Dinsdag 14/07/2020

Jazz Middelheim

Jazzclassics scoren bij breed publiek in Park Den Brandt

Joe Lovano en Chris Potter brachten samen een eerbetoon aan A Love Supreme, één van de meest iconische platen uit de jazz.Beeld Alex Vanhee

Jazz Middelheim is halfweg, en twee dingen vallen op: ondanks het slechte weer brengt het festival veel volk op de been. En hoewel de affiche dit keer minder nadrukkelijk naar verbreding lonkt, blijft het soort jazz dat in Park Den Brandt geprogrammeerd staat, opvallend toegankelijk.

Dit jaar geen Jamie Cullum, Hooverphonic of Randy Newman op de affiche, namen die gegarandeerd een publiek trekken dat ook over de grenzen van de jazz reikt. Hoeft ook niet, want halfweg deze vierdaagse lijkt deze vierendertigste editie nu al één van de meest succesvolle te worden.

Tegelijk is de toekomst van het festival erg onzeker. Na de jubileumeditie volgend jaar lopen heel wat sponsordeals af. Ook die met de VRT, al jaren één van de belangrijke structurele partners van Jazz Middelheim. Antwerps schepen van cultuur Philip Heylen trok daarvoor onlangs al aan de alarmbel, maar los van de gemaakte voornemens om met elkaar rond de tafel te gaan zitten, heeft dat tot dusver weinig concreets opgeleverd. Eén blik op de namen die hier in het verleden op het podium stonden, en het idee dat dit festival straks misschien ophoudt te bestaan is te gek om los te lopen.

Dat de organisatoren ook nadrukkelijk talent van eigen kweek ondersteunen, bleek bovendien op de openingsdag. Die stond immers helemaal in het teken van Belgische jazz. Veel jong talent, ook, met eervolle vermeldingen voor Labtrio 'NY Project' en het Gentse Stadt, één van de projecten waarmee de ingeweken Nederlander Fulco Ottervanger op het tweede podium stond.

Niettemin was het meeste publiek op de been om het Brussels Jazz Orchestra (***1/2) aan het werk te zien, één van de meest tot de verbeelding sprekende Big Bands die ons continent rijk is. Onder leiding van bandleider en componist Darcy James Argue liet de band een opvallend eigentijds geluid horen, waar bij momenten ook echo's uit pop en rock doorheen schemerden. Alleen jammer dat het orkest halverwege létterlijk overdonderd werd door een overtrekkende storm, zodat veel van de subtiele passages een beetje verloren gingen onder de op het tentzeil kletterende regen. Maar net zoals het bandje op de Titanic speelde ook dit gezelschap verder. Het leverde hen prompt de eerste staande ovatie van het festival op.

Nadien mocht Taxi Wars (***1/2) het podium op, met de druk-druk-druk bezette Tom Barman achter de microfoon. "Fijn om op een festival te spelen waar mijn moeder een zitplaats krijgt, en er veruit de jongste is", grapte hij aan het begin van de set. In tegenstelling tot wat vaak gezegd en geschreven wordt is Taxi Wars niét de nieuwe groep van Barman, maar wél een project waar hij één van de vier chauffeurs is. Meer nog: live eiste eigenlijk vooral saxofonist Robin Verheyen de aandacht op met scheurende, piepende, vaak hoekige uithalen. De songs werden compact gehouden, zonder ellenlange solo's.

Zo klonk de muziek niet alleen rauw en donker, maar ook rechttoe-rechtaan. Barman vervormde zijn stem, en danste eroverheen als, om zijn befaamde quote uit het 0110-concert te parafraseren- een natte, coole kikker. Het spelplezier was onmiskenbaar, en die broeierige, uitgebeende versie van Robbie Robertson's 'Somewhere Down The Crazy River' was opnieuw om in te lijsten. Alleen: het bleek toch wat ongelukkig om deze dansmuziek voor een zittend publiek te moeten spelen. Misschien kan daar volgend jaar aan verholpen worden, als de band z'n tweede plaat uitbrengt.

Vrijdag spookte de geest van John Coltrane over Park Den Brandt. Eerst met de legendarische Archie Shepp (****) , die ooit nog met hem samenwerkte. En nadien nog meer toen Joe Lovano en Chris Potter (***) samen een eerbetoon brachten aan A Love Supreme, één van de meest iconische platen uit de jazz, en dit jaar precies een halve eeuw oud.

Archie Shepp -achtenzeventig, maar strak in het pak en goed geconserveerd- heeft zijn engagement nooit onder stoelen of banken gestoken. In de jaren zestig en zeventig focuste hij in zijn werk op de wreedheden waar de Afro-Amerikanen in de Verenigde Staten mee geconfronteerd werden, en voor hij vrijdag aan zijn optreden begon, liet de saxofonist een vooraf opgenomen monoloog horen waarin hij de achtergrond schetste waartegen Attica Blues tot stand was gekomen. Die classic uit '72 - geïnspireerd door de rellen in de Attica gevangenis in New York, met 43 doden tot gevolg- werd vervolgens helemaal uitgevoerd met zijn big band.

De thematiek mocht dan somber zijn - 'Steam' ging over zijn neef, in koelen bloede vermoord op straat in Philadelphia- maar er zat niettemin een aanstekelijke swing in de muziek. Het van Duke Ellington geleende 'Come Sunday' sloeg dan weer een meer ingetogen toon aan, maar altijd toverde Shepp een zuivere, heldere klankkleur uit zijn sax, die schril contrasteerde met zijn diepe, donkere stem die hij in 'Mama Too Tight' liet horen. Daar toonde hij zich een soulzanger in de beste traditie, al liet Shepp het zingen verder toch vooral aan Cécile McLorin Salvant over.

Shepp mocht in de grote jazz-encyclopedie dan al tot de avant-garde worden gerekend, maar dit was aanstekelijke, en vooral heel toegankelijke muziek. Bovendien: de hartverwarmende reactie van het publiek gaf aan dat de zeggingskracht van Attica Blues meer dan veertig jaar na datum niet was ingedijkt. Dat de thematiek na al de racistische politiemoorden in de Verenigde Staten ook vandaag nog brandend actueel is, was daar wellicht niet vreemd aan.

Het was een heikel idee van saxofonisten Joe Lovano en Chris Potter om samen A Love Supreme uit te voeren, een plaat die zo perfect is dat er eigenlijk niets aan toe valt te voegen. De plaat vormt zowat de breuklijn tussen Coltrane's hardbop-periode, en de free jazz die hij later zou omarmen. Het is tot vandaag één van de elpees die je als beginnend jazz-affectionado meteen in huis moet halen. Kortom: je kon ervan uitgaan dat de meeste toeschouwers de vier composities van de plaat tot drie cijfers na de comma kenden. Ik zei het al: een heikel idee.

Lovano -die eigenlijk heel vaak aan de kant bleef om Potter vrij spel te geven- had zich omringd met drummer Jonathan Blake en bassist Cecil McBee, twee rasmuzikanten die het meesterwerk van Coltrane elk als één van hun belangrijkste invloeden beschouwen. Aangevuld door pianist Laurene Fields beperkten ze zich niet tot het klakkeloos naspelen van de plaat, maar gebruikten ze de compositie eerder als basis om verder op te improviseren. Van een jazz-ensemble verwacht je uiteraard niet anders. Alleen: hoe bevlogen en interessant hun uitvoeringen van -pakweg- 'Acknowledgement' of 'Resolution' ook waren, aan het origineel viel toch niet te tippen. Het zou sowieso wat gek zijn geweest om dat te verwachten.

Archie Shepp.Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee
Beeld Alex Vanhee
Chris Potter (l.) en Joe Lovano.Beeld Alex Vanhee
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234