Dinsdag 13/04/2021

Achtergrond

Kan Berlijn nóg een keer opstaan?

David Bowie (linksboven) kwam in de jaren 70 op (muzikale) krachten in Berlijn. Beeld DM
David Bowie (linksboven) kwam in de jaren 70 op (muzikale) krachten in Berlijn.Beeld DM

Van David Bowie en krautrock tot pompende beats: veel muzikanten vonden zich (opnieuw) uit in Berlijn. Maar vandaag is het er ijzig stil, en dat heeft niet alleen met corona te maken.

Ook in de stad waar het altijd feest is, vallen de clubs stil en verstomt de beat. “Het is hier doods. Spooky. Zeker ’s avonds.” Ook Berlijn is in lockdown. Thilo Schmied, die met zijn Berlin Music Tours al vijftien jaar rondleidingen over en langs de muzikale geschiedenis van de stad organiseert, ziet met lede ogen de lege straten aan. Restaurants en cafés zijn dicht, toeristen blijven weg, clubs en concertzalen lieten de rolluiken neer. Berghain, de bekendste club van de stad, heeft een banner opgehangen: ‘Morgen Ist Die Frage’.

In de zomer – toen de teugels overal even gevierd werden – herleefde Berlijn: Berghain werd een exporuimte, elders werden clubs eerder cafés waar soms voorzichtig gedanst werd, en in parken werden evenementen georganiseerd. In het najaar legde de stad het nachtleven voor het eerst in zeventig jaar een sluitingsuur op: om elf uur ’s avonds was het feestje voorbij.

In afgelegen buitenwijken en bossen rond de stad werden illegale raves georganiseerd. De uitnodigingen werden discreet per WhatsApp of besloten Facebookgroepen verstuurd. “Op dit moment is het raven om te overleven”, vertelde een anonieme kunstenaar en promotor onlangs aan DJ Magazine. Hij had net zijn outdoorbar voor een feestje met vijfhonderd man verhuurd. “De rave werd georganiseerd door een bar uit Neukölln (hip district in het zuiden van Berlijn, red.). Ik denk dat ze financieel zo spartelen dat ze niet eens meer wakker liggen van een boete. Ze moeten de huur kunnen betalen, hun personeel, de rekeningen. Ze weten wellicht niet eens of ze volgende maand kunnen eten. Zo ernstig is de situatie.”

Dansen tegen het verdriet

Vandaag geldt er in Berlijn weer een algemene lockdown. “De meeste mensen in de muzieksector werken zelfstandig”, zegt Schmied. “En zonder werk, geen inkomen. Ik probeer het hoofd boven water te houden, maar het is niet makkelijk om positief te blijven. En de realiteit is: deze situatie zal nog wel even aanhouden.”

Morgen Ist Die Frage. Maar wie en wat blijft er morgen, zodra deze pandemie voorbij is, nog over? Zal het coronavirus de doodsteek betekenen voor Berlijn als ‘s werelds clubhoofdstad?

“Berlijn is al zo vaak verwond”, zegt Schmied. “Misschien dat hier weer iets nieuws en positiefs uit voortkomt.”

Wat de man bedoelt, leert ons de geschiedenis. Drie keer al moest Berlijn zichzelf heruitvinden. De nederlagen in beide wereldoorlogen, de val van de Muur die de stad in twee splitste: tussen het puin van het verleden zocht de stad naar een nieuwe adem, en muzikanten en kunstenaars naar een nieuwe cultuur. “Muzikanten lijken het een ongepaste vraag te vinden, maar de culturele relevantie van Berlijn heeft volgens mij veel te maken met die crisissen die de stad heeft moeten doorstaan”, zegt de Nederlandse muziekjournalist Leo Blokhuis, die met Berlijn. Muzikale revolutie net een boek over Berlijn als onderschatte bakermat van muzikale revoluties heeft uitgebracht.

Iggy Pop, David Bowie en Bowie’s secretaresse/rechterhand Coco Schwab, in Oost-Berlijn, 1977. Beeld kos
Iggy Pop, David Bowie en Bowie’s secretaresse/rechterhand Coco Schwab, in Oost-Berlijn, 1977.Beeld kos

Zonder Berlijn, zo stelt Blokhuis, geen Heroes van David Bowie, geen piepende synthesizers, geen beukende electro.

Na de Eerste Wereldoorlog is Berlijn de zwalpende hoofdstad van een nieuwe natie, de Weimarrepubliek. De jongemannen zijn door de gruwel van de oorlog getraumatiseerd, het land verzuipt in de herstelbetalingen, het politieke evenwicht is bijzonder broos: communisten, rechts-nationalisten en sociaaldemocraten raken in een bijna permanente armworsteling verzeild. In die jonge democratie, zegt Blokhuis, was nog niet alles dichtgekit: de theaters, cinema’s en clubs hebben geen last van censuur, van zedenwetten is helemaal geen sprake.

Prostitutie

De intrieste schaduwzijde van die seksuele openheid is dat prostitutie welig tiert: door de schrijnende armoede zien mannen, (zwangere) vrouwen, gehandicapten en zelfs hele gezinnen zich gedwongen om hun lichaam te verkopen. “Maar dat gebrek aan oordeel over seksuele voorkeur was ook een magneet voor allerhande avonturiers en vrije geesten, zoals de Britse homoseksuele schrijvers W.H. Auden en Christopher Isherwood”, zegt Blokhuis.

De gewonde stad probeert door te dansen en te drinken haar verdriet te vergeten. “Die sfeer creëer-de een uitstekende voedingsbodem voor een explosie van creativiteit, op zo veel vlakken: de schilderkunst, architectuur, theater, film, muziek.”

Laten we hier even namedroppen. Als u nu in een teletijdmachine richting Berlijn in de roaring twenties zou kunnen stappen, dan kon u de Frans-Amerikaanse Josephine Baker wild op het podium zien dansen. U zou kunnen ervaren hoe de Bauhaus-adepten het expressionisme in moderne, functionele lijnen gieten en het dadaïsme er voet aan wal vindt.

Ondertussen verwerkt dichter en schrijver Bertolt Brecht de wreedaardige oorlog en creëert hij met Kurt Weill de bekende epische opera Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny. Later zou Bob Dylan vertellen dat hij, hoewel oorspronkelijk schatplichtig aan singer-songwriter Woody Guthrie en consorten, zijn voorliefde voor poëtische en beeldende teksten bij Brecht ontdekte.

Regisseur Fritz Lang maakt in die periode de film Metropolis, over een futuristische stad met gigantische wolkenkrabbers waarin een als vrouw vermomde robot onderdrukte werkers en de elite tegen elkaar uitspeelt. Unesco promoveerde ’s werelds eerste sciencefictionfilm tot Werelderfgoed, en terecht. Nog steeds laat deze bijzondere film sporen na in de popcultuur: Queen gebruikte filmfragmenten voor de videoclip van ‘Radio Ga Ga’, Madonna verwees ernaar in de clip voor ‘Express Yourself’. Klassiekers als Star Wars en The Matrix zijn overduidelijk door de film geïnspireerd en de outfits waarin Lady Gaga en Janelle Monáe zich al eens uitdosten, doen verdacht veel aan de Maschinenmensch denken.

Scène uit 'Metropolis' van Fritz Lang. Beeld
Scène uit 'Metropolis' van Fritz Lang.

De Berlijnse muziekscene van die tijd baart een generatie revolutionaire klassieke componisten die met atonale of dissonante composities experimenteert. Zo ontwikkelt de Oostenrijker Arnold Schönberg de twaalftoonsmuziek, waarbij elke toon even veel voorkomt in een stuk, in plaats van steeds terug te keren naar een grondtoon. De man moest destijds krabben om rond te komen, maar geldt vandaag als een van de belangrijkste componisten van de twintigste eeuw.

Maar denk ook aan de Fransman Edgard Varèse, die muziek definieerde als “georganiseerd geluid”. Varèse, vele jaren later een van de grote inspiratiebronnen van Frank Zappa, droomt al in de jaren 1920 van nieuwe instrumenten en klanken voortgebracht door elektriciteit. En in 1929 wordt in Berlijn het trautonium uitgevonden, een soort vroege synthesizer. Jazeker, u leest het goed: hier werd het grondwerk gelegd voor mechanische ritmes en elektronische muziek.

“Berlijn lijkt bij kunstenaars die experimentele drang aan te wakkeren”, vertelt Blokhuis. Hij omschrijft de Berlijnse sound als heel edgy, intens en toekomstgericht. “Bij Kraftwerk was dat later heel duidelijk, maar al in de jaren 1920 ging het over machines en robots. Er werd over vluchten naar de ruimte nagedacht, nog voor er überhaupt sprake was van ruimtevaart.”

Even doorspoelen: na de Tweede Wereldoorlog begint alles van voren af aan. Opnieuw moet Duitsland worden heropgebouwd, het culturele leven is verdwenen.

Niet pleasen

Kunstenaars zijn gevlucht, gestorven of willen niks met de fascistische geschiedenis van hun land te maken hebben. In de jaren die volgen, kiezen de Duitsers weer een eigenzinnige muzikale koers. In zijn boek citeert Blokhuis muzikant Hans-Joachim Roedelius (van krautrockgroepen Cluster en Harmonia): “Wij vonden Elvis Presley een schlagerzanger. Stomme teksten, stomme melodieën. Zijn muziek had niks met politiek, met ons leven te maken.”

Popkenner Leo Blokhuis, die nu een boek schreef over Berlijn: 'België en Nederland omarmden na de oorlog de Amerikaanse, Engelstalige rock-’n-roll. Duitse kunstenaars maakten toen andere keuzes.' Beeld ANP
Popkenner Leo Blokhuis, die nu een boek schreef over Berlijn: 'België en Nederland omarmden na de oorlog de Amerikaanse, Engelstalige rock-’n-roll. Duitse kunstenaars maakten toen andere keuzes.'Beeld ANP

“België en Nederland hebben zich na de oorlog op de bevrijders gericht: we omarmden de Amerikaanse, Engelstalige rock-’n-roll”, zegt Blokhuis. “Dat Duitse kunstenaars toen andere keuzes maakten, was, gezien de omstandigheden, te begrijpen. Hun richting was opnieuw progressief maar weinig toegankelijk, en geïnspireerd door de modern klassieke componisten van Berlijn uit de jaren 1920, zoals Schönberg en Varsère.”

In de VS en grote delen van Europa ontpopt zich na de oorlog een levendige, kleurrijke tegencultuur; Berlijn laat de Summer of Love aan zich voorbij gaan. “De Duitsers wilden niet pleasen, zoals de Amerikaanse artiesten”, zegt Blokhuis. “Ze wilden muzikale statements maken. Wat anderen daarvan vonden, deed er niet toe.”

De journalist vertelt over de playlist die hij voor zijn boek maakte. “Mijn buren hebben onlangs verbouwd. Ik herinner me dat ik op een dag mijn bureau binnenwandelde en dacht ‘nou, nu maken ze het toch wel erg bont’.

Kraftwerk-oprichter Florian Schneider-Esleben achter de synthesizer in 1998. Beeld ullstein bild via Getty Images
Kraftwerk-oprichter Florian Schneider-Esleben achter de synthesizer in 1998.Beeld ullstein bild via Getty Images

“Tot ik besefte dat ik naar een nummer van Einstürzende Neubauten aan het luisteren was. (lacht) Hoewel veel bands uiteindelijk wel naar meer luistervriendelijke muziek evolueerden, lijkt het voor Duitse muzikanten niet meteen belangrijk of een liedje al dan niet leuk is voor een feestje. En dat levert interessante wendingen op.”

Blokhuis vindt ook dat de Duitsers meer waarde aan kunst hechten. “Hier wordt kunst toch gauw in de hobbysfeer geduwd, terwijl het in Duitsland veel dieper in de maatschappij is geworteld. De drang om te creëren, wordt er heel serieus genomen. Dat zie je ook aan de manier waarop de Duitse cultuurminister in dit rampjaar de sector steunt.”

Waterdicht waren de schotten tussen de Angelsaksische en Duitse popmuziek uiteraard niet: zo hangt Frank Zappa een tijdje rond in de Duitse hoofdstad. Maar het grootste uithangbord voor de Berlijnse muziekscene was, gek genoeg, een Brit.

Bowie op de dool

David Bowie was op de dool. Succesvol, ja, begin jaren 70, maar zijn liefde voor cocaïne was in Los Angeles uit de hand gelopen, en ook muzikaal tastte hij wat in het duister. Tot hij Kraftwerks Autobahn hoorde – in 1975 was dat – en hij wist waar hij heen moest: naar die elektronische sound, naar het experiment, naar Berlijn. Bowie nam zijn oude vriend Iggy Pop mee naar de wijk Schöneberg (Lust for Life werd ook opgenomen in Berlijn!) en leidde een relatief nuchter, anoniem leven in een stad die niet bijster was geïnteresseerd in een Britse popster.

Het werd een trilogie, Bowie’s flirt met Berlijn. Technisch gezien niet helemaal in de Duitse hoofdstad opgenomen, maar wel drie platen met een duidelijke stempel: experimentele nummers met donkere teksten over de pijn van het afkicken, of juist instrumenteel. Abstracte songs, weg van het traditionele keurslijf van de popmuziek. Met hulp van die andere grootheid, Brian Eno, die ook in Berlijn rondliep, en de Berlijnse muziekscene.

Want voor (en na) Bowie kwamen nog een hoop bands die gemakshalve van de etiketten krautrock of Kosmische musik werden voorzien. We sommen op: Karlheinz Stockhausen, de componist die met opgenomen geluiden aan de slag ging, gemanipuleerde klanken en improvisatie, en die composities schreef waarbij orkestmuziek gemanipuleerd werd via elektronica. Volgde daaruit: de cultband Can, die live componeerde. Vervolgens: muzikanten die op het podium papier verfrommelden voor de microfoon, met stenen op de grond mepten of instrumentale klanken compleet verwrongen. Tegenwoordig noemen we dat noise.

In ’67 ontstond in Berlijn de band Tangerine Dream, een pionier in de elektronische muziek waarvan we sporen zouden terugvinden in ambient en trance. Michael Jackson zou Tangerine Dream ooit een van zijn favoriete bands genoemd hebben. Neu! leverde dan weer inspiratie voor Bowies Heroes.

We kunnen hier bezwaarlijk spreken over hitparademuziek, maar Brian Eno zou al vroeg die Kosmische muskc oppikken, net als de razend populaire Londense radio-dj John Peel. “De meest interessante en werkelijk progressieve muziek van waar ook ter wereld komt uit Duitsland”, zei hij.

Richard Branson specialiseerde zich in zijn dan nog bescheiden platenwinkeltje in Notting Hill in Duitse avant-garde. Geïnspireerd door de Berlijnse experimenten gaf hij ene Mike Oldfield een kans: op het gloednieuwe label Virgin Records mocht de man Tubular Bells opnemen, een instrumentele plaat zonder hitsingle die op wonderbaarlijke wijze toch een schot in de roos bleek. Het was 1973 en Virgin Records nam een vliegende start. Een jaar later ontketende Kraftwerk de elektronische revolutie, twee jaar later verhuisde Bowie naar Berlijn.

David Bowie steelt de show op de outdoor fototentoonstelling 'Helmut Newton One Hundred' in de Berlijnse wijk Mitte, dit jaar. 'Bowie was het beste wat  Berlijn kon overkomen.' Beeld EPA
David Bowie steelt de show op de outdoor fototentoonstelling 'Helmut Newton One Hundred' in de Berlijnse wijk Mitte, dit jaar. 'Bowie was het beste wat Berlijn kon overkomen.'Beeld EPA

Schmied noemt de passage van Bowie bepalend voor de stad: “Samen met Iggy Pop was hij de eerste internationale popmuzikant die naar deze geïsoleerde stad kwam. Daarna kwamen Depeche Mode, U2, R.E.M. en Nick Cave. Bowie was het beste wat Berlijn kon overkomen.”

Twee maand geleden nog maar zocht Coldplay naar inspiratie in de legendarische Hansa Studios, waar Bowie destijds zijn nummers opnam. En Blokhuis vraagt zich af of Radiohead niet de ultieme belichaming is van de Berlijnse erfenis, hoewel er niet eens een rechtstreekse link is, afgezien van een cover van Can. Hij noemt Radiohead een oprechte, compromisloze en overrompelende band. “Zeker sinds Kid A heeft de groep een dwarse hoek genomen, die ik enkel kan vergelijken met Bowies bocht in Berlijn.”

Craziness en techno

Nog over de invloed van de stad vertelde Cave, die er in de jaren 80 woonde en speelde met Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten: “Berlijn gaf ons de vrijheid en moed om te doen wat we wilden. Als je in Londen je nek uitsteekt, staan mensen klaar om je neer te maaien. In Berlijn gebeurde het omgekeerde: mensen zagen ons niet als een rare novelty act, maar als een soort kracht.”

“Vrijheid behoort tot het DNA van de stad: je kunt hier zijn je wilt, doen wat je wilt”, zegt ook nightlife-consultant Lutz Leichsenring, die ook namens de belangenvereniging Berlin Clubcommission spreekt. “Toen de Muur er nog stond, ontsnapten veel kunstenaars en pacifisten naar Berlijn omdat de dienstplicht hier niet bestond. Die veelheid aan creatieve en onconventionele mensen, met een juiste dosis aan craziness, bepaalt mee de sfeer van een stad.”

In 1989 valt die Muur. Thilo Schmied was 16 en ging feesten in de industriële gebouwen in het oostelijke deel van de stad, die door de implosie van de economie waren verlaten. Er was ruimte zat, en vanuit Detroit kwam een nieuwe sound aangewaaid die in Duitsland techno werd gedoopt en perfect in de muzikale geschiedenis paste: niet de melodieën of harmonieën waren van tel, maar het ritme en de structuur van de muziek.

Wie er bij was, beweert dat de hereniging van de twee stadsdelen al dansend tot stand kwam. Schmied: “Op raves deed het er niet toe of je uit West- of Oost-Berlijn kwam.”

Het jaar waarin de Muur valt, wordt ook de eerste Love Parade georganiseerd, een concept dat algauw wereldwijd werd overgenomen. Leichsenring vergelijkt die periode met The Wild West, dj Sebastian Szary van de Berlijnse band Modeselektor vertelde aan de BBC: “Alles was mogelijk. Er waren geen regels en we bevonden ons in niemandsland.”

Alle Berlijnse taxichauffeurs kenden de weg naar clubs als Tresor, die officieel niet bestonden maar waar extatische jongeren zichzelf verloren in stoffige fabrieken, treinstations en kelders met weinig licht en loeiharde beats.

Die dagen zijn, in weerwil van Berlijns immer rebelse imago, al lang voorbij. En daar heeft de coronacrisis weinig mee te maken.

Alweer ruim vijftien jaar geleden noemde toenmalig burgemeester Klaus Wowereit zijn stad “arm maar sexy”: economisch had Berlijn het zwaar, maar de stad was goedkoop én levendig. Inmiddels is de Duitse hoofdstad veranderd. In een rapport over stijgende woningprijzen stelde Deutsche Bank vorig jaar dat Berlijn een magneet voor allerhande start-ups is geworden, waardoor het mogelijk een van de duurdere Duitse en Europese steden wordt. “Berlijn is niet langer arm maar sexy”, zo meldt het rapport, “maar weldra wellicht rijk en innovatief”.

KITKATCLUB

De prijs en de gevolgen van gentrificatie zijn al jaren het voorwerp van een pittig debat in Berlijn, dat ten onder dreigt te gaan aan zijn eigen succes. Begin dit jaar heeft het stadsbestuur voor de komende vijf jaar de huurprijzen geblokkeerd, al wordt de geldigheid van die maatregel nog in rechtbanken uitgevochten.

En hoewel de clubcultuur vandaag zowat de belangrijkste muzikale motor van de stad is – per jaar organiseren de clubs bijna 60.000 events – kreunt ook zij onder de stijgende levens- en huurkosten. Kunstenaars en cultuurmedewerkers hebben het moeilijker om betaalbare woningen te vinden en worden naar de stadsrand gedreven. Ondertussen moeten clubs en muziekcentra de duimen leggen voor kapitaalkrachtige bedrijven, start-ups of projectontwikkelaars die de ooit verlaten (industriële) sites inpalmen.

Ambiance in fetisjclub KitKatClub. Beeld
Ambiance in fetisjclub KitKatClub.

Zo dreigde de fetisjclub KitKatClub, een instituut in het Berlijnse nachtleven, vorig jaar uit het pand te moeten opkrassen waar het al sinds 2008 gevestigd was. De eigenaar – een investeerder uit München – wilde het verkopen aan een partij met “meer verstandige plannen” voor het pand.

Hoewel het nachtleven volgens Berlin Clubcommission een jaarlijkse omzet van 168 miljoen euro draait, en via onder meer toerisme, horeca en logistiek per jaar 1,48 miljard euro aan de Berlijnse economie bijdraagt, blijft het een kwetsbare sector. “Het is niet evident om een aantrekkelijke club te creëren, scherp te programmeren en financieel rendabel te zijn. We zien ook dat banken weinig geneigd zijn om clubs leningen aan te bieden, onder meer omdat ze zo moeilijk aan langetermijnhuurcontracten raken”, zegt Leichsenring.

Voorspellingen

Het gevolg: de laatste tien jaar zijn al een honderdtal clubs verdwenen, waaronder een paar grote namen als STADTBAD en Horst Krzbrg. Hoewel er natuurlijk nieuwe initiatieven bijkomen, blijft er een nettoverlies. ‘Clubsterben’ groeide al uit tot een woord voordat een bepaald virus een eind maakte aan uitgelaten, zweterige mensenmassa’s.

Was dit het dan, voor Berlijn?

Niemand die zich aan voorspellingen waagt. “We leven op steroïden”, zegt Leichsenring over de overheidssteun en leningen waarmee de sector zich voorlopig overeind houdt.

Terwijl KitKatClub net een experiment met coronasneltesten heeft opgezet, zijn dj’s nog steeds in de weer met livestreams - het wereldwijd opgepikte onlineplatform United We Stream werd trouwens in maart in Berlijn bedacht. “Maar thuis klinken die technobeats toch lastiger”, zegt Blokhuis. “Zou het kunnen dat we over een jaar een overvloed aan nieuwe ambient zien?”

Nog acuter is de vraag hoeveel clubs en organisatoren de komende tijd de huur van hun panden niet meer kunnen betalen, hoeveel culturele werknemers de sector noodgedwongen hebben verlaten en of de toeristen, goed voor een derde van de clubbezoekers, wel zullen terugkeren. Zullen de EasyJets en Ryanairs, waarmee hordes buitenlanders elk weekend spotgoedkoop naar Berlijn vlogen, volgend jaar nog bestaan?

“We moeten niet per se terug naar het oude normaal”, zegt Leichsenring. “Niet alles was fantastisch. De bookingsmarkt was dolgedraaid, sommige artiesten kregen absurd hoge vergoedingen en zeker de concertbusiness was door een paar zaaluitbaters gemonopoliseerd. Ook het moeilijk te reguleren weekendtoerisme was niet altijd een cadeau: sommige mensen geven niet om de stad, maar komen enkel voor de excessen. We moeten ons durven afvragen of het niet beter kan.”

Leichsenring is bezorgd. Welke sporen zal deze aanslepende crisis op de stad achterlaten? Maar ook: “Sommigen denken dat de golden twenties terugkomen. Iedereen gaat zo uitgelaten zijn wanneer het virus onder controle is, het worden the best nights ever. Het zou kunnen, we weten het niet.”

Leo Blokhuis, Berlijn. Muzikale revolutie, De Bezige Bij, 229 p., 22,99 euro.

Voor muzikale rondleidingen: Berlin Music Tours, musictours-berlin.de

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234