Maandag 18/11/2019

Interview Anne-Laure Vandeputte

‘Je wilt als meisje niet opgroeien in een omgeving die gefascineerd is door centimeters’

Beeld Wouter Van Vooren

Bij het theaterpubliek is Anne-Laure Vandeputte (26) al langer een bekend gezicht. Televisiekijkers leren haar nu pas kennen als Liesje, de roodharige furie die de zondagavondreeks Grenslanders kleurt.

Bijna 850.000 kijkers zagen Anne-Laure Vandeputte vorige zondag in Grenslanders over het strand galopperen. Dat is acht keer de wei van Werchter, zeventien keer het Koning Boudewijnstadion of 37 keer het Sportpaleis. Een doorbraak bij het grote publiek, heet zoiets. 

Al voelt de actrice dat zelf niet zo aan. “Ik zit Grenslanders nu thuis op mijn laptop via VRT.NU te bekijken. Weet ik veel of en hoe fel de reeks bij de kijkers leeft. Bij theater kun je het publiek en de impact die je erop hebt voelen. Bij tv is dat helemaal anders. Die reeks is voor mij ook afgelopen op de laatste draaidag. En dat is ondertussen al een tijd geleden.”

Veel tijd om stil te staan bij haar gestaag groeiende fanbase heeft Vandeputte niet. Sinds Grenslanders holt ze van de ene filmset naar de andere theaterzaal. 

Een greep uit het aanbod: ze was te zien in de succesproductie JR van FC Bergman, speelde mee in de Canvas-reeks Fiskepark, duikt binnenkort op in de historische VTM-reeks De Bende van Jan De Lichte, staat tegenwoordig op de set van Red Light naast Carice van Houten en Halina Reijn en repeteert ondertussen voor Bruegel, een stuk van Lisaboa Houbrechts dat in december in première gaat. 

Eigenlijk moet ze daar nu volop teksten voor blokken, vertelt ze. Maar op het Gentse terras waar we hebben afgesproken lukt dat niet zo goed. De schuld van de laatste zomerzon en de Instagram-app op haar smartphone. Het ideale moment dus om terug te blikken op de dolle rit die begon met Grenslanders. En met Liesje.

In die reeks kruipt Vandeputte in de huid van Liesje Tierenteyn, de tegen een drugsprobleem vechtende dochter van een sjoemelende douanier. “Een meisje dat slachtoffer is van de omstandigheden”, vertelt Vandeputte. “Ze ziet van alles in haar leven fout lopen, en hoewel ze daar zelf weinig aan kan doen, gaat ze op termijn toch denken: het zal allemaal wel aan mij liggen. Ik vond haar een mooi personage. Bovendien moet ik daar niet flauw over doen. Ik was amper een jaar afgestudeerd. Als je dan een rol krijgt in een serie als Grenslanders, zeg je gewoon ja.”

Bij wijze van extralegaal voordeeltje mocht je voor de rol van Liesje ook leren paardrijden. Zonder zadel dan nog. Was het moeilijk om dat onder de knie te krijgen?

“Moeilijk en vooral heel frustrerend. Normaal gezien mag je pas na drie jaar paardrijden het strand op. Ik moest dat na een week al doen. Leuk, maar eigenlijk was ik daar niet klaar voor. Het was vooral een kwestie van goed vasthouden en hopen dat je niet van dat paard valt. Daar komt bij dat die dieren heel gevoelig zijn. Als ik stress had, of gewoon een slechte dag, dan was dat beest echt niet vooruit te branden.

“Uiteindelijk is er zelfs een body double aan te pas gekomen. Zolang ik met zadel mocht rijden, was er geen probleem. Maar toen het zonder moest, ben ik een paar keer van mijn paard getotterd. Het was een te groot risico, zeker omdat ik zonder helm moest rijden.” 

Niet alleen het paardrijden vergde oefening. Ook de West-Vlaamse tongval van Vandeputte was roestig. De actrice groeide op in Oudenaarde, maar kon na intensief oefenenen op het door elkaar haspelen van ‘h’ en ‘g’ in Grenslanders doorgaan voor een geloofwaardige inwoonster van Zeeuws-Vlaanderen. Met dank aan de West-Vlaamse roots van mama en papa en een paar jaar middelbare school lopen in Brugge. 

Hoe kwam je daar terecht?

“Omdat ik op het college in Oudenaarde helemaal verloren liep. Ik droeg toen al wat speciale kleren, en dan ben je meteen een soort Pippi Langkous in een zee van jeansbroeken. Uiteindelijk ben ik op mijn veertiende naar de kunsthumaniora in Brugge getrokken. Daar klikte het veel beter. Toen ik daar afstudeerde, was het een logische stap om ingangsexamen aan het conservatorium te doen.” 

Al had het ook anders kunnen lopen. Op haar veertiende werd Vandeputte op Facebook-voorloper Netlog ontdekt door het modellenbureau Dominique Models. Van Oudenaarde ging het plots richting Parijs. Al is Vandeputte de eerste om die modellencarrière te minimaliseren. “Er worden foto’s van je hoofd gemaakt en daar krijg je dan geld voor. Meer is het eigenlijk niet.” 

Bovendien mocht ze nooit voor de absolute topmerken op de catwalk aantreden, vult ze aan.

Waarom niet?

“De modeweken liepen gelijk met de examenperiodes op school. Bovendien was ik daar te dik voor. Belachelijk eigenlijk. Maar dat magere ideaalbeeld heeft wel een grote invloed op tieners die in die wereld terechtkomen. Je wilt als meisje echt niet opgroeien in een omgeving die gefascineerd is door centimeters. Ook ik was daar in die periode veel mee bezig.”

Zo vaak dat het een probleem werd?

“Ik vind het sowieso een probleem als je aan tieners zegt dat er vijf centimeter te veel op hun kont zit. Elke tiener is onzeker over hoe hij of zij eruit ziet. Het laatste wat je dan nodig hebt, is iemand die al die onzekerheden bevestigt. Dat heeft een verwoestend effect op je zelfbeeld en de manier waarop je naar je lichaam kijkt. Ik ben niet met een mooi beeld van mijn lijf opgegroeid. En het heeft behoorlijk lang geduurd voor ik opnieuw op een normale manier met eten kon omgaan.” 

Ben je ook als actrice bezig met het vrouwbeeld dat je aan je publiek meegeeft?

“Tuurlijk. Heel erg zelfs. Net daarom ben ik me aan het verdiepen in het feminisme van deze tijd. Niet altijd makkelijk, want dat feminisme schiet tegenwoordig alle richtingen uit. 

“Wat doe je bijvoorbeeld als je als actrice een rol krijgt die een stereotiep vrouwbeeld schetst maar wel heel interessant is? Is het dan als feministe je verantwoordelijkheid om daar strijd rond te voeren? Of is het net geëmancipeerd om de vrijheid te nemen om je rol in te vullen zoals jij dat wilt?  

“Daarom lees ik zo veel mogelijk over het onderwerp en wil ik binnenkort interviews doen. Met mensen uit de sector, maar evengoed met filosofen of sekswerkers. Door mijn hoofd vol te stoppen met info hoop ik mijn buikgevoel te sturen bij het kiezen van toekomstige rollen.” 

Is dat hoe je rollen kiest? Op buikgevoel?

“Tot nu toe heb ik altijd rollen gekozen omdat ik ze leuk en boeiend vond. Maar misschien moet ik daar in de toekomst toch wat beter over nadenken. Als ik alles oplijst wat ik al heb gedaan, denk ik toch: misschien nu beter even geen drugsverslaafde hoeren meer. (lacht)

“Ik heb trouwens al rollen geweigerd, precies om die reden. Onlangs belden ze me voor een kortfilm waarin ik nog maar eens een hoer moest spelen. Ik moest ook opnieuw uit de kleren gaan, en daar had ik geen zin in. Ik wil dat doen op mijn voorwaarden, en als ik het inhoudelijk vind kloppen bij een rol. Niet omdat mensen ervan uitgaan dat ik er geen problemen mee heb.”

Is ‘de prostituee’ bij deze voorgoed uit je repertoire geschrapt?

“Neen, ik kan nu niet zeggen: ik speel nooit nog een prostituee. Het is niet zo zwart-wit. Het hangt erg af van wat de rol precies inhoudt. Je speelt niet elke prostituee op dezelfde manier. 

“Er is ook de setting waarin je terechtkomt. In een reeks als Red Light, ontwikkeld door Man Up, het productiehuis van Halina Reijn en Carice van Houten, weet je dat je geen plat hoertje zal moeten spelen dat enkel in de reeks opduikt om wat naaktscènes te hebben. Maar ik speel in die reeks voor alle duidelijkheid gewoon een studente. Al is het wel een exemplaar waar een hoek af is. Daarvoor komen ze wel vaker bij mij terecht.”

Enig idee waarom?

“Misschien omdat ik graag ‘groot’ speel? Je hebt acteurs die een rol het liefst klein aanpakken om er dan, als het nodig is, een schepje bovenop te doen. Ik werk omgekeerd. Ik begin heel groot en ga ervan uit dat ze het me wel zullen zeggen als het wat minder moet. 

“Ook Liesje was zo’n rol. Erik (De Bruyn, bedenker en regisseur van de reeks, PD) stond constant te roepen: ‘meer’ en ‘tranen’. Dan denk ik: ‘Oké, komt eraan.’ (lacht)

Beeld Wouter Van Vooren

Je beperkt je ondertussen allang niet meer tot spelen. Met Millenialism heb je een eigen theaterproductie achter je naam staan, en onlangs was je regieassistent voor Wie is bang?, een stuk van Tom Lanoye en Koen De Sutter. Gaat daar een ambitieus toekomstplan achter schuil?

“Ik weet niet of ik ambitieus ben. Ik ben gewoon nieuwsgierig. 

“Neem nu die job als regieassistent. Ik heb dat gedaan omdat ik wou zien wat die job inhield. En omdat ik plots alle vergaderingen mocht bijwonen waar je als acteur buiten gehouden wordt. Ik heb geleerd hoe de verschillende lampen heten, welke filter welk effect geeft. Als acteur ben je daar niet mee bezig. Dan is spelen al meer dan genoeg.”

Maar voor jou dus niet?

“Ik vind inspiratie als speler tijdens het maken, en ideeën als maker tijdens het spelen. En ik kan niet stilzitten. Als ik een week thuis ben, denk ik: ‘Wat ga ik nu eens doen?’ 

“Wat ik nu ga zeggen klinkt waarschijnlijk lullig, maar ik heb me onlangs in astrologie verdiept. Ik ben een tweeling, en dat niet kunnen kiezen blijkt typisch voor tweelingen te zijn. Ik wil gewoon alles doen, en het liefst nog allemaal door elkaar. Meespelen in een televisiereeks, repeteren voor een theatervoorstelling, zelf zo’n voorstelling schrijven, en als het even kan ook iets obscuurs maken dat ik kan spelen in een garagebox voor drie man en een paardenkop: ik word daar gelukkig van. 

“Af en toe lig ik weleens wakker van de vraag of ik niet één iets moet kiezen. Maar zolang niemand me daartoe verplicht, waarom zou ik het dan doen?”

Grenslanders, zondagavond om 21 uur op Eén.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234