Dinsdag 14/07/2020

20 jaar AmenraColin van Eeckhout

‘Je hebt een zekere tristesse of je hebt het niet: dat is wat ons bindt’

Beeld Stefaan Temmerman

Amenra heeft net zijn twintigjarige bestaan gevierd en er is de prachtige documentaire van de Amerikaanse regisseur Bobby Cochran, A Flood of Light, die het lief en leed van die twee decennia in korrelige zwart-witbeelden en diepte-interviews heeft gebald. Het doet frontman Colin H. van Eeckhout wel wat: ‘Ik ben nu nog meer doordrongen van het besef dat we iets speciaals hebben, en dat we daar dankbaar voor mogen zijn.’

Hun nummer ‘A Solitary Reign’ ging onlangs van 36 naar 7 in De Zwaarste Lijst van StuBru en maakte daarmee de grootste sprong van het hele deelnemersveld. En alsof de muziek van Amenra niet sowieso al op maat geschreven leek van de bizarre tijden waarin we leven, brengt de groep deze week een nieuwe song met bijgaande clip uit: een cover van het sinistere ‘De zotte morgen’ van Zjef Vanuytsel. Die clip kan u hieronder bekijken.

Op een al even zotte avond bellen we Colin van Eeckhout op en vragen we hoe het met hem gaat.

Colin Van Eeckhout: “Ik heb een tweeling van 9, en het is me wat met al die schoolopdrachten. Al die onlinetoestanden: Skype-meetings die in het honderd lopen, programma’s moeten installeren waar je nog nooit van hebt gehoord... Het is soms chaos. Nu, alles bij elkaar valt het wel mee, ik had het erger verwacht. Maar vandaag merkte ik dat het me begon tegen te steken.”

Zijn de plannen van Amenra stevig door elkaar geschud?

Van Eeckhout: “We waren een paar platen aan het afwerken, waaronder een project van onze gitarist Mathieu Vandekerckhove met Igor Cavalera van Sepultura en Scott Kelly van Neurosis, waarvoor ik alleen nog de zang moet doen. En dat lukt me niet, omdat ik hier in huis heel moeilijk kan switchen tussen mijn gezin en Amenra. Ik zit constant in de vaderrol, loskoppelen en even diep gaan komt er niet van. Al die onlineoptredens, daar ben ik ook geen grote fan van. Iedereen zit maar van alles te proberen. Bang om vergeten te worden, zeker?”

Heb je zelf nieuwe hobby’s gevonden?

Van Eeckhout: “Zoals iedereen ben ik beginnen te snuisteren in dozen met oude foto’s. En ik heb filmpjes gekocht voor mijn polaroidcamera.”

Doe je aan sport?

Van Eeckhout: “Ik probeer te gaan lopen, en af en toe ga ik skateboarden met de kinderen. Iedereen in de groep probeert met zijn lichaam en gezondheid bezig te zijn, wat ook nodig is als we voor de rest van ons leven met Amenra willen doorgaan. Ik ben 41, en ik kan je verzekeren: zo simpel als vroeger is het allemaal niet meer. Urenlang in een busje zitten, slapen in een slechte houding, twee vrachtwagens lossen en weer laden... Dat anderhalf uur op het podium is bij wijze van spreken nog het minste.”

Heb je door de documentaire A Flood of Light nieuwe inzichten gekregen?

Van Eeckhout: “Ik heb er een heel warm gevoel aan overgehouden. Ik ben nu nog meer doordrongen van het besef dat we iets speciaals hebben, en dat we daar dankbaar voor mogen zijn. In vergelijking met andere groepen doen we het al erg lang, en we komen nog altijd goed overeen. Zelfs de mensen die uit de groep zijn gestapt, zijn nog altijd vrienden, en sommigen werken nog steeds rond de band. Dat is redelijk uitzonderlijk.”

Toen drummer Bjorn Lebon het even moeilijk had met zijn gezinssituatie en gitarist Lennart Bossu het druk had op zijn werk, hebben jullie het twee jaar rustiger aan gedaan. Weinig groepen zouden dat doen of zich kunnen permitteren.

Van Eeckhout: “Je weet nooit wat je je kunt permitteren, hè. Maar de kracht van Amenra is dat we altijd een langetermijnvisie hebben gehad. We hebben nooit gedacht: hoe kunnen we zo hard mogelijk in de kijker lopen en populair worden? En als iemand om welke reden dan ook even minder tijd heeft, zijn we creatief genoeg om ons een tijdje in stilte met iets anders bezig te houden. Als het verhaal klopt, ga je dat niet zomaar opgeven.”

Ik heb dit jaar in Humo’s Rock Rally aardig wat Amenra-epigonen zien en horen voorbijkomen, maar zonder lichtshow bleek het zich al snel acht in plaats van vier afdelingen lager af te spelen. Waren jullie zonder spektakel en lichtshow wel al indrukwekkend?

Van Eeckhout: “De energie is altijd aanwezig geweest, het gaat er bij ons hartstochtelijk aan toe. Alles geven, niet twijfelen, geloven in wat je doet. En onze lichtshow is iets wat organisch is gegroeid. We stonden eens ergens te spelen met paars, geel en groen licht op onze hoofden, en achteraf zeiden we: ‘Dat nooit meer.’ Sindsdien doen we zelf het licht. Aanvankelijk waren het gewoon tl-buizen op de grond, maar toen we op een dag op een festival stonden waar achter ons beelden werden geprojecteerd, dachten we: daar kunnen we zelf iets mee. Zo is het geleidelijk aan gegroeid.”

Wat waren voor jou de mijlpalen in twintig jaar Amenra?

Van Eeckhout: “De momenten waarop we beseften: wie erbij was, zal niet vlug vergeten wat we vanavond hebben gedaan. Zoals de eerste keer dat we met generatoren in een bos naast een festival speelden. Of ons concert in 2009 in de stadsschouwburg in Kortrijk, waar we voor het eerst met dans en performance hebben geëxperimenteerd. En ik denk aan de erkenning van Neurosis, de groep die ons genre heeft uitgevonden. Toen zij zeiden: ‘Amenra aapt ons niet na, maar is een entiteit op zich’, hadden we in één klap bakken street credibility in het wereldje.”

En de oprichting van de Church of Ra?

Van Eeckhout: “Dat is niet echt een plechtige gebeurtenis geweest, maar ook iets dat organisch is gegroeid. De Church of Ra diende om een naam te geven aan al die mensen en vrienden die rondom ons bezig waren. Iedereen sprak alleen maar over de vijf muzikanten, maar Amenra is méér dan dat. Door het een naam te geven, kregen die mensen de eer die hen toekomt. Maar we hebben nooit lidkaarten uitgedeeld of zo. Het is de verzamelnaam voor iedereen die meehelpt om Amenra te maken tot wat het is.”

Eind vorig jaar werd een kunstwerk dat Johan Tahon ter ere van jullie jubileum had gemaakt en dat in Halluin bij een concert en vuurritueel werd onthuld, in laatste instantie door de burgemeester verbannen. Terwijl de afspraken voor de locatie al lang waren gemaakt en goedgekeurd.

Van Eeckhout (zucht): “Ik kijk daar eerlijk gezegd niet meer van op. De bekrompenheid van sommige mensen kan mij niet meer verrassen. Spijtig was het uiteraard wel. Het stond daar ideaal in de natuur, het is geen beeld dat je op een dorpsplein moet zetten. Maar bon, het heeft even aan het museum in Menen gestaan en is dan verhuisd naar een tentoonstelling in Den Haag. Waar het nu staat, weet ik niet. Ik zou het eens aan Johan moeten vragen.”

Wat was, van alle onorthodoxe locaties waar Amenra heeft gespeeld, de moeilijkst realiseerbare?

Van Eeckhout: “We hebben eens in een grote kapel vlak naast een rusthuis gespeeld. Zonder echt te soundchecken, omdat we wisten: zodra we beginnen te spelen, is onze tijd beperkt. We hadden het uitgerekend: het zal 20 minuten duren voor ze beseffen wat er gaande is, dan nog 10 minuten om te beslissen of ze de politie bellen, en nog eens 15 minuten voor die hier is. Dus: na 45 minuten moeten we aan het inladen zijn. En inderdaad: na exact drie kwartier stonden ze daar. En waren wij al aan het inladen (lacht).

“Het enige wat we tot dusver niet voor elkaar hebben gekregen, is een concert in de regen op een pas omgeploegde akker. We zijn nog aan het uitdokteren hoe we dat moeten aanpakken.”

Wordt dat het afscheidsconcert van Amenra?

Van Eeckhout: “Op die manier zou het wel kunnen, ja (lacht).”

PAPA DOET NORMAAL

Even naar twee ontroerende momenten in de documentaire: Amenra in de botsauto’s, en Amenra in de wildwaterbaan.

Van Eeckhout (lacht): “Dat zijn dingen die we nooit op onze website zullen posten, maar Bobby Cochran, de maker van de docu, wilde ze er absoluut in. En achteraf gezien ben ik er heel tevreden mee, en zijn het voor mij zelfs de sleutelmomenten. Onze vriendschapsband en de liefde tussen ons wordt er extra door in de verf gezet. We werken keihard en op het podium zul je ons nooit zien lachen, maar als we tussendoor geen plezier zouden maken, hadden we het nooit zo lang volgehouden. We zitten tussen twee shows door niet weg te kwijnen in onze kelders vol skeletten, hè.”

Is er op het podium ooit iets gebeurd waardoor je nauwelijks een slappe lach kon onderdrukken?

Van Eeckhout: “Eén keer. De gitarist was blijven hangen in het gordijn aan de zijkant van het podium, waardoor zijn gitaar zo ontstemd was als maar kon. Ik keek naar Bjorn, onze drummer, en we zagen in elkaars ogen dat we allebei tegen de lach aan het vechten waren. Gelukkig sta ik bijna altijd met mijn rug naar het publiek. Heel lang geleden is dat.”

Nog een ontroerend beeld in de documentaire: de Kiss-tekeningen van je kinderen aan de keukenmuur.

Van Eeckhout: “Ik vond dat ook een mooi beeld. Ze zijn fan van Kiss, maar ze luisteren ook naar andere dingen.”

Wat vinden ze van de muziek van papa?

Van Eeckhout: “Ik weet het niet goed. Ze hebben nog maar één show gezien, en dat was een akoestisch concert. Ik heb de indruk dat ze redelijk normaal vinden wat ik doe. Ze dragen Amenra-truien en ze hebben ook al tekeningen van ons gemaakt. Onze drummer heeft zijn oudste zoon eens meegenomen naar één van onze elektrische shows. Hij had gevraagd: ‘Vinden jullie het oké als ik na de show Stan op het podium roep?’ Tuurlijk vonden we dat goed, ik meen me te herinneren dat het op Dour was. Soit, na het concert stapte ik van het podium en stond ik nog na te hijgen, toen ik plots het publiek opnieuw hoorde aanzwellen. Toen viel mijn frank: Bjorn stond met Stan op het podium! Iedereen had tranen in de ogen. Een heel emotioneel moment.”

Wat mij nog opviel in A Flood of Light’ er wordt bij Amenra flink gepaft. En dat met twee geheelonthouders in de groep, jij en gitarist Lennart Bossu.

Van Eeckhout: “Bij ons is dat geen enkel probleem. Wij hebben een keuze gemaakt, maar we gaan die niet opleggen aan de rest van de wereld. En het werkt. Ik denk dat dat onze sterkte is, dat er mensen van diverse pluimage in onze kliek zitten.”

Nog twee dingen die je niet hebt vernoemd bij de mijlpalen: de opmars van Amenra in de Zwaarste Lijst en de nominaties voor de MIA’s.

Van Eeckhout: “We waren genomineerd voor drie MIA’s, maar we hebben er geen gewonnen. We vonden het zeker fijn, net als onze opmars in de Zwaarste Lijst. We zijn geen stemmenronselaars en gaan niet op sociale media mensen aansporen om een miljard keer voor ons te stemmen. Maar we zitten wel op het puntje van onze stoel om te zien hoe we het ervan afbrengen.”

DROOG AAN DE HAAK

Ook je eerste publieke ophanging op het podium, als Christus aan vleeshaken, liet je onvermeld. De meeste mensen die slechts zijdelings van Amenra hebben gehoord, hebben net dat beeld op hun netvlies staan.

Van Eeckhout: “Voor de media is dat het interessantste beeld. Het is niet de bedoeling om het elke keer te doen. De mensen mogen er niet op zitten te wachten, het mag geen gimmick worden, dan verliest het zijn kracht. Het moet passen binnen het artistieke verhaal. De beeldspraak van zo’n ophanging past bij de onderwerpen waar ik het in mijn teksten over heb: wonden, pijn, offers brengen in het leven. Ik heb geen gitaar of drumstel, mijn stem en mijn lichaam zijn de instrumenten waarmee ik bijdraag aan ons verhaal. Ik heb het nog maar twee keer gedaan, in de stadsschouwburg in Kortrijk en in de AB. En altijd is het spannend, want je weet nooit hoe je lichaam zal reageren, en of het al dan niet zal lukken.”

Zonder publiek heb je het al vaker gedaan?

Van Eeckhout: “Ja, maar het is niet mijn maandelijkse verzetje, hè. Ineens komt het in me op. Meestal als ik de nood voel om alles op zijn plaats te zetten.”

Over je eerste ophanging zei je dat het niet was wat je ervan had verwacht. Waarom blijf je het dan doen?

Van Eeckhout: “Omdat ik er andere dingen uit haal. De eerste keer was één van de meest geladen momenten uit mijn leven. Terwijl je die pijn ervaart, heb je een heel intens menselijk contact. Het oogcontact met de persoon die je op het moment dat je lijdt in de ogen kijkt, valt nergens mee te vergelijken. Alsof je er de kracht uit haalt die je nodig hebt voor jezelf. Het klinkt misschien raar, maar stukken vlees van je eigen lichaam in handen hebben, dat geeft een gevoel van controle en gemoedsrust. Het gevoel dat je geestelijk enorm veel aankunt. Ik spreek puur voor mezelf, maar als ik het bewustzijn verlies, word ik daarna wakker met het gevoel dat ik honderd jaar heb geslapen.”

Je verliest soms echt het bewustzijn?

Van Eeckhout: “Soms wel, ja. Als het te koud is, bijvoorbeeld, of de houding waarin je hangt niet zo comfortabel is. Een mensenlichaam is geen exacte wetenschap.”

Ik neem aan dat sommigen je er weleens advies over vragen.

Van Eeckhout: “Ik zeg dan vooral dat ze mensen moeten vinden bij wie ze zich goed voelen. En ik verwijs hen door naar de mensen die ik vertrouw, maar dat betekent niet dat dat ook voor hen de juiste omgeving is. Een goeie psycholoog voor de ene is daarom geen goeie psycholoog voor een andere. Er moet een klik zijn.”

Jullie brengen en cover uit van ‘De zotte morgen’ van Zjef Vanuytsel. Vier jaar geleden brachten jullie een versie van ‘Het dorp’, ook een nummer van hem.

Van Eeckhout: “’De zotte morgen’ is opgenomen tijdens dezelfde sessie, maar we hebben toen voor ‘Het dorp’ gekozen. Onlangs hoorde ik een coverversie van A Thousand Sufferings en ik moest aan die opname van ons denken. En tijdens één van mijn nachtelijke loopsessies door Gent besefte ik: het is het moment om daar nu een clip bij te draaien. Het contrast met hoe de stad er nu bij ligt en de drukte en de ochtendlijke mierenhoop die in dat lied beschreven worden, kan haast niet groter zijn.”

’De zotte morgen’ staat in een playlist die ik in de auto vaak opzet voor mijn kinderen. Meestal zitten ze luidkeels mee te zingen, maar als dat nummer voorbijkomt, wordt het stil en staren ze met een melancholische blik uit het raam.

Van Eeckhout: “Poëzie, hè. Leg dat eens uit: dat gaat niet. Ik heb ze bij mijn kinderen ook gezien, de vraagtekens boven hun hoofd bij bepaalde muziek. Wij schrijven melancholie vaak toe aan herinneringen en dingen uit het verleden die definitief voorbij zijn, maar daar heeft het weinig mee te maken. Kinderen hebben nog geen lang verleden en toch voelen ze het. Het is iets wat geïnstalleerd is in de mens. Of toch in sommige mensen. Je bent een dromer, een romanticus, iemand die een zekere tristesse in zich draagt, of je bent het niet. Ik denk dat het dat is wat de mensen in onze cirkel verbindt. Het ding dat we allemaal begrijpen, maar niet kunnen uitleggen.”

Je hebt altijd gezegd dat je, gezien je familiegeschiedenis, niet verwacht veel ouder dan 50 te worden. Als ik me niet vergis, heb je dan nog negen jaar tegoed.

Van Eeckhout: “Ik ga daar nog altijd van uit. Maar ik ben ook realistisch, ik besef dat ik ook langer kan leven. Elk jaar na mijn 50ste is een jaar cadeau. Vandaar ook dat ik geheelonthouder ben: in de stille hoop dat het iets uitmaakt. Je kunt het maar proberen, hè (lacht).”

In de vragenlijst van Proust in De Morgen, antwoordde je op de vraag wat je als kind wilde worden: ‘Gelukkig.’ Is dat een beetje gelukt?

Van Eeckhout: “Ik denk van wel. Ik ben zeker niet ongelukkig. Ik omarm alles wat ik heb en wat me tot nog toe is overkomen. Ik denk dat dat antwoord vooral voortkwam uit het feit dat ik een angstig kind was. Ik geloofde er sterk in dat het nooit goed zou komen. Maar ik ben nu 41, ik heb kinderen van 9 en ik hou nog altijd stand. Bovendien kan ik leven van mijn passie. Dan ben je toch verplicht om gelukkig te zijn? Of het alleszins te proberen. Alles in het leven is een poging, hè.”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234