Vrijdag 20/09/2019

Interview Boeken

Judith Vanistendael over haar nieuwe beeldroman: ‘Even wilde ik met een chirurg mee naar oorlogsgebied, maar ik moest toegeven: ik ben een watje’

Judith Vanistendael: ‘Dit is het tweede boek waarvan ik écht de auteur ben.’ Beeld Tim Dirven

Wat hebben de Odyssee van Homerus, de gedichten van Bernard Dewulf en een kinderlijkje uit Aleppo met elkaar gemeen? In haar beeldroman Penelope laat Judith Vanistendael (45) ze allemaal hun rol spelen. ‘Deze keer moest alles onderhuids.’

Dat de ontvangst op het thuisfront na maanden van afwezigheid wat lauwtjes is, merkt Penelope, het hoofdpersonage uit Judith Vanistendaels gelijknamige beeldroman, schouderophalend op. ‘De laatste jaren wacht niemand me nog op. Ze zijn het gewend geraakt. Ik verdwijn en ik verschijn’, zegt ze. Maar dan heeft ze haar reistas nog niet opengeritst. Daarin een in elkaar gevouwen kinderlijk – van kop tot teen met bloed besmeurd. Een Syrisch meisje dat eerder op haar operatietafel, duizenden kilometers verderop, in Aleppo, het leven liet. ‘Ik dacht het al: je bent meegekomen’, klinkt het opvallend berustend.

In de zowat 160 pagina’s die volgen laat Judith Vanistendael het denkbeeldige meisje rondwaren ten huize Penelope, samen met haar man en haar veertienjarige dochter Hanna, als was ze een volwaardig gezinslid. Penelope slaapt met het Syrische meisje. Ontwaakt met haar. Knuffelt haar. De besognes van haar eigen puberende dochter vallen in dovemansoren. En ook bij de psycholoog is ze erbij, het ‘spook’ van Aleppo.

Potten en pannen worden er niet gebroken in deze beeldroman. Het komt zelfs niet tot hoogoplopende ruzies en ook de oorlog in Syrië blijft achterwege. Maar binnenin Penelope woedt er wel een oorlog. Met zichzelf.

Een ogenschijnlijke simpele aquarelstijl, bedachtzame observaties, rake dialogen en hopla: Vanistendael levert opnieuw een innemende graphic novel af die appelleert aan het gevoel van de lezer.

“Deze keer moest alles onderhuids”, zegt de Brusselse. “Je móést haar innerlijke strijd voelen. Kijk, Penelope begrijpt zelf wel wat het probleem is, maar het duurt lang voor ze het erkent, voor ze eraan toegeeft. Waarom zou ze ook? Het is haar 22ste missie in tien jaar, al die tijd dacht ze dat haar werk als chirurg niet in de weg stond van haar gezin, dat beide perféct te combineren waren. Tot ze dat ‘spook’ in haar eigen huis ontwaart en beseft dat ze een keuze moet maken: blijven of opnieuw op missie trekken. Uiteindelijk zal haar keuze er een van de gewelddadige soort zijn. Niet fysiek, wel mentaal.”

Om haar verhaal te stofferen klopte Vanistendael eerst aan bij Artsen zonder Grenzen. Daar ving ze bot. “Ze snapten niet wat mijn bedoeling was, of waren ze bang dat ik ze in een slecht daglicht zou stellen? Ik weet het niet. Misschien waren ze niet vertrouwd met het stripmedium?

Fragment uit de beeldroman ‘Penelope’, met het ‘spookmeisje’ uit Aleppo en de chirurge. Beeld Judith Vanistendael

“Uiteindelijk kwam ik via-via in contact met een chirurg van Artsen zonder Grenzen die het klappen van de zweep in oorlogsgebied had ervaren en – niet onbelangrijk voor mijn verhaal – kinderen had. We spraken over de mentale impact van zo’n hectisch leven. Hoelang mensen zo’n slopende job kunnen volhouden. Hoe het te combineren viel met een gezin. Hoe moeilijker thuiskomen wordt. Dat laatste is blijkbaar geen sinecure. Wanneer je na maanden van ontploffingen, stof, krijsende mensen, kapotte lijven en diepmenselijke ellende huiswaarts keert, is het blijkbaar erg moeilijk om die realiteit te delen met het thuisfront. Waarom? Omdat het allemaal zo onwezenlijk, zo onvoorspelbaar is voor de mensen hier.”

Rijper dankzij gedichten

Heel even speelde Vanistendael met het idee om mee op missie te gaan. “Zo zou ik me beter kunnen ‘inwerken’ in het verhaal. Maar ik moest toegeven: ik ben een watje. Wel ben ik in 2017 illegaal binnengedrongen in een vluchtelingenkamp op Lesbos waar Afghaanse en Syrische vluchtelingen zaten.” (Dat 11 pagina’s tellende verhaal staat in de luxe-editie van ‘Penelope’, GDW). Vanistendael kijkt verschrikt op. “Maar mee op missie met een chirurg?”, vraagt ze zich hardop af. Haar antwoord ligt in de manier waarop ze verontschuldigend haar hoofd schudt.

