Zaterdag 20/07/2019

Zomergids

Jim Kerr (Simple Minds): "Had ik maar de sleutels van alle musea ter wereld"

Beeld Els Zweerink

Vrijdagavond 3 augustus treedt Simple Minds op op de Lokerse Feesten. Vandaag leidt zanger Jim Kerr (59) ons langs David Bowie, Werner Herzog, Sicilië, Ajax en een legendarische concertzaal in Glasgow.

Jim Kerr kan het zich nog goed voor de geest halen. In januari was het veertig jaar geleden dat hij met zijn Simple Minds het eerste concert gaf. “Wie toen had gezegd dat ik in 2018 in een mooi hotel in Brussel nog altijd interviews zou geven over mijn muziek, had ik beslist voor gek verklaard”, zegt de zanger nu. “Charlie (Burchill, gitarist, red.) en ik waren gewoon een bandje begonnen omdat muziek onze grote passie was, we gek waren van punkbands als Sex Pistols en The Clash en we van Johnny Rotten hadden geleerd dat iedereen een bandje kon beginnen en je er ook zo weer mee kon ophouden.”

Maar van ophouden wil Simple Minds uit Glasgow nog steeds niet weten. Jim Kerr vormt met zijn boezemvriend Charlie Burchill, die hij al kent sinds zijn achtste, nog altijd de kern van de band. Samen brachten ze in februari van dit jaar een nieuw album uit, Walk Between Worlds.

“Simple Minds heeft echt slechte perioden gehad”, erkent Kerr. “Toen de jaren 90 begonnen, was ik net 30 en hadden we ons hoogtepunt gehad. Dat was moeilijk om te accepteren. Het heeft jaren, misschien wel decennia, geduurd voordat ik er vrede mee had dat Simple Minds nooit meer dezelfde impact zou hebben als in de jaren 80.”

Dat waren de jaren van de hits: ‘Promised You a Miracle’ (1982), ‘Alive and Kickin’ (1985), ‘Belfast Child’ (1989) en natuurlijk ‘Don’t You (Forget About Me’), hun grootste wereldhit uit de soundtrack van de film The Breakfast Club (1985).

Hun albums Sons and Fascination (1981) en New Gold Dream (1982) werden bedolven onder goede kritieken. Want Simple Minds wist als een van de eerste bands elektronica met succes te koppelen aan gitaarrock. Ze hadden ook beslist een nieuw geluid, vindt Kerr nog altijd. De zweverige synths werden echter langzaam verdrongen door meer galmende gitaren en Simple Minds kwam in een soort concurrentiestrijd met U2.

“Ik sprak zojuist een journalist die me herinnerde aan Torhout/Werchter van 1983. Daar stonden we samen met U2 geprogrammeerd. Of ik toen al wist dat we de strijd zouden verliezen. Ja hoor, zeker. Want dat had Bono me toen al verteld: U2 zou de grootste rockband ter wereld worden.”

Kerr kan er nu wel om lachen, maar betreurt het dat de Simple Minds zich er toen zo door lieten meeslepen. “Elke plaat moest grootser klinken en succesvoller zijn dan de vorige. Dat vreet aan je. Het heeft tot mijn 40ste geduurd voordat ik weer echt plezier kreeg in Simple Minds. Nu gaan Charlie en ik alleen de studio in als we inspiratie hebben. We spelen in mooie clubzalen en schamen ons niet voor af en toe een nostalgisch tripje. Zoals dat akoestische album vorig jaar.

“Ook onze nieuwe plaat is een beetje ingegeven door nostalgie. Veel nieuwe liedjes gaan over herinneringen. Over onze eerste concerten en eerste successen en het vertrouwen dat we altijd in onszelf hebben gehouden.”

Concertzaal

Barrowland Ballroom, Glasgow

“Op Walk Between Worlds staat het liedje ‘Barrowland Star’, dat begint met de regel: ‘Did we think those days would last forever?’ Nee, maar ik ben heel blij dat Simple Minds nu op een punt is dat we weer in de mooiste clubs kunnen spelen. Zoals de Barrowland Ballroom in Glasgow.

“Het was aanvankelijk echt een feestzaal voor de working class, die daar in het weekend ging dansen. In onze beginjaren speelde het geen rol. Eind jaren 70 durfde je niet naar die kant van de stad. Er was veel criminaliteit in East End, er werden zelfs moorden gepleegd. Maar toen we in 1983 een locatie zochten voor een clip bij het liedje ‘Waterfront’, koos ik voor Barrowland.

“Of het door ons kwam durf ik niet te zeggen, maar vanaf 1984 werd Barrowland, dat zeven moeilijke jaren had gekend, dé concertzaal van Glasgow. Er zaten sterren op de muur geplakt die er nog weleens afvielen, en die door de artiesten als souvenir werden meegenomen.

“Ik heb er een, David Bowie had er ook een. Toen hij overleed, wilde ik een liedje voor hem schrijven. Dat werd ‘Barrowland Star’. Charlie Burchill speelt er gitaar op zoals Mick Ronson dat in de jaren 70 bij Bowie deed.”

Muziek

David Bowie

“De invloed van David Bowie was kolossaal. Sinds 1972 ben ik fan van zijn muziek. Ik ben vegetariër, maar mijn eerste baantje was slagersjongen. Ik verdiende er per week 5 pond mee. Ik voelde me echt een Frank Sinatra met dat geld. Ik kon er platen van kopen en kaarten voor concerten. Die eerste platen waren van T.Rex, Mott the Hoople en andere glamrock-artiesten.

“En natuurlijk ook van David Bowie. Ik zag hem optreden toen hij in januari 1972 naar Glasgow kwam. Zijn Ziggy Stardust had een immense invloed op me. In mei van dat jaar kwam hij weer, en vond ik het nog mooier. Misschien wel omdat ik in de tussenliggende maanden concerten van Lou Reed en Roxy Music had gezien. Ik begon rock-’n-roll echt te begrijpen en hing zo veel mogelijk rond in concertzalen.

“Het was zo’n belangrijke tijd voor de popgeschiedenis. Ik weet nog dat ik bij Green’s Playhouse, destijds de belangrijkste concertzaal van Glasgow, stond en iemand me vroeg of ik even kon helpen sjouwen, dan mocht ik voor niks naar binnen. Het voorprogramma van Mott the Hoople had nogal wat apparatuur. Wie dat waren? O, zei die jongen, een nieuw bandje dat Queen heet.”

Over David Bowie: "Zijn invloed op mij was kolossaal." Beeld Michael Ochs Archives

Film

Werner Herzog, Fitzcarraldo

“Cultureel bleef Glasgow tot ver in de jaren 80 in de ijstijd hangen. Er kwam weleens een band spelen en er waren een paar theaters. Maar nauwelijks bioscopen, laat staan filmhuizen waar andere dingen te zien waren dan Hollywood-producties.

“Er kwam ook nooit iemand van een platenmaatschappij kijken naar nieuwe bandjes in Glasgow, waar er toch best een paar van waren. De hele muziekindustrie was tot het eind van de jaren 70 in Londen gevestigd. Wie het wilde gaan maken moest naar Londen. En dat deden we dus, met Simple Minds.

“We wisten niet wat we meemaakten daar. Zo veel als er te doen was. In de muziek, in films. Als we tijdens het opnemen van onze platen Sons and Fascination (1981) en New Gold Dream (1982) ’s avonds vrij hadden, gingen we naar de film. Vooral de Europese cinema boeide me mateloos. Fellini en andere Italiaanse films, Godard, Wim Wenders: alles was er te zien.

“De meeste indruk maakten de films van Werner Herzog, en dan vooral
Fitzcarraldo, die in première ging toen wij in Londen waren, met Klaus Kinski als kunstenaar die midden in de jungle van Peru een operahuis besluit te bouwen.

“Prachtig hoe Herzog het thema verbeeldde van de artiest die het onmogelijke wil. Dat schip dat ook in het echt letterlijk over een berg getrokken moest worden! Zoiets verzin je niet. Dromers die bergen kunnen verzetten: dat heb ik altijd een prachtig gegeven gevonden.”

Literatuur

Michail Boelgakov, De Meester en Margarita

“Ik heb altijd een zwak gehad voor de Russische klassieken. Dat is al zo sinds de middelbare school toen een leraar ons warm maakte voor het Citizens Theatre. Er was weinig in Glasgow, maar we hadden wel een modern theater waar ze nieuwe bewerkingen van klassieke stukken van bijvoorbeeld Gogol of Tsjechov uitvoerden. Vooral de bewerkingen door Giles Havergal waren zeer geliefd. Er kwamen ook beroemde acteurs als Gary Oldman en Tim Roth uit dat theater voort. Ik zag er bijvoorbeeld Tsjechovs De kersentuin, waardoor ik in aan­raking kwam met Russische literatuur.

“Mijn lievelingsboek is
De Meester en Margarita van Boelgakov. Hij schreef het midden in de jaren van het stalinisme, waardoor het ook niet uitgegeven kon worden. Bij hem zie je al een soort magisch realisme dat later door Gabriel García Márquez en Salman Rushdie verder zou worden uitgewerkt.

“Ik hou daar wel van. En hoewel Charlie en ik een heel andere smaak hebben, vinden we elkaar in dit boek. We zijn samen ook in Moskou naar Boelgakovs oude huis gegaan. Een soort pelgrimstocht. Al was er behalve een schrijftafel niet veel te zien. Maar het voelde goed.”

Over 'De Meester en Margarita' van Boelgakov: "Hier zie al een soort magisch realisme dat later door Gabriel García Márquez en Salman Rushdie verder zou worden uitgewerkt." Beeld Orestes Laurent

Plaats

Taormina, Sicilië

“Ik houd ontzettend van Italië. Liefde op het eerste gezicht. Simple Minds had buiten het Verenigd Konink­rijk als eerste succes in Italiaanse studentensteden als Bologna. Het linkse activisme vierde hoogtij, Britse punk en postpunkbands waren voor Italiaanse studenten de favoriete cultuur­uitingen.

“Naarmate ik er meer kwam, werd mijn liefde voor vooral het zuiden, en in het bijzonder Sicilië, steeds groter. Dat woeste landschap gedomineerd door vulkanen intrigeert me.

“Toen ik begin deze eeuw aan alles begon te twijfelen en er een periode was dat ik ook niet meer met Simple Minds door wilde gaan, trok ik naar Sicilië, waar ik in de heuvels bij het plaatsje Taormina een huis kocht. Ik zou er een half jaartje rust nemen, en verder wel zien wat ik met mijn leven ging doen. Ik was een soort Hemingway die ging vissen, zeg maar.

"Het mag een cliché zijn, maar ik kwam er helemaal tot rust en voelde me na een maand of zes echt als herboren. Ik kreeg langzaam weer zin om muziek te maken, en vrede met het idee dat Simple Minds nooit meer zo groot zou worden als destijds. Een heerlijke, geruststellende gedachte, die de creativiteit stimuleerde.”

Voetbalclub

Ajax in 1971

“Ik ben een echte Celtic-man hoor. Maar wij waren in Glasgow altijd voor twéé clubs. Een uit de stad en een uit het buitenland. Dat is volgens mij nog steeds zo. De kids bij ons zijn voor Celtic of de Rangers, én voor Barcelona met Messi.

“Ik was voor Ajax. Ik weet nog goed dat ze naar Glasgow kwamen. Ik was een jaar of 12, en Celtic moest voor de Europacup tegen Ajax. Uit hadden we met 3-0 verloren, maar dat vond ik in dit geval niet erg. Ze kwamen naar ons, en zouden spelen in Hampden Park, waar Charlie en ik vlakbij woonden. We gingen stiekem kijken naar de trainingen en zagen ze, hoor: Cruijff, Krol, Neeskens. Magisch! 

Over Johan Cruijff en Ajax: "Die lange haren, die prachtige wit-rode shirts. De jongens van Ajax waren de Beatles van hun tijd."

"De lange wapperende haren van de spelers, de prachtige witte shirts met rode baan. Het gaf een rock-'n-rollopwinding om die mannen in het echt te zien. Ajax gezien hebben in 1971, dat is hetzelfde als The Beatles live te hebben horen spelen. Die jongens waren de Beatles van hun tijd.”

Beeldende kunst

Fiona Sutherland

“Iemand vroeg me wat ik het liefst zou wensen. Een sleutel van alle musea, antwoord­de ik. Dat ik, als ze gesloten zijn, gewoon het Prado in kan of in het Rijks­museum naar die Dutch guys kan gaan kijken.

“Ik verzamel veel moderne kunst en koop me suf aan Siciliaanse schilderijen. Allemaal vanuit het
support your locals-idee.

“Een van de hedendaagse kunstenaars die ik het meest bewonder is Fiona Sutherland, in Schotland geboren en wonend in Nieuw-Zeeland. Ze maakt vooral figuratief werk. Keramiek en schilderijen.

Over Fiona Sutherland: "Ze is een van de hedendaagse kunstenaars die ik het meest bewonder." Beeld rv

“Laatst heb ik geïnvesteerd in een lief­dadigheidsproject in Dundee. De stad werd volgestouwd met pinguïnbeelden, ook van haar. Als die na de expositie geveild worden, wil ik er daar beslist een paar van kopen.”

Simple Minds sluit op 3 augustus om 23.30 uur de eerste dag van de Lokerse Feesten af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden