Woensdag 22/09/2021

InterviewJodie Foster

Jodie Foster: ‘Acteren is een wreed beroep voor mensen zoals ik’

Jodie Foster: ‘Ik heb nog meegemaakt dat mannelijke studiohoofden zich voor het hoofd sloegen: ‘O god, ja! Vrouwen! Compleet vergeten!’’ Beeld NYT
Jodie Foster: ‘Ik heb nog meegemaakt dat mannelijke studiohoofden zich voor het hoofd sloegen: ‘O god, ja! Vrouwen! Compleet vergeten!’’Beeld NYT

Meer dan vijftig jaar heeft actrice Jodie Foster (58) al op de teller in Hollywood. En dat levert één groot voordeel op: je mag al eens kieskeurig zijn. Straks is ze te zien in The Mauritanian, nog maar haar vijfde rol in tien jaar tijd. Alleen als het écht de moeite is, wil ze nog tekenen. Want: ‘Acteren is een wreed beroep voor iemand als ik.’

Hoewel Jodie Foster voor de ogen van de hele wereld op het witte doek opgroeide, is ze altijd een mysterie gebleven. Als kindsterretje gaf ze al blijk van een buitengewone, vroeg­rijpe emotionele diepgang. Als volwassen actrice stond ze erop vrouwen te spelen die je niet zomaar in een hokje kunt stoppen, zoals Clarice Starling in The Silence of the Lambs en Sarah Tobias in The Accused (ze kreeg voor beide rollen een Oscar).

Foster weigerde zich te plooien naar het leventje dat van beroemde actrices wordt verwacht en schermde haar privéleven altijd bewust af. Daarom werd ze vaak bestempeld als ‘erg op zichzelf’. Maar misschien is het correcter om het een rationele reactie op irrationele omstandigheden te noemen. “Ik had vooral een grondige hekel aan de hele celebritycultus”, antwoordt Foster op de vraag waarom ze tegenwoordig minder in de schijnwerpers staat. “Ik wilde alleen nog projecten aannemen die ik zelf zinvol vond.”

BIO * geboren in Los Angeles op 19 november 1962 als jongste van vier, haar vader verdween nog voor haar geboorte uit beeld / was op haar derde voor het eerst te zien in een ­reclamespotje / speelde als kind in meer dan vijftig tv-series en films, ook haar oudere broer Buddy acteerde toen al werd op haar veertiende voor het eerst genomineerd voor een Oscar (Taxi Driver), won een beeldje in 1989 (The Accused) en 1992 (The Silence of the Lambs) en werd opnieuw genomineerd in 1995 (Nell) / regisseerde ook enkele films (o.a. Little Man Tate en The Beaver) en tv-reeksen als Black Mirror en Orange Is the New Black / heeft twee zonen, Charles en Christopher, woont in L.A. met haar vrouw, actrice en fotografe Alexandra Hedison

Zo is Foster – hopelijk – vanaf april in onze zalen te zien in The Mauritanian, onder regie van Kevin Macdonald. De film vertelt het waargebeurde verhaal van Mohamedou Ould

Salahi, die veertien jaar lang zonder aanklacht in Guantanamo Bay werd vastgehouden en in 2016 werd ­vrijgelaten. Foster speelt Salahi’s volhardende advocaat, Nancy Hollander. “Als filmmaker hoop je dat je een vorm van herstel en inzicht kunt teweegbrengen door zulke ­wantoestanden aan de kaak te stellen”, vertelt Foster.

U begon als professioneel acteur te werken toen u nog een kind was en daarna bent u bijna uw hele leven lang op regelmatige basis blijven spelen. Maar in de afgelopen tien jaar was u in slechts vijf films te zien. Welke impact heeft dat gehad op de manier waarop u zichzelf ziet?

“Ik ben in de filmindustrie opgegroeid en dacht altijd dat er niets zinvollers bestond dan films maken. Het was zinvoller dan in het leger te gaan of arts te zijn. En iedereen in mijn omgeving bleef dat beeld bevestigen. Die bevestiging was een beetje vergelijkbaar met steroïden gebruiken. Je blijft er steeds meer van inspuiten en de hele tijd denk je: o, dat ziet er echt goed uit. En wanneer je uiteindelijk besluit om met die steroïden te stoppen, herken je jezelf ineens niet meer. Ik heb ook zo’n verandering doorgevoerd in mijn leven en dat was even heel moeilijk, want ik wist plotseling niet meer wie ik was. Blijkbaar bestaan er wel dingen die even zinvol zijn als films maken.”

Wat zijn die dingen voor u?

“Ik heb mijn bezigheden. Ik praat er nooit over, maar ik blijf bezig. Daniel Day-Lewis maakt bijvoorbeeld graag schoenen. Ik maak geen schoenen, maar ik heb andere interesses. Ik leer graag bij, ik hou van studeren. Mijn liefde voor kennis heeft niets met de filmwereld te maken.”

Shailene Woodley en Jodie Foster in 'The Mauritanian' (2021), binnenkort bij ons in de bioscoop. Beeld Photo News
Shailene Woodley en Jodie Foster in 'The Mauritanian' (2021), binnenkort bij ons in de bioscoop.Beeld Photo News

U hebt tegenwoordig een dubbel gevoel bij acteren. Wat heeft u over de streep getrokken voor The Mauritanian?

“Het was een wonderlijke samenloop van omstandigheden. Kevin Macdonald was de perfecte regisseur. Hij heeft een rauwe documentairestijl, maar hij weet ook hoe hij een onderwerp naar een film kan vertalen. En ik vind Nancy Hollander geweldig, ze was een fantastisch personage. Maar het belangrijkste was het verhaal van Mohamedou. Ondanks alles wat hij heeft moeten doorstaan – de martelingen en wreedheden – is hij nu een beter mens dan toen hij in Guantanamo aankwam. Hij is kwetsbaarder, vergevings­gezinder en menslievender. In plaats van zich in wraak of woede te verliezen, is zijn innerlijke kracht groter ­geworden.”

Nancy Hollander is een van de vele competente professionals die u in uw latere carrière zo vaak hebt gespeeld. De laatste keer dat u een fundamenteel kwetsbaar personage hebt gespeeld, was waarschijnlijk meer dan vijfentwintig jaar geleden in Nell. U vertolkte een jonge vrouw die in het woud opgroeide en voor het eerst in contact komt met de bewoonde wereld. Heeft die rol u veranderd?

Nell was een keerpunt voor me. Het was de meest uitdagende rol die ik ooit had gespeeld en ik wist toen niet of ik het wel zou kunnen. Alles wat je als acteur doorgaans doet om je op een rol voor te bereiden, was nutteloos. En dat was geweldig, want ik besefte dat ik alles in feite al wist. Ik moest mezelf gewoon kwetsbaar durven opstellen, alleen wist ik niet goed hoe ik dat moest doen. Ik ben geen acteur geworden omdat ik zo gevoelig ben en er voortdurend behoefte aan heb mijn emoties de vrije loop te laten. Zo ben ik niet en ik was dan ook bang. Op dat vlak schiet ik tekort als mens.”

Waarom ziet u dat als een tekortkoming?

“Als achttienjarige zag ik mijn terughoudendheid niet als een tekortkoming, maar toen ik ouder was, begreep ik dat mijn gereserveerdheid voortvloeide uit trieste ervaringen in mijn jeugd. Ik vond het niet fijn om mijn emoties te tonen en ik was altijd op mijn hoede, achterdochtig. Ik miste een zekere onschuld door de manier waarop ik was opgegroeid. Dat obstakel moest ik overwinnen. Ik werk er nog steeds aan. In een film kan ik die emoties laten zien, maar in mijn eigen leven is dat moeilijk.”

Met Robert De Niro in ‘Taxi Driver’ (1976). Beeld Alamy Stock Photo
Met Robert De Niro in ‘Taxi Driver’ (1976).Beeld Alamy Stock Photo

Wat opviel aan uw vroege rollen en dan vooral die in Taxi Driver, was dat u op heel jonge leeftijd al zo’n goed inzicht had in de onderhuidse emoties in scenario’s. Hoe kwam dat?

“Toen ik jong was, speelde ik heel instinctief. Ik denk dat ik, net als het jongetje in Little Man Tate (dramafilm uit 1991 over een geniaal kind, met en van Foster, red.), al heel snel begreep hoe mensen in elkaar zitten. Dat kwam deels omdat ik als kind van een alleenstaande moeder in soms woelige omstandigheden ben opgegroeid en we de eindjes vaak met moeite aan elkaar konden knopen. Maar ik heb ook van nature een goed psychologisch inzicht. Ik weet niet of dat nuttig is, ik heb er in ieder geval niet zo veel aan.”

Het lijkt me toch een nuttig talent.

“Soms zou ik liever piano kunnen spelen. Maar ik kon ­bijvoorbeeld wel makkelijk mijn emoties kanaliseren en beslissen wanneer ik iets wel of niet wilde voelen. Sommige mensen zouden zeggen dat ik beschadigd ben. Ik kan mijn emoties zo goed beheersen dat ik kan beslissen wanneer ik ze toelaat en wanneer ik ze inhoud. Tijdens het spelen helpt dat wel, als je tegelijkertijd in én buiten de situatie kunt staan. Ook als regisseur is dat handig.”

Wat leer je als regisseur zelf bij als je in films van andere regisseurs speelt?

“Ik leer altijd wel iets nieuws. Ik heb van alles geleerd van regisseurs die dingen doen die ik zelf nooit zou doen. David Fincher is een buitengewone filmmaker. Hij is ook gek en obsessief, maar dat komt door zijn focus op details, zijn gevoel voor techniek. Robert Zemeckis vindt het dan weer leuk om problemen te verzinnen die je niet zomaar kunt oplossen, en dan moet hij dingen uitvinden om die ­hindernissen te overwinnen. Echt geweldig om te zien.

“Neil Jordan legt niets vast totdat hij daadwerkelijk op de set staat en alle elementen aanwezig zijn. Op dat moment krijgt hij ideeën die alleen maar daar kunnen ontstaan. Of neem Spike Lee, die erg ongeduldig is. Hij wil nooit meer dan een of twee takes doen of het begin van een scène ­hernemen. Als je een zin vergeet, roept hij dus: ‘Ga maar door.’ Als acteur is dat frustrerend omdat je de scène perfect wilt spelen, maar zijn werk straalt iets unieks uit dat je ­nergens anders vindt.

'The Accused' (1988). Beeld Alamy Stock Photo
'The Accused' (1988).Beeld Alamy Stock Photo

“Elke regisseur heeft wel een eigen, aparte methode die beïnvloed is door zijn of haar persoonlijkheid. Ik weet zeker dat Spike vroeger een zeer ongeduldig jongetje was. David Fincher heeft duidelijk een dwangneurose. Na de ­vijfentachtigste take vroeg hij me soms: ‘Welke is beter?’ Waarop ik dan antwoordde: ‘Jij bent echt knettergek, er is geen enkel verschil tussen die laatste drie takes’.”

Welke psychologische conclusies kan iemand uit uw regisseerstijl trekken?

“Dat ik te koppig en te bazig ben.”

Is het te simplistisch als ik stel dat dit een poging is om het gebrek aan controle over uw eigen leven te compenseren? Ik bedoel dan vooral tijdens uw jeugd.

“Ik heb geen idee, misschien wel.”

Ik denk dat u daarnet bewust vaag bent gebleven, maar...

“Waarschijnlijk wel! (lacht) Daar ben ik al vaak van ­beschuldigd.”

Toen u daarnet zei ‘de manier waarop ik ben opgegroeid’, bedoelde u dat in de zin van ‘opgroeien als acteur’? Als tiener beseffen dat je queer bent, kan in die tijd – zeker als Hollywoodster – niet gemakkelijk zijn geweest. Had u het over traumatische ervaringen uit die periode?

“Ik dacht aan verschillende dingen en ja, daar ga ik bewust vaag over blijven. Maar ik had het vooral ook over opgroeien als kind van een alleenstaande ouder die het hele gezin moest onderhouden, een kind dat zich geen enkele misstap kon veroorloven en sinds ze drie was in de publieke ­belangstelling stond. Maar is het niet typisch menselijk dat je je beschamende geheimen niet wilt tonen omdat je niet ontmaskerd wilt worden? Ik ben niet onthecht van mijn gevoelens, ik ben juist bang van wat er gebeurt als ik ze wel toon. Dat is werkelijk absurd voor een acteur! Wat een wreed beroep voor iemand als ik.

Met Adam Hann-Byrd in het door haarzelf geregisseerde 'Little Man Tate' (1991). Beeld Alamy Stock Photo
Met Adam Hann-Byrd in het door haarzelf geregisseerde 'Little Man Tate' (1991).Beeld Alamy Stock Photo

“Ik heb er niet voor gekozen. Ik was pas drie jaar oud en ik werd gecast omdat ik meegaand was. Veel mensen zijn geboren acteurs. Ze staan te trappelen om voor een publiek in tranen uit te barsten. Ik niet. Maar door te acteren ben ik een beter mens geworden dan ik anders was geweest. Want als ik nooit de confrontatie met beangstigende ervaringen zou aangaan, zou ik slecht spelen en dat wil ik niet. Ik moet emotioneel dus wel erg diep gaan. Als ik een advocaat of boekhouder was geweest, zou ik al die dingen nooit hoeven oprakelen.”

Lost u die zaken dan ook op als u ze oprakelt?

“Nee. Ik breng ze gewoon aan het licht en maak er dan waarschijnlijk een film over. Al mijn films gaan over ongeveer hetzelfde. Uiteindelijk gaat het altijd over de dood en over alleen zijn. Existentialisme, de zin van het leven... Veel van mijn personages maken hetzelfde mee: op een bepaald moment gebeurt er iets inspirerends in hun leven waardoor ze zien wie ze zijn en wie ze altijd zijn geweest. Ze beseffen ook dat ze helemaal alleen zijn. Dat is een opwindende én een afschuwelijke vaststelling.”

U bent al meer dan vijftig jaar actief in de entertainment­industrie. Hoe staat u tegenover de manier waarop morele kwesties de discussie over verandering in Hollywood drijven? Ik stel de vraag omdat u in het verleden al vaker in films hebt gespeeld die morele discussies op gang hebben gebracht, zoals The Silence of the Lambs, dus ik vroeg me af of die hedendaagse kwesties echt nieuw zijn voor u.

“Al die discussies gaan over een evoluerende cultuur. Neem bijvoorbeeld de ophef rond The Silence of the Lambs. Het protest van die activisten was nuttig omdat bepaalde ­onderwerpen voor het eerst bespreekbaar werden. Kijk maar hoever we nu zijn gekomen op het vlak van zichtbaarheid en tolerantie van transmensen. Transen waren toen helemaal niet zichtbaar. Dat was ook deels de reden waarom activisten moeite hadden met het personage van de ­seriemoordenaar Buffalo Bill. Zij wilden een positief transpersonage zien, maar hij was juist niet trans. Hij was een psychopaat die zichzelf wilde veranderen omdat hij een hekel had aan wie hij was. Dus ja, die gesprekken vind ik belangrijk en ik ga ze graag aan. Ze verruimen mijn blik.”

En wat als er morele kritiek komt op de filmmakers, in plaats van op de films zelf? Denk bijvoorbeeld aan mensen zoals Woody Allen, Roman Polanski of Mel Gibson. Hebben die discussies zin? Of ziet u dat als iets anders?

“Voor mij is dat inderdaad iets anders, maar die discussies zijn zeker zinvol. Ik ben ervan overtuigd dat je naar de films van Polanski en Allen kunt kijken en nog steeds onder de indruk kunt zijn van hun talent. Dat betekent daarom niet dat die filmmakers de gevolgen van hun daden niet hoeven te dragen.

Oscarnominatie voor 'Nell' (1994). Beeld Alamy Stock Photo
Oscarnominatie voor 'Nell' (1994).Beeld Alamy Stock Photo

“Dertig jaar geleden heb ik eens meegespeeld in een film van Woody Allen. Ik was er niet meer dan drie en een halve minuut in te zien. Dus over hem heb ik niet veel te vertellen. Polanski daarentegen, die beslissing zou ik graag willen terugdraaien (Foster speelde mee in Carnage uit 2011, red.). Als iemand een misdaad heeft gepleegd, er zijn straf voor heeft ondergaan en weer op het rechte pad is, moet hij kunnen werken. Ongeacht wat hij in het verleden heeft gedaan. Maar ik ben niet zo zeker of dat op Polanski van ­toepassing is. En dat is alles wat ik daarover te zeggen heb.”

Zijn er ook artistieke nadelen aan de huidige kritische blik? U hebt een tijdje geprobeerd om een film over Leni Riefenstahl te maken. Volgens mij zou niemand in Hollywood daar nu nog met u over willen praten.

“Als David Fincher het wil regisseren, zouden ze er waarschijnlijk toch over willen praten. We stimuleren onszelf om betere mensen te worden door naar prikkelende verhalen te kijken en eruit te leren. We kunnen heel veel leren van Leni Riefenstahl. Ze was een buitengewoon getalenteerde regisseur en toch zou ze nooit een kans hebben gekregen omdat ze een vrouw was. Maar in het Duitsland van de jaren dertig geloofde een despotische leider in haar. Ze koos haar carrière boven alles en hemelde die man dus op. Het is nu een perfect moment in de geschiedenis om onszelf de vraag te stellen of een kunstenaar verantwoording verschuldigd is als hij of zij goed werk maakt. Maar we moeten altijd opboksen tegen een filmindustrie die bang is om risico’s te nemen. Het risico verkleinen betekent voor de studio soms: ‘Laten we maar geen vrouwelijke regisseur kiezen, want die zijn te ­riskant.’ Ik weet zelf niet precies waarom ze riskant zijn.”

Waarom kregen vrouwen nooit kansen volgens u?

“Ik denk niet dat het altijd zo’n bewuste beslissing was. Ik herinner me dat ik jarenlang op filmsets stond waar er een grimeuse was en soms ook een scriptgirl, maar daarnaast was er nooit een andere vrouw aanwezig tenzij ze mijn moeder speelde. En toen begon er iets te veranderen. Mannen werden ineens wakker en beseften dat ze zowat de halve planeet links hadden laten liggen. Ik heb nog meegemaakt dat mannelijke studiohoofden zich voor het hoofd sloegen: ‘O god, ja! Vrouwen! Compleet vergeten!’

“Is dat deels aan seksisme te wijten? Ja. Zit er een beetje seksisme in ons allemaal? Ja. Zelfs ik worstel ermee. We moeten dat gewoon erkennen en stappen ondernemen om de situatie te herstellen. En dat lijkt nu ook te gebeuren. Maar of het zo snel en zover gaat als zou moeten? Dat weet ik niet, maar het proces is wel aan de gang.”

Kunt u een voorbeeld geven van een moment waarop zo’n studiohoofd zich ineens bewust werd van zijn visie op vrouwen?

“Ik zat ooit in zo’n typische vergadering met kaderleden van een filmmaatschappij en terwijl ze over mijn film aan het praten waren, zei een vrouw iets interessants, waarop een man haar onderbrak, haar idee pikte en vervolgens deed alsof hij dat had bedacht. Al die mannen bleven maar praten en de ene microagressie achter de andere afvuren. Totdat iemand ineens iets zei als: ‘Ik snap niet waarom het uitmaakt wie de actrice is in de film? Waarom moet ik weten wat er met haar personage gebeurt?’ Als je hen er dan op wijst dat het problematisch is dat ze het belangrijkste ­personage in de film niet relevant vinden omdat het ­toevallig een vrouw is, zie je de radertjes in hun brein aan de slag gaan. Je ziet hen bijleren.”

Met Anthony Hopkins in 'The Silence of the Lambs' (1991). Beeld Peter De Backer
Met Anthony Hopkins in 'The Silence of the Lambs' (1991).Beeld Peter De Backer

Ik zag onlangs opnieuw de speech die u gaf toen u de Golden Globes Lifetime Achievement award kreeg. Het was een erg persoonlijke speech, wat heel ongewoon is voor u. Waarom hebt u besloten om dat forum op die manier te gebruiken?

“Ik wil er eigenlijk niet dieper op ingaan. Ik heb mijn ­redenen. Als iemand me ernaar vraagt, zeg ik altijd: ‘Zoek die speech online, en lees de tekst alsof ik die op papier had gezet. Dan kunnen we het hebben over wat ik heb gezegd en wat ik ermee bedoelde, en ik ben er zeker van dat het dan duidelijk zal worden.”

Ik wilde u eigenlijk iets vragen over het einde van die speech. Ik lees even voor wat u zei: ‘Ik wil gezien worden, werkelijk begrepen worden en niet zo eenzaam zijn.’ Bent u nog steeds eenzaam?

“Ik ben een eenzaat, een introverte mens in een extravert, naar buiten gericht beroep. Ik denk niet dat ik me ooit niet eenzaam zal voelen. Dat is de rode draad in mijn leven, maar dat is niet zo erg. Niet iedereen hoeft mij te kennen.”

© The New York Times

The Mauritanian is (hopelijk) vanaf 14/4 in onze bioscopen te zien

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234