Donderdag 01/06/2023

InterviewJudith Vanistendael

Judith Vanistendael: ‘Ik had het wel fijn gevonden om als stripauteur iets ernstiger genomen te worden door niet in de marge te zitten’

Judith Vanistendael: ‘Ik moest het Louvre bezoeken tijdens een strenge Franse lockdown. In de zaal van de Mona Lisa stond ik alleen. Magisch.’ Beeld Tim Dirven
Judith Vanistendael: ‘Ik moest het Louvre bezoeken tijdens een strenge Franse lockdown. In de zaal van de Mona Lisa stond ik alleen. Magisch.’Beeld Tim Dirven

Lang moest Judith Vanistendael (48) niet nadenken toen het Louvre haar vroeg een beeldroman te maken. Atan van Kea, over een artistieke puber uit het oude Griekenland, is haar eerste digitale werk. ‘Het is het ­eerste boek dat ik zonder pijn tekende.’

Geert De Weyer

We schrijven begin maart 2022. Op de expo Strips uit het Louvre in het Brusselse Stripmuseum, waar negentien internationale stripauteurs hun op collectiestukken van het Louvre gebaseerde beeldromans exposeren, loopt een nerveuze

Judith Vanistendael rond. Het slot van de expo toont namelijk voor het eerst schetsen van haar eigen nakende Louvre-­strip. Dat zorgt voor extra druk. “Heb je het werk van al die andere grootmeesters gezien?”, fluistert ze. “Ik voel me daar zo klein bij.”

Ook haar opdrachtgever boezemt haar angst in: het Louvre, een van ’s werelds grootste en bekend­ste musea. Zeventien jaar geleden besefte het Parijse instituut dat het dringend de negende kunst moest omarmen. Het stampte een stripfonds uit de grond waar de groten der aarde (Nicolas de Crécy, Taniguchi, Enki Bilal, …) aan meewerkten. Met het deze week verschenen Atan van Kea werd Vanistendael als eerste vrouw aan het gerenommeerde lijstje toegevoegd.

De Molenbeekse ontving de opdracht in november 2020. “Totaal onverwacht, maar wel net op tijd”, herinnert ze zich. “Ik was op dat moment de wanhoop nabij. We zaten midden in de pandemie. Net voor mijn afreis naar Noorwegen, waar ik een maand lang zou resideren voor een nieuw boek, werd die residentie afgezegd. Zonder kon ik mijn verhaal onmogelijk ontwikkelen, ik moest dus iets anders bedenken. Alleen ben ik niet iemand die twintig verhalen uit de mouw schudt, meestal heb ik maar één verhaal te geven.”

Hoe hard ze ook haar best deed, de muze bleef uit. Tot plots de telefoon overging. Aan de lijn: ­Sébastien Gnaedig van de bekende Franse uitgeverij Futuropolis, ook de vaste uitgever van het ­Louvre voor hun stripoeuvre. “Of ik de twintigste beeldroman voor het Louvre wilde maken, vroeg hij. Dat was nogal wat. Futuropolis is qua fonds, met namen als Joe Sacco, Étienne Davodeau of Prudhomme, mijn lievelingsuitgeverij.”

Ze grijnst even, aarzelt wat. “Eerlijk, ik wist niet dat het Louvre een striplabel had.” Ze vroeg, ­“zoals bij elk voorstel”, een week bedenktijd. “Een halfuur later kende ik mijn antwoord, al heb ik toch maar die ene week bedenktijd opgebruikt. Ik wilde niet te gretig overkomen.”

Beeld uit 'Atan van Kea', dat een 5.000 jaar oude samenleving tot leven wekt. Beeld Judith VANISTENDAEL
Beeld uit 'Atan van Kea', dat een 5.000 jaar oude samenleving tot leven wekt.Beeld Judith VANISTENDAEL

Vanistendael kreeg carte blanche. De enige vereiste: voorzie een rode draad rond het Louvre en/of zijn collectie(stukken). Maar hoe doe je dat, te midden van een wereldwijde pandemie? “Frankrijk had een zware lockdownperiode met een avondklok om 18 uur. Maar ik had geen keuze: ik moest toen het Louvre bezoeken.”

Ze mocht er binnen toen het museum voor het publiek gesloten was. “Dat is een voorrecht, en heel speciaal, je ziet er alleen curators en researchers die in alle vrijheid hun onderzoeken kunnen voeren. En in de zaal van de Mona Lisa stond ik helemaal alleen. Magisch. Maar er waren nog altijd beperkingen en ik mocht niet alle afdelingen bezoeken. Vele auteurs van de collectie ­gebruikten het volledige gebouw of de gehele collectie. Dat kon ik niet. Ik kon er geen band mee opbouwen.”

Haar twee eerste ideeën werden afgeketst. ­Begrijpelijk, zegt ze. “Ik was te zeer onder de indruk van het Louvre om helder te denken.” Uiteindelijk koos ze voor een kunstvorm die ze er wel had kunnen bezichtigen: de Cycladische kunst. “Zo mooi. Ze gaat vijfduizend jaar terug in de tijd, in een bronstijdsamenleving zonder steden noch geschrift. Het witte marmer waarmee men toen werkte, oogt nu heel modern. Er was op de internationale kunstmarkt in de 20ste eeuw een drukke handel in die oude kunstwerken, en ze worden bijna als hedendaagse kunst in galeries overal ter wereld geëxposeerd.”

Massaproductie

Vanistendael zou Vanistendael niet zijn als ze geen hedendaagse component zou koppelen aan haar verhaal. En zo verweef ze in Atan van Kea onrechtstreeks haar eigen job als docente aan de Brusselse LUCA School of Arts en haar nu 17-jarige zoon. “Hij ontdekte tijdens de lockdown dat hij graag beeldjes boetseert. De combinatie van het ontdekken van een talent, hoe je kunst aanleert en in hoeverre leermeesters daarbij al dan niet bepalend zijn, vond ik een interessante insteek.

“Ik vroeg me af hoe ze daar vroeger mee omgingen. Daaruit ontstond een verhaal over een puber die in het Cycladische tijdperk een leven als kunstenaar ambieert. Mijn Atan verschilt echter van de andere leerlingen: hij maakt liever beeldjes die op superhelden lijken, terwijl iedereen rondom hem vooral vrouwen sculpteert. Hij moet dus leren die vrouwenbeeldjes te vervaardigen, in plaats van zijn voorkeur voor gespierde fantasyfiguren door te drukken.”

Uiteraard is de figuur Atan volledig verzonnen. “Historici en curatoren weten erg weinig over de Cycladische beeldhouwers, alleen dat al die beeldjes er zowat hetzelfde uitzagen en massaal werden geproduceerd.”

null Beeld Judith VANISTENDAEL
Beeld Judith VANISTENDAEL

Fabrice Douar (57), curator en verantwoordelijke voor de stripcollectie van het Louvre, sprak op het moment van de opening van de Brusselse Louvre-expo klare taal in De Morgen: strip is zonder enige twijfel een kunstvorm. “Mocht Da Vinci nu hebben geleefd, dan was hij vast en zeker een stripauteur geworden”, klonk het toen.

Vanistendael: “Ik denk dat we een beetje geobsedeerd zijn door het antwoord op de vraag wat kunst is. De strip is net als de film een massa­medium. Het staat voor reproducties en bedient zoveel mogelijk mensen. Misschien zijn we nog niet helemaal klaar met waar reproducties voor staan, en wat het ons oplevert – iets waar Andy Warhol ook mee bezig was. En we blijven ons maar ingraven in waar de grenzen liggen tussen high art en low art.”

“Vroeger was ik daar meer mee bezig”, zegt ze. “Nu besef ik dat ik gewoon een verhalenverteller ben, net als elke andere kunstenaar. Performance, schilderkunst, theater: het zijn allemaal manieren om de werkelijkheid te sublimeren en te presenteren. Ook de strip maakt gebruik van massaproductie, maar is dat daarom geen kunst? Pff. Dan is de door de internationale kunstgemeenschap zo gewaardeerde Cycladische kunst dat ook niet, want ook dat was indertijd pure massaproductie.”

Ze blaast. “Ach, ik ben er vandaag minder mee bezig dan vroeger. Ik had het wel fijn gevonden om iets ernstiger bevonden te worden. Hoewel ... Tegelijkertijd is werken in de marge bevrijdend omdat je minder met dogma’s te maken krijgt.”

Huppelend verhaal

Of het opbiechten van haar papieren puber Atan aan diens ouders dat hij kunstenaar wil worden, niet veel gelijkenissen vertoont met zovele andere jongeren die in de kunsten willen? Daar had ze naar eigen zeggen nog niet echt bij stilgestaan, klinkt het.

“Het was natuurlijk de bedoeling om het zo authentiek mogelijk te laten lijken: een introverte puber die zijn ouders ervan moet overtuigen dat hij beeldhouwer wil worden, en naar een ander eiland moet verhuizen om er de stiel te leren. Maar inderdaad, het gaat natuurlijk ook over het aanvaarden van kunsttypes in de samenleving. Atan maakt superhelden die zowel in zijn als in onze tijd niet gezien worden als kunst. Elke samenleving heeft een bepaalde visie op kunst; de vraag is of en hoe de mens zich daaraan aanpast.”

Haar beeldromans staan erom bekend onderhuids te gaan. In Toen David zijn stem verloor (2012) stond terminale kanker centraal, in Penelope (2019) moet een Artsen Zonder Grenzen-chirurge bij thuiskomst opnieuw leren omgaan met haar familie en tegelijk de oorlogsgruwelen een plaats geven. In haar eerste en meest persoonlijke beeld­roman De maagd en de neger (2007) vertelt ze over haar huwelijk met een asielzoeker.

null Beeld Judith VANISTENDAEL
Beeld Judith VANISTENDAEL

Atan van Kea is anders. Niet alleen qua thematiek. “Dit is een lichtvoetig boek”, zegt ze. “Het is eerder een komedie dan een emotioneel verhaal. Misschien is het de leeftijd, maar ik wilde dat het verhaal wat huppelde, dat er wat meer onnozelheid in zou zitten.”

Ook haar techniek paste ze drastisch aan, met een onverwacht voordeel als gevolg. “Veel van mijn leerlingen tekenen digitaal. Daar had ik een mening over, maar tegelijk vond ik dat flauw omdat ik het zelf nooit toepaste. Dus heb ik me dat aangeleerd. Dit is mijn eerste volledig digitaal getekende boek. Dat was niet alleen plezierig, ik kon er ook vrij mee tekenen. En ook: ik heb al tien jaar fibromyalgie (chronische ziekte van spieren en bindweefsel, red.), wat gepaard gaat met veel pijn. Digitaal tekenen, zo ontdekte ik, is zachter voor je spieren. Voor het eerst tekende ik een boek zonder pijn.”

Dat ze steeds vaker worstelt met het medium strip, sluit ze af. “Ik ben nooit tevreden over mijn werk. Ik wil altijd nieuwe dingen proberen. Qua techniek, personages en verhaal test ik nu van alles uit. Want ik wil niet altijd hetzelfde soort boek maken. Ik wil ook eens lichtvoetig en grappig zijn. (lacht) Bon, mijn volgende boek gaat over een klimaatvluchteling, dus het zal toch wel weer onderhuids en diepmenselijk zijn, zeker?”

Judith Vanistendael, Atan van Kea, Oogachtend, 128 p., 26 euro

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234