Zondag 21/04/2019

Reportage

Je weet pas echt hoe mooi een woord kan klinken, wanneer Jeff Goldblum het heeft uitgesproken

Beeld Photo News

U kent hem uit The Fly en Jurassic Park. Maar wist u dat acteur Jeff Goldblum ook al twintig jaar jazz speelt, en intussen zelfs een plaat heeft opgenomen? Wij gingen kijken naar zijn wekelijkse nightclub-concert in Los Angeles, en stonden plots mee op het podium met His Goldblumness.

Hij is grappig. Hij heeft smaak. En hij blijft onwaarschijnlijk aantrekkelijk, ook op zijn 66ste. Iederéén houdt van de Amerikaanse acteur Jeff Goldblum. Stoer in Death Wish, over the top in The Fly en intellectueel in The Grand Budapest Hotel. Maar voor mij blijft hij vooral de man die speelde in de twee films waar ik posters van in mijn tienerkamer had hangen: Jurassic Park en Independence Day. Ook al was hij zelf nooit dé posterboy. Een cultheld, dus.

Anno 2018 is Goldblum overal. Hij is een veelgevraagde funny guy in talkshows allerhande. Hij is een internetfenomeen met een rist memes en gifs. En hij is een verrassend stijlicoon met zilvergrijze haren die het afgelopen jaar alleen al vier grote lifestyle-artikels kreeg in het mannenblad GQ. Inclusief flamboyante covershoot.

En nu speelt de man met de mysterieuze charme ook jazz. Of beter: dat doet hij al twintig jaar. Want wanneer Goldblum niet aan het filmen is, spelen zijn beringde vingers elke woensdagavond piano tijdens een dinner show in Rockwell - een kleine, donkere supper club in een Boheemse wijk van Los Angeles. Hij is er de toetsenist van The Mildred Snitzer Orchestra. Onder de radar, want nooit groot geafficheerd. Enfin, niet écht groot.

Er bestaat geen kalender met speeldata. Wie een live-sessie wil meemaken, moet de week ervoor de website van de venue checken. Gaat de show door, dan gaan tickets meteen in verkoop. En die gaan snel de deur uit, want Rockwell kan amper 150 gasten aan. Het spreekt dus voor zich dat ik de woensdag voor mijn vakantie in LA om 16 uur Pacific Central Time klaarstond om kaarten te bestellen. Met succes.

Tafeltjes van twee tot zes personen staan zorgvuldig geschikt rond het podium. Onze ober waarschuwt ons dat er een ‘
two order minimum’ geldt, en het even kan duren eer het eten geserveerd wordt. Maar niemand is hier voor het eten. Iedereen is hier om die gekke Goldblum piano te zien spelen. En eventueel, als het even kan, een foto te maken.

Jeff Goldblum speelt elke woensdag een concert in Los Angeles. Onder de radar, want nooit groot geafficheerd. Beeld Robin Broos

Een halfuur voor het concert start, zit de ruimte al aardig vol. Ook Goldblum zelf is present, gehuld in zwarte hoed en niet-verkrijgbare bandshirt. Haast onopvallend baant hij zich een weg door de gegadigden, af en toe spreekt hij een bekende aan. Het is hier dat ik me bedenk: misschien moet ik mezelf even voorstellen. Tenslotte zouden we elkaar enkele dagen later nog bellen voor een interview. Wie weet kan hij er dan nog een gezicht op plakken.

De man is onwaarschijnlijk vriendelijk. Oprecht verbaasd dat een journalist speciaal voor hem naar hier komt om zich voor te bereiden op een phoner. Maar ook wat verontschuldigend dat hij nu geen tijd heeft. Net wanneer ik beleefd “tot later” wil zeggen, trekt hij aan m’n arm. En voor ik het goed en wel besef sta ik op het podium. Naast Goldblum. Voor een dik kwartier.

Af en toe stapt Goldblum tijdens de show naar voren, en grijpt hij naar een blad quizvragen die een bandlid heeft voorbereid. Beeld Robin Broos

Dat zit zo: blijkbaar doet Goldblum zijn eigen warming-up. Dan spreekt hij zijn publiek toe, legt hij uit hoe de avond in elkaar zal zitten, en dat er een pauze van elf minuten wordt ingelast waarin hij tijd zal maken voor selfies. Hij verklapt er de origine van de bandnaam: The Mildred Snitzer Orchestra. (Mildred Snitzer was een vriendin van zijn ouders in Pittsburgh, en hij vond dat wel goed klinken.) Om dan te vertellen over zijn debuutalbum, dat enkele dagen later in de winkel zal liggen.

“Voor de plaat doe ik binnenkort wat pers”, zegt hij. “Dan ga ik erover praten met, euh, Robin. Op maandag, ik ga je dan bellen. Maar wacht even, maandag ben ik in New York.” Intussen maken zijn vingers vreemde bewegingen in mijn richting. “Ik weet het”, zeg ik. “Maandag ben ik in Palm Springs. Met het uurverschil zal ik dus wat vroeger moeten opstaan.”

Jeff Goldblum vraagt iemand uit het publiek om op het podium een foto te maken, samen met onze redacteur. Beeld Robin Broos

Life, uh, finds a way

“Ik ben zo blij dat je dit doet”, gaat hij verder. “Is deze reportage voor een krant of een magazine? En hoe zeg je: ‘De Mo-re-gen?’ Dat betekent ‘tomorrow’ in België? De Morgen.” Je weet pas echt hoe mooi een woord kan klinken, wanneer Jeff Goldblum het heeft uitgesproken. Hij doet het in zijn onnavolgbare cadans, waarbij hij pauzes en euhs laat vallen op de meest onlogische momenten. “Life, uh, finds a way,” bijvoorbeeld, in Jurassic Park.

En zo praten we nog wat verder, Jeff en ik, terwijl zo’n 150 anderen meeluisteren. Uiteindelijk vraag ik hem of dat wel handig is, piano spelen met een ring aan haast elke vinger.
“Gee, is het interview al begonnen”, lacht hij. Om de vraag dan weg te wuiven. “Waarschijnlijk is het makkelijker spelen zonder. Maar ze zijn zo mooi. Goed, laten we nu je vrouw ontmoeten. Of is ze denkbeeldig?” In de verte slaat iemand haar handen voor haar gezicht.

“Je bent wat verlegen? Ik ook”, kalmeert charmeur Goldblum, terwijl hij zijn arm stevig rond haar schouder legt. “Wat is jouw naam? Mag ik dat vragen? Wij gaan samen een liedje zingen. Maar niet het nationale volkslied. Heeft iemand een suggestie?” Een tafel verder roept iemand ‘Edelweiss’, en de gastheer zet in. “Edelweiss - edelweiss - every morning you greet me.” En wanneer hij de micro onder haar neus duwt, klinkt het: “Sorry, ik ben denkbeeldig.”

En dat is wat Goldblum doet. Geen pose, geen typetje. In Rockwell is hij exact zoals ik verwachtte dat hij zou zijn. In een constante staat van verbazing, al was het maar omdat hij iets te vaak maar gemeend zegt: “Well, how about that?” Dat bewijze ook ons telefoontje achteraf. “Ik vond het geweldig dat je vorige week mee op het podium bent komen staan”, steekt hij van wal. Eén: hij wist dat nog. En twee: had ik dat op voorhand geweten, ik deed in mijn broek. “Maar ik ook”, beweert hij zelf.

“Daarom probeer ik alles zo spontaan mogelijk te doen. Het is geen houding. Ik ben oprecht geïnteresseerd in mijn publiek, ik hou ervan om met de mensen, euh, te praten. Dan voelt het niet alsof ik sta op te treden, dan ben ik gewoon mezelf zoals ik thuis in mijn woonkamer ben. Ik hou van improviseren en dat gevoel van communicatie en wisselwerking. Dat is de hoeksteen van mijn acteertechniek. En ik bekijk mijn muziek op dezelfde manier.”

Wanneer hij achter de piano kruipt, concentreert Goldblum zich op het spelen. Beeld Robin Broos

Wanneer hij achter de piano kruipt, concentreert hij zich op het spelen. Goldblum is goed, beheerst het repertoire, maar laat vooral zijn Mildred Snitzer Orchestra schitteren. En wanneer hij zijn blik al eens afwendt van de toetsen, is het hooguit om breed te grijnzen naar zijn publiek. Maar soms is de drang te groot om in de schijnwerpers te staan. Dan stapt hij naar voren en grijpt hij naar een blad quizvragen die een bandlid heeft voorbereid. “Van wie is deze uitspraak?”, bijvoorbeeld. En altijd is er wel iemand die “Jeff Goldblum” roept. Waarop de acteur de mens aankijkt alsof hij die naam voor het eerst in zijn leven hoort. Dat intieme karakter maakt elke avond in Rockwell bijzonder.

