Donderdag 26/11/2020

Interview

Jeroen Perceval: ‘Door mijn onzekerheid was ik de slechtste van de klas’

Jeroen Perceval: ‘In mijn vriendenkring was het niet stoer om aan topsport te doen. Stoerder was het om crimineel te zijn en drugs te gebruiken.'Beeld Filip Van Roe

Telg uit een theatergeslacht, rapper, acteur en nu ook regisseur. Jeroen Perceval (42) schetst met Dealer de vriendschap tussen een jonge dealer en een verslaafde acteur. Voor beide personages kon hij putten uit zijn eigen levenservaring. ‘Drugs voelden als thuiskomen.’

Corona trof ook onze cinema. In Gent zag het legendarische Studioskoop zich genoodzaakt ‘voorlopig’ de deuren te ­sluiten, regisseur Robin Pront moest de draaidagen van zijn film over discotheek de Zillion, met zijn vele scènes van ­dansende mensenmassa’s, meteen naar volgend jaar ­verhuizen. 

Meer geluk had Jeroen Perceval, bij het grote publiek bekend als acteur in onder meer Rundskop, D’Ardennen, Tabula rasa en De dag. Na vier ­maanden onderbreking kon hij eind juli de opnames van zijn langspeeldebuut Dealer hervatten, het verhaal dat Perceval neerpende en regisseerde over de vriendschap ­tussen een minderjarige dealer (Sverre Rous) en een aan coke verslaafde, wereld­beroemde acteur (Ben Segers). 

BIO * geboren in 1978, is de zoon van theater­regisseur Luk Perceval * studeerde in 2001 af aan Studio Herman Teirlinck * brak als acteur door in Rundskop (2011), in de rol van de malafide Diederik Maes * acteerde in films als Borgman en Dagen zonder lief en series als Duts, Over water, De dag, Tabula rasa en De bende van Jan de Lichte * schreef het scenario van het toneelstuk D’Ardennen, acteerde ook in de verfilming ervan door Robin Pront (2015) * nam onder de artiestennaam Kramer als rapper al twee albums op: Droomt & Waakt (2014) en Beestje (2018) * zag als regisseur de opnames van zijn ­langspeeldebuut Dealer gedwarsboomd door corona, kon de opnames deze zomer ­hervatten én afronden * woont in Lievegem met vriendin Griet, is vader van een dochter en een plusdochter

Toch is het niet op het terras van een hippe Antwerpse koffiebar à la Caffènation dat we afspreken, maar in taverne Het Oud Liefken in het Oost-Vlaamse Lievegem, te midden van de weilanden en de koeien.

Sinds jullie dochter Cézanne geboren werd, woon je hier in de buurt met je vriendin. Was het plan niet om snel weer naar de stad te trekken, richting Gent?

Jeroen Perceval: “Ja, maar het is anders uitgedraaid. Ik ben van Antwerpen naar Lievegem verhuisd. Toen Griet zwanger werd, trokken we in een tijdelijk huisje. Na de geboorte zouden we naar Gent verhuizen, tot we hier wat verderop op een mooi huurhuis stootten, mét een grote tuin. Een prachtige plek – ’s avonds kan ik hier languit in een tuinzetel naar de sterren liggen staren.

“Ik voel een rust over me neerdalen als ik hier thuiskom. (kijkt naar de wei) Zo’n koe, dat is een plezant beest hè. Maar ik heb ook nog een appartement in Antwerpen: daar kan ik schrijven en vrienden zien, én naar de koffieplaatsjes gaan. Ik zou nergens anders meer willen wonen, maar ik heb de energie van de stad ook nog nodig.”

Het filmen van Dealer werd meteen een hele saga. In februari begon je eraan, de lockdown in maart legde alles stil. Hoe herinner je je die onderbreking?

“Ik was stevig down. Ineens werd heel die rush waarin ik zat, geblokt. Misschien konden we pas volgend jaar verder draaien. Ik ben dan maar aan het monteren geslagen.”

Eind juli kon je de opnames hervatten, maar de tweede golf gooide meteen roet in het eten. Gouverneur Cathy Berx kondigde zelfs de avondklok af in Antwerpen.

“Gelukkig gold dat niet voor onze filmploeg, we hadden een papier waarop stond dat we werkten. Maar het was natuurlijk bevreemdend: dan stonden we ’s avonds aan de Bourla te draaien, en zagen we hoe in een half uur tijd alle straten en terrassen leegliepen. In een mum van tijd zag Antwerpen er compleet verlaten uit. Toevallig ­kwamen die lege terrassen ons voor die scène goed uit – geen pratende mensen, da’s goed voor het geluid. (lacht)

“Er liep op de set ook een heuse coronamanager rond, die ervoor zorgde dat iedereen van de ploeg genoeg afstand hield. En we droegen allemaal een mondmasker, de acteurs hielden zich een hele opnameweek lang aan hun bubbel van medeacteurs. Maar ondanks alle voorzorgen bleef het een mijnenveld. Had iemand op de set een vriendin die in ­contact geweest was met een besmet persoon? Nog dezelfde dag moest die van de set. Een acteurtje wiens zus ­symptomen had? Idem dito. Stresserende toestanden, want filmen kost veel geld. Maar bon, we zijn er geraakt.”

'Er zwermen altijd wel honderd ideeën rond in mijn kop, maar eens ik er eentje uitpik, vind ik focus.'Beeld Filip Van Roe

Zo rustig als onze omgeving is – hoogstens worden we opgeschrikt door wielertoeristen op zoek naar de verkoeling van een parasol en een trappist – zo staccato en gejaagd praat Jeroen Perceval, die naast acteur en regisseur ook rapper is, en scenarist.

Schrijf je net zo staccato als je praat?

“Er zwermen altijd wel honderd ideeën rond in mijn kop, maar eens ik er eentje uitpik, vind ik focus. Vier jaar geleden wist ik heel duidelijk dat ik in mijn eerste langspeelfilm het verhaal van Dealer wilde ­vertellen. Het gaat over een veertienjarig jongetje in een home voor kinderen met een moeilijke thuissituatie. In het weekend mag hij naar huis, naar zijn moeder in Antwerpen. Maar daar werkt hij ook voor een dealer. Hij is een zogenaamde runner, een ­fenomeen dat je in Antwerpen nu vaak ziet: gastjes van tien tot veertien jaar die werken voor oudere dealers. Op een dag krijgt de jongen een heel beroemde acteur als vaste klant. De twee krijgen een band, en besluiten hun leven over een andere boeg te gooien.”

De amateurpsycholoog in mij denkt dan: die twee personages zijn uitvergrote delen van je eigen persoonlijkheid. Je bent sinds Rundskop een gevierd acteur, maar je hebt ook een turbulente periode achter de rug.

“Tussen mijn twaalf en mijn vijfentwintig was ik een vrij moeilijke jongen, ja. En ik heb zelf ook in instellingen ­gezeten. Ik was heel vatbaar voor de verkeerde dingen. Het blijft natuurlijk fictie, maar er zit zeker iets van mezelf in beide personages. Ik wilde ook wel iets maken dat ik kende. Write about what you know, hè.”

Je vader is de gevierde theaterregisseur Luk Perceval. Hoe belandde een regisseurszoon in een jeugdinstelling?

“Ik hing veel buiten rond, en dan kom je in contact met ­gasten die ook veel buiten rondhangen.”

Dat ‘buiten’ was de Lambermontplaats in Antwerpen? Daar verbleef je samen met je broer bij je vader na de scheiding van je ouders.

“Ja, maar het Zuid was toen niet de buurt die ze nu is. Het was eerder te vergelijken met het Noord van nu. En het zat natuurlijk ook wel in mijn karakter om de ­louche dingen op te zoeken. Ik ben altijd nieuwsgierig geweest naar het randje. In mijn vriendenkring was het niet stoer om aan topsport te doen. Nee, stoerder was om ­crimineel te zijn, en om drugs te gebruiken.”

De getalenteerde Sverre Rous, die het straatdealertje speelt, is niet zo opgegroeid.

“Nee, Sverre heeft voor zijn rol zelfs met een volledig ander accent moeten leren praten – het door Marokkaans ­beïnvloede Antwerps dat je ook in de nummers van Tourist LeMC hoort. Ik denk dat ik tot de eerste generatie Antwerpenaren behoor die zo ging praten, omdat ik veel met Marokkaanse Belgen omging.”

Je bent ook rapper, onder de naam Kramer. In de titelsong van je laatste plaat Beestje uit 2018 rap je over drugs: ‘Een beetje sterven / Zal me wat rust geven’. Zocht je dat gevoel op?

“Ik voelde me nooit helemaal op mijn plaats in de wereld. Drugs voelden als thuiskomen. Tot het een drama werd, wanneer je als verslaafde op de bodem belandt en beseft dat je geen kant meer op kunt. Dan is het sterven of ­gehandicapt worden. Of ermee stoppen.”

Hoe ver moest jij gaan om die bodem te bereiken?

“Ik was op straat beland. Ten einde raad had mijn familie haar handen van me afgetrokken, ik had geen huis meer en sliep buiten. Ook bij vrienden kon ik niet meer terecht, ze vertrouwden me niet meer. Op straat heb ik uiteindelijk een psychose gekregen, mijn familie heeft me moeten ­colloqueren. Toen ik wat beter was én mezelf duizend maal had voorgenomen om nooit meer te gebruiken, begon ik op een nacht toch weer. Diezelfde nacht heb ik écht beseft dat ik machteloos ben als het over dope gaat, dat ik hulp nodig had. Het meest verlichte moment uit mijn leven.”

'Ik had een warme moeder om naar terug te keren. En ook mijn vader was uiteindelijk een voorbeeld voor me.'Beeld Filip Van Roe

Toch zijn er verslaafden die dan voor de zelfvernietiging kiezen. Waarom koos jij voor de terugweg?

“Omdat ik toch nog hoop koesterde, wellicht. Ik had ook een uitweg. Je hebt mensen die opgroeien zonder ouders, met verslaafde ouders, of in armoede. Maar ik had een warme moeder om naar terug te keren. Ook mijn vader was uiteindelijk een voorbeeld voor me. Hij had als regisseur iets gemaakt van zijn leven. Daardoor wist ik: dat kan nog ­allemaal in mijn leven. Daar gaat Dealer ook over: dat je ­ontmoetingen en de mensen rond je heel bepalend zijn voor het pad waarvoor je uiteindelijk kiest.”

Je stond zelf nooit high op een set, in tegenstelling tot het personage van Ben Segers in Dealer.

“Gebruiken en presteren als acteur gaan niet samen. Ikzelf was al gestopt toen ik op sets stond, maar ik herinner me wel momenten op de toneelschool dat ik daar stond en dat het totaal niet werkte.

“In het personage van Ben heb ik vooral mijn ervaring met de leegte gestoken. De leegte die we allemaal wel ­kennen, maar die door verslaving nog wordt versterkt. Ik heb ook wat van mijn egocentrisme als verslaafde in zijn personage verwerkt. Al kom je in de acteurswereld sowieso wel wat egocentrische mensen tegen. (lacht) Nee, de meeste acteurs die ik ken zijn schatjes, maar je hebt ook ­kunstenaars, grote kunstenaars vaak, met een behoorlijk egocentrisch kantje.”

Je gaat al zeventien jaar lang elke week naar een zelfhulpgroep voor verslaafden. Is het een opdracht om dat vol te houden?

“Nee, ik ben zo blij dat ik daar terechtkan. Ik ontmoette er mijn beste vrienden. Hoe zeldzaam, een plaats waar mensen naar je luisteren zonder te oordelen.

“In het begin was ik zo bang om te hervallen dat ik aan mijn moeder vroeg om me op te sluiten in mijn kamer. Want je brein trickt je constant om toch maar weer te gaan ­gebruiken: komaan, één pintje, dat is toch geen smack of cocaïne? Maar van dat ene pintje komt er nog een pintje, en bam! Binnen de paar dagen zit je weer aan het andere spul. Die eerste drie maanden ging ik dan ook elke dag naar die bijeenkomsten, puur uit angst.

“In de groep help ik intussen ook anderen die met die schrik om te hervallen zitten. Helpen is een onderdeel van je eigen herstelproces, want daardoor maak je komaf met dat egocentrisme waarover ik het al had. Egocentrisme is de kern van de ziekte die verslaving is. Want het enige dat je bezighoudt, is: hoe geraak ik aan mijn fix? En je gaat geld pikken van je moeder, een sacoche stelen, en in mijn geval ook dealers rippen, zelf dealen, inbreken, auto’s stelen, een overval plegen… Nee, ik ben niet trots op die zaken – ik hoop dat de mensheid mij ze kan vergeven.”

Je eerste plaat als rapper kwam pas vrij laat. Je was al in de dertig.

“Daar ben ik alleen maar opgelucht om. Al goed dat er geen YouTube bestond toen ik begon met rappen, ik had mezelf anders kapot geschaamd nu. (lacht) Ik ben wel al op mijn zestiende begonnen met rijmen. En ook al liep ik graag rond op straat, gangsta rap heeft me nooit veel gezegd, ik ­luisterde liever naar A Tribe Called Quest en de conscious rap van Digable Planets. Matthias Schoenaerts heeft me trouwens ook één en ander over hiphop geleerd – toen we 15 waren, zaten we samen op de kunsthumaniora. Dan was hij al graffiteur, hiphop verbond ons.

“Het is ook met een rijm dat ik ingangsexamen heb gedaan bij Studio Herman Teirlinck. Als kind wou ik ­psycholoog worden, mijn vader zei altijd: ‘Nooit acteur ­worden!’ Uit bescherming, omdat er zoveel werkloze acteurs waren. Maar op mijn achttiende kwam ik weer uit een instelling, om al snel in een straatje te belanden waar het niet al te… aangenaam was. Toen dacht ik: misschien is ingangsexamen doen op de Studio wel een uitweg.

“Niet dat acteren een grote droom was. Toen ik als kind de acteursbende van mijn vader bij Blauwe Maandag Compagnie zag – Els Dottermans, Peter Van Den Begin, Jan Decleir – leek het me vooral een leuk leven: spelen en daarna uitgaan.” (lacht)

Je oom, de toneelregisseur Peter Perceval, haalde deze zomer in een open brief uit naar gouverneur Cathy Berx. Theatervoorstellingen werden verboden ‘omdat het publiek daarover nog wil napraten’.

“Ik deel zijn mening natuurlijk volledig. We worden als ­cultuursector stiefmoederlijk behandeld. Ik ben de eerste om te zeggen dat het zorgpersoneel de absoluut ­belangrijkste beroepsgroep is in een gezondheidscrisis. Maar al redden wij als kunstenaars geen levens, we ­balsemen wel de ziel van de mensen.

“Echt, eerlijk, ik weet niet waarom er zo weinig rekening wordt gehouden met ons. Cultuur brengt toch ook geld op? Ik zie er in ieder geval geen grote samenzwering in, ik denk dat er gewoon te weinig knowhow is over de cultuursector bij onze beleidsmakers.”

Was acteren zo leuk als je je als kind had voorgesteld?

“Het bleek natuurlijk heel hard werken. Acteren vereist totale toewijding. Aanvankelijk snapte ik er op de Studio ook niks van. Ik was de slechtste van de klas, door mijn onzekerheid. Maar Damiaan De Schrijver en Reinhilde Decleir (acteurs en docenten, red.) zagen iets in mij en dat is mijn grote geluk geweest. Zij hebben me het plezier in ­acteren aangereikt, simpelweg door me vertrouwen te geven. Dat vertrouwen is de kern, het durven falen.

'Ik denk dat spirituele vadermoord heel gezond is. Je hebt dat nodig om volwassen te worden en om te kunnen groeien'Beeld Filip Van Roe

“Pas toen ik Diederik Maes in Rundskop speelde, kreeg ik wat meer zelfvertrouwen. Tot dan dacht ik: ach, ik bak er niet veel van. Michaël (Roskam, regisseur, red.) gaf me dat vertrouwen, en ik sméét me in die rol.”

Kun jij er als regisseur voor zorgen dat acteurs zich smijten?

“De ene acteur is onzekerder dan de andere, je moet dat aanvoelen. Ik doe mijn best. Op dat vlak heb ik natuurlijk wel wat van mijn vader kunnen afkijken. Hij ziet er altijd op toe dat zijn acteurs zich comfortabel voelen. Al heb ik hem ook wel eens ‘amateur!’ horen roepen naar een acteur die zijn tekst wéér niet kende. (lacht) Als kind in de coulissen herinner ik me vooral het plezier van de repetities.”

Het nummer ‘Pa’ op je eerste plaat uit 2014 klonk als pure vadermoord: ‘’t Kon mij niet schelen dat ge waart vertrokken / ’t Was thuis niet meer kil / En ik voelde me verlost’ (…) ’Pa, pa, word eens wakker man / De ijskast is leeg, ik heb geen geld voor de tram.’ Kon je vader om met die song?

“Toch wel. Ik heb het grote geluk dat mijn vader iemand is die aan zichzelf durft te werken. Hij heeft zich verdiept in boeddhisme en yoga, hij is blijven evolueren. Als je zo’n confronterend theater maakt, dan moet je wel open durven staan voor verandering. En voor zo’n confronterend ­nummer.

“Ik denk trouwens dat spirituele vadermoord heel gezond is. Je hebt dat nodig om volwassen te worden en om te kunnen groeien. De spirituele moedermoord is bij mij trouwens eerder gekomen, omdat ik zo hard naar mijn vader opkeek.”

Denk je dat je vlucht in drugs en straatcriminaliteit ook het gevolg was van te hard opkijken naar je vader? De vrees dat je hem nooit zou kunnen evenaren?

(schudt het hoofd) “Nee, er zat gewoon veel onrust in mij. Zelfs als kleuter haalde ik al gevaarlijke toeren uit die mijn ouders haast een hartstilstand bezorgden. Dat kantje om kicks op te zoeken zit gewoon in mij. Maar tegenwoordig zoek ik die kicks in mijn werk: schrijven, spelen, filmen en muziek maken. Of uit de schoonheid die anderen creëren. Ik sport en mediteer ook, wat zeer helend is.”

Was je niet bang om zelf kinderen te krijgen?

“Ik heb altijd kinderen gewild, het liefst een dochter, en kijk... (lacht) Natuurlijk heb ik weleens gedacht: wat als ze mijn karakter heeft? Ik herken nu al veel trekjes. Je kan natuurlijk nooit voorspellen welke keuzes je kind later zal maken. Ik kan alleen maar proberen om haar een basis van liefde en veiligheid te bieden.”

Welke vader ben je? Ga je soms niet te zeer op in je werk, zoals je eigen vader vroeger?

“Ik probeer iedere dag minstens één moment met mijn dochter te hebben, hoe druk het ook is. Al is het maar gewoon samen in de zandbak zitten. Ouders die ­meespeelden, dat heb ik wel wat gemist vroeger. Het is nochtans ook voor volwassenen heilzaam, spelen is toch essentieel om gelukkig te zijn?”

Je vader keerde op volwassen leeftijd wel terug naar iets uit zijn eigen kindertijd: hij kocht een schip.

“Uiteindelijk bleek een leven op het water voor hem toch thuiskomen. Ik heb die drang om het water op te gaan totaal niet. En zo’n boot is echt fucking veel onderhoud. Ik heb het mijn vader al gezegd: nee, die boot erf ik niet.” (lacht)

Antwerpen kreunt tegenwoordig onder de granaten. Zit er iets van dat openlijke drugsgeweld in Dealer?

“Er zijn nu hele buurten die niet meer durven babbelen, die schrik hebben om iets te zeggen, omdat de Antwerpse ­kartels overal ogen en oren hebben. Oudere dealers die jonge kinderen gebruiken als runners, volledige families die worden verscheurd door de invloed van criminele figuren op kinderen, moeders die ’s nachts wakker liggen… Daar ­zitten elementen van in de film, ja.”

Je kan ook niet meer wegkijken van alles wat er schuilgaat achter het lijntje coke op dat designtafeltje. Het leverde al het neologisme ‘snuifschaamte’ op.

“In alle lagen van de bevolking wordt er gebruikt, overal, van bij succesvolle zakenmensen tot in de meest marginale wijken. En daar moeten we niet hypocriet over doen: recreatieve gebruikers zorgen mee voor de granaten. Maar ik ben de laatste om over gelijk wie een oordeel te vellen. Heimelijk heb ik ook wat bewondering voor recreatieve gebruikers, want ik heb er zelf nooit het talent voor gehad.”

De zomer van 2020 is er ook een van brandende volkswoede.

“Ik denk dat die woede niet nieuw is, maar dat ze nu pas aan de oppervlakte komt. Black Lives Matter is daar het beste voorbeeld van.”

Een uitwas van die emancipatiebewegingen is evenwel de cancel culture. Ook al een fenomeen van deze zomer. Nick Cave uitte zijn bezorgdheid over de politiek correcte kramp die de kunstenaar nu bedreigt.

“Ik deel die vrees. Wat als het zover komt dat je geen Vlaams Belanger meer mag spelen in een film over extreemrechts, hoe kan je als kunstenaar dan een spiegel voorhouden? Hoe kan je nog iets bekritiseren?

'Er is echt te weinig humor op dit moment. Uiteindelijk is dat ook de rol van de kunstenaar: die van de hofnar.'Beeld Filip Van Roe

“Ik ben een pleitbezorger van meer kleur, van mij mogen ze het patriarchaat meteen afschaffen en vervangen door een matriarchaat. Ik heb mijn film ook zo kleurrijk en gemengd en divers mogelijk proberen te maken als de wereld die ze portretteert. Maar toen de BBC de Don’t ­mention the war-aflevering van Fawlty Towers schrapte, ja, dan is er in de familie Perceval serieus wat afgefoeterd.”

Kunstenares Marina Abramović zei dat ze vooral humor mist tegenwoordig. Door de lockdown, maar ook door het groeiende dictaat van de politieke correctheid.

“Er is echt te weinig humor op dit moment. Uiteindelijk is dat ook de rol van de kunstenaar: die van de hofnar. De ­boodschappers van het slechte nieuws, die liet de koning aan het hof vroeger een kopje kleiner maken, hè. Maar de hofnar, die mocht al lachend de waarheid zeggen.

“Het is zo essentieel dat die hofnar kan blijven bestaan. Waarmee ik niét heb gezegd dat alle kunstenaars hofnarren zijn, want ik hoor het protest al tot hier.” (lacht)

Dealer komt in het najaar van 2021 in de zalen. Als acteur is Jeroen Perceval nu te zien in De Bende van Jan de Lichte op Streamz, het nieuwe streamingplatform van DPG Media en Telenet.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234