Zaterdag 06/06/2020

Boeken

Je weet niet wat je ziet: zó leuk is Afrika

► Met de haren in de wind over de Niger-rivier, Bamako, Mali.Beeld rv Jane Hahn

Everyday Africa is een visuele bom die het clichébeeld van het continent wil opblazen. Afrika is niet dat hongerende kind, de stoffige olifant of die exotische dame. Het zijn honderden foto’s over mensen die het allemaal juister, veelzijdiger én grappiger maken.

Oef, eindelijk. Misschien is dat wel uw eerste reactie bij het bekijken van het fotoboek Everyday Africa, 30 Photographers Re-Picturing a Continent. Het boek is een esthetisch genot: niet enkel door de kleurrijke mensen/ taxi’s/kleren/beesten/em­mers/parasols/muren/winkels/hoedjes, maar ook omdat de ruime foto-selectie een hardnekkig clichébeeld van Afrika doet vergeten. Een Senegalese kerstman in een supermarkt. Een maman in gele panje die doodsangsten uitstaat in het vliegtuig. Een jonge vrouw met wapperende haren op een motor. Schommelende kindjes in Nigeria. Een rechtenstudente met pruik op weg naar haar diploma-uitreiking. Een fanfare in de straten van Kaapstad. Een nailshop in Kinshasa. Toeristen die op de ferry wachten voor Robbeneiland. Het gevoel dat bijblijft na het bekijken van deze beelden is lichter, grappiger, dagelijkser en gevarieerder dan de voorstelling die we tot voor kort van Afrika voorgeschoteld kregen.

Er is duidelijk iets aan de hand met de Afrikaanse fotografie. En zoals met alles heeft dit niet enkel te maken met talent – want die grondstof was altijd al aanwezig – maar ook met macht, geld en vrijheid. Tot tien jaar geleden was fotografie in Afrika een exclusief blanke bedoening. Kolonialen, ontwikkelingswerkers, toeristen, oorlogscorrespondenten en natuurfotografen bepaalden met hun foto’s hoe wij naar het continent moesten kijken.

Dat kleine groepje behoorlijk rijke, en vooral mannelijke bezoekers maakte beelden van de dingen die hen opvielen of waarmee ze geld konden verdienen: exotische vrouwen met blote borsten, een kudde olifanten, kapotgeschoten lijken, krottenwijken, hongerende baby’s, rood uitgedoste Masaikrijgers en ook nog een eindeloze reeks zonsondergangen. Die foto’s roepen steeds weer dezelfde sliert woorden op: oorlog, brousse, aids, safari, broeierig, ebola, honger, ophitsend, chaos, de leeuwenkoning.

Lees verder onder de foto

De Ken Fac-band op het carnaval in Athlone, Kaapstad, Zuid-Afrika. Beeld rv Charlie Shoemaker

Het is niet eenvoudig om dat beeld weg te krijgen. In het verleden hadden de weinige Afrikaanse fotografen de tijd en de luxe niet om hun dure pellicule naar believen te gebruiken. Ze beperkten zich tot efficiënte opnames waarmee je wat geld kon verdienen: familieportretten, huwelijksfoto’s. Op die regel waren er slechts enkele uitzonderingen: mensen als Seydou Keïta en Malick Sidibé die in Bamako het dagelijkse leven van de prille onafhankelijkheid vastlegden met portretten van trotse, zelfbewuste en hippe jongeren – Peugeot 404, Vespa én olifantenpijpen incluis.

Maar rond 2000 kwam de digitale camera en die veranderde alles. Du­re filmrolletjes, donkere kamers en fotopapier waren niet meer nodig en foto’s konden via internet goedkoop de wereld rondgestuurd worden. Overal in Afrika stonden jonge fotografen op die het leven zoals zij dat zagen gingen vastleggen.

Niet dat de internationale media al dermate geïnteresseerd waren in hun werk. Dat bleef een probleem. Maar die jonge fotografen vormden collectieven, lieten zich uitnodigen door Europese en Amerikaanse cultuurhuizen en zo begonnen ze het beeld van hun continent beetje bij beetje bij te schaven.

Lees verder onder de foto

Een jong koppel keurt bruidsjurken in het Getfam-winkelcentrum in Addis Abeba, Ethiopië. Beeld rv Whitney Richardson

En nog eens vijf jaar later kwam de Afrikaanse fotografie dankzij de smartphone, Facebook en Insta­gram helemaal in een stroomversnelling. Foto’s nemen en delen werd zo goed als gratis en dat is net wat al die jonge Afrikaanse talenten nodig hadden. Ze maakten beelden van hun straat, hun lief, hun huiskamer, hun oorlog, hun motor, hun vervuiling en smeten die op het internet. Het was met Afrikaanse fotografie zoals met die bekende uitspraak van de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie: pas als je alle verhalen beluistert, krijgt het Grote Verhaal een kans. Hoe meer foto’s over Afrika hoe genuanceerder, verfijnder, vollediger het beeld van het coninent.

Die evolutie begint ook steeds meer Europese en Amerikaanse fotografen te beïnvloeden. Zo is trouwens ook het boek Everyday Africa ontstaan. Vijf jaar geleden werd de Amerikaanse fotograaf Peter DiCampo samen met schrijver Austin Merrill naar Ivoorkust ge­stuurd om te kijken hoe het land er een jaar na de burgeroorlog aan toe was. DiCampo: “Het was een post-conflictreportage over vluchtelingenkampen en oorlogswezen. Maar we hadden beiden het gevoel dat we uit dit verhaal wilden ontsnappen. Het narratief waarmee we op het vliegtuig stapten, stemde slechts gedeeltelijk overeen met de realiteit in Ivoorkust. Met onze smartphones begonnen we foto’s te maken van schoolkinderen, een kapperszaak, een koppel dat de straat oversteekt. Alledaagse dingen. We zetten de foto’s op Instagram en merkten dat er veel positieve reacties op kwamen. Alsof we een bepaalde realiteit aan het doorbreken waren.”

Lees verder onder de foto

Afro op purper. Silhouet van mijn dochter, Accra, Ghana. Beeld rv Nana_Kofi_Acquah

DiCampo besloot het project te verbreden en nodigde vooral Afrikaan­se fotografen uit om deel te nemen. “Ze kregen de log-ingegevens van de Everyday Africa-instagramaccount en zo begonnen we het verhaal van Afrika te herschrijven.”

De foto’s van dit project worden ook gebruikt op Amerikaanse middelbare scholen. DiCampo: “Aan het begin van zo’n les vragen we aan de leerlingen om met enkele woorden het beeld dat zij van Afrika hebben neer te schrijven.

“Meestal krijg je dan de voorspelbare clichés. Maar na een projectie van onze foto’s vragen we die jongeren om dezelfde oefening nog eens over te doen en dan krijg je bijna altijd een totaal andere, veel genuanceerdere omschrijving.”

Onder andere de Congolese fotografe/journaliste Ley Uwera levert sinds twee jaar vanuit Goma bijdragen voor Everyday Africa. Haar foto’s en verhalen corrigeren ons idee dat het in Oost-Congo één groot slagveld is met alleen maar kindsoldaten en verkrachte vrouwen. “Ja er is oorlog in Oost-Congo en die wil ik tonen. Maar er is ook veel leven in Oost-Congo en dat wil ook tonen. Laatst was ik in de stad Beni om een proces over oorlogsgruwelen te volgen. Ik stond op straat, links van mij was het gerechtsgebouw maar plotseling zag ik aan de overkant een colonne motoren passeren met in het wit geklede huwelijksmeisjes op de achterzit. Ik greep naar mijn smartphone en nam snel enkele foto’s. Die mooie huwelijksmeisjes zijn evengoed de realiteit van mijn land.

“Als Congolese journaliste moet ik over de oorlog rapporteren, maar het is ook mijn verantwoordelijkheid om het grappige, het positieve, het mooie te tonen. Het is aan ons Afrikanen om dat te doen. Wij kennen ons continent het best. Ik voel dat aan als een levensmissie: de perceptie van Congo veranderen. Tonen dat mijn land niet miserabel is. Dat wij niet miserabel zijn.”

instagram.com/everydayafrica/

en africa.everydayprojects.org

Peter Di Campo, Austin Merrill e.a.,Everyday Africa, 30 Photographers Re-Picturing a Continen, Kehrer Verlag, 448 p., 38 euro. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234