Zaterdag 20/07/2019
Kama & Herr Seele

Interview Kamagurka & Herr Seele

Kamagurka & Herr Seele in de grote kustspecial: ‘Het eten trekt hier op geen kloten’

Kama & Herr Seele Beeld Carmen de vos

Het moet over de kust gaan, zegt Herr Seele (60). Maar dat wil Kamagurka (63) niet. Die dag, aan het strand, gaat het overal en nergens over. ‘We houden van het grote en het kleine. Van het diepe en het oppervlakkige.’

Kamagurka: “Ik vind de kust in België een ramp, een totale ramp. Er is geen duintje meer over, er is niks meer over. Het water botst tegen een muur van appartementen.”

Herr Seele: “En de voeding is ook te weinig…”

Kamagurka: “Het eten trekt ook op geen kloten, meestal.”

Herr Seele: “Neem de mosselen-friet. Als macrobioot denk ik dat je evengoed de mosselen zou kunnen mengen met volle rijst en daar een volwaardig, fantastisch recept mee zou kunnen maken. Maar er wordt niet goed doorgedacht: wat ís de mossel? Wat moet er nog meer bij?”

Kamagurka: “Restaurants verkopen vis die al zes maanden oud is.”

Kom, kom. Dit interview is bedoeld voor een mooie special over de kust.

Kamagurka: “Daarom zeg ik het ook.”

Herr Seele

geboren als Peter Van Heirseele, op 13 april 1959 in Torhout / is kunstenaar, striptekenaar, programmamaker, presentator, scenarioschrijver en pianostemmer / studeerde aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten / begon samen met Kamagurka de strip Cowboy Henk, die eerst verscheen in de krant Vooruit en later in Humo / trouwde in 2019 voor de tweede keer, met schrijfster Katia Belloy

Kamagurka

geboren als Luc Zeebroek, op 5 mei 1956 in Nieuwpoort /  is kunstenaar, cartoonist, theater- en televisiemaker en schrijver / studeerde kunstonderwijs in Brugge en ging daarna naar de Gentse Academie voor Schone Kunsten / werd bekend als cartoonist in Humo / schildert en maakt theatervoorstellingen / trouwde in 2011 voor de tweede keer, met psychiatrisch verpleegkundige Kathy Van de Geuchte / heeft drie kinderen

De cartoonist/performer/schrijver/kunstenaar is eerder gehaast komen aanlopen in Brasserie Albert in Oostende – de plek waar hij samen met cartoonist/performer/ pianostemmer/kunstenaar Herr Seele elke week een nieuwe aflevering maakt van de absurdistische strip Cowboy Henk.

Herr Seele begroet hem snel: “Luc, dit gesprek gaat dus over de kust, hè.”

Kamagurka meteen: “Dat wist ik niet, ik dacht dat het over ons zou gaan. Ik ga niks zeggen over de kust. Ik heb het druk. Ik heb veel te doen.”

Herr Seele onderbreekt: “Hij lijkt wel gestrest te zijn. Maar stress hebben wij eigenlijk niet.”

Kamagurka: “Dus ik ga niet spreken over de kust die al bestaat. Die iedereen kan zien.”

Herr Seele: “Deze houding is typisch authentiek voor de kustbewoner die Kama ook is. Hij heeft iets van de watergeus, van de zeerover. Maar niet over de kust praten is ook over de kust praten.”

Kamagurka: “Ik word hier ambetant van.”

Wacht even: het gesprek gaat ook over jullie – maar het komt alleen wel in een kustspecial.

Kamagurka: “Moet ik het dan over het prachtige weer gaan hebben of zo? Dat interesseert mij niet, hè.”

Herr Seele: “We zijn nu een interview aan het doen, Luc.”

Julie kennen elkaar al ruim veertig jaar.

Herr Seele: “Langer, denk ik. 43 jaar. Ik ken hem vanaf mijn zeventiende, en ik ben 60.”

Kamagurka: “Ik ben 63. Ik ken hem dus drie jaar langer, ha.”

En die vriendschap ontstond op de kunstacademie in Gent.

Herr Seele: “En op de trein naar huis, van de kunstacademie.”

Kamagurka: “Dat was in de tijd dat de treinen nog op tijd reden.”

Herr Seele: “We zijn meteen samen dingen gaan doen. De tweede dag nadat ik Kama had ontmoet, sleurde hij me al mee zo’n fotocabinetje in. Vier foto’s voor een paar euro, je kent dat wel. Aan de kust trouwens: in het station van Oostende.”

Kama: “Zijn grootmoeder had hier een huis, hij kwam vaak naar Oostende, waar ik woonde. We zaten er veel in de stadsbibliotheek. Dan spraken we over wat we aan het lezen waren. En waar we naar luisterden. Hij stond op het punt het klooster in te gaan. Ik vond dat heel grappig.”

Herr Seele: “Maar ik heb ook een goed hoofd voor het klooster. De perfecte kop. Dus ja.”

Kamagurka: “Je zult met Peter nooit van A naar B gaan. Peter vertrekt bij A, en voordat je het weet zit hij bij P, en dan naar D en dan naar C.”

Herr Seele onderbreekt: “Zegt mijn vrouw ook.”

Kamagurka: “En dan gaat hij naar X. Never a dull moment. Voor mij is dat fantastisch. Ik ben nooit meer zo iemand tegengekomen, met wie je dan ook nog een tamelijk normaal gesprek kunt voeren en…”

Herr Seele onderbreekt: “Ik ben zeer boeiend.”

Kamagurka: “Die ook nog intelligent is.”

Herr Seele: “Ik ben erg intelligent en zeer boeiend, haha. Maar Luc heeft dat wel nodig. Als je een saai figuur bent, gaat het niet lang werken met hem. En wij zijn al heel lang bezig. We worden het niet beu.”

Kamagurka: “Niemand kan aan hem tippen…”

Herr Seele blijft onderbreken: “Dat klopt.”

Kamagurka: “Qua creativiteit, qua positiviteit. Ik heb vaak de neiging om te denken: ik heb er geen zin in; ik heb toch wel de neiging om dingen niet te doen.”

Herr Seele: “Maar vrolijker dan mij bestaat niet. Da’s werkelijk.”

Kamagurka: “Je kunt in de diepste shit zitten en nergens zin meer in hebben, maar hij haalt je er weer uit.”

Herr Seele: “Vandaar die roeping van mij. Sint Franciscus is niet ver weg. Die had dat natuurlijk ook. We hebben samen eens een film van Sint Franciscus bekeken, waarin hij voortdurend op zijn blote voeten door de distels huppelt. Sint Franciscus had goeie ideeën. Bijvoorbeeld toen hij de neiging had om zich te moeten afrukken.”

Kamagurka: “Had hij de neiging zich te moeten afrukken?”

Herr Seele: “Wat je dan het beste kunt doen, is je in de brandnetels gooien. Waarom? Omdat dan de bloedsomloop over gans je lichaam wordt gestimuleerd. Dat is een soort orgasme: het bloed stroomt goed door je lichaam.”

Kamagurka: “Maar als je die neiging hebt terwijl je over het strand loopt, heb je een probleem: daar zijn geen brandnetels.”

Herr Seele: “Groot probleem. Ik denk dat veel mensen die maar achter de computer zitten daar ook mee kampen. Je bloedsomloop stagneert. Dat kan niet anders. Dus ga je sowieso naar de pornosites.”

Kamagurka: “Ik ben daar zeer op tegen. Ik vind porno zo afstotend.”

Herr Seele: “Kama houdt daar helemaal niet van. Ik wel.”

Kamagurka: “Omdat ze in die films zo naakt zijn. Het is niet mooi. Ze zouden ook porno met kleren aan kunnen maken.”

Herr Seele: “Het blootfotootje in de camion van de trucker… Het geeft je wat opwindende gedachten. Dat miserabele nieuws op de VRT of de VTM en het weerbericht: ik kan het niet verdragen. Dan kijk ik liever naar een kort erotisch verhaaltje op de televisie. We zijn volwassenen mensen, tenslotte.”

Kamagurka: “Ik kan me niet voorstellen dat jij naar het weerbericht kijkt zonder seksueel opgewonden te raken.”

Herr Seele: “Da’s ook weer waar.”

Kamagurka: “Zeker als het gaat over wolkenluchten…” (met zware stem): “En: De Neerslag.”

Herr Seele: “Ik vind porno betere media dan onze Vlaamse media. Die zijn te braaf, die zijn te onnozel. Ik zie liever die foute gasten bezig. Foute acteurs, daar ben ik ook gek op. Het superslechte acteren, misschien kijk ik daarom zo graag naar porno. Grote snorren en dildo’s en zo. Heel grappig om te zien.”

Kamagurka: “Porno als een vorm van humor, eigenlijk.”

Word jij soms niet moe van Peter? Dat het bijna niet te bevatten is wat hij allemaal vertelt?

Kamagurka: “Mwa… Dan ga ik gewoon weg. Maar ik word minder moe van hem dan van andere mensen. Omdat hij ook de energie erbij levert. Hij prikkelt mijn denken.”

Herr Seele: (lachend) “We werken met mate samen, in homeopathische dosis. Een keer per week. Maar we zijn wel dol op elkaar. Als ik hem alleen al zie, word ik blij. Het heeft iets van de baas en zijn hondje. Ik ben dat kwispel­ende hondje. Kama levert goeie ideeën. Bijna alles in onze samenleving vind ik saai.”

Kamagurka: “Dat is ook zo.”

Herr Seele: “De ideeën zijn niet goed genoeg. Ik heb gisteren Gaston Bachelard beluisterd, over slaap. Een Franse filosoof, die radio maakte, heerlijk. Met een grote witte baard. Dat was nog eens wat anders dan een hipster. Die had een échte lange witte baard.”

Kamagurka: (goedkeurend) “Aha, oké.”

Herr Seele: “Die hipsters. Ik háát hipsters. Voilá, nu zijn we goed bezig.”

Herr Seele en Kamagurka. Beeld Carmen de vos

Waarom zijn we nu goed bezig?

Allebei tegelijk: “Wij háten hipsters.”

Herr Seele: “Alles wat trendy is, haten wij. Enorm.”

Kamagurka: “Enorm. Dat hebben we dan samen.”

Julie hebben wel meer samen, toch?

Herr Seele: “Vooral dit, denk ik. Antitrends.”

Herr Seele, pseudoniem voor Peter van Heirseele, arriveerde iets voor Kamagurka, echte naam Luc Zeebroek, in de aantrekkelijke vergane glorie van Brasserie Albert, pal aan het zonovergoten strand. Uit zijn tas frommelde hij opgetogen zijn nieuwste aanwinst: een oud politie-uniform, voor op de foto. “Als ik interessante pakken kan kopen, doe ik dat. Dit is uit de jaren tachtig. Een mooi wollen pak nog. Zo’n uniform is een fantastisch iets. Het gaat nu altijd maar over de werkwijze van de politie, maar ik vind het pak eigenlijk belangrijker. Tegenwoordig is het politie-uniform vreselijk, hè. Het straalt niks meer uit. Beangstigend. Het is het faillissement van onze samenleving.” (zorgelijk) “Mijn das past eigenlijk niet bij het uniform. Ik ben heel aandachtig. Als iemand de verkeerde kleur kousen aanheeft, zie ik dat. Of als hij een verkeerd synthetisch materiaal draagt. Ik ben misschien wel manisch geïnteresseerd in alles.” (Weer zorgelijk) “Ik heb een bruine riem aan. Die past niet bij mijn schoenen.”

Maar goed: dit is dus de plek waar Cowboy Henk wordt gemaakt?

Herr Seele: “Inderdaad. Meestal zitten we hier een uur of twee en maken we maximaal acht scenario’s. Ik teken ze, en zit erbij als een klankbord voor Kamagurka. Ik hou niet van de kalendermop, ik hou meer van surrealisme. Een voorbeeld: Cowboy Henk passeert een huis. Hij ziet iemand zitten voor het raam. Cowboy Henk belt aan. Dan doet de meneer die voor het raam zat open. De meneer zegt: ‘Voor wat is ’t?’ Cowboy Henk: ‘Ik wilde gewoon weten of u thuis was.’ ‘Ja hoor’, zegt die man. Deur dicht. Daarna zie je hem weer voor het raam zitten. In nummer twee doet de vrouw open. Vraagt Cowboy Henk: ‘Is meneer thuis?’ Ja hoor. ‘Moet je hem spreken?’ Cowboy Henk: ‘Neeneenee. Het is gewoon om te weten of hij thuis is.’ In de laatste aflevering loopt Cowboy Henk voorbij en belt niet aan. De man komt naar de deur en zegt: ‘Je vergat te bellen.’ Cowboy Henk zegt: ‘O sorry, ik was verstrooid.’ En dan belt hij aan.”

Herr Seele lacht uitbundig. “Zo maken we elke week een pagina, al 38 jaar lang. Cowboy Henk is een held van lange duur.”

Binnenkort wordt er toch een Cowboy Henk-museum geopend, in een pand van jou, in Oostende?

Herr Seele: “Dit jaar lukt dat nog niet; het wordt volgend jaar. In het huis dat ik heb geërfd van mijn moeder. Ik vind het belangrijk het oeuvre van Cowboy Henk te bewaren. Kama denkt daar niet over na. Maar het bloed dat door mijn aderen stroomt, is kunstgeschiedenis. Dus ik voel aan dat het zeer belangrijk is.”

Kamagurka lacht later ongelovig, om het idee van een Cowboy Henk-museum.

Is er weleens wrijving, tussen jullie?

Kamagurka: “Nee.”

Herr Seele: “Neeneenee.”

Kamagurka: “Ik heb me weleens geërgerd toen hij iets te veel interviews deed in allerlei blaadjes. Waarin hij maar van alles riep – al wist ik dat hij dat zag als dadaïstische kunst. Maar op een gegeven moment vatte ik dat niet meer gemakkelijk zo op. Ik had het gevoel dat hij gebruikt werd. Door die mensen. Door die blaadjes.”

Herr Seele en Kamagurka. Beeld Carmen de vos

Hoe dan?

Kamagurka: “Door van die losse uitspraken op de voorpagina te zetten. Om een boekje te verkopen.”

Herr Seele: “Ik denk dat ik eigenlijk altijd word gebruikt. Dat komt omdat ik heel vrolijk ben. De mensen hebben mij nodig. Ik breng een zonnetje onder de mensen.”

Kamagurka: “Ik vond het niet juist wat hij zei, dikke bullshit. Zoals hij nu praat, is het soms ook wel bullshit, maar nu is dat niet erg. Terwijl: die blaadjes geven er een lading aan die er helemaal niet is.”

Herr Seele: “Hij heeft wel gelijk. Hij is erg doorgewinterd in de media en voelt aan dat het de verkeerde kant uitgaat. Ik niet. Ik ben de onschuld in natura. Voor dat soort pers is dat natuurlijk fantastisch. Die proberen dat kapot te maken.”

Een ding valt op in die interviews waarin je misschien werd – euhm – misbruikt, als ik dat zo mag zeggen: je zag het niet zitten dat Luc zoveel samenwerkte met de prominente ondernemer Marc Coucke.

Herr Seele: “Ik zou het eigenlijk wel grappig vinden misbruikt te zijn.”

Kamagurka: “Door mij. En dat dat nu naar buiten komt. ‘Ik ben zestig jaar misbruikt door Kamagurka. Anders mocht ik niet naast hem op het podium staan.’”

Herr Seele: “Ik heb bijvoorbeeld ook nooit aan anale seks gedaan of ondergaan. Ik heb geen idee.”

Kamagurka: “Maar onder verdoving wel Peter, onder verdoving wel.”

Herr Seele: “Het zou zeer grappig zijn, misbruikt. Gemiste kans.”

Kamagurka: “Marc Coucke ziet er ook grappig uit. Hij doet mij altijd denken aan een dramatische figuur in een Batman-serie.”

Herr Seele: “Ik vind Coucke niet interessant; ik vind hem ook niet charismatisch. Ik ben zeer verknocht aan Kama. Maar ja: hij heeft ook goesting om met anderen te werken: Kama is een groots en zelfstandig denker. Meestal duurt die samenwerking dan niet zo lang. Met mij duurt het al zo lang.”

Kamagurka: “Peter heeft ook wel met anderen gewerkt. Maar tussen ons blijft het gewoon. Dat is gewoon zo.”

Herr Seele: “We zijn zeker niet te soft tegen elkaar. Ik denk dat dat heel belangrijk is.”

Kamagurka: “Ik ben inderdaad wel iemand die veel watertjes heeft doorzwommen.”

Heb je nog steeds contact met Coucke?

Kamagurka: “Weinig. Maar dat is niet interessant. Heeft niks met de kust te maken, ha.”

Herr Seele: “Kama heeft de beste smaak ter wereld op het gebied van humor. Ik vind hem de Charles Darwin van de humor.”

Kamagurka: “Niets van waar. Maar ja: niemand heeft de waarheid.”

Herr Seele: “Ik leer enorm veel van hem. De kruimels die van tafel vallen eet ik allemaal op.”

Dat klinkt een tikkeltje onderdanig.

Herr Seele: “Maar het is zo.”

Kamagurka: “Peter was bezig met de klassieke kunsten toen ik hem leerde kennen. Voor mij waren dat dode mannen.”

Herr Seele: “Maar die zijn niet dood.”

Kamagurka: “Die zijn niet dood. Dat was voor mij een eyeopener. Ik kon die kunst, literatuur, poëzie gaan combineren met hedendaagse humor. De dingen die we al lang doen, ook voor de Humo, zijn prenten waarin we teruggrijpen naar de oude kunst om iets actueels aan te kaarten.”

Kortom: Peter vangt jouwt kruimels op, en jij vangt zijn kruimels op.

Kamagurka: “Juist. En daar bakken we samen een nieuwe cake van.”

Herr Seele: “Ik ben een ijsschots. Ik heb een immense bagage die onder water drijft, die je niet ziet. Maar hij weet dat. Van kindsbeen af bestudeerde ik de Vlaamse primitieven: ik had een abonnement op het museum in Brugge. Vanaf mijn elfde ging ik van Torhout naar Brugge, elke woensdag.”

Kamagurka: “Als je zo iemand leert kennen: dat is toch fantastisch?’

Herr Seele: “We houden van het grote en het kleine. Van het diepe en het oppervlakkige. Die combinatie boren we bij elkaar aan.”

Kamagurka: “Ik wilde tekenen en schrijven om efficiënt te zijn. Om precies te kunnen uitdrukken wat ik denk.”

Herr Seele: “En hij is immens efficiënt. Denk aan hoe hij dit interview begon: ‘Ik ga niet over de kust praten.’ Zeer doeltreffend. Als wij een show maken, zal hij ervoor zorgen dat die show er ook staat. Voor mij zou het onmogelijk zijn een voorstelling op de planken te zetten. Ik kan moppen bedenken, maar zou ze zelf nooit in een vorm kunnen gieten.”

Dus Luc: jij stroomlijnt de gedachten van Peter?

Kamagurka: “Ik breng wat orde in de chaos. Hij spreekt zoals hij denkt. Voor mij is dat interessant. Omdat Peter me op ideeën brengt die ik zelf nooit zou hebben. Maar om er een grap van te maken, moet je vooral ballast weggooien. En soms is hij ook wel moeilijk te volgen.”

Herr Seele: “Ik ben natuurlijk wel vurig; ik ben zeer enthousiast.”

Kamagurka: “Eigenlijk waren we ver voor op onze tijd. Wij wilden eigenlijk alles anders doen. Ook met onze voeding.”

Herr Seele: “De gezonde voeding heeft ons ook samengebracht. Ik doe al vijftig jaar aan macrobiotiek. Mijn moeder was redelijk visionair op dat vlak.”

Kamagurka: “Indertijd werden we erom uitgelachen. Maar de wetenschap komt nu ook tot de conclusie: suiker is niet zo gezond. Volle granen zijn wel gezond. Peulvruchten zijn heel belangrijk. En dan lees je dat en denk je: sorry, daar waren wij al mee bezig toen we 17 jaar oud waren.”

Jullie schijnen nooit over persoonlijke dingen te praten.

Herr Seele: “Omdat dat niet hoeft. Omdat we op dezelfde golflengte zitten, op de een of andere manier.”

Kamagurka: “Als er iets is, zeggen we dat wel, maar we gaan er niet op door.”

Herr Seele: “Je zou kunnen zeggen dat het een mannelijk gesprek is. Vrouwen kunnen lang doorgaan, dieper graven. Wij zullen dat niet snel doen.”

Kamagurka: “Het is een job hè, en het is leuk dat je het kunt combineren, vriendschap en werk. Maar die opvatting dat je van je werk je hobby moet maken, is natuurlijk bullshit.”

Herr Seele: “Hij heeft mijn tweede vrouw, Katia, een paar keer ontmoet. Ik vind zijn visie dan wel belangrijk hoor. Kama is voor mij een soort vaderlijk figuur.”

Eerder noemde je hem je tweede moeder.

Herr Seele: “Nou ja, een moederlijk figuur dan.”

Kamagurka: “Ik denk dat ik even ga plassen.”

Herr Seele: “Hij houdt niet van psychologiseren.”

Kamagurka: “Het is flauwekul. Ik ben niet je vader of je moeder. Ik ben gewoon wie ik ben.”

Herr Seele: “Luc, wacht…’

Kamagurka: “Je hebt toch geen moederfiguur nodig. Je hebt toch een moeder gehad?”

Herr Seele: “Ik zou denken dat Kama misschien toch meer de vrouwelijke kant is van ons twee. Op het podium sta ik altijd links, en hij rechts. Eigenlijk is dat de kant van de vrouw.”

Kamagurka: “Ik word hier doodmoe van. Laten we het over de kust hebben.”

Herr Seele: “Fantastisch zo’n oneliner, fantastisch.”

Zijn jullie veranderd, door het ouder worden?

Herr Seele: “Nee.”

Kamagurka: “Jawel hoor.”

Herr Seele: “Niet echt. Neuneuneu.”

Kamagurka: “We zijn veranderd, Peter.”

Herr Seele: “We zijn redelijk jong gebleven. Zeker van geest. Van lichaam ook, trouwens.”

Kamagurka: “De dingen die we nu doen, konden we niet op ons twintigste. Ik was al blij als ik elke week een paginaatje kon maken. Nu heb ik een veel groter potentieel. Als je ziet wat voor oeuvre ik nu heb. Ik ben beter geworden. En van kritiek trek ik me niks meer aan.”

Herr Seele: “Vroeger ook niet.”

Kamagurka: “Maar nu nog minder.”

Herr Seele: “Ik ben nog altijd even fris en kwispelend als toen ik jong was. Ik denk dat dat het geheim is van mijn succes: dat ik kan vasthouden aan mijn kinderlijke blijheid. Ouder worden is vaak chagrijnig worden. Maar niet voor mij.”

Kamagurka: “Kinderlijk zou ik niet zeggen. Maar er zijn weinig volwassenen die hebben wat Peter heeft.”

Herr Seele: “Bejaard zijn is een kustthema. Want oude mensen komen allemaal naar de kust.”

Kamagurka: “Als we nog even terugkomen op hip zijn: je hebt het bejaardenhuis, het zorgcentrum en dan heb je hip.”

Herr Seele: “Het is waar, het is waar.”

Leg eens uit.

Kamagurka: “Hip is dus: hopen dat je nog meekunt.”

Herr Seele: “Hetzelfde geldt voor iedereen in het bejaardenhuis.”

Kamagurka: “Wat is dat nou, hip. Een baard laten staan. Een rode jurk dragen.”

Herr Seele: “Hip is het totale verlies van de wil.”

Kamagurka: “Een baard is ook niet hygiënisch.”

Herr Seele: “Ik kan me voorstellen dat het voor een herder wel oké is. Op je eentje, in de natuur: een lange baard hoort erbij.”

Kamagurka: “Omdat het dan niet anders kan, ja.”

Herr Seele: “Het is heel moeilijk een baard te dragen op aanvaardbare wijze. Kaal hoofd en baard is not done. Totaal onstijlvol.”

Kamagurka: “Toen ik jong was, wilde ik eigenlijk bejaard zijn. Dat leek me veel interessanter. En nu ik stilaan bejaard word, vind ik het inderdaad interessant om bejaard te zijn. Zolang mijn geheugen nog goed is, is het eigenlijk beter om ouder te zijn en te genieten van wat ik allemaal heb meegemaakt.”

Herr Seele: “De grootste kaakslag is dementie.”

Zijn jullie daar bang voor?

Kamagurka: “Nee. Ben je dement, dan ben je dement.”

Herr Seele: “Nee. Ik kan dat niet krijgen. Door mijn gezonde manier van leven is dat bijna onmogelijk, denk ik.”

Dat weet je nooit.

Herr Seele: “Ik vind het vreemd dat het bijna als kwalijk wordt beschouwd als ik zeg dat ik niet dement kan worden. We zitten in een zorgsamenleving waarin je dit niet mag beweren omdat het als onbeleefd wordt beschouwd ten opzichte van mensen die wel dement worden. Maar ik eet zeer verantwoord, al heel mijn leven. Daarom sla ik nu met de vuist op tafel en zeg: ik kan het niet krijgen.”

Kamagurka: “Je kunt het wel krijgen. Maar je gaat het sneller krijgen als je ongezond leeft.”

Herr Seele: “Ik ga ervan uit dat ik nog een generatie kan leven, nog twintig jaar. Ik heb er al drie gedaan: leuke, gevulde generaties. De punktijd, allerlei optredens: fantastisch allemaal.”

Kamagurka: “En nu gaan we samen terug optreden, tijdens de Gentse Feesten.”

Is het moeilijk om verrassend te blijven in deze snelle tijd – ook nu jullie ouder beginnen te worden?

Kamagurka: “Het absurdisme blijft altijd verrassend. Ik heb mijn hele leven gedacht dat ik vooruit was op de tijd. Ik dacht continu: ‘Fuck man, snap je dan niet waarmee ik bezig ben? Nu haalt de tijd mij misschien een beetje in. Ik kom meer in harmonie met de rest.

“De laatste show die ik deed, ging er eigenlijk over hoe voor mij de wereld is veranderd. Ik ben ouder geworden – maar de wereld is in de tussentijd niet vooruit, maar achterwaarts gegaan.”

Op wat voor manier?

Kamagurka: “Kijk naar Charlie Hebdo. Twaalf redactieleden vermoord, vier jaar geleden. De reactie van veel mensen daarop was: ‘Mag je, kun je, moet je dat soort humor eigenlijk nog wel maken? Laten we maar voorzichtig zijn, ons aanpassen.’ Dat is de wereld waarvoor mijn vader me waarschuwde. Die zei: ‘Luc, je gaat toch niet onder je eigen naam zulke tekeningen maken? Stel dat het oorlog wordt. Je moet een pseudoniem nemen, zodat ze je niet vinden.”’

Herr Seele: “Wij hebben ook wel moppen gemaakt, vier, vijf pagina’s, over Cowboy Henk die Afghanistan binnentrok. Maar die waren te extreem. Ik denk dat onze moslimvrienden die gewoon niet begrepen. Je moet de mensen toch een beetje voor zijn: iets maken dat onbegrijpelijk is. Tegenwoordig zijn cartoons vaak te begrijpelijk.”

Kamagurka: “Toch even: je hebt moslims en terroristen. Dat is een groot verschil.”

Er vaart een feloranje bootje voorbij, over de grijsgroene golven. Kamagurka: “Dat oranje bootje, dat vind ik nu kunst.” Herr Seele: “Prachtig hè.” Ze kijken samen het bootje na, al snel een fluorescerend stipje in de verte.

Herr Seele: “Vroeger kon je hier aan de kust, in Oostende, het Franse tijdschrift Hara-Kiri kopen. Nergens anders in België kon je dat kopen.”

Kamagurka: “En Charlie Hebdo kon je hier krijgen.”

Hoor ik nu toch nog iets goeds over de Belgische kust?

Kamagurka: “Wat ik in het begin zei, was iets te kort door de bocht. Eigenlijk kun je zeggen dat Oostende voor mij de opening was naar veel andere dingen. Wij konden sneller de BBC ontvangen dan de rest van België. Het is een havenstad. Mensen uit de hele wereld kwamen hiernaartoe.”

Herr Seele: “Niemand anders in België had de BBC. Ik heb met hem en zijn ouders nog Fawlty Towers gekeken.”

Kamagurka: “Peter was voor mij toen nog iemand uit de vorige eeuw. Ook door de kleren die hij droeg: zo’n pofbroek en een vlinderdas.”

Hoe zou je Peter nu omschrijven?

Kamagurka: “Een supergroot talent.”

Herr Seele: “Kun je mij niet negatiever omschrijven?

Kamagurka: “Hij is braaf, hè, een hele brave mens.”

Herr Seele: “Een brave mens?”

Kamagurka: “Hij is iemand die zeer eerlijk is en open. Zijn hart ligt op zijn tong.”

Herr Seele: “Eerlijk? Euh…Ik ben wel geslepen. En ook wel hypocriet tot en met.”

Kamagurka: “Hoe dan ook: ik denk dat wij gasten zijn die gewoon leuke dingen samen maken.”

Herr Seele: “Ik lees veel biografieën van kunstenaars. Daardoor weet ik: het is heel ongewoon dat wij al zo lang samenwerken.”

Hoe komt dat toch?

Herr Seele: “Je zou kunnen denken: door veel water bij de wijn te doen. Wat gevaarlijk is omdat de wijn dan slap zou worden. Maar ik denk dat wij zo kunnen werken omdat we hier in een soort anarchie leven, in een klein land, aan de rand van Europa. Dat is heel voedend voor ons. Wij gaan niet door terroristen tot ontploffing worden gebracht; wij kunnen ongestoord ons ding doen. Niemand let op ons, niemand kijkt op onze vingers, in de uithoek van dit landje – aan de kust.”

Kamagurka en Herr Seele treden samen op tijdens de Gentse Feesten in Theater Tinnenpot. The Return Of The Comeback, van 20 tot 23 juli. En ze exposeren vanaf 29 juni in de Antwerpse galerie De Zwarte Panter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden