Dinsdag 26/05/2020

interview

Jef Lambrecht: "Nooit de behoefte gevoeld om te kiezen"

Journalist, schrijver en kunsternaar Jef LambrechtBeeld Eric de Mildt

Naar aanleiding van het overlijden van Jef Lambrecht diepen we onderstaand interview, dat eerder dit jaar werd afgenomen, nog eens op.

In het Antwerpse M HKA-museum zijn collages, beeldend werk en schilderijen van Jef Lambrecht te bekijken. Al heel zijn leven lang doet de VRT-journalist namelijk ook aan kunst. "Kunst is vrijheid." 

Eén kamer is het maar. En toch is het een leven. De kamer op de vijfde verdieping van het M HKA brengt het leven van Jef Lambrecht samen. Hij is een journalist en kunstenaar, maar dat laatste was niet echt geweten. Tot nu. Het was niet zijn idee, zegt hij. Wel dat van zijn vrienden. “Ze vonden dat het tijd was.” Hij gaf hun de sleutel van zijn kelder, zij kregen vrij spel. Vrienden-kunstenaars als Charif Benhelima, Koen van den Broek en Jan Kempenaers zorgden ervoor dat het beeldend werk van Lambrecht nu in het M HKA en dra ook op twee andere plekken in Antwerpen te bekijken is.

Uw artistieke oeuvre is onbekend voor de buitenwereld. Hoe komt dat?

“Ik heb mij bewust altijd ver gehouden van het officiële kunstcircuit. In de meer dan dertig jaar dat ik journalist geweest ben, coverde ik naast het Midden-Oosten ook kunst en cultuur. Maar tussen mijn eigen artistieke activiteiten en mijn journalistiek werk over kunst heb ik altijd een heel strikte scheiding willen bewaren. Ik heb dus vooral geëxposeerd in kleine, experimentele galeries.”

Zijn er mensen die uw werk gekocht hebben?

“Slechts zeer sporadisch. (glimlacht) Mijn grootste klant ooit is de Vlaamse Gemeenschap geweest. Eerder uit noodzaak dan dat ze zo'n buitengewone interesse voor mijn werk had, maar goed. Ik had in 1990 een groot werk gemaakt over de stichting van New York, met een afbeelding van de Waal Pierre Minuit, die de eerste gouverneur was van de stad. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, zijn dus niet de Nederlanders maar de Belgen de eerste bewoners geweest van New York."

"Nu goed, het werk was 3 meter op 2 meter, en stond een tijdlang op de Gedempte Zuiderdokken. Daarna wist ik niet waar ik er mee moest blijven. Ik heb dan voorgesteld aan de Vlaamse Gemeenschap om het te verwerven, en zij heeft dat gedaan. Wat fijn was.”

Wanneer bent u kunst beginnen te maken?

“Ik heb het altijd gedaan. Ik was veertien toen ik een nationale schilderwedstrijd won. Mijn ouders wilden mij daarom groen licht te geven voor het kunstonderwijs, maar ik heb het dan toch niet gedaan. Door het winnen van die prijs was het niet meer nodig om iets te bewijzen, vond ik.”

Hebt u dan nooit de drang gevoeld om voltijds kunstenaar te zijn?

“Ik heb nooit voor iets de voltijdse drang gevoeld. Ook niet voor de journalistiek. Ik heb liever alles willen verkennen en ontwikkelen wat ik in me had. Aan kunst doen, schrijven, of radio maken waren allemaal verschillende facetten van mezelf. Ik heb nooit de behoefte gevoeld om daarin te moeten kiezen.”

Uit de tentoonstelling blijkt duidelijk dat Jackson Pollock van grote invloed is geweest op uw werk. Welke andere kunstenaars nog?

“Pollock heeft altijd een grote aantrekkingskracht op mij gehad wegens de fysieke daad van het schilderen. Hij schilderde met heel zijn lijf. Andere kunstenaars voor wie ik altijd veel bewondering heb gehad, zijn Marcel Broodthaers bij ons en Andy Warhol in Amerika. Maar ik kan net zo goed geraakt worden door een antieke sculptuur, een pre-historische grottekening, of een subtiel oosters tapijt van een anonieme kunstenares.”

Pollock, Warhol, Broodthaers: wat is de rode draad tussen die drie?

(denkt na) “Een gemeenschappelijke houding tegenover de kunst die hen voorafgegaan is. Alledrie zijn ze iconoclasten: ze vernietigen het bestaande, en vervangen het door een nieuw beeld. Dat vind ik een fundamentele demarche.”

Wat zij deden, kan dat vandaag nog? Je hoort het vaak: alles is al gedaan in kunst.

“Ik ben daar niet zo zeker van. Ik denk dat men dan de verbeelding van de kunstenaar onderschat. Ooit zag ik in een museum in Denemarken een werk van een Zuid-Nederlandse schilder uit de 16e eeuw die de achterzijde van een schilderij had geschilderd. Hij had dus het frame als onderwerp genomen van zijn werk. Wat is dan de afstand tussen wat die onbekende meester 500 jaar geleden deed en wat vandaag gebeurt?"

“Niets is ooit helemaal nieuw. Alles is ooit al op een of andere manier gedaan. Als je heel dicht bij een schilderij van Rubens gaat staan, zie je zelfs dat zijn gestuele manier van schilderen niet zo veel verschilde van wat Pollock deed.”

Zelf werkt u met recuperatiemateriaal in uw kunst, omdat dit – zo zegt u zelf – het tijdelijke, fluïde karakter benadrukt.

“Het vergankelijke van de kunst heeft me altijd geïntrigeerd. Enerzijds wordt aan kunst een eeuwigheidswaarde toegekend. Anderzijds is kunst per definitie vergankelijk, zoals alles wat materieel is. De 'Venus van Milo' heeft geen armen meer. De 'Mona Lisa' die we vandaag zien, is een andere 'Mona Lisa' dan die van toen ze geschilderd werd."

“Bovendien vinden we kunst maar goed en mooi van het moment dat het in een museale context wordt gepresenteerd. Dan krijgt het plots een heel andere connotatie.”

In de traditie van Marcel Duchamp?

“Precies. Haal een fietswiel uit de fietsenwinkel, zet het in een galerie, en het wordt kunst.”

Bent u dan niet bang voor de reacties op uw werk, nu het in een museum te zien is?

“Nee, daar ben ik te oud voor. En voor wat mijn artistiek werk betreft, heb ik altijd enkel vertrouwd op de reacties van andere kunstenaars. Ik beschouw het kunstpersoneel, met alle respect, niet echt als bevoegd.”

U bedoelt de recensenten?

“De recensenten, de curatoren, weet ik wie nog allemaal. De enigen die echt gelegitimeerd zijn om andere kunstenaars te beoordelen zijn de kunstenaars zelf. Omdat enkel zij weten wat voorafgaat aan het maken van een kunstwerk.”

Is dat geen tamelijk elitaire visie?

“Waarschijnlijk wel (glimlacht).”

U bent opgegroeid in een heel ander tijdperk. Hoe kijkt iemand die twintig was in mei '68 naar de huidige wereld?

“Ik probeer er op dezelfde manier naar te kijken als toen. Journalistiek en kunst hebben een grote gemeenschappelijke factor. Ze gaan beide over de wereld, over hoe je die wereld definieert, reconstrueert, vorm en betekenis geeft. En je kunt geen van beide goed beoefenen zonder afstand. Ik geloof niet in geëngageerde kunst of journalistiek. Ze moeten nuchter en zakelijk zijn."

“Mei '68 was een uniek tijdperk. Waar in de jaren vijftig de slagschaduw van de Tweede Wereldoorlog nog erg voelbaar was, komt daar met Expo '58 een einde aan. Het is het eerste moment waar op vrij grote schaal wordt aangevoeld dat er een andere, meer hoopvolle tijd aanbreekt."

“Die hoop is er vandaag niet. Er zijn niet veel redenen om te denken dat de problemen waarmee de wereld vandaag wordt geconfronteerd binnenkort zullen worden opgelost. Ik zie ook zeer weinig geloofwaardige pogingen daartoe. In de politieke wereld, van waaruit de oplossingen toch zouden moeten komen, zie ik zeer weinig visie. Wellicht heeft dat te maken met de achillespees van ons democratische bestel, namelijk dat er om de vier jaar verkiezingen zijn. De problemen op economisch, ecologisch en maatschappelijk vlak zijn nochtans zwaar, en vragen op zijn minst om een middellange termijnvisie. Maar die zie of hoor je niet. Zeer zorgwekkend.”

Van onderuit komen er wel aanzetten tot verandering. Kleinschalige burgerbewegingen proberen ecologische of politieke problemen aan te pakken.

“Dat was in de jaren zestig ook zo. Maar toen ging het economisch goed. Elke dag beter zelfs. Dat zorgde voor optimisme en geloof in de toekomst. Een geloof dat er vandaag niet meer is."

Beelden van Lambrechts expo in het MHKA eerder dit jaar.Beeld rv Photo: MHKA

“Bewegingen zoals Podemos, Nuit Debout, Occupy Wall Street, Hart boven hard of Ringland zijn uitingen van een maatschappij die voelt dat ze geen greep meer heeft op de politiek. Politiek is een aangelegenheid geworden van een kaste die ver afstaat van wat de bevolking belangrijk vindt.”

Politici hebben te weinig ideologie, bedoelt u?

“Inderdaad. Politici onderschatten gigantisch welke wervende kracht er uitgaat van ideeën. Die ideeën zijn niet alleen nodig voor de overleving van de politiek als bedrijf, maar ook voor de overleving van een fatsoenlijk samenlevingsmodel.”

U bent in 2009 met pensioen gegaan bij de VRT, en uw kritiek op de journalistiek van tegenwoordig is genoegzaam bekend. Volgt u het nog? En zit er nog geen beterschap aan te komen volgens u?

“Natuurlijk volg ik het nog. Ik ben nog altijd journalist. Mijn meest recente journalistieke boek, over IS, heb ik vorig jaar nog maar geschreven."

“De nieuwe technologieën hebben de journalistiek ingrijpend veranderd. Een evolutie die allang bezig is, maar de laatste jaren in een stroomversnelling is gekomen. Instrumenten zoals de smartphone spuien voortdurend informatie. Ook de journalist wordt bedolven onder die informatie, en ook hij ziet door de bomen het bos niet meer. Nochtans is het bos door de bomen tonen zijn functie, maar die kan hij niet meer vervullen. En dus kan hij niet anders dan meedoen met het uitstorten van ongefilterde informatie over het publiek. Gemakshalve wordt daar dan de uitleg aan gegeven dat journalisten niet moeten beslissen wat het publiek belangrijk moet vinden, dat het publiek zelf zijn keuzes maar moet maken. Wat complete onzin is."

“Een andere evolutie die zich heeft voltrokken, is die van de concentratie van de macht bij enkele grote mediamoguls, zoals Rupert Murdoch. Hij is de man die op alle 200 redacties die hij leidt aan zijn journalisten voorhoudt dat ze niet moeten streven naar de Pulitzer Prize, maar dat ze moeten streven naar het verhaal dat de mensen morgen willen kopen."

“Dat is een dramatisch nieuw gegeven. Want daarmee is nieuws koopwaar geworden, en is de definitie van journalistiek compleet veranderd. En omdat Murdochs wetten heel succesvol zijn gebleken, zijn ze door alle andere media overgenomen.”

Als ze succesvol zijn, betekent het dat mensen die manier van informatie smaken. Willen mensen nog wel iets anders, denkt u?

“Ik ben niet compleet pessimistisch over de toekomst van de informatie. Ik geloof dat er altijd een publiek zal blijven bestaan dat écht geïnformeerd wil worden. Maar door de commercialisering van informatie, is kwaliteitsvolle informatie duur geworden. Ze wordt steeds meer het privilege van mensen die het zich kunnen permitteren. Er wordt dus een nieuwe elitaire maatschappij gevormd, met een toplaag die zeer goed weet wat er speelt in de wereld, en een grote massa die daar geen enkele kennis van heeft. Dat lijkt me problematisch.”

Wat moet er dan gebeuren volgens u?

“Ik ben geen profeet. En ik wil ook niet met een opgeheven vingertje staan. Ik weet zelfs niet óf er iets moet gebeuren. Ik weet alleen dat dit aan het gebeuren is. En dat dit gevolgen heeft. Als we de voorbije jaren in alle Europese landen de opkomst hebben gezien van populistische bewegingen, ter linker- en ter rechterzijde, dan komt dat omdat een groot deel van het electoraat aan het zwalpen is, en stuurloos zoekt naar een verlosser of een redder. Er is een gebrek aan houvast. Aan leesbaarheid van de wereld. Een leesbaarheid die zou moeten worden verstrekt door journalisten.”

Dat gebrek aan houvast is dan de prijs die we betaald hebben voor het loslaten van de grote verhalen.

“De vraag is of het zo'n goed idee is geweest om die grote verhalen los te laten. Vooral als je merkt dat ze via de achterdeur weer binnenkomen. Plots is er niks zo actueel in de wereld als godsdienst.”

Eigen aan machtige systemen, zoals het systeem-Murdoch, is dat er nauwelijks tegen op te boksen valt.

“Misschien zou ik het beter niet zeggen, maar ik heb wel eens gedacht dat de enige verandering van het publiek zelf kan komen. Gedeeltelijk is zich dat trouwens al aan het aftekenen. Het publiek is zich langzaam aan het afkeren van de traditionele media.”

Een verschil met vroeger is wellicht ook dat journalisten moeten omgaan met een stortvloed aan niet altijd even vriendelijke meningen van lezers, kijkers, luisteraars.

“Het is spitsroeden lopen vandaag, wat je ook zegt of doet. We leven in de hoogdagen van de criticaster. Een tijd geleden zag ik hier in Borgerhout een auto passeren met op de achterkant een sticker waarop stond: 'Iedereen heeft recht op mijn mening.' Ik wist niet wat ik zag.”

Maar waarom zou de mening van een journalist meer waard zijn dan een andere?

“Maar ik heb altijd gevonden dat de mening van een journalist er niet toe doet. Het woord 'ik' hoort niet thuis in de journalistiek. Vandaag hoor je het nochtans continu. Het is gênant. Het zou verbannen moeten worden.”

Schrijver Joost Vandecasteele zei ooit: 'Jef Lambrecht is iemand die een grote woede in zich heeft.'

“Ik kan begrijpen dat sommigen dat zeggen. (denkt na) Ik sta zeker niet onverschillig tegenover de wereld waarin ik leef. Dat sommige dingen mij ergeren, en ik dat dan niet onder stoelen of banken kan steken, zal ik moeilijk kunnen ontkennen.”

U bent een individualist, lees ik her en der.

“Dat klopt. Ik hoor nergens bij. Ik ben in de loop van mijn leven verschillende keren aangezocht om lid te worden van verenigingen. (glimlacht) Soms van machtige genootschappen. Maar ik heb dat altijd geweigerd.”

Waar komt dat vandaan?

“Het is een soort van trots. Je loopt niet weg uit een gezagsstructuur – het gezin, de school, de kerk – om je dan over te leveren aan een andere gezagsstructuur, en opnieuw als gevangene te worden ingelijfd. Vrijheid is voor mij een groot goed."

Beeld Eric de Mildt

“Ik heb ook nooit 'dank u' willen zeggen. Toch niet voor gunsten. De vrienden die deze tentoonstelling organiseren, ben ik zeer dankbaar, en ze weten dat, maar ik heb het hun niet gevraagd. Ik ben veel te trots om dat te doen.”

Elke mens moet soms toch eens iets vragen aan een andere mens?

(glimlacht) “Ik ben wat dat betreft een minimalist, denk ik. Ik zal niet snel op mijn knieën gaan zitten.”

Hebt u in uw leven de optimale vrijheid gehad, vindt u zelf?

“Ik denk wel dat ik tamelijk vrij ben geweest. (steekt een sigaret op) Maar vrijheid is een werkwoord. Het is iets wat voortdurend opnieuw verworven moet worden. Vrijheid is ook een essentiële voorwaarde voor kunst. Kunst is de beleving van die vrijheid.”

U hebt hier beeldend werk van Hugo Claus aan de muur hangen. Jullie waren goede vrienden. Wat hebt u van Claus geleerd?

(zwijgt even) “Ik heb veel van hem gekregen. Ook voor hem was vrijheid noodzakelijk. De soevereiniteit van het individu, tegen de stroom in varen als het moet. Ik zeg niet dat ik het van hem geleerd heb, want het zat al in mij, maar het is wel iets wat ik in hem heb herkend, en wat een belangrijke rol speelde in onze appreciatie voor elkaar.”

Het laatste interview dat hij gegeven heeft was met u, op de radio. Hoe was dat voor u?

“Ik heb vooral mijn job gedaan toen. De afspraak voor dat interview was al een tijd geleden gemaakt. Er kwam achteraf wel veel knipwerk bij kijken. Hij was toen al ziek. Hij sprak moeilijk, was af en toe de draad kwijt.”

Je hoort dat het een geladen gesprek was.

“Ja, omdat we allebei wisten dat het zijn laatste interview zou zijn.”

Hij zegt op een gegeven moment: 'De koets met de witte paarden moet toch nog even wachten'. Een prachtig beeld.

“Inderdaad. Wat bewijst dat hij tot op het einde een dichter was.”

In totaal zijn er deze lente drie expo's over uw werk gepland. Bent u ondertussen nog aan het schilderen of creëren?

“Ik teken dagelijks. De ene dag lukt het beter dan de andere, dat blijft onvoorspelbaar. Pas als je het potlood op papier zet, weet je of er een fatsoenlijke lijn zal uitkomen."

“Het is een drang die sterker is dan mezelf. Als kind al tekende ik de stripverhalen na uit de krant. Waarom? Om te zien of het zou lukken, denk ik. Jan Van Eyck had het al als motto: 'Als ic can', schilderde hij soms boven zijn schilderijen. Met kunst bezig zijn heeft veel te maken met het aftasten van je grenzen: kan ik het, ga ik erin slagen? Dat is waar het eeuwige gevecht met het wit over gaat.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234