#JeffGoldblum

Goldblum gedraagt zich als een bescheiden maar bereikbare wereldster die elke aanwezige naar huis stuurt met het gevoel dat hij hun nieuwe beste vriend is. Zo loopt de aangekondigde break van elf minuten al snel uit tot drie kwartier. Het merendeel van de concertgangers schuift nerveus maar geduldig aan voor een selfie, een knuffel of een handtekening op een Funko-popje. “Ik geef toe, op zo’n moment verlies ik de tijd uit het oog”, zegt hij. “Het is zo lief dat mensen dit willen doen. Een dag later check ik altijd de hashtag #JeffGoldblum op Instagram, om al die gezichten nog eens te zien passeren.”

Tijdens deze wekelijkse revue profileert hij zich meer als Master of Ceremonies dan als muzikant. Misschien is hij bang dat échte jazzcats hem altijd zullen zien als ‘die acteur die jazz speelt’? “Ik zou mezelf in niets echt meester noemen. Ik hou van piano spelen, maar ik hou ook iets te veel van babbelen. Deze ruimte laat dat toe. Weet je, ik blijf een nederige student. Eigenlijk mag ik van geluk spreken dat deze groep muzikanten met mij wil spelen. Want zo is het hier ooit begonnen. We doen dit nu twintig jaar. In het begin was ik echt niet goed genoeg, maar het was een kans om verder te ontwikkelen, om de nummers die we speelden beter onder de knie te krijgen.”

Jeff Goldblum: “Ik zou mezelf in niets echt meester noemen. Ik hou van piano spelen, maar ik hou ook iets te veel van babbelen.” Beeld rv Robin Broos

De keuze voor film of muziek heeft zich ook ooit gesteld. “Ik had me op erg jonge leeftijd al voorgenomen acteur te worden. Tegelijk hield ik ervan piano te spelen en op mijn vijftiende kreeg ik het idee daar iets mee te doen. Ik nam de Gouden Gids, zette me in een rustig kamertje in ons huis, en belde alle lokale cocktailbars van Pittsburgh. Dan zei ik: ‘Ik heb gehoord dat jullie een pianist zoeken’. Vaak was het antwoord: ‘Nee, we hebben niet eens een piano’. Maar soms klonk het van: ‘Kom maar af, laat eens horen wat je kan’. En mijn ouders reden me dan rond, telkens als ik ergens mocht optreden.”

Op zijn zeventiende verhuisde Goldblum naar New York om er bij acteur Sanford Meisner in de leer te gaan. “Maar ik heb muziek nooit losgelaten”, zegt hij stellig. “Nog steeds probeer ik overal waar ik kom te spelen. Waar ik kan, smokkel ik het zelfs in films.” Denk maar aan die mooie scène in
The Fly, waar hij als sociale onhandige wetenschapper zijn tegenspeelster Geena Davis verleidt. Een vrouw met wie hij later ook even getrouwd was.

Vandaag mag de Canadese danseres/turnster Emilie Livingston (35) zich mevrouw Goldblum noemen. Samen hebben ze twee zoontjes, van drie en anderhalf. Heeft hij dan nog veel tijd voor muziek? “Sure. Ik probeer gedisciplineerd te leven. Mijn vrouw Emilie en ik wekken onze zonen rond 7 uur, maken hen ontbijt, brengen ze naar school. Maar zelf sta ik al twee uur eerder op – zoals deze ochtend – zodat ik voor de dagelijkse routine al zeker een uur piano heb gespeeld, en al wat heb gesport.” En dat georganiseerde leven verklaart ook waarom we Goldblum meteen na de show in LA zagen wegrijden. Onopvallend, in een eenvoudige Toyota Prius. “Woensdag is de enige dag in de week dat ik het laat maak. Op andere avonden kruip ik vaak al om negen uur mijn bed in.”

Om zijn album te promoten, draagt Goldblum vandaag een nergens te krijgen bandshirt. Beeld Robin Broos

Sexy gebeuren

Op muzikaal vlak is hij nooit erg ambitieus geweest, vindt hij. “Maar als acteur eigenlijk ook niet. Het was meer als een romantisch, euh, avontuur. Ik ben zeker geen grote strateeg. Maar waar hadden we het weer over? Muziek! Dat ben ik altijd blijven doen, omdat ik er blij van werd.” Kleinschalig, dus. Tot hij een platencontract in de schoot geworpen kreeg van de jazzafdeling van Decca Records. Het gevolg van een bijdrage aan The Graham Norton Show op BBC, eind vorig jaar.

Goldblum zou er zijn nieuwe film Thor: Ragnarok promoten. “De geweldige jazz-zanger Gregory Porter was die avond de muzikale gast”, vertelt Goldblum. “Ik kwam hem enkele jaren tevoren al eens tegen op een luchthaven. Omdat ik zo van zijn muziek hou, heb ik hem toen aangesproken. Dus wanneer ik hoorde dat hij ook bij Graham Norton zou zijn, heb ik laten vallen dat we elkaar kenden. Iets wat Gregory blijkbaar bevestigde, en zelfs voorstelde of ik hem mocht begeleiden bij zijn Nat King Cole-cover van ‘Mona Lisa’. We hebben dat die dag een paar keer gerepeteerd en dat was leuk.”

Tom Lewis van Decca zag het gebeuren op televisie en belde Goldblum of hij geen album wou maken. De man is zelfs speciaal naar LA gevlogen om ook zo’n show in Rockwell mee te maken. En dat is hoorbaar. Hoewel de plaat is opgenomen in de Capitol Studios in hartje Hollywood, vat The Capitol Studios Sessions zo’n intiem avondje met Goldblum. Als een auditieve souvenir.

“Blij dat te horen, dat is precies hetgeen ik voor ogen had”, glundert hij. “Producer Larry Klein heeft Studio B van Capitol – de plek waar ook The Beatles, The Rolling Stones en Frank Sinatra hebben opgenomen – ingericht alsof het een club was. Onze shows in Rockwell deden hem denken aan de gouden jaren 50. Toen jazz het gangbare genre was en zo’n avond een sociaal, romantisch, zelfs sexy gebeuren.”

Op het album krijgt The Mildred Snitzer Orchestra hulp van van trompettist Till Brönner, zangers Haley Reinhart en Imelda May en zelfs komiek Sarah Silverman. En samen brengen ze standards als ‘My Baby Just Cares for Me’ en ‘Caravan’, maar ook ‘Cantaloupe Island’ van Herbie Hancock of ‘Straighten Up and Fly Right’ van Nat King Cole. Er is een obligaat stukje Jurassic Park, met de niet-geautoriseerde liedjestekst op de ‘Main Theme’ van de film. “In Jurassic Park — scary in the dark — I’m so scared that I’ll be eaten.” Iets voor fans, waarmee Goldblum ook zijn avond in Rockwell heeft beëindigd.

Alleen jammer dat ‘Edelweiss’ ontbreekt, besluit ik grappend. Waarop Goldblum me aan de telefoon nog een laatste keer trakteert op een muzikale interventie. “Small and white – clean and bright – you look happy to meet me. Ja, dat nummer heb ik, euh, gezongen. Voor je vrouw. Ze was zo lief. Doe haar veel groeten, wil je?” Bij deze.

The Capitol Studios Sessions is nu uit bij Decca.

De opmerkelijkste rollen van Jeff ‘uh’ Goldblum

In Woody Allens Annie Hall (1977) heeft Jeff Goldblum een cameo van vier woorden. Hij mag zijn regel tekst zeggen op een feestje in Los Angeles. En die was zo legendarisch, dat “I forgot my mantra” een instant catchphrase is geworden.

In The Fly (1986) speelt Goldblum wetenschapper Seth Brundle, die een machine bouwt waarmee objecten geteleporteerd kunnen worden. Maar wanneer hij zijn uitvinding test op mensen loopt het mis. Goldblums kenmerkende acteerstijl is hier al helemaal aanwezig.

In Jurassic Park (1993) kruipt hij in de huid van de cynische Dr. Ian Malcolm. Daaruit komt onder meer de klassieker “life, uh, finds a way”, maar ook de beruchte scène-met-ontbloot-bovenlijf die het internet overspoelt in de vorm van gifs en memes.

In The Grand Budapest Hotel (2014) is hij de intellectueel-met-donkere-snor Vilmos Kovacs. Volgens de acteur is de vernieuwde interesse in zijn persoon te danken aan zijn rollen in de films van Wes Anderson. Denk ook aan The Life Aquatic of Isle of Dogs.

Met Thor: Ragnarok (2017) plaatste hij zich in het Marvel Cinematic Universe. En wie dacht dat hij het daar nóg gekker maken? Behalve die rare kleren en het babyblauwe lijntje op z’n kin, ìs Jeff Goldblum gewoon die excentrieke hippie Grandmaster. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.