Zondag 25/08/2019

Interview

Janus van Wesenbeeck, de échte drugskoning van ‘Undercover’: ‘Toen die twee op de camping kwamen, wist ik meteen dat het agenten waren’

De serie ‘Undercover’, dit voorjaar te zien op Eén en nu volop een succes op Netflix, is gebaseerd op de undercoveractie van twee agenten bij de bende van Janus van Wesenbeeck tussen 2006 en 2009. De serie wordt alom geprezen en is zo’n succes dat er een tweede seizoen in de maak is. Maar Van Wesenbeeck – in de serie Ferry Bouman – en zijn trawanten zijn daar niet zo blij mee. Zij hadden liever een ‘juister beeld van de waarheid’ gezien. Op een geheime locatie, het verhaal van Janus, en zijn rechterhand, zijn zoon en anderen die in de serie een rol hebben en de undercoveractie van nabij meemaakten.

Janus van Wesenbeeck (57) groeide op in een woonwagenkamp in Eindhoven. In het boek ‘Busted’ van journalist Keith Moor wordt hij omschreven als één van de grootste drugsproducenten en -smokkelaars ter wereld. In 2000 neemt hij zijn intrek op camping Parelstrand in Lommel. In de serie: camping Zonnedauw. Zijn zoon en dochter wonen dicht bij de camping. Hij profileert zich niet als een rijke drugsbaron: hij blijft altijd erg low profile, rijdt niet in dure auto’s en heeft geen villa’s in België of Nederland. Hij is extreem op zijn hoede en blijft ongrijpbaar voor justitie, hoewel de Nederlandse en de Belgische politie hem in het vizier houden. Nadat hij in 2011 werd veroordeeld tot tien jaar cel voor drugshandel, kwam hij in 2015 vervroegd vrij. Sindsdien leeft Van Wesenbeeck ondergedoken, ‘op aanraden van de politie’.

'Mijn bijnaam is Harry Potter. Dat is niet vanwege mijn bril. Ik geef nooit op, de onderste steen zal bovenkomen'

In de serie eindigt de undercoveractie als een overwinning voor politie en justitie: een door Ferry bestelde partij drugs wordt afgeleverd en tijdens het trouwfeest van het undercoverpaar volgt een inval. In werkelijkheid waren er geen drugs, maar toch werden Van Wesenbeeck en zijn medewerkers gearresteerd en veroordeeld. Volgens Van Wesenbeeck ten onrechte: ze wisten naar eigen zeggen vooraf al dat de undercoveractie liep en hadden er alles aan gedaan om geen strafbare feiten te plegen.

Van Wesenbeeck en zijn Belgische en Nederlandse advocaten vinden dat hij geen eerlijk proces heeft gekregen. Grote delen van de onderzoeksdossiers bleven geheim, en de undercoveragenten zouden hun boekje te buiten zijn gegaan met uitlokking, wetsovertredingen en het afleggen van onjuiste verklaringen. Maar daar mochten ze tijdens het proces op geen enkele manier over worden ondervraagd.

In de serie ‘Undercover’ heet Janus van Wesenbeeck Ferry Bouman. Zijn rol wordt gespeeld door de Nederlandse acteur Frank Lammers die hem neerzet als een lollige kamper, met haren die even vet zijn als het Brabantse accent. Zijn rechterhand, John Zwart, heet in werkelijkheid Robert van V. en komt uit Eindhoven. Zwart wordt gespeeld door Raymond Thiry, die hem neerzet als een keiharde gangster die koelbloedig moordt. In werkelijkheid heeft Robert van V. een totaal andere uitstraling: zijn bijnaam is Omar, omdat hij enige gelijkenis vertoont met acteur Omar Sharif. De undercoveragenten zijn William Peters, roepnaam Billy (Bob in de serie, gespeeld door Tom Waes) en Nina Verhulst (Kim de Rooij in de serie, gespeeld door Anna Drijver).

Undercover Bob wordt in de serie neergezet als een harde, doorgewinterde, eigenzinnige man. In werkelijkheid was hij een tamelijk zachtaardige, meegaande man met een paardenstaart, die zich wat alternatief gedroeg. Van stoer gedrag tegenover Van Wesenbeeck is in het echt nooit sprake geweest, dat had hij niet getolereerd. Kim papt in de serie vooral aan met de vrouw van de drugskoning. In het echte leven ging ze het meest om met de dochter van Janus, met zijn vrouw heeft ze vrijwel geen contact gehad.

Wat vindt u eigenlijk van ‘Undercover’?

Van Wesenbeeck: “Eerst moest ik er nog wel om lachen. Het sloeg allemaal nergens op. Alleen dat accent al: in de serie praten ze Tilburgs, wij zijn van Eindhoven. Op die zogenaamde bruiloft drink ik champagne. Dat drink ik nooit, ik vind dat vies. En ik houd daar een toespraak… Iedereen die mij kent, weet dat ik dat nóóit zou doen. Wat wel klopt, is dat undercover Billy een fles rosé champagne had gekocht en naar mij toe kwam met een glas. Op dat moment viel het arrestatieteam binnen. Dat glas was een soort judaskus.”

U bent altijd erg op de achtergrond gebleven en praatte nooit met journalisten. U doet dat nu wel.

Van Wesenbeeck: “Begin april, toen op de VRT ‘Undercover’ bijna was afgelopen, kwam er bij de Nederlandse website misdaadjournalist.nl een mail binnen waarin staat dat de drugsbende van Van Wesenbeeck niet ten val is gebracht door undercoveragenten, maar door iemand die diepgeworteld was in mijn bende. Die persoon had geruime tijd vóór de arrestaties een deal gesloten en alles over mij uit de doeken gedaan, onder druk van justitie en om zijn eigen hachje te redden. Als beloning mocht hij alles houden wat hij had en wat hij bij mij had verdiend. De naam van die man stond er ook bij: Roel S. Toen ik dat las, viel het kwartje. Ik beschouwde hem als één van mijn beste vrienden, ik vertrouwde hem volkomen. Roel werkte soms ook voor een kennis van mij, op een industrieterrein in Veldhoven. Daar hingen observatiecamera’s, en die kennis is veroordeeld. Het gekke is: van de keren dat Roel daar aan het werk was, waren er toevallig geen beelden. Tenminste: niet in het dossier.”

Wisten de undercovers daarvan?

Van Wesenbeeck: “Ze wisten wat Roel deed, ze hebben alles in kaart gebracht, maar in de verslagen die wij hebben gezien, komt hij nergens voor. Maar daarover mochten de advocaten geen vragen stellen.”

Wat ontbreekt er nog meer in de serie?

Van Wesenbeeck: “In een geheim deel van het dossier komt een kroongetuige voor: Jef D. uit Leopoldsburg, die in België tot 14 jaar was veroordeeld. Hij heeft in Engeland een verklaring tegen mij afgelegd, in ruil voor strafvermindering. Hij heeft maar twee jaar uitgezeten. Daar kwamen we bij toeval achter. Toen we hem daar in België mee confronteerden, zei hij dat hij niet meer wist wat hij had verklaard. We zijn dus mede veroordeeld op basis van informatie die niemand heeft gezien, behalve de procureur. Als mijn advocaten dat dossier hadden mogen zien, was er veel meer duidelijk geworden over de rol van Roel S. en Jef D.”

Miljoen per jaar

Aflevering één van ‘Undercover’ begint met twee Chinezen die in een xtc-laboratorium aan het werk zijn en met een ketting aan elkaar vastzitten. Ze krijgen ruzie, de één steekt de ander dood en vlucht, met de ketting aan zijn been. De Chinees en een bendelid worden vermoord door John/Robert. Reëel?

Van Wesenbeeck: “Over xtc-productie doen allerlei gruwelverhalen de ronde. Maar ik heb nooit een xtc-laboratorium gehad, ik ben handelaar. Robert en ik hebben nog nooit iemand doodgeschoten. Ik koop spul, verkoop dat door en transporteer het. In Nederland waren er een stuk of veertig groepjes die labjes draaiden. Ik werd er wel van verdacht PMK, grondstof voor het maken van de pillen, aan labs te hebben geleverd. PMK komt uit China. Vandaar die Chinezen.”

In de serie wordt uw vrouw aangereden, waarna undercover Kim het voor haar opneemt. Een bekende truc om contact te maken.

Van Wesenbeeck: “Mijn dochter, toen amper 17, is aangereden door het undercoverteam, maar dat komt vreemd genoeg niet voor in het dossier. Ik denk dat die aanrijding ook gebruikt is om afluisterapparatuur in de auto aan te brengen. Mijn dochter heeft er overigens een trauma van overgehouden.”

In de eerste afleveringen duikt een corrupte Belgische politieman op, die Ferry/Janus op de hoogte houdt van de lopende onderzoeken en die tegen betaling vertrouwelijke informatie doorgeeft.

Van Wesenbeeck: “Het klopt dat ik een bron had, een magistraat. Laat ik hem ‘meneer Pasen’ noemen, dan weet justitie in België dat ik niet uit mijn nek lul. Hij vertelde mij dat er een undercoveractie zou worden opgezet, dus toen die twee bij ons op de camping kwamen, wist ik meteen al hoe het zat. Ik ging ervan uit dat als ik zelf niks strafbaars zou doen, ik niet veroordeeld zou kunnen worden. Dus heb ik het spelletje meegespeeld.”

Robert Van V.: “Ik niet. Als die undercovers kwamen, ging ik weg. Ik heb er nooit een woord mee gewisseld.”

Was de undercoveractie het eerste signaal dat er iets gaande was?

Richard van Wesenbeeck (zoon van Janus, die een bedrijf in auto-onderdelen heeft in Overpelt): “Nog voor die tijd kwam er een auto met getint glas tegenover de zaak staan. Onze pa vroeg of ze pech hadden, of hij ze kon helpen. Toen begonnen ze te stotteren. Later bleek dat er in een verkeersbord vlak voor de zaak een verborgen camera was aangebracht. Er is een rechtszaak over gevoerd en er is vastgesteld dat het een inkijkoperatie was waar ze geen vergunning voor hadden, maar daar is verder niks mee gebeurd.”

Van Wesenbeeck: “Vanaf het moment dat ik in 2000 naar België ben verhuisd, zijn ze al begonnen, maar ze kregen geen poot aan de grond. Ik ben een gewoon manneke, ik heb geen Rolex, ik rijd in een Ford van 220 euro. Wij zijn een familie van autohandelaars. We hebben weleens trackers gevonden in een auto, maar dat had weinig nut, ik wisselde veel van auto. Ze konden gewoon niet bij ons komen.”

Hoe is het dan begonnen?

Richard van Wesenbeeck: “Ik onderhield het contact met de corrupte magistraat. Hij zei: ‘Binnen nu en tien dagen zitten er undercovers en die komen voor je vader.’”

Van Wesenbeeck: “Ze kwamen de eerste keer op zaterdagavond. Ik zeg tegen Jos, de kantinebeheerder: ‘Er komen twee agenten binnen.’ Iedereen wist het. Ik heb bij de beheerder meteen even gevraagd hoe ze heetten. Nina Verhulst en William ‘Billy’ Peters, uit Dendermonde en Antwerpen. Mijn dochter is een keer met Nina op stap geweest in Antwerpen. Daar wist Nina goed de weg en had ze zogenaamd goede vriendinnen. Allemaal agenten.”

In de afleveringen drie en vier krijgen de undercovers wat meer contact met de campinggasten. Hoe ging dat in het echt?

Van Wesenbeeck: “Ze waren er meestal alleen in het weekend. Ze woonden zogezegd aan de kust, in Knokke. Wat ook opviel: als je een huisje op de camping hebt, zet je er iets van jezelf in. Meubels, een schilderijtje, wat dan ook. Zij deden helemaal niks. Het duurde anderhalf jaar voor ze wat aansluiting kregen. De meeste contacten waren in de kantine van de camping en bij café Ad Fundum in Balen.”

Wat voor werk hadden de undercovers zogenaamd?

Van Wesenbeeck: “Billy vertelde dat hij voor een bedrijf werkte dat jachten uit het Caribisch gebied ophaalde en naar Nederland en België bracht. Hij vroeg aan mij: ‘Wa doede gij voor de kost?’ Ik zei: ‘Ik zit in onroerend goed.’ Hij vroeg: ‘Hedde gij veul geld?’ Ik was toen 46, ik antwoordde: ‘Ik ben nou bezig aan mijn 47ste miljoen, de eerste 46 zijn mislukt.’ Daar maakte hij van dat ik elk jaar 1 miljoen verdiende.”

'Bij de politie zei ik dat ik Ferry Bouman was en dat ik gezocht werd. Na vijftien minuten zeiden ze mij niet te kennen. Toen gaf ik mijn echte naam. Die kenden ze wél.' (Foto: Frank Lammers als Ferry Bouman.)’

En Nina?

Van Wesenbeeck: “Nina heeft zelf verklaard: ‘Janus praat niet met vrouwen, ik heb nergens met hem over gepraat. In zijn cultuur dienen vrouwen voor kinderen en om eten te koken.’ Het was wel een lekker wijf. Ze liet zich wel pakken, ze stond bekend als ‘een goeie neukerd’. Ik kan niks verkeerds over haar zeggen. Ze ging om met mijn dochter, maar dat kon geen kwaad. Ze werkte zogezegd bij een populair kinderprogramma voor Ketnet, maar achter de schermen.”

In de serie hebben de undercovers seks met elkaar. Ook in het echt?

Van Wesenbeeck: “Mijn schoonbroer zei tegen mij: ‘Die Billy slaapt op de bank.’ Dat hadden ze door het raam gezien. Toen ik Billy tegenkwam, vroeg ik: ‘Op de bank geslapen?’ Toen werd hij wel zenuwachtig. Een blind paard kon zien dat ze niks met elkaar hadden.”

Dochter van Robert van V.: “Nina was een jaar of 30, Billy een jaar of 40. Het was totaal geen stel, ze gedroegen zich meer zoals ik met mijn neefje. Ik vertrouwde ze niet, ze waren niet echt. Mijn moeder had ook al eens gevraagd: ‘Bende ge van de wouten (een Nederlandse bijnaam van de politie, red.) of wa?’ Toen reageerden ze heel verbaasd.”

Marian (echtgenote van één van de beste vrienden van Van Wesenbeeck): “Wij zijn echte Brabanders, we vonden het al zo raar: als je aan de Belgische kust woont, wat kom je dan doen op dit zandhok?”

Vielen ze vaker door de mand?

Van Wesenbeeck: “Toen we een keer in de auto zaten, had Billy zijn rijbewijs tussen ons in laten liggen. Ik zag dat hij daar knap zenuwachtig van werd. Als ik het had gepakt, had ik waarschijnlijk kunnen zien dat zijn naam niet klopte.”

In de serie duikt een Italiaan op. Ferry/Janus moet niks van hem hebben, met zijn dandy gedrag en malle fratsen. Hij heeft dure pakken in de aanbieding.

Van Wesenbeeck: “Er komt in het dossier inderdaad een Italiaan voor, en Billy kwam op een gegeven moment ook met een stapel Nike-T-shirts aan. Geen kostuums. Die waren zogenaamd van de vrachtwagen gevallen. Dat was waarschijnlijk bedoeld om te laten zien dat hij ook crimineel was. Ik heb die shirts nog liggen, ik geef er af en toe eentje weg.”

De serie lijkt losjes gebaseerd op twéé dossiers: de undercoveractie tegen u én één van de grootste smokkelzaken uit de geschiedenis. In 2007 werd in Melbourne 4,4 ton aan xtc-pillen ontdekt in tomatenblikken, afkomstig van de Belgische tak van de Calabrische maffia: de familie Aquino uit Maasmechelen. Is er een verband?

Van Wesenbeeck: “In het boek ‘Busted’ word ik genoemd als degene die de pillen aan de Aquino’s had geleverd. Daar klopt niks van, dat is een heel ander verhaal. Maar dat dossier van de Aquino’s was van dezelfde federaal procureur als mijn zaak: Marianne Cappelle. Ik denk dat zij dat dossier, net als mijn dossier, aan die filmmakers heeft gegeven.”

De aanslag

In aflevering vijf wordt Bob/Billy erop uitgestuurd om een lading PMK uit Polen op te halen. De spanning tussen Ferry/Janus en hem loopt hoog op, maar op het eind komt alles goed en vallen ze elkaar bijna als broeders in de armen.

Van Wesenbeeck: “Van dat aanraken moet ik niks hebben, ik verafschuw het al als ze me ‘broer’ noemen. In die aflevering zit ook een bezoek aan een motorclub, maar ik ben nooit bij een motorclub geweest.”

In aflevering zeven wordt er een aanslag op Ferry/Janus gepleegd, waarbij hij gewond raakt.

Van Wesenbeeck: “Ik ben twee keer het doelwit van een schietpartij geweest. De undercoveractie was in juni 2006 begonnen. Na ongeveer anderhalf jaar kreeg ik een waarschuwing van de politie dat men zou proberen mij te liquideren. Ik ben toen weggegaan bij mijn familie, voor de veiligheid heb ik een tijd in een flat in Valkenswaard gezeten. In november 2008 is daar een aanslag op mij gepleegd. Het Eindhovens Dagblad heeft daar op 5 december 2008 over bericht: dat er geschoten was, dat er niemand was aangehouden en dat het onduidelijk was wat er precies was gebeurd. De politie had de omgeving afgezet om onderzoek te doen en getuigen te ondervragen.”

Voor ‘Undercover’ lijkt die andere aanslag de inspiratiebron te zijn geweest?

Van Wesenbeeck: “Drie maanden later, op 2 februari 2009, schoot Piet Pfaff – een familielid met wie ik al langer ruzie had – bij de McDonald’s in Best dertien keer op mij. Dat gebeurde onder het toeziend oog van observatieteams van Nederland en België. Ik ben toen geraakt in mijn arm. Piet zei later dat hij uit zelfverdediging had geschoten, maar ik had helemaal niet op hem geschoten. In het ziekenhuis zei de dokter eerst dat mijn arm eraf moest. Dat hoefde uiteindelijk niet, maar het was wel een zware verwonding, ik heb er nog altijd last van. Omdat ik verzorgd moest worden, kon ik niet naar het buitenland. Ik ben bij mijn zoon thuis verpleegd, daar lag ik aan de morfine en daar ben ik genezen. Piet is veroordeeld tot tien jaar cel voor de aanslag. In december 2016, op mijn verjaardag, is hij overleden aan botmergkanker.”

In de afleveringen acht en negen is undercover Bob/Billy erg aan het uitlokken. Er wordt contact gelegd met een kartel, waar Ferry/Janus zaken mee zou doen.

Van Wesenbeeck: “Dat kan ik niet thuisbrengen. Ik denk dat de makers dat in het boek ‘Busted’ hebben gelezen.”

Robert Van V.: “Ik was op vakantie toen Billy Janus aan het uitlokken was. Hij beweerde dat hij voor zijn werk boten moest ophalen en dat hij dan tegelijk ook wel wat handel voor Janus kon meenemen. Ik heb tegen Janus gezegd: ‘Doe dat nou niet, het zijn agenten.’ Janus zei: ‘Dat weet ik, maar we doen toch niks?’ Eerst zou Billy 400 kilo meenemen, later was er plaats voor 1.100 kilo. Anders dan in de serie is er in werkelijkheid geen gram aangekomen. We zijn veroordeeld voor voorbereidingshandelingen. Die hebben we zelf afgebroken, volgens onze advocaten waren we niet strafbaar. Maar de undercover heeft in zijn verslag gezet dat Janus op een gegeven moment bij besprekingen over de timing tegen hem had gezegd: ‘Dan doen we het over een tijdje wel.’ En dat is dan wél strafbaar. Janus heeft het spelletje meegespeeld, ik heb er niet één woord met de undercovers over gewisseld.”

Van Wesenbeeck: “Ik kan goed tegen mijn verlies, maar dit is niet eerlijk.

“Billy bleef drammen dat hij boten moest ophalen in de Caraïben en dat hij voor mij coke kon meenemen. Ik heb hem nooit wat gevraagd, maar zei: ‘Oké’. Hij zei: ‘Het kost 2.500 per kilo.’ ‘Is goed,’ antwoordde ik. Hij gaf me meteen de coördinaten. Het was toevallig op Amerikaans grondgebied. Dat was zó doorzichtig, daar heb ik mijn kont mee afgeveegd. Na drie weken kwam hij terug en zei hij: ‘Er is niemand gekomen.’ Ik zei: ‘Klopt, het is gepakt.’ Er was toen toevallig net een grote partij drugs onderschept. Ik zei: ‘Die was voor ons.’ Justitie heeft dat natuurlijk gecontroleerd en die partij bleek bestemd voor Italië, dus ze wisten dat ik loog. Een paar weken later begon Billy opnieuw te pushen: hij wilde weer gaan laden. Ik zei: ‘Oké, geef me de paspoorten van iedereen op de boot. Ik wil de boot zien en alles wat erbij hoort. En de plaats waar je binnenkomt, waar je gaat lossen.’ ‘Oké, regel ik,’ zei hij, en hij vertrok. Maar er is dus nooit een gram geleverd.”

Wat had volgens u beslist in de serie gemoeten, wat er niet in voorkomt?

Van Wesenbeeck: “Ik had met mijn corrupte Belgische magistraat een plan bedacht om de undercovers uit te schakelen. We zaten met z’n allen gezellig in de kantine op de camping en ik stelde voor om naar Valkenswaard te gaan. Billy startte zijn auto, ik zette me naast hem, de rest kroop achter in de bak. We reden richting de grens, maar ongeveer 300 meter vóór de grens pakte ik mijn pistool: ‘Hier, Billy, hou jij mijn pistool bij over de grens, want als ze ons stoppen, fouilleren ze jou niet en mij zeker wel.’ Hij ging akkoord en stak mijn pistool tussen zijn broek. We reden verder naar Valkenswaard en zijn daar toen goed doorgezakt. Iedereen was goed zat, maar ik bleef helder: ik moest hetzelfde trucje nog een keer doen. We reden terug, ik gaf hem mijn pistool weer en hij stak het weer tussen zijn broek. We reden opnieuw de grens over. Ons plannetje was gelukt! Een undercover mag namelijk niet zonder overleg met zijn meerderen een overtreding begaan. Hij had dus nooit dat wapen de grens over mogen brengen. Een paar dagen later zag ik mijn vriend de magistraat en ik vertelde hem het verhaal. Die lachte en zei: ‘Gefeliciteerd! Niks zeggen en op het juiste moment de confrontatie aanvragen met de undercover, dan is het gedaan. Tot die tijd: houd hem dicht bij je en geef hem het gevoel dat je hem vertrouwt.’ Dat heb ik gedaan.”

'Billy bleef drammen dat hij boten moest ophalen in de Caraïben en dat hij voor mij coke kon meenemen.' (Foto: Tom Waes als Bob Lemmens.)’

Is die overtreding tijdens het proces aan bod gekomen?

Van Wesenbeeck: “Nee, mijn advocaat Luk Delbrouck wilde dat incident niet naar voren brengen. Het idee was om de undercover ermee te confronteren. Maar dat mocht niet, zelfs niet schriftelijk – die verzoeken werden allemaal afgewezen. Ik vind dat de advocaat het alsnog had moeten doen.”

License to kill

Wat vindt u van de apotheose in ‘Undercover’? De undercovers kondigen aan te gaan trouwen en dan volgt de inval, terwijl op het allerlaatste nippertje de grote partij drugs onderweg gevonden wordt. In werkelijkheid zijn er nooit drugs aangekomen, maar de verloving klopte wel. Een beetje, toch?

Van Wesenbeeck: “Ik zag het dagen van tevoren al aankomen, toen Billy had aangekondigd dat hij Nina ten huwelijk ging vragen en dat wij daar allemaal bij moesten zijn. Het stelde niks voor. Er was een partytentje van drie bij drie meter, en dat stond er al: de vorige avond was daar de verjaardag van mijn nichtje gevierd. Toen Billy zei dat hij Nina ten huwelijk ging vragen, heb ik de nacht voordien de boel nog opgeruimd. Ik ben er ’s morgens heen gelopen en heb er een broodje gegeten. Billy zei: ‘Ik heb rosé champagne voor jou.’ Ik lust niet eens champagne.”

Robert Van V.: “Het was een armoedige bedoening. Er waren wat broodjes en beleg. Die fles champagne hebben ze niet eens opengetrokken. Ik dacht eerst dat de politie-inval een geintje was, maar Billy ging meteen op z’n knieën zitten. Ik ging op de grond liggen, Nina zat op haar knieën naast mij te janken. Dat is de laatste keer dat ik haar gezien heb. Ik keek haar aan, ik zag haar janken, toen kreeg ik oogkleppen op.”

Van Wesenbeeck: “Het arrestatieteam kwam als gekken de camping opgereden. Ze keken echt nergens naar. Ze reden zelfs een kind aan, dat daarna behandeld moest worden. De partytent was in een paar seconden helemaal kapot. Ze waren zwaarbewapend, er stonden ontelbaar veel laserpunten op mijn lijf gericht. Als iemand van ons een wapen had getrokken, was het een bloedbad geworden. Het arrestatieteam had een license to kill. Normaal waren wij 24 uur per dag gewapend, die keer niet. We hadden het al zien aankomen (lacht). In de kranten stond dat er tien personen zijn aangehouden, in werkelijkheid waren het er maar drie: Robert, mijn schoonbroer en ik.”

De serie eindigt met de persconferentie waarop de federaal procureur zegt dat ‘een grootscheeps onderzoek in samenwerking met de Nederlandse politie heeft geleid tot het oprollen van een van de grootste xtc-bendes van Europa’. Voor u had het daar niet moeten stoppen?

Van Wesenbeeck: “Een waarheidsgetrouw vervolg had best gemogen. Ik werd naar de gevangenis van Hasselt gebracht. De directrice daar is de duivel in eigen persoon: Myriam Coucke. Ze is goed bevriend met de betrokken onderzoeksrechter en de procureur. Ze zei: ‘Gaat u zitten. U moet bekennen.’ Ik antwoordde: ‘Lelijke idioot, jij hoeft mij alleen op te sluiten, wat heb jij ermee te maken?’ ‘Daar kom je nog wel achter,’ zei ze. Dat klopt, daar ben ik achter gekomen. Zij heeft van mijn leven in de gevangenis een hel gemaakt.”

'Mijn dochter is met Nina op stap geweest in Antwerpen. Daar had ze zogenaamd goede vriendinnen. Allemaal agenten.' (Foto: Anna Drijver als Kim de Rooij.)’

Niet alleen zij, toch?

Van Wesenbeeck: “Nee. Ik werd later overgeplaatst naar de gevangenis in Brugge. Daar kreeg ik het slechte nieuws dat mijn vrouw hartkanker had. Ze moest een risicovolle operatie ondergaan. Ik wilde er graag bij zijn, maar dat werd me geweigerd. De operatie is gelukkig goed verlopen en mijn vrouw kon beginnen revalideren. Ik heb de directrice gevraagd of ik daarom kon worden overgeplaatst naar een gevangenis dichter bij mijn familie. Ze zei: ‘Ze heeft hartkanker, ze gaat toch dood. Dus nee.’ Wat moet je dan zeggen? Wat een honden. Mijn vrouw heeft toen zelf een brief naar de toenmalige minister van Justitie gestuurd, Annemie Turtelboom. Daar kreeg ze hetzelfde antwoord: ‘Nee, u gaat toch dood.’”

Met de rechtsgang in België schoot het ook niet echt op?

Van Wesenbeeck: “Mijn advocaten hebben alles uit de kast gehaald om de waarheid aan het licht te brengen over de gang van zaken met de undercoveractie en de uitlokking, maar die Marianne Cappelle heeft het persoonlijk op ons gemunt. Toen de rechter haar beval om met een bepaald deel van het dossier te komen, zei ze letterlijk: ‘Over mijn lijk, nooit ga ik dat geven.’ De rechter gaf haar twee weken de tijd om het bij ons te brengen. Na twee weken kregen we één of twee A4’tjes. We hebben de rechtbank toen proberen te wraken, maar dat hebben we verloren. Het proces leek meer een soort talentenjacht, met waarheidsvinding had het niks te maken.”

Wat was het meest frustrerende?

Van Wesenbeeck: “Dat we op geen enkele manier iets konden voorleggen aan de undercovers. Zelfs niet schriftelijk. Daardoor zijn mijn rechten geschonden. Anders was het duidelijk geworden dat wij vanaf het begin al op de hoogte waren van de actie en dat het wel heel onaannemelijk was dat wij ons zouden inlaten met dat drugstransport.”

Waarom is het zo gegaan, denkt u?

Van Wesenbeeck: “Volgens mijn advocaat Luk Delbrouck zou de voorzitter van de rechtbank promotie krijgen op voorwaarde dat ze ons zou veroordelen. De dag na de veroordeling raakte bekend dat ze een nieuwe aanstelling kreeg bij het hof van beroep. De intimidatie ging ver. Op een gegeven moment kwam Luk aangeslagen bij mij op bezoek. Hij zei: ‘Ze hebben me gewaarschuwd. Ik moet stoppen met dieper te spitten. Anders krijg ik problemen en word ik gearresteerd.’”

Volgens uw advocaten was het volgens de Belgische wet onmogelijk u te veroordelen, maar dat gebeurde dus toch.

Van Wesenbeeck: “Ik ging in beroep en trof de slechtste rechtbank van België: de dertiende kamer. Bijnaam: de bloedbank. Ook daar werd ik veroordeeld. Door naar cassatie, nog vechten tot het uiterste. Ook in cassatie kreeg ik ongelijk. Door naar het Europees Hof. Luk Delbrouck en mijn Nederlandse advocaat Geert-Jan Knoops waren er helemaal van overtuigd dat we de zaak zouden winnen. Ik ook, tot Knoops vertelde dat er zeven rechters over zouden oordelen en dat de samenstelling van het Hof grotendeels Belgisch georiënteerd was. Drie van de zeven vonden dat ik geen eerlijk proces had gehad, maar België kwam ermee weg. Terwijl het Hof België al vaker op de vingers had getikt in andere zaken.”

Niet herkend

Hadden uw advocaten meer kunnen doen?

Van Wesenbeeck: “Achteraf, nu ik er veel over heb gelezen, denk ik: wat voor advocaten heb ik gehad? Ze hebben geen steekje laten vallen, ze hebben het gewoon verziekt. Ik ben veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor de smokkel van 15.000 kilo hasj en 600 kilo amfetamine. Maar dat was een ‘spookpartij’: er is nooit een transport geweest.”

De man die u – volgens de anonieme tipgever – verraden zou hebben, Roel S., is overleden. Is er nog een mogelijkheid alsnog uw ‘recht’ te halen?

Van Wesenbeeck: “Daar ben ik mee bezig. Achteraf wordt er van alles duidelijk. We vonden het allemaal al vreemd dat Roel als enige niet was aangehouden. Hij komt in het dossier ook helemaal niet voor. Hij is opgeroepen als getuige, maar is nooit gekomen. Toen begreep ik niet waarom. Nu wel.”

Marian, de vrouw van Roel, zegt dat ze nooit iets heeft geweten van wat Roel voor u deed.

Van Wesenbeeck: (lacht) “Ik kan je zo in contact brengen met mensen die voor mij met Roel hebben samengewerkt en die bevestigen dat hij wel degelijk voor mij heeft gewerkt (We hebben contact gehad met twee medeverdachten die het inderdaad gedetailleerd bevestigen, red.).”

'Eerst moest ik nog wel lachen om 'Undercover'. Alleen dat accent al: in de serie praten ze Tilburgs, wij zijn van Eindhoven.' (Foto: Frank Lammers en Tom Waes in de serie.)'

We hoorden dat de Nederlandse politie u graag wil spreken.

Van Wesenbeeck: “In de kranten staat dat ik voortvluchtig ben, maar ik ben op aanraden van de politie uit Nederland weggegaan. In april 2016 is er bij Party King in Best een inval geweest, waarbij 55 mensen werden opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij handel in synthetische drugs. Daar heb ik niks mee te maken, maar het schijnt dat ze me daarover willen spreken. Afgelopen maandag 24 juni ben ik naar het politiebureau in Eindhoven gegaan om te vragen hoe het zit.”

Daar herkenden ze u niet…

Van Wesenbeeck: “Ik kwam daar binnen en zei dat ik Ferry Bouman was en dat de recherche me zocht. Na vijftien minuten kwamen ze terug voor mijn paspoort. Ze konden me niet vinden in hun bestand. Toen zei ik: ‘Ik ben Janus van Wesenbeeck.’ Die kenden ze wel. Ik zei: ‘Jullie zijn bij mijn dochter in België binnengevallen om mij op te pakken. Waarom? Jullie wéten dat ik niet in België mag komen. Jullie schrijven dat ik voortvluchtig ben, terwijl jullie tegen mij hebben gezegd dat ik weg moest gaan omdat ze mij gingen doodschieten.’ Ik heb ook gezegd dat ik later heb ontdekt dat ze gebruik hebben gemaakt van de getuige Jef D., die tien jaar strafvermindering heeft gehad. Nochtans heb ik nooit iets met hem gedaan, iedereen wist dat het een verrader was. Ik besloot: ‘En als klap op de vuurpijl blijkt Roel S. een criminele infiltrant te zijn.’ Ze zeiden: ‘Dat weten wij.’ Toen kon ik gaan.”

De serie ‘Undercover’ wordt vervolgd, wederom met u in de hoofdrol. Dat zal dus voornamelijk fictie zijn. Wat gaat u intussen doen?

Van Wesenbeeck: “Mijn bijnaam is Harry Potter. Dat is niet vanwege mijn bril. Ik geef nooit op, de onderste steen zal bovenkomen. Ik heb intussen alweer nieuwe interessante dingen ontdekt. Ze zijn nog niet van mij af.”

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden