Maandag 20/05/2019

Interview

Journalist Pascal Verbeken over Brussel: ‘Die toxische cocktail van armoede en achterstelling in de Kanaalwijken is heel gevaarlijk’

Pascal Verbeken: ‘Je raakt er nooit op uitgekeken. Omdat Brussel vele steden is. Als je hier de hoek omgaat, kom je in een andere wereld terecht.’ Beeld Wouter Maeckelberghe

‘Een diva met gescheurde netkousen.’ Zo omschrijft journalist Pascal Verbeken onze hoofdstad. In Brutopia portretteert hij Brussel aan de hand van tien idealistische dromen, die de stad hebben gemaakt tot de chaotische mozaïek die ze vandaag is.

“Brussel is la mal aimée, een verguisde stad. Voor Vlamingen, voor Walen, en voor heel veel Europeanen: zij zien Brussel als een donkere, bureaucratische stad, waar een ‘elite’ wetten stemt die zij niet lusten. En Trump heeft het met zijn ‘hellhole’-uitspraak alleen erger gemaakt. Brussel heeft een zwarte reputatie. Maar dat was voor mij ook een reden om dit boek te schrijven. Om te tonen dat Brussel ook heel vaak de stad van het licht geweest is.”

Het boek heet Brutopia, en voor auteur en reporter Pascal Verbeken vormt Brutopia het sluitstuk van een Belgische trilogie, na Arm Wallonië (2007) en Grand Central Belge (2011). De titel verwijst naar tien ‘utopieën’ uit de Brusselse geschiedenis: van de communistische droom van Karl Marx over het vooruitgangsoptimisme van Expo 58 en de oprichting van de Europese Unie, tot de aanleg van de Noord-Zuidverbinding. “Pascal Smet (politicus voor sp.a, EC) zei een tijd geleden: je kunt Brussel vergelijken met een hoer – lelijk en geil tegelijk. Daar klopt wel iets van. Ik zie Brussel als een diva met gescheurde netkousen. Een stad met grandeur, maar ook met craquelé.”

Wat trekt u zo aan in Brussel?

Verbeken: “Je raakt er nooit op uitgekeken. Omdat Brussel vele steden is. Als je hier de hoek omgaat, kom je in een andere wereld terecht. Die verschillende werelden kletsen in Brussel echt tegen elkaar. Kijk naar de Europese wijk, een witte bubbel waar hoogopgeleide veelverdieners carrière maken. Daar tegenaan geplakt zit Sint-Joost-ten-Node, de armste gemeente van België, waar 30.000 mensen op één vierkante kilometer zitten samengeperst, en veel mensen in de illegaliteit leven. Die botsing van tegengestelde realiteiten: dat is Brussel.”

Pascal Verbeken. Beeld Wouter Maeckelberghe

Op Dubai na is Brussel de stad met het hoogste aantal nationaliteiten. Hoe vormen die de samenleving?

“Brussel is van iedereen en van niemand tegelijk. Er leven hier 180 nationaliteiten. Daardoor is er geen dominante etnie. Het leidt tot een groot gevoel van vrijheid, en die vrijheid zit diep in de Brusselse ziel. Al in de 19de eeuw kwamen politieke dissidenten en kunstenaars als Karl Marx en Charles Baudelaire naar Brussel. Figuren die in eigen land niet gewenst waren, zagen in Brussel een vrijplaats. Dat is nog steeds zo. Voor een homo uit een klein dorp in Polen is een job bij de EU in Brussel bijvoorbeeld een poort naar de vrijheid.

“De schaduwkant is dat Brussel van niemand is. Dat merk je aan de verslonzing van het openbaar domein: er ligt overal vuilnis op straat. Daarnaast is Brussel ook een gesegregeerde stad. Er zijn scheidingen tussen arm en rijk, maar ook tussen religies en volkeren. Brussel is meer een lappendeken dan een meltingpot.”

Tot welke problemen leidt dat?

“De grootste dreiging is de sociale onderwereld in de Kanaalzone. Wijken waar de parallelle, illegale wereld groter is geworden dan de officiële wereld. Waar de jeugdwerkloosheid meer dan 50 procent is. Er zit een groot probleem in het Brusselse onderwijs, vooral aan Franstalige kant. Die scholen leveren aan de lopende band kanslozen af. Daar is een kentering nodig, een grote investering, maar men heeft altijd weggekeken van die miserie. Zolang de problemen zich aan de overkant van het kanaal bevonden, kon het niemand iets schelen. Zeker de politici niet. Ze hebben nooit een plan uitgedacht voor de enorme demografische revolutie die in Brussel heeft plaatsgevonden. Maar die toxische cocktail van armoede en achterstelling in de Kanaalwijken is heel gevaarlijk.”

Pascal Verbeken. Beeld Wouter Maeckelberghe

Die problemen zijn deels te danken aan de nogal povere stadsplanning.

“Brussel is ooit half van de kaart geveegd, aan het einde van de 17de eeuw. Die verwoesting heeft een kwaad zaadje geplant. Destructie en zelfdestructie zijn een wezenlijk onderdeel van de ziel van Brussel geworden. Bij de Zennewerken zijn 40.000 Brusselaars uit hun huis gedreven. Later was er het grote litteken van de Noord-Zuidverbinding, de aanleg van de Noordwijk, de Zuidwijk, de Europese wijk: dat was telkens opnieuw een ravage. In het Frans noemt met dat Bruxellisation. Het is moeilijk vertaalbaar, maar het komt neer op het vernietigen van buurten om ze uit te leveren aan promotoren.

“De Noordwijk is daar een uitstekend voorbeeld van. Dat was een van de levendigste buurten van Brussel, een echte volkswijk, maar die is compleet van de kaart geveegd: nu is het een urban wasteland waar pendelaars, transitmigranten en prostituees elkaar kruisen.”

Toch schrijft u met veel liefde over Brussel. Blijft u zelf dromen van een Brusselse utopie?

“Ik heb geprobeerd om een waarachtig portret te maken. Het is geen kleffe, valse promo. Toch heb ik veel liefde voor Brussel. Van alle steden in Europa is Brussel misschien wel de stad waar het het meest een morele plicht is om optimist te zijn, om hoopvol te blijven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.