Zondag 26/06/2022

DubbelinterviewThomas Vanderveken en Eliane Rodrigues

‘Je hoeft echt geen kenner te zijn om te merken wanneer een pianist goed is’

Eliane Rodrigues: 'Als leek ga je best op je gevoel af. Het ene concert raakt je meer dan het andere, zonder dat je er precies de vinger op kan leggen waarom.' Beeld Thomas Sweertvaegher
Eliane Rodrigues: 'Als leek ga je best op je gevoel af. Het ene concert raakt je meer dan het andere, zonder dat je er precies de vinger op kan leggen waarom.'Beeld Thomas Sweertvaegher

De ene is zelf geen onaardig pianist en een trouwe volger van de Koningin Elisabethwedstrijd. De andere stond er in 1983 zelf op het podium. Thomas Vanderveken en zijn voormalige pianolerares Eliane Rodrigues blikken vooruit op de finaleweek. ‘Fouten maken de finalisten zo goed als niet. Het verschil zit hem in heel kleine dingen.’

Pieter Dumon

Het is ondertussen meer dan twee jaar geleden dat Thomas Vanderveken en Eliane Rodrigues elkaar in levenden lijve zagen. De schuld van corona en drukke agenda’s. Jammer vinden ze allebei, want het duo heeft een bijzondere band. Die band werd een paar jaar geleden gesmeed toen Vanderveken en Rodrigues voor het Canvas-programma Thomas speelt het hard uren naast elkaar op een pianokrukje zaten. Met de hulp van Rodrigues probeerde Vanderveken toen in een jaar tijd een pianoconcerto van Edvard Grieg in te studeren. Een huzarenstukje, waar helaas weinig van is blijven hangen, moet Vanderveken bekennen.

“Ik speel niet meer. Ik vind dat wel jammer. Mocht het kunnen dan zat ik elke dag een paar uur achter mijn piano. Maar ik heb twee jonge kinderen rondlopen. Er is gewoon geen tijd. Als ik achter de piano ga zitten, dan wil ik minstens een uur kunnen spelen. Elke dag een kwartiertje oefenen heeft geen enkele zin. Dat is alleen maar goed om proefondervindelijk vast te stellen hoe hard je achteruitgaat.”

Bij Rodrigues blijft de piano wel de grootste hap uit haar tijdsbesteding nemen. Ook in coronatijden. Concerten spelen voor een live publiek mag al een hele tijd niet meer, maar daar heeft de van oorsprong Braziliaanse pianovirtuose iets op gevonden. Ondertussen organiseerde ze al 51 onlineconcerten die op Facebook te volgen zijn. Vanuit haar woonkamer speelt ze dan een uur lang verzoeknummers voor haar fans. “Ik hoorde overal mensen klagen over het beperkte culturele aanbod. En ze hadden gelijk vond ik. Dus besloot ik er iets aan te doen.” Volgende week neemt ze even pauze. Dan maakt ze graag plaats voor de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd, een van de grootste en belangrijkste muziekconcoursen ter wereld.

Is dat nog steeds zo? Of wordt het belang van die wedstrijd in België overschat?

Vanderveken: “Dit jaar hebben ze voor het eerst alle wedstrijddagen, dus ook de concerten uit de eerste ronde, gestreamd. En op elk van die dagen waren er, naar wat ik hoor, minstens 20.000 kijkers, van overal ter wereld. Dat zegt toch iets over de internationale belangstelling. Wat niet betekent dat er geen vragen gesteld kunnen worden. Bij het prijzengeld bijvoorbeeld. Daar is misschien toch een inhaalbeweging nodig. Su Yeon Kim, een pianiste uit Zuid-Korea heeft bij ons de halve finale niet overleefd. Ondertussen heeft ze in Montreal wel het Concours Musical International gewonnen, goed voor een prijzenpakket met een waarde van in totaal 180.000 dollar. Als je dan bij de Koningin Elisabethwedstrijd op 25.000 euro blijft steken, boet je toch wat aan belang in.

“Je kan ook de vraag stellen hoelang we nog diezelfde vijf pianoconcerti gaan laten spelen door jonge kandidaten die het steeds perfecter doen dan hun voorgangers. Het klassieke concertleven is zoveel diverser dan die focus op de solist die een romantisch concerto met groot orkest speelt. Zo dreigt de Koningin Elisabethwedstrijd een anachronisme te worden.”

Rodrigues: (protesteert) “Zo’n wedstrijd is een manier om te achterhalen wie het potentieel heeft om zich verder te ontwikkelen. Dat doe je door te laten zien dat je de basis onder de knie hebt. Zo kom je automatisch bij die klassieke concerti terecht. Die stukken zijn de pilaren zijn van onze opleiding. Pas eens je die beheerst kan je de rest van het klassieke universum verkennen. Je kan die niet zomaar vervangen door modernere klassieke muziek, gewoon omdat er zogezegd vernieuwd moet worden.”

Vanderveken: “Maar ze vertegenwoordigen wel slechts één moment in de klassieke traditie. Terwijl klassieke muziek zo veel facetten heeft.”

Rodrigues: “Het is gewoon heel moeilijk die klassiekers te ontwijken. Het zijn ook fantastische stukken. Maar het kan wel. Toen ik in de finale stond heb ik het vierde van Beethoven gespeeld. Een stuk dat normaal niet vaak in wedstrijden opduikt.”

Thomas Vanderveken: ‘Door te focussen op altijd diezelfde werken verliest men voeling met de moderne klassieke muziek en dreigt de Koningin Elisabethwedstrijd een anachronisme te worden.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
Thomas Vanderveken: ‘Door te focussen op altijd diezelfde werken verliest men voeling met de moderne klassieke muziek en dreigt de Koningin Elisabethwedstrijd een anachronisme te worden.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Vanderveken: “Ik val de Koningin Elisabethwedstrijd niet af. Integendeel. Maar ik vind het wel intellectueel eerlijk om ze in perspectief te plaatsen. Je moet ook durven zeggen dat ze een niche bespeelt. Het lijkt soms alsof er de laatste vijftig jaar in België bijna niks anders gezegd wordt dan dat de Elisabethwedstrijd de beste en de grootste ter wereld is. Als je die titel claimt dan moet je zorgen dat je bij blijft. Niet dat ze geen pogingen doen. De keuze om iemand als Gilles Ledure, een man die echt in het veld staat, juryvoorzitter te maken vind ik een belangrijke modernisering.”

Iets anders, bij de 58 kandidaten zat dit jaar geen enkele landgenoot. Moeten we ons daar zorgen over maken?

Rodrigues: “Neen, zoiets is een momentopname. Voor hetzelfde geld zitten er volgend jaar drie Belgen in de finale. In onze conservatoria zie en hoor ik heel goede dingen.”

Vanderveken: “Er is natuurlijk ook zoiets als de macht van het getal. Er zijn 1,4 miljard Chinezen, terwijl wij maar met elf miljoen zijn. Bovendien is er in landen als Japan en Zuid-Korea een levende klassieke muziek-cultuur. Dat zijn wij een beetje aan het verliezen.”

Rodrigues: “Het is een kwestie van prioriteiten stellen. Bij ons gaan kinderen naar school van half negen tot vier. Daarna hebben ze nog huiswerk en pas dan is er tijd voor hobby’s. Meestal moeten ze dan ook nog eens hun tijd verdelen tussen muziek, voetbal en paardrijden of zo. Terwijl in Rusland iemand die talent heeft voor piano al op jonge leeftijd terechtkomt op een school waar wiskunde en piano even belangrijk zijn.”

Vanderveken: “Hier begint het serieuze werk vaak pas aan het conservatorium. In Rusland is het grootste werk op die leeftijd al gebeurd. Ook in Azië is dat zo. Muziek is op veel van die plekken bovendien een van de enige manieren om boven de middelmaat uit te stijgen. Gelukkig zijn er ook in België nog altijd mensen die zo gepassioneerd zijn door muziek dat ze er alles voor opzij willen schuiven.”

Zelfs de Koningin Elisabethwedstrijd is niet immuun voor de coronapandemie. Zo wordt er zonder publiek gespeeld. Is dat een nadeel of een voordeel voor de finalisten?

Rodrigues: “Ik denk niet dat het een nadeel is. Integendeel zelfs. Zonder publiek is er minder afleiding. De muziek is dan het enige wat nog overblijft. Ikzelf heb geleerd om me tijdens concerten helemaal terug te trekken in mijn eigen cocon. Publiek of niet, dat maakt me eigenlijk weinig uit. Als er geen mensen luisteren dan speel ik wel voor de bomen, de lucht of de sterren. (lacht) Die lege zaal zal voor de finalisten ook geen verrassing zijn. Ze weten al langer dat er geen publiek zal zijn en hebben zich daar op voorbereid.”

Vanderveken: “Het zal van persoon tot persoon afhangen, denk ik. Ikzelf ben bijvoorbeeld heel hard een publieksspeler. Ik heb deze week de Ultimas gepresenteerd. Ook dat moest zonder publiek en ik merkte toch bij mezelf dat ik me daar heel hard voor moest opladen. Ik heb die wisselwerking met een publiek echt wel nodig. Tijdens zo’n finale geeft een groot applaus na het eerste deel toch een boost om aan het concerto te beginnen. Nu zullen ze het met twaalf voorzichtig applaudisserende juryleden moeten stellen. Normaal mogen die geen uiting geven aan hun appreciatie, maar in deze uitzonderlijke omstandigheden maken ze een uitzondering.”

Hoe spijtig vinden jullie het zelf om die live-ervaring te missen?

Vanderveken: “Ik vind het verschrikkelijk. Onder normale omstandigheden had ik zeker geprobeerd om op één of twee dagen in Bozar binnen te glippen. Nu gaat dat niet. Heel spijtig. Zeker omdat je dan op het terras van café Belga, vlak bij Flagey (waar de halve finale werd gespeeld, red.), iedereen op elkaar gepropt pintjes ziet drinken. Zijn we dan in de cultuursector niet heiliger dan de paus? Moeten we niet een beetje assertiever zijn? Ik wil niet de plaats van de virologen innemen, er zijn al genoeg mensen die dat doen, maar een beetje publiek in Bozar zou wel tof geweest zijn.”

Eliane Rodrigues stond in 1983 zelf in de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd.
 Beeld Thomas Sweertvaegher
Eliane Rodrigues stond in 1983 zelf in de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd. Beeld Thomas Sweertvaegher

Rodrigues: “Ik probeer het positief te bekijken. Dankzij corona waren alle rondes voor het eerst integraal en wereldwijd te bekijken via het internet. Ik vind dat echt een meerwaarde.”

Waar moeten we tijdens de finaleweek op letten? Hoe maak je het onderscheid tussen een goed en een slecht concert?

Rodrigues: “Dat is heel moeilijk. Omdat het technische niveau heel erg hoog ligt. Fouten maken de finalisten zo goed als niet. Het verschil zit hem in heel kleine dingen. Zaken die voor een leek moeilijk op te merken zijn. Daarom is het, denk ik, beter om op je gevoel af te gaan. Het ene concert raakt je meer dan het andere, zonder dat je er precies de vinger op kan leggen waarom.”

Vanderveken: “Ik ben ooit eens met mijn collega’s Britt Van Marsenille en Jan Van Looveren naar zo’n finaledag gaan kijken. Een wedstrijd voor viool was het toen. De eerste finaliste speelde technisch heel goed maar er zat weinig persoonlijkheid in. Om het in theatertermen te zeggen: ze kende haar tekst, kon alle woorden in de juiste volgorde zeggen maar er gebeurde niks op dat podium. Na dat eerste concert waren Jan en Britt er dan ook van overtuigd dat klassieke muziek toch niets voor hen was en wilden ze liever naar huis. Ik heb hen overtuigd te blijven omdat ik wist dat de tweede finaliste van de avond heel erg goed was. Toen zij begon te spelen zaten Britt en Jan al na tien noten met open mond te kijken. Met een blik in hun ogen van: ‘wat gebeurt hier?’.

Rodrigues: “Je hoeft echt geen kenner te zijn om te merken wanneer iemand goed is.”

Vanderveken: “Toen Boris Giltburg of Anna Vinnitskaya hun laatste noot speelden ontplofte de hele zaal. Terwijl een deel van het publiek toch ook mensen zijn die daar zitten omdat ze een gesponsord ticket kregen. Maar ook zij voelden aan dat ze iets unieks hadden meegemaakt.”

Wie haalt het volgende week?

Rodrigues: “Dat valt echt niet te zeggen. We komen nu echt in een andere fase van de wedstrijd. Alles wat de finalisten tot nu hebben laten horen, speelt eigenlijk geen rol meer.”

Vanderveken: “Ik durf nu nog geen namen te noemen. Eigenlijk moet het nu nog beginnen. Het zou ook heel erg zijn mocht het nu al duidelijk zijn wie moet winnen. Dat zou die hele finaleweek overbodig maken.”

De finale van de Koningin Elisabethwedstrijd, de hele week te volgen op Canvas en Klara

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234