Maandag 24/02/2020

Dans

Kan dans een expo zijn? Rosas palmt het MoMA in New York in

Rosas-dansers tekenen met krijt de cirkelvormige looplijnen. Ook de Steinway-piano volgt die strikte geometrie.Beeld Natan Dvir / Polaris Images

Rakelings scheren de dansers langs de museumbezoekers. Ze kunnen de inspanningen ruiken, ze zien het zweet. Kan dans ook een expositie zijn? Anne Teresa De Keersmaeker en haar gezelschap Rosas palmen vijf dagen lang het MoMA in New York in op zoek naar het antwoord. 

En dan floept opeens het licht uit. Iemand heeft hier de opdracht om elke avond om acht uur stipt de grote spot die het atrium met fel wit licht beschijnt, uit te knippen. En de memo dat hier vanavond een opening plaatsvindt, heeft hem duidelijk niet bereikt. Onverstoord bewegen de dansers voort onder de sfeerlampen die de grote ruimte stemmig verlichten. Medewerkers van het museum grijpen haastig naar hun iPhones. Enkele tellen later is het euvel verholpen.

Componist Steve Reich is hier, op deze dinsdagavond in het MoMA in New York, en belangrijke mensen uit de dansscene. The New York Times stuurde een recensent. De Keersmaeker is nerveus. Ze trekt zich terug, verdwijnt tussen de toeschouwers. Ze is gewaarschuwd: “Dit is New York. Deze mensen bezoeken vijf openingen per avond. Zit er niet mee in als ze na een kwartier alweer vertrekken.”

Twee dagen eerder, op de eerste repetitiedag in het atrium waar Marina Abramovic destijds haar befaamde performance The Artist Is Present bracht: “’t Is zij”, stelt een Vlaamse toeriste beslist. Ze geeft haar dochter een por en wijst naar De Keersmaeker. “Ja, tegen de muur. Dat is ze.” De Keersmaeker staat tegen die muur geleund, geconcentreerd kijkend naar haar dansers die voor het eerst door de ruimte lopen en springen. Het wandpaneel met toelichting hangt net op.

Thema 'tijd'

Work/Travail/Arbeid is haar antwoord op de vraag of dans ook een expositie kan zijn. “Anne Teresa was kind aan huis in Wiels”, vertelt Elena Filipovic. Zij was destijds curator in het Brusselse museum voor hedendaagse kunst, op een boogscheut van de plek waar Rosas gevestigd is. Ze zag de choreografe er vaak binnenwandelen, kwam haar tegen op vernissages.

“We broedden samen op het idee van een retrospectieve van haar repertoire met Rosas. Maar foto's, tekeningen of ander archiefmateriaal zouden slechts een representatie zijn van haar werk. En we stelden vast dat we steeds terugkeerden naar het thema 'tijd'.”

De Keersmaeker herwerkte haar voorstelling Vortex Temporum (2013) op een compositie van Gérard Grisey tot een levende tentoonstelling met cycli van negen uur, dat negen weken lang te zien was in Wiels, tijdens de openingsuren.

Geen vooraf vastgelegd aanvangsuur, geen afgebakend podium dat dansers en toeschouwers scheidt. Dans als een bewegend sculptuur waar museumbezoekers omheen en tussen kunnen bewegen, wanneer en zo lang ze wensen. “Hier worden alle conventies doorbroken”, stelt Filipovic.

Zweet

Als een windhoos lopen de dansers in cirkels de ruimte door, rakelings scheren ze langs de bezoekers. Even worden die meegezogen in de energie van de dans en de fysieke prestatie die op het podium zelden echt zichtbaar is. Ze ruiken de inspanning, zien het zweet, de borstkas die heftig op- en neergaat als een danser even stilstaat.

De compagnie troept samen, tuurt naar het laptopscherm dat een ingewikkeld patroon met cirkels en een vijfhoek toont. Zoals steeds bij De Keersmaeker is de choreografie opgebouwd volgens een strikte geometrie. Het is aftasten hoe dat grondplan en de dans in de logica van het atrium passen. “Laten we 10 procent kleiner dansen”, besluit de choreografe. Iemand gaat met een dweil de cirkels die met krijt op de grijze vloer getekend zijn, te lijf.

Anne Teresa De Keersmaeker.Beeld Natan Dvir / Polaris Images

Na Wiels in 2015 streek Work/Travail/Arbeid een aantal dagen neer in Centre Pompidou in Parijs, en daarna in het Londense Tate Modern. Elke ruimte vroeg aanpassingen van de choreografie. In Wiels werd in twee ruimtes gedanst, waardoor de toeschouwers algauw mee in beweging kwamen om een danser of muzikant van de ene naar de andere ruimte te volgen. De reusachtige Turbinehall in Londen nodigde het publiek uit om nabij te komen om de intimiteit op te zoeken. Kinderen liepen tussen de dansers en bootsten hun bewegingen na.

Hier speelt de doorgang die het atrium ook is De Keersmaeker parten. “Het is zoeken naar welke richting we dansen en hoe we de relatie met de toeschouwer organiseren. Aan de zijde waar mensen passeren, ontvangen de kijkers te veel visuele en auditieve informatie. De dans moet leesbaar blijven.” Twee uur later wordt de dweil opnieuw bovengehaald.

“Het was een enorm risico”, vertelt Filipovic. Ruim 20.000 man kwam uiteindelijk kijken in Wiels, maar tijdens de drie jaar durende voorbereiding was het soms koppig geloven dat het zou lukken, en dat de toeschouwers zouden opdagen. “Het budget ontplofte en we hadden geen enkele referentie om op terug te vallen. Als het mislukt was...”

Tollende Steinway

De zwarte Steinway-piano wordt mee in de trage draaikolk van dansers gezogen. De zes muzikanten van het Ictus-ensemble (piano, dwarsfluit, klarinet, viool, viola en cello) zijn gekoppeld aan dansers, en ook zij bewegen mee in complexe cirkelpatronen. Zelfs de piano, die geduwd wordt tot ze een grote tol wordt, terwijl pianist Jean-Luc Plouvier al wandelend blijft spelen.

Wat later loopt hij driftig weg van zijn instrument, dan ramt een danser onzacht op de toetsen, gebruikt het instrument om zijn lichaam de hoogte in te duwen. Filipovic: “De geometrie, de rigoureuze structuren, de manier waarop lichamen in tijd en ruimte worden geplaatst en de relatie met livemuziek: dit werk omvat de essentie van Anne Teresa.”

De Amerikaanse Filipovic heeft het ondertussen tot directeur van Kunsthalle Basel geschopt, maar reist nog steeds met elke voorstelling van Work/Travail/Arbeid mee. “Dat we nu hier in MoMA zijn, is een logisch gevolg van het parcours dat het werk heeft afgelegd.” Maar enkel in het avant-gardistische Wiels hadden ze dit kunnen bedenken, zegt ze. Niet in dit instituut in New York waar het een halve dag en eindeloos veel telefoontjes kost om het afscheidingstouw dat het publiek moet weghouden van de repetities, te laten verwijderen.

Toeschouwers bekijken vanaf de tweede verdieping de dansvoorstelling. Beeld Natan Dvir / Polaris Images

Geschiedenis

De Keersmaeker en New York go way back. Begin jaren tachtig schreef ze zich in aan de Tisch School of The Arts in New York. “Een enorme ervaring op die leeftijd”, vertelt ze. “Na Brussel is New York de stad waarmee ik me het nauwst verwant voel.”

Ze stond in de Brooklyn Academy of Music, in het Lincoln Center en danste zelfs al eerder in het atrium van MoMA. In 2011 was dat, toen ze een sequentie uit Fase bracht, de choreografie op muziek van Steve Reich waarmee ze zich na haar terugkeer naar België voor het eerst liet opmerken. Op YouTube zijn daar beelden van te vinden: ze danste alleen, in een laag zand waarin zich langzaam – alweer – een geometrisch patroon aftekent.

“Ik ben wel blij dat we na negen weken in Wiels op belangrijke plekken als MoMA kunnen staan”, zegt De Keersmaeker. Ze praat traag, bedachtzaam, schakelt tussen Nederlands en Engels. “Ik denk niet dat ik overdrijf als ik stel dat we met deze voorstelling ’s werelds relevantste plekken voor de visuele kunst hebben bezocht. Ik weet niet of er veel Belgische artiesten die mogelijkheid hebben gekregen.”

Van de Verenigde Staten wordt weleens gezegd dat hedendaagse Europese choreografen er moeilijk voet aan wal krijgen. Waar de culturele sector niet van overheidssubsidies, maar van sponsoring afhankelijk is, weegt de druk van de markt zwaar en haalt entertainment makkelijker zijn slag. “Laten we wel wezen,” relativeert De Keersmaeker, “de boegbeelden van de twintigste eeuw zijn Amerikanen die niet in de entertainmentsector zaten. Martha Graham, Merce Cunningham, William Forsythe, Yvonne Rainer, Trisha Brown: de geschiedenis van de moderne dans is voor een groot stuk hier geschreven. Al klopt het wel dat deze artiesten veel meer in Europa speelden.”

Black Lives Matter

“Ik heb maar één wasmachine”, reageert de kleedster verschrikt. We zijn een paar uur voor de grote opening en De Keersmaeker heeft beslist dat de dansers zelf maar moeten beslissen wat ze aantrekken. De kostuums in witte tinten hangen al twee dagen werkloos aan de kapstokken, en de choreografe vindt het wel passend zo. “Het individualiseert de dansers.” Zelfs al weet de kleedster niet meteen hoe ze de bezwete hemden, T-shirts en broeken tijdig schoon moet krijgen als iedereen zomaar zijn gang gaat.

De Keersmaeker: “Ik wil voor deze versie één danser in het wit, niet te veel donkere kleuren of pyjamabroeken, and we neither want carnaval in Rio.” De dansers gniffelen. Danser Gabriel Schenker repeteert al twee dagen in een T-shirt van Bernie Sanders, of eentje met 'Black Lives Matter' erop. “Opschriften zijn toegelaten, zolang ze maar niet in tegenspraak zijn met Gabriel.”

Na ruim dertig jaar choreografieën voor het podium opeens dit. Of afgelopen jaar de regie van Cosi fan tutte in de Opera van Parijs. Waarom? “Omdat ik het graag doe. Allereerst vind ik de muziek fantastisch en als muziek, zang, dans en theater samenkomen, dan is dat voor mij het summum. En het werd mij aangeboden.” Work/Travail/Arbeid liet haar dan weer toe om fundamentele vragen te stellen over de vaste formats en de codes die op en rond het podium bestaan. “En in Wiels hebben we ook een uitzonderlijk gevarieerd publiek gezien.”

Ervaarde ze die ondernemingen als risicovol, zoals Elena Filipovic het stelde? Stond er iets op het spel? Ze lacht. “Na dertig jaar kan ik je zeggen: it's hard work, not just fun. Mensen kunnen heel ... hard zijn in de manier waarop ze uitdrukken of ze iets graag zien of niet. Misschien ook net door de de eigenheid van dans, dat niet wordt vastgelegd zoals een boek of schilderij. Door de vergankelijkheid hebben publiek, journalisten en zelfs choreografen almaar minder historische referentiepunten.”

Het Belgische Ictus-ensemble verzorgt de muziek. Beeld Natan Dvir / Polaris Images

Voor Trisha

Op de receptie ter ere van de opening draagt De Keersmaeker haar voorstelling op aan Trisha Brown. Minutenlang praat ze over de zopas overleden choreografe, zoekend naar de juiste woorden. Ze vraagt zich af, zal ze later vertellen, wat er zal gebeuren met het nalatenschap van al die overleden boegbeelden, van wie de meesten overleden zijn. Worden hun choreografieën doorgegeven, of blijven ze alleen in archieven bestaan?

“Het MoMA heeft net een choreografie van Simone Forti gekocht. Maar wat houdt dat concreet in? Ik heb geen last van nostalgie, maar het valt me op dat schriftuur verdwijnt. Ik zie tegenwoordig veel goede dansers, maar ik verlang naar goede choreografieën verankerd in schriftuur.”

Nalatenschap. Het spookt al langer door haar hoofd. Een tijdje terug bracht ze A Choreographer's Score uit, een boek waarin ze de opbouw en structuur van Rain en Drumming, twee klassiekers, deelt. Ze sprak toen over een erfenis, haar legacy. Ze glimlacht. “Erfenis, dat woord heeft zo'n groot sterfgehalte. Maar ik neem aan dat u het verhaal kent?”

Subsidie

De choreografe droomt van een tweede vaste groep dansers die enkel haar repertoirestukken brengen, naast het gezelschap waarmee ze nieuwe creaties maakt. Maar bij de subsidieronde vorig jaar kreeg ze daarvoor niet de nodige centen. “De kwaliteit van het oeuvre als geheel staat buiten kijf”, stelde de beoordelingscommissie. “Maar de oorspronkelijke scherpte van het werk is verminderd.” "No comment", antwoordt De Keersmaeker als we haar dat oordeel voorleggen. “Don't ask me, ask around."

Ana Janevski, de curator van MoMA die Work/Travail/Arbeid naar New York haalde, rolt met haar ogen. Het is de ochtend na de opening. Magisch, vond ze die. Janevski boekte het werk nog voor ze het zag in Wiels, vertelt ze. “Omdat het pertinente vragen stelt over wat performance in een museum is.” Ze wijst naar de toeschouwers die met velen op de grond zitten. “De mensen blijven lang zitten. En kijk, werkelijk niemand heeft zijn gsm vast. Voor mij is ze de nieuwe Trisha Brown.”

Geen enkele drukbezette New Yorker heeft die avond de openingsdans verlaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234