Voor de Brusselse stripauteur is Penelope een terugkeer naar Toen David zijn stem verloor, een beeldroman uit 2012 over een man met larynxkanker. “Dit is het tweede boek waarvan ik écht de auteur ben”, glundert ze, terwijl ze haar handen op haar nieuwste worp laat rusten. Heel even hebben we het over haar vorige werk, Mikel, een boek over een bodyguard dat ze in 2016 samen met schrijver Mark Bellido schreef. Dat boek was harder, rauwer, gewelddadiger. “Barokker ook”, vult ze aan. Het staat haaks op haar andere boeken. In De maagd en de neger (2007) beschreef ze haar huwelijk met een asielzoeker. Autobiografischer dan dat werd het nooit, al kwam het verhaal van Toen David zijn stem verloor ook uit haar omgeving. Idem voor Penelope. Zij het subtiel.

Of de woonst van haar hoofdrolspelers niet de hare is? “Ja, goed gezien”, zegt ze. “Herkende je mijn dochter Hanna ook? Niet alleen is Penelope aan haar opgedragen, ze is ook er ook de muze van én de dochter van Penelope. Mijn dochter Hanna is al lang geen 14 meer, maar toen ik aan dit boek begon, viel het me op dat ze met haar karakter, speelsheid en fysiek ideaal zou zijn als personage. Ze ‘plakte’ op het witte vel.”

Dat haar boek nog op een andere manier verschilt van alle vorige, wil ze nog gezegd hebben. In de eerste plaats is het literairder van toon. Meerlagig ook. En poëtischer. Homerus en Bernard Dewulf komen ter sprake. “In al mijn werken gebruik ik gedichten. Het maakt ze rijper, vind ik.” Maar wat doe je als je zelf niet dichten kan? “Dan ga je met een bang hartje aankloppen bij Bernard Dewulf, een fantastische dichter die zo goed was enkele warme gedichten te schrijven en uit te besteden aan Penelopes echtgenoot Otto, ook een dichter. Otto is gebaseerd op hoe ik dénk dat Dewulf is, want ik ken hem niet persoonlijk.”

Een ‘ogenschijnlijk simpele’ aquarelstijl: fragment uit ‘Penelope’. Beeld Judith Vanistendael

Een tweede auteur met wie Vanistendael in zee ging – maar veel minder opzichtig –, is Homerus. Al was dat bijna Shakespeare geworden. “Ik wilde per se refereren naar de bron van de Europese literatuur. Shakespeare bleek te barok, maar dan las ik de Odyssee van Homerus. Een meesterwerk. Ik las het drie keer. Twee keer in de vertaling van Patrick Lateur, één keer in die van Emily Wilson, de eerste vrouw die zich aan een vertaling ervan waagde en soms wat radicalere keuzes maakte. Zo werden ‘huismeiden’ in haar versie ‘slavinnen’. Ik besefte dat ik geen vrouw zou willen zijn in dat boek. Op Athene en enkele halfgoden na hadden vrouwen er immers niets te zeggen. Ze werden er gebruikt als pasmunt.

“Niettemin bleef het een meesterwerk en ik wilde het gebruiken als inspiratie voor een hedendaagse strip. Maar hoe? Dan zag ik het: Penelope wachtte zo’n twintig jaar op Odysseus, die wel wilde terugkeren, maar er door al die veldslagen niet toe kwam. Ze groeide ook op zonder vader; haar grootvader nam die taak op zich. En daar heb je het: in mijn boek is er sprake van een afwezige vrouw én moeder, en is het de oma die de moederlijke taken op zich neemt.

“De Penelope in mijn boek is Odysseus uit Homerus’ boek. Niet hij, maar zij trekt de wereld in om avonturen te beleven. Ja, mijn hoofdpersonage móést een vrouw zijn. Ik wilde aantonen wat er gebeurt als een vrouw vaak weg is van haar man en gezin. Je leest altijd maar over mannen die op missie trekken als oorlogsverslaggever, -fotograaf of weet ik veel. Ik wilde een goede reden om van huis weg te zijn. Kun je een betere reden vinden dan mensen redden? Kinderen zitten dan altijd wat in de weg, dus hoe verhoud je je daar tegenover? Penelope is nu een boek geworden waarin die subtiliteiten verwerkt worden. Geen enkele scène is opvulling van leegte. Werkelijk alles wat er in dit boek gebeurt, ligt onder de oppervlakte.”

Judith Vanistendael, ‘Penelope’, Oogachtend / Scratch, 164 p., 26,90 euro.

Boekvoorstelling: 26/9 in Passa Porta, Brussel, met Bernard Dewulf, passaporta.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234