Zaterdag 19/10/2019

Interview

Jan Mulder: “Eén keertje je vrouw bedriegen, dat mag, maar systematisch de kluit belazeren: niet doen”

Jan Mulder, columnist, voetbalkenner en schrijver, is gracieus en zonder er ruchtbaarheid aan te geven de tijdloosheid ingegleden. Hoewel hij intussen 73 is, lijkt hij in de ogen van een onafhankelijke waarnemer, die de dingen niet fraaier voorstelt dan ze zijn, geen dag ouder dan tijdens onze vorige ontmoeting in 2014, het jaar waarin hij op tv extra kleur gaf aan het WK.

In hotel 't Sandt in Antwerpen snijden we op een verdwaalde zomerochtend in oktober zijn nieuwe boek Liefde & aardbevingen aan, een korte roman die zich in zijn Nederlandse provincie van herkomst afspeelt: Mulderesk getransformeerd heet Groningen nu De Barmhartigheid en het dorp waar de schrijver op inzoomt heet Huile, een plaatsnaam die je, hoe noordelijk ook, olieachtig op z'n Frans dient uit te spreken. Een inwoner van Huile is een Huilebalk, ook op z'n Frans. De aardbevingen uit de titel zijn uit het leven gegrepen, want Groningen wordt geteisterd door onheil op de schaal van Richter, een gevolg van de overijverige schaliegaswinning aldaar. En de rest is liefde en dood en verdoemenis, maar ook taalplezier.

Vergt een literair bedoelde tekst een ander soort concentratie dan het columnisme?

Jan Mulder: “Ja. Een column is een geluk van een uur. Maar ik heb bij het schrijven van Liefde & aardbevingen ervaren dat in-een-verhaal-zitten erg fijn is: als ik ergens was, dan wilde ik gauw weer naar dat boek terug.

“Ik ben bijna altijd verliefd op wat ik bedenk en schrijf, en daardoor draaf ik weleens door. Ik hou wel van een uitweiding - ik sla maar wat graag zijstraten in. Als de zinnen maar goed en mooi zijn, al moet ik wel oppassen dat ik het overzicht niet verlies.”

Is schrijven altijd een genoegen?

“Veel schrijvers, misschien wel de wáre schrijvers, zien schrijven veeleer als een karwei, terwijl ik het als een groot geluk ervaar. Bovendien is het me in zo'n roman nog het meest om de formulering, om het scheppen van mooie zinnen te doen.”

Taallust.

“Als ik sommige zinnen teruglees, ben ik geneigd te zeggen: 'Goed zo, Jan! Dat zullen de lezers prachtig vinden!' (lachje)

“Schrijven draait ook om je eigen genot. Ik hield van de vulpen, maar dat genoegen ben ik intussen kwijt: het gaat me te traag. Maar toch vermoed ik dat er iets beters uit handschrift voortvloeit dan uit gehamer op een tikmachine. Ik heb altijd al van een mooi handschrift gehouden - dat van mijn moeder, bijvoorbeeld. Iemand met een mooi handschrift stijgt meteen in mijn achting. Het begint al met de manier waarop iemand de pen vasthoudt. Sommige mensen schrijven zó: (hij klemt een denkbeeldige pen in zijn vuist). Dat is Trump. Alhoewel ik hem graag z'n handtekening onder alweer een slechte wet zie zetten. Laat Trump maar slechte wetten ondertekenen, Jan geniet wel! (lacht)”

Ordinair tuig

Heb je, toen je nog voetbalde, ooit gedacht dat je fijnbesnaarder was dan de andere spelers?

“Nooit. Ik schrok weleens van een Argentijn of een Italiaan die onder elk niveau van beschaving zat: zó ordinair. Ik schaamde me voor mijn vader en moeder: 'Jullie moesten eens weten met welk tuig van de richel ik te maken krijg.'

“Maar ik was wel iemand die van het mondaine leven in Brussel genoot, terwijl het lang heeft geduurd voor Cruijff van Barcelona begon te genieten. Ik ben vooral een sentimenteel iemand.”

Welke eigenschappen die je als voetballer had, zijn je ook als schrijver van pas gekomen?

“Ik heb altijd van de esthetiek van het voetbal gehouden, van het aanzwellende rumoer van het publiek, de geluiden in de spelerstunnel. Ik had gevoel voor het drama van het spel. Cruijff niet. Paul Van Himst ook niet, denk ik. Die wilden de wedstrijd winnen. Zij hadden geen oog voor bijzaken. Ik wel. Ik was ook wel een winnaarstype, maar achteraf kon ik de schoonheid van verliezen inzien. Prachtig heroïsch verliezen: schitterend! Met geschaafde schenen thuiskomen en ook nog verloren: mooier kan haast niet. En dan getroost worden door het vrouwtje: 'Heb je pijn, jongen?' (lacht)”

Is het, nu je 73 bent, nog van belang dat je aan het werk blijft?

“Ja, maar mijn werk heb ik nooit als werk gezien, en wat dat betreft voel ik me bevoorrecht. Ik heb destijds ook louter om de vreugde van het voetbal gevoetbald en zelfs niet voor de bevestiging van mijn ego.

“Van roeping ben ik geen schrijver, maar een voetballer. Ik was van jongs af aan vastberaden: ik wist zeker dat het voetbal mijn leven was. Het schrijven heeft ook nooit tegen het voetballen opgewogen. Ik heb nooit gedacht: 'Was ik maar eerder met schrijven begonnen.‘”

Maar ik vermoed dat je toch naar een alternatief zocht dat zich, net als het voetbal, in de openbaarheid afspeelde.

“Dat wel. Ik geef toe dat ik altijd een publieksspeler ben geweest. Ik had in Winschoten kunnen blijven voetballen en vrede hebben met één vrouw in het publiek: mijn moeder. Maar daar was geen denken aan. Ik vind dat je voor minstens 60.000 man moet voetballen. Om die roes is het me te doen. Bij het schrijven heb je dat allemaal niet, al kun je er ook wel een beetje bewondering mee afdwingen.

“Ik heb altijd van het publiek genoten, hoewel het altijd een abstract gegeven voor me is geweest. Het publiek is me nog steeds vreemd als ik het tijdens een voetbalwedstrijd uit zijn dak zie gaan van woede of van vreugde. Ik kan me niet in de geest van supporters verplaatsen. Ik kijk onaangedaan naar een wedstrijd.”

Omdat je een analist bent?

“Neen, ik ben vooral een liefhebber. Marc Degryse is veel meer een analist dan ik. Ik ervaar geen grote emoties bij het voetbal, wel vooraf, als ik bijvoorbeeld naar een wedstrijd van West Ham United kijk. Dat clublied! 'I'm forever blowing bubbles'! Ik krijg er tranen van in de ogen.”

Ervaar je grote emoties als je iets moois leest?

“Niet bij romans, maar wel bij poëzie: Remco Campert, Carlos Drummond de Andrade.”

Van god los

Laten we het over Liefde & aardbevingen hebben. Wat was de kiem van het boek?

“Een oom en een tante van mijn vrouw. Een geweldige man, een kruidenier, altijd vrolijk maar evengoed totaal gefrustreerd: hij kon zichzelf nooit ontplooien. Dat lijkt me universeel: bijna geen mens verwezenlijkt wat hij in zich heeft. Je moet geld verdienen voor je gezin, waardoor je ware talent en je dromen zelden aan bod komen. Ik zag die oom wegdromen toen ik bij Anderlecht speelde en hem verhalen over mijn leven in Brussel vertelde: dat was voor hem het Grote Leven. Hij genoot met me mee toen ik in mijn MGB het dorp binnenreed.

Ik ken mijn vrouw nu al zestig jaar, maar er komt een dag dat één van ons beiden het loodje legt. De straf voor al dat geluk.

“Ik loop al tien jaar met het idee voor dat boek rond, maar ik begon er maar niet aan. Tot Kees van Kooten me op een dag zei: 'Een boek van 400 bladzijden hoeft niet, korter is ook goed.'

“Aan het verhaal heb ik, omdat ik in Groningen woon, het grote probleem van de aardbevingen door gasboringen toegevoegd. Dat kwam er haast automatisch in. Al schrijvend moest ik vaak aan de ingeschapen gelatenheid van Groningers denken: tot het bittere einde van de ellende blijven ze beleefd. Die eindeloze aanvaarding! Groningen is altijd al achtergesteld: grootste werkloosheid van Nederland, minste overheidsinvesteringen. Nu heeft die overheid van Groningen een provincie van de groene energie gemaakt. Hoe vals! Groningen is intussen volgeplant met wat ze in de Randstad niet believen: torenhoge windturbines.”

Windenergie is schone energie. Kunnen we daartegen zijn?

“Er zijn toch andere methodes om schone energie te winnen? Heb je die turbines al gehóórd, Rudy? 24 uur per dag het lawaai van een Boeing 747! Ik ken mensen die er niet meer van slapen, maar ze kunnen niet verhuizen. Er zijn ook mensen die windturbines mooi vinden. Wel, ga er dan maar onder wonen. Kun je elke dag naar die conceptuele kunstvorm luisteren.

“Groningen staat om z'n koolzaadteelt bekend - prachtige gele akkers. Op koolzaadolie kun je auto's laten rijden! Maar die groene subsidiestroom uit Brussel moet benut worden. Dus: meer windparken, minder koolzaadvelden. Groningen is een schitterend vlak land maar de horizon is er verpest: ook Duitsland zet zijn windturbines op de grens en dus vlakbij Groningen. Ik vond het leuk om al die ellende nog wat te chargeren in mijn boek.”

Je hoofdpersonage Wilhelmus Voorbosscher denkt na over de verhouding tussen Bach en God. Hij vraagt zich onder andere af of de muziek van Bach even groots zou zijn als ze nu eens niet om God had gedraaid. Hij veronderstelt van wel.

“Ik hou van Bach, maar altijd maar die God en Jezus. Ik sprak daar ooit over met presentator Paul Witteman en die zei me: 'Bach had het evengoed over de aardse liefde kunnen hebben, dan was die muziek even geniaal geweest.' Maar waarom heeft hij dat dan niet gedaan?”

De schoorsteen moest roken. Hij werkte graag in opdracht van de Kerk.

“Ach ja, hij moest natuurlijk ook leven, en hij leefde in heel andere tijden dan ik, die zonder God ben opgevoed. Groningen is niet zo'n gelovige provincie. Omdat 90 procent van mijn boek verzonnen is, heb ik van Wilhelmus Voorbosscher een gereformeerde kerkganger gemaakt. Maar hij valt van zijn geloof af wanneer hij merkt dat de dominee in moreel opzicht vreselijk tekortschiet en discrimineert. Dat is wellicht geïnspireerd door die toestanden in de katholieke kerk: dat kindermisbruik dat altijd overal was, zoals overvloedig is gebleken. Hoe kun je die Kerk nog aanhangen als je gevoel en gezond verstand hebt? Ik zou me daarvan afwenden. Als een damclub van 16 mensen uit 14 criminelen bestaat, dan is het een criminele organisatie. En dat is de katholieke kerk bijna.”

Ocktje, het nichtje van Voorbosschen en de vertelster in je roman, stoort zich aan de religieuze vervoering van Leonard Cohen als hij live 'Hallelujah' zingt, aan de devote blik die hij dan ten hemel werpt. Dat is ook jouw ergernis, durf ik te wedden.

“Er zit iets van mezelf in nagenoeg elk personage. En inderdaad, ik ben een bewonderaar van Leonard Cohen, een prachtige dichter, maar ineens begon dat knielen tijdens 'Hallelujah' me tegen te staan. Dat uitdragen van God tijdens een concert: neen. Als je wil geloven, hartstikke goed hoor, maar hou het voor jezelf, zeker als je een kunstenaar bent. Dat religieuze heeft me ook altijd gestoord aan Johnny Cash.

“Ik heb nooit iets van het geloof begrepen. Op zondag tot drie keer toe ter kerke gaan? Ga met je grote liefde in het gras liggen als het mooi weer is: dáár gaat het om. En wees rechtvaardig: daar heb je geen God voor nodig.”

Voorbosscher schrijft liefdesbrieven naar allerlei beroemdheden, maar hij verstuurt ze niet.

“De oom op wie hij geïnspireerd is, was gek op vrouwen. Niet dat hij mooie vrouwen wilde bezitten, maar hij wilde wel naar ze verlangen, over ze dromen. Allemaal onschuldig, want het kwam niet in hem op om een stap in de richting van die mooie vrouwen te zetten.”

Voorbosscher, de kruidenier, droomt ervan drogist te worden. Dat ziet hij als een promotie. Op een dag is het zover. Bij de opening van zijn drogisterij treden de zogeheten Kukidol Meisjes op, het promotieteam van een voetzalf. Eén van die meisjes beschuldigt hem achteraf van grensoverschrijdend gedrag. Waarmee we als vanzelf bij #MeToo zijn beland.

“Ik ben vóór. Al gaf het geval-Brett Kavanaugh, de Amerikaanse opperrechter, me wel te denken: hij werd beschuldigd van iets dat hij op 17-jarige leeftijd zou hebben gedaan. Ik zal ook weleens onhandige dingen hebben gedaan toen ik 17 was. Geknoei met een meisje uit onkunde, uit paniek. Ik kan het niet goed beoordelen, maar 17 lijkt me erg jong om iemand van grensoverschrijdend gedrag te beschuldigen. Maar voor de rest ben ik helemaal voor #MeToo.

“Kijk, mannen zijn over het algemeen nog steeds de baas, en dát moet veranderen. Beatrice de Graaf, een Nederlandse terrorisme-experte, zei onlangs: 'De emancipatie is pas voltooid als er ook luie en slechte vrouwen aan de top staan.' Ja! Heel doortrapte wijven moeten het voor het zeggen hebben bij Shell en Philips! Het soort wijven waar je woedend op wordt. Dan pas is het oké.”

Uit Liefde & aardbevingen spreekt volgens mij ook heimwee naar de nerinkjes van kleine middenstanders in de dorpen van weleer.

“Ja, al die winkeltjes zijn weg. In ons dorp waren wel vier banketbakkers: allemaal weg. Zo jammer voor de samenleving. Nu ga je 15 kilometer verderop voorraad voor een week inslaan in een supermarkt naar Amerikaans model. Er is geen leven meer. 't Was duizend keer mooier in de jaren 50 en 60. Niet dat dat per se betere jaren waren, maar ik was gelukkiