Donderdag 20/02/2020

PostuumJules Deelder

Jules Deelder (1944-2019): dichter-performer van het nachtelijk neonlicht

Beeld ANP Kippa

Strak in het pak, eeuwige vlinderzonnebril, zwarte flamenco-enkellaarsjes, messcherp profiel. En dichtregels die werden uitgespuwd als venijnige kersenpitten. Wie Jules Deelder één keer aan het werk had gezien, vergat hem nooit meer.

Jazeker, de Rotterdamse performancedichter met het vervaarlijk ogende sikje leek het recept voor de onsterfelijkheid te bezitten. Maar zie, op een loze decemberdag is hij onverhoeds op 75-jarige leeftijd overleden, na een kort, hevig ziekbed. Deelder, die er prat op ging elke dag speed te gebruiken “om tot zijn positieven te komen” en ook met gin overweg kon als was het kraanwater, oogde de laatste tijd misschien fragieler. Toch vonkte het nog steeds. Zijn dood komt dan ook aan als een harde slag in letterenland. Uitgever De Bezige Bij, waar hij sinds 1969 ononderbroken aan verbonden, was, reageerde verbouwereerd: “We zijn geschokt door dit plotselinge bericht. Vorige week stond hij nog zo sterk op de foto (ter gelegenheid van 75 jaar Bezige Bij; DL). We zijn dankbaar dat hij zo lang bij ons schrijver en dichter is geweest.”

De zoon van een Rotterdamse handelaar en vertegenwoordiger in vleeswaren werd geboren in het laatste oorlogsjaar, op 24 november 1944. Justus Anton (Jules) Deelder beweerde af te stammen van 17de-eeuwse harpoenisten op de walvisvaart. De naweeën van de Tweede Wereldoorlog, in het zwaar geteisterde Rotterdam van de wederopbouw, fascineerden Deelder excessief. De wereldoorlog zal door zijn oeuvre blijven spoken, net als zwarte humor, het improviserende ritme van de jazz, de jaren vijftig en zijn favoriete voetbalclub Sparta, ploeg waarvan hij geen thuiswedstrijd mankeerde.

Deelder was elf toen hij zijn eerste gedicht schreef: ‘Hoort, men werpt een atoombom’. Op zijn vijftiende kreeg hij een uppercut van het werk van de Beat Poets: “Ik was 15 jaar, en toen las ik On the Road van Jack Kerouac, en die man heeft mij geleerd dat er helemaal geen weg voor je was uitgestippeld vanuit opleiding of afkomst. Niks lag voor de hand. Krijg de pleuris – maak het zelf maar uit”, vertelde hij in 1984 aan Panorama. Al even diepe indruk maakte de moderne jazz: “Van de stem van Chet Baker kreeg ik kippenvel. Zo’n stem had ik nog nooit gehoord! Zo ver en vlakbij tegelijk. (…) Er werd iets in me wakker dat nooit meer zou slapen. Een ver, onvervulbaar verlangen”, schreef hij in Moderne tijden herleven. Deelder bleef zijn hele leven een jazzjunk én een onvermoeibaar jazzplatenverzamelaar. Nog wekelijks struinde hij de schaarser wordende Rotterdamse platenzaken af.

Drugs

Algauw dweepte Deelder ook met een zelfvernietigende levensstijl en allerlei drugs: “Op de middelbare school wist ik al zeker, dat ik alles wilde gebruiken wat er was; en dat heb ik gedaan.” Toch ging hij prat op zijn ijzeren gezondheid, ondanks de speed: “Het is natuurlijk een keihard middel. Ik word er ijzig kalm van. Dat is belangrijk geweest om de verlegenheid, de zekere schroom die ik had als ik moest optreden, te overwinnen.”

Deelder beklom voor het eerst het podium als Julian the Joint én dook later op in een popgroepje als Popera (dat opera en pop wilde verzoenen). Maar Deelder – die na de Hogere Burgersschool niet écht wilde doorleren – verdiende ook een poosje de kost als vertegenwoordiger in wafels en als assistent-effectencorrespondent bij de Twentsche Bank. Toch was en voelde hij zich in de eerste plaats dichter. “Ik bleef al snel tijden lang van huis. Ik heb altijd geweten dat ik een dichter was. Dat je daar je brood niet mee zou kunnen verdienen, dat kon me aan mijn reet roesten.” 

Toen Simon Vinkenoog hem op 28 februari 1966 uitnodigde voor de beruchte poëziemanifestatie in Carré in Amsterdam, rees de ster van Deelder snel. In 1969 debuteerde hij officieel met de dichtbundel Gloria Satoria. Bundels als Boe! (1972), De zwarte jager (1973) en Moderne gedichten (1979) vestigden verder zijn naam en pasten in het “neon-realisme” zoals hij dat propageerde. Met zijn eeuwige brillantine op de schedel polijstte Deelder zijn imago verder bij. Hij bracht later ook proza uit, dat aanvankelijk door De Bezige Bij werd geweigerd, waaronder Schöne Welt (1978) en Modern passé (1984). Opmerkelijk was zijn biografie over de legendarische Rotterdamse bokser Bep van Klaveren The Dutch Windmill (1992)

Podiumprésence

Deelder had razendsnel in de gaten hoe doorslaggevend een podiumprésence was. “Bij het schrijven hoort voor mij ook performen. In een kroeg voordragen doe je terwijl je op een tafel staat. Mensen die naar je gaan zitten luisteren, willen ook wat zien, nietwaar?”, zei hij daarover onlangs nog in het Algemeen Dagblad. “Je kunt wel als een Jan Lul voor een publiek gaan staan en nauwelijks uit je woorden komen, maar poëzie is ook theater.” En voor Deelder mocht poëzie – hij was dol op readymades - ook begrijpelijk zijn: “Poëzie moet geen geheimtaal zijn, iedereen moet zich erin kunnen herkennen.’'

Deelder, die zich het liefst ‘aucteur’ noemde, wentelde zich in nachtelijke grootstadsatmosferen en voelde zich in zijn sas bij het neonlicht. Niet voor niets werd hij tot in den treure tot ‘nachtburgemeester van Rotterdam’ bestempeld.

De laatste jaren vloeide er nog weinig uit zijn pen. Dit jaar publiceerde Deelder nog Hardgin, maar dat bevatte vooral oude verhalen, er zat amper nieuw werk bij: Deelder was meesterlijk bedreven in het zichzelf recycleren. En ook op het podium volvoerde hij steeds vaker hetzelfde kunstje. Maar wie maalde er om? Populair bleef ie én als boegbeeld van een generatie performancedichters onverslijtbaar.

Zo werd de toen nog scherp ogende dichter bij zijn 75ste verjaardag in november uitgebreid gefêteerd in de Doelen te Rotterdam, stad waar hij stilaan een wandelend museumstuk was. “75 jaar zegt me niets. Er zijn miljoenen mensen in de wereld die 75 worden. Je wordt nooit ouder dan een dag en morgen moet je weer opnieuw beginnen”, voegde Deelder er in het Algemeen Dagblad aan toe. In ieder geval werd hij als 75ste ‘object’ alvast opgenomen in de collectie Echt Rotterdams Erfgoed van Museum Rotterdam.

Voor zijn crematie had Deelder niettemin twee songs klaar: ‘My Old Flame’ van Charlie Parker en ‘Lover Man’ van Tony Fruscella, vertelde hij laatst in de Volkskrant. Hij laat één dochter Ari na, geboren in 1985, én zijn vriendin AMC (Annemarie) Fok, met wie hij 45 jaar lang een latrelatie onderhield. In Rotterdam, dat valt niet te betwijfelen, is het vandaag leeg en guur en stil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234