maar het begon allemaal met een boot.

“Mijn moeder had tijdens mijn jeugd een relatie met een man die een jachtschip had. Zeven jaar lang gingen we elk weekend zeilen. Ik vond het fantastisch om te voelen hoe ik daar één werd met de natuurelementen. Die boot had ook de beste geluidsinstallatie en akoestiek, omdat er geen enkele rechte hoek was. Dankzij die toenmalige vriend heb ik daar The Rolling Stones leren kennen. En Bob Dylan, Neil Young… Vaak nam ik ook meisjes mee naar die boot. Dan kon ik uitpakken als geen ander. Waarschijnlijk heb ik daar ook meer zelfvertrouwen gekweekt. Ik was geen jongen meer, ik werd een man op die boot. Even letterlijk als figuurlijk.

“Toen die relatie stopte, viel heel dat leven weg. Ik was 22 en mijn leven rolde verder. Tot ik het op mijn 27ste even lastig kreeg. Ik had angstaanvallen, zonder te weten waar die angsten vandaan kwamen. En ze werden alsmaar ­groter. Uiteindelijk kwam ik uit bij het feit dat ik opgegroeid ben zonder vader en mezelf dus ook moest vormen zonder vader. Ik moest een man worden zonder te zien hoe je dat doet. Ik voelde aan dat ik een vaderfiguur miste en dat ik het zeilen miste. Zodra ik dat doorhad en het durfde toe te geven aan mezelf, verdwenen al die angsten. Vanaf dan wist ik ook: nu ben ik echt een man. Op dat moment heb ik beslist dat ik voor mezelf moest zorgen, dat ik mijn eigen verantwoordelijkheid was. Toen heb ik een anker op mijn bovenarm laten tatoeëren. Als ode aan die periode, als een teken van hoop en standvastigheid: ik kon mijn eigen plan trekken.”

Tot zover de tattoo. Nu die foto.

“Er kwam vaak een fotograaf over de vloer in de tearoom van mijn moeder. Ik beschouwde hem een beetje als mijn grote broer. Hij was modefotograaf, had een motor en een jeep. Ik zwierf vaak rond in de stad en af en toe belde ik bij hem aan. Telkens opende er een andere bloedmooie vrouw de deur. Met zijn T-shirt aan. Een wondere wereld was het. (lacht) Tijdens een van mijn bezoekjes vroeg hij of ik op de trap wilde gaan staan met mijn pilotenjas aan. Hij zette nog snel een pet op mijn hoofd en nam de foto.” Een iconische foto, bleek later. Toen Winok verschillende artiesten bereid vond om een kinderlied aan te leveren, wilde hij niet dat dat gewoon geklasseerd zou worden als ‘bekende zangers die kinderliedjes zingen’. Er moest een naam zijn. Iets warms, een figuur die een positieve autoriteit uitstraalt.

“Op een nacht schoot ik plots wakker. Ik moest terugdenken aan die foto en vroeg me af of ik toen een pilotenpet of een kapiteinspet droeg. De foto hing bij een vriendin, dus ik heb haar onmiddellijk opgebeld en het gevraagd. Het was een pet met een ankertje erop.”

Tel die foto bij die tattoo en daar heb je het. Kapitein Winokio was een feit. Toen alle ­puzzelstukjes in elkaar vielen, was dat het gevoel van leren lezen maal tien. Het zat juist. Het verhaal was niet bedacht, het was echt. Dat is het nog steeds. Het verhaal van De Kapitein zou niet beter zijn als het verzonnen was.

Grote Gevoelens

Terug naar die Grote Gevoelens. Blij, boos, bang, bedroefd. Het lukt hem niet om de moeilijkste eruit te kiezen. “Wat mij betreft zijn er geen moeilijke gevoelens. Ik vind dat ze allemaal meetellen en dat ze allemaal even belangrijk zijn. Als je een favoriet hebt, blijf je daar misschien in hangen en dat is ook niet goed. Je moet de cirkel rond maken. Daarom vind ik zelfvertrouwen fantastisch, want met zelfvertrouwen kun je al die andere gevoelens aan. Dat is voor mij de essentie. Boosheid, verliefdheid, het is allemaal prachtig, maar zonder dat zelfvertrouwen brengt het je alleen maar in de war. Zelfkennis hangt daar ook aan vast. Iemand die zichzelf niet kan inschatten heeft een groot probleem, omdat die telkens dezelfde fouten zal maken. Tot je beseft dat je dat niet meer moet doen, dan mag je door naar het volgende level. Dat had ik dus in die kerk, als klein jongetje. Daar kreeg ik mijn zelfvertrouwen, door te beseffen dat ik niet overal zomaar zou intrappen.”

Rest ons enkel nog de vragen die reeds in het begin gesteld zijn. Ditmaal met antwoorden.

Wie ben je?

“Kapitein Winokio.”

Hoe gaat het?

“Goed.”

Waarom doe je dat?

“Daarom.”

Wat voel je?

“Alles.”

Danskriebels, Kapitein Winokio, Kapitein Winokio Bvba, 22,95 euro

kapiteinwinokio.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden