Dinsdag 25/06/2019

DOCVILLE

'Juul's Ears': hoe jazz groot werd in het kleine Heist-op-den-Berg

Toots Thielemans in 'Juul's Ears'. Beeld rv

Heist-op-den-Berg mag twee records op zijn naam schrijven: die voor gemeente-met-de-meeste-koppeltekens, en die voor gemeente-met-de-meeste-jazzgrootheden. Geen idee wie we voor die eerste prestatie moeten danken, maar de tweede is de verdienste van Juul Anthonissen. De documentaire Juul's Ears toont hoe hij de koers opzijschoof om Charles Mingus en Bill Evans te doen optreden.

Vergeet New Orleans, negeer New York en laat Los Angeles achterwege: de hipste hoofdstad van de jazz is niet eens een stad en ligt in de Zuiderkempen. Juul Anthonissen werd door zijn dorpsgenoten dan al als een zonderling beschouwd, in zijn Hnita Jazz Club in Heist-op-den-Berg liet hij de ene jazzgrootheid na de andere optreden. Dat hij als koersfanaat zijn fiets ooit heeft moeten verkopen om zijn jazz-droom waar te maken, is echter iets dat hij tot aan zijn dood in 2008 zou betreuren. Al heeft het de mooie herinneringen aan optredens van Keith Jarrett, Chet Baker en Art Blakey nooit verpest.

De documentaire Juul's Ears, geregisseerd door Philippe Cortens, Bob Maes en Carlo Dieltjens, vertelt hoe Juul in 1949 een opname van Charlie Parker hoorde en prompt besloot om de jazz te introduceren in Heist-op-den-Berg, een dorpje dat nog op de kaart moest worden gezet door Paul 'Polle Pap' Michiels. Die frequenteerde de Hnita in de jaren 70, toen de club, die drie keer van locatie veranderde, een stekje had gevonden in het Torengebouw – boven het politiekantoor. Tot nervositeit overigens van de muzikanten, maar ook tot jolijt van de flikken, die van hun commissaris de toestemming kregen om het werk even neer te leggen en naar Charles Mingus te komen luisteren.

De notoir agressieve contrabassist – “maar altijd poeslief tegen mij”, horen we Juul vertellen – is misschien wel de grootste naam die ooit de Hnita aandeed, maar hij is lang niet de enige. In Juul's Ears krijgen de makers ook John Scofield en Sun Ra-saxofonist Marshall Allen voor de camera, en de anekdotes die ze vertellen – over de Vlaamse boerenkost die ze op hun bord kregen, en over de immense platencollectie die ze samen met Juul tot in de vroege uurtjes aanhoorden – verlenen een Kempische couleur locale aan het exotische genre dat jazz nog altijd is. Alsof er plots Kempische keelklanken uit een Amerikaanse sax komen.

Plaatjes inkleuren

Als leidraad neemt de documentaire oude interviews van Jempi Samyn, waarin Juul op een beknopte manier zijn leven en carrière samenvatte. De makers kiezen er niet voor om die eerder beknopte resumé uit te diepen, maar wel om hem vrolijk in te kleuren. Juuls zoon Peter gidst je doorheen de verschillende locaties – ooit had zijn vader zelfs het idee om een verlaten legervliegtuig als concertzaal in te richten – en tekent zo de plaatjes bij de voice-over. Vandaag huist de Hnita in een hoeve – toepasselijk de 'Hnita Hoeve' gedoopt – en treden artiesten als TaxiWars er nog altijd op.

Juul Anthonissen voor zijn platenkast. Beeld RV

Het toont dat de erfenis van Juul nog altijd leeft, en de slotact zet die boodschap nog wat kracht bij: met een mooie, nieuwe interpretatie van de speciaal voor hem geschreven jazzcompositie 'Juul's Ears', gebracht door onder meer Daan Stuyven en Inne Amatorski Eysermans (Amatorski), blijft Juuls jazz nog steeds door Heist-op-den-Berg waren. 

Juul's Ears is te zien op Docville in Leuven. docville.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden