Vrijdag 19/07/2019

Muziek

Jonge jazzwolven: “Het begrip jazz betekent niets meer”

Van links: Niels Van Heertum, Fulco Ottervanger en Teun Verbruggen. ‘Het blijft knokken, voor de héle scene.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

Dit jaar vieren we honderd jaar jazz, maar november belooft allerminst een geriatrisch spektakel te worden. Deze maand zijn er een handvol spitse festivals die moderne jazz belichten. Wij laten drie notoire namen hun licht schijnen over de jazzscene.

In een wereld waarin jazzmuzikanten voortdurend de sponde delen met elkaar en de muze, mag het natuurlijk niet verbazen dat Niels Van Heertum (27) en Teun Verbruggen (42) elkaar goed blijken te kennen. Heel goed zelfs. “Ik heb de riolering helpen aanleggen in het huis van Teun”, lacht Van Heertum. “Maar voordien kenden we elkaar al. We hebben ook een paar keer samengespeeld.” 

Fulco Ottervanger (33) heeft met Verbruggen dan weer eens ‘Blonde on Blonde’ gecoverd van Dylan, en op een blauwe maandag vervingen hij en Van Heertum twee leden van Black Flower. Waarop een haast onontwarbaar discours van wisselwerkingen tussen de tafelgenoten volgt, en de lawine aan namedropping je hoofd doet tollen. “Het is een kleine wereld, hè", klinkt het nadien haast verontschuldigend in het Gentse café waar we hebben afgesproken.

Deze maand staat er heel wat op stapel voor alle drie. Zo schreef Fulco Ottervanger een symfonie voor De Beren Gieren, samen met het Symfonieorkest Vlaanderen. “Ik heb me daar wat aan vertild”, grinnikt Ottervanger. “Veel bijgeleerd, maar ook een zomer lang afgezien. Mijn opzet is om een antwoord te bieden op Rachmaninovs 'Isle of death'. Dat wordt bij mij dan een 'Isle of life'. Ik schreef de symfonie voor een stuk of negentig muzikanten. Eind deze maand is het project te zien in Gent, Antwerpen en Brugge. Erg benieuwd hoe het zal klinken.” Als stadscomponist van Gent is hij ook nog tot begin 2019 actief.

Niels Van Heertum is op zijn beurt de centrale gast en curator van het Brand!-festival in Mechelen. “Solo speel ik in de kathedraal, wat me nu al helemaal sloopt. Maar verder is er ook Veder: een nieuw project, dat de hoeksteen van het festival vormt. We spelen ook op Storm in Oostende. Vijf concerten in drie dagen. Niet mis (lacht).” 

Bij het grote publiek is Van Heertum mogelijk het meest bekend van zijn gastbijdragen op platen van Chantal Acda en Marble Sounds. Maar in de improvisatiescene kun je al lang niet meer om deze jazzcat heen. Zijn agenda is zelfs zo druk, dat hij op de vraag hoe zijn maand er zal uitzien, zijn agenda noodgedwongen moet opdiepen. Een project met Alain Platel en saxofonist Fabrizio Cassol zit eraan te komen, net als een concert met Chantal Acda en nog een handvol andere samenwerkingen.

Maar ook Teun Verbruggen staat een “belachelijk drukke novembermaand” te wachten. Onder meer met Boggamasta, het nieuwe project van David Bovée (Think of One) en Peter Vermeersch (Flat Earth Society). Daarbij komt een kindervoorstelling, en vervangt hij Isolde Lasoen tijdens de zeemansliederen-tour van Roland. Ook speelt hij op uitnodiging van Thurston Moore van Sonic Youth op Sonic City in Kortrijk. “Deze maand speel ik zelfs drie concerten in één dag”, lacht hij. “Dat is zwaar, ja. Maar het is op zulke drukke dagen dat ik helemaal opleef. Ik teer op die rush, die adrenaline. En zelfs als ik moe ben, kan een fijn concert me op slag klaarwakker maken. De keerzijde van de medaille: als een concert moeizaam verloopt, crash ik achteraf.”

Merken jullie veel van de hoera-stemming in de jazzscene? Nordmann maakte een glansrijke beurt op Pukkelpop, STUFF. wordt op handen gedragen en Dans Dans werd in de armen gesloten op Jazz Middelheim. Dwarsliggers in de jazz zoals jullie scoren beter dan ooit.

Verbruggen: “(blaast) Tien jaar geleden werd Jef Neve al naar voren geschoven als de grote redder van de jazz. En nu hoor je hetzelfde over STUFF. of Nordmann. Maar dat creëert een vertekend beeld. Het blijft knokken, voor de héle scene. Het is misschien zelfs moeilijker, omdat er zoveel aanbod is en te weinig plaats, ondersteuning of subsidies. Ik draai nu al heel lang mee, en mijn gage is niet ineens hoger geworden. Soms geldt zelfs het tegendeel. Ik moet vandaag minstens zo hard werken om rond te komen. Wat ik wel fantastisch vind, is dat een festival als Pukkelpop een belangrijk forum gaf aan Nordmann, die dat ook echt verdienen. Dat was tien jaar geleden nooit het geval geweest – ook al omdat er toen niet zoveel podia waren.”

Ik las onlangs een vreemde theorie van een jazzcriticus in een weekblad: het succes van jazzbands op grote festivals kwam volgens hem voort uit het succes van EDM.

Verbruggen: “Wat is dát?”

Dance à la David Guetta en Dimitri Vegas & Like Mike. Dat zou jongeren weer naar de instrumentale muziek gelokt hebben. Ik snap daar als minder beslagen jazzkenner geen jota van. Wat mis ik?

Ottervanger: “Misschien had hij het dan over het repetitieve, de ambient en het minimalisme van de dance. Dat vind je inderdaad terug in STUFF., die elektronische muziek in feite weer akoestisch maken.”

Van Heertum: “Maar laten we een kat een kat noemen. Die theorie is je reinste onzin. Jazz is een kettingreactie. Daardoor alleen is jazz een even onbetekenend containerbegrip als EDM. Het betékent niets.”

Verbruggen: “(knikt) Jazz is als lava: het maakt een vloeiende beweging, neemt zoveel als mogelijk mee in haar stroom en verandert voortdurend van vorm. Ik ben bijvoorbeeld door rockmuziek gevormd, maar ook door Autechre en Boards of Canada.”

Chet Baker zei ooit dat je ten minste een béétje moest geloven in je eigen mythe. Anders zou de angst het pleit winnen en faal je op het podium. Hoe onzeker mag je eigenlijk nog zijn als creatieve kracht?

Verbruggen: “Willens nillens meet je jezelf met de groten, wat altijd erg confronterend is. Zo speciaal voel ik mezelf alleszins nooit in de spiegel. Maar op het podium blijft het leeg in mijn hoofd. Ik laat me zelden intimideren, of het moest zijn toen Elvin Jones (drummer van John Coltrane en Duke Ellington, GVA) in het publiek zat. Toen werd ik erg zelfbewust, hoewel ik wist dat hij gewoon een fijn concert wilde zien (lacht)

"Maar dat gevoel is niet slecht. De dag dat je niet meer vooruit wil, dat er niets meer te bereiken valt, moet je je instrument aan de wilgen hangen. Dan stopt het. Je moet eigenlijk zelfs blij zijn dat je nog angst en onzekerheid kunt voelen. Dat je nog een doel aan de einder ziet. Als je leert genieten van de zoektocht die je wakker houdt, is er niets mooiers dan dit bestaan.”

Van Heertum: “Vrije improvisatie heeft zowat de reputatie om hectisch en lawaaierig te zijn – leuk om te doen, maar ondraaglijk om naar te luisteren – maar je moet vooral gevoelig zijn om dat te kunnen, eerder dan onzeker. Je voelsprieten moeten strak staan. Dát is de kunst.”

Word je ook gevoeliger als mens, door improviserende muzikant te zijn, of wordt dat empathisch vermogen net versterkt door vaak te improviseren?

Van Heertum: “Je moet empathisch zijn, maar ook weer niet té gevoelig. Je kunt jezelf dan ook wegcijferen, en dat is het ergste voor de muziek. Dan gaat een idee nergens heen.”

Verbruggen: “Een van de belangrijkste eigenschappen is om alles wat op je pad komt, te willen omarmen. Om nergens een oordeel over vormen. Alles wat je in de schoot geworpen wordt, daar moet je mee willen werken. Het is te vergelijken met een goed gesprek: de connectie moet er zijn. Soms spreek je met iemand die je niet kent, en dan bestaan verschillende pistes: iemand begint zich aan te stellen, het gesprek verzandt in platitudes en small talk of je staat allebei ongemakkelijk te wiebelen. Zolang je die situaties kunt vermijden, is improvisatie geslaagd.”

Staat technisch vernuft nooit in de weg van emotie? Dat gevoel heb ik wel eens bij beslagen jazzvirtuozen.

Van Heertum: “(grinnikt) Wij drie worden nu niet meteen bestempeld als virtuozen. Maar goed, dat zegt wellicht elke muzikant over zichzelf.”

Ottervanger: “Het gaat bij ons meer over de noodzaak om iets te vertellen. Over visie. Over de zin om muziek te spelen. Als je tien noten kunt spelen op piano, kun je evengoed iets prachtigs scheppen. Er is bijvoorbeeld niemand die vraagt aan Neil Young of hij een bebop-solo op klarinet moet kunnen spelen (lacht).”

Niels, jij duikt straks de studio in met Lynn Cassiers. Dat vroeg ik me onlangs af: eigenlijk zijn er verrassend weinig opvallende vrouwennamen in de jazz. Bestaat ook daar een glazen plafond?

Van Heertum: “Ik heb er mijn hoofd vaak over gebroken. Er zou vandaag een betere balans moeten zijn. Tijdens mijn muzikale opleiding deelde ik de banken met behoorlijk wat meisjes, maar helaas zie ik die vandaag niet meer. Wat is er veranderd? Volgens mij begint het probleem bij de kinderwereld: de rollenpatronen blijven bestaan.”

Verbruggen: “Jazz was indertijd een machowereld, en misschien voelen we die invloed nog steeds.”

Ottervanger: “Vreemd, want jazz is wel wat rechterhersenhelft-stuff (lacht). Maar effectief: de meest van mijn voorbeelden zijn ook mannen. Mogelijk hebben mannen ook een grotere aanleg tot abstractie. En wellicht even belangrijk: we hebben een groter ego.”

Verbruggen: “Mijn muzikale vriendinnen vragen zich soms af: waarom werd ik gekozen? Omdat ik goed genoeg ben, of omdat ik er goed genoeg uitzie?”

Van Heertum: “Misschien moet er in de jazz hetzelfde gebeuren als in de klassieke orkestwereld. Audities gebeuren daar traditioneel achter een rood gordijn. Blinde audities – dat is de toekomst van de jazz!”

STORM, van 10/11 tot 12/11 in De Grote Post, Oostende.

BRAND!, van 9/11 tot 11/11 in cultuurcentrum Mechelen.

100 Jaar Jazz wordt deze maand gevierd op verschillende data in de AB, Brussel. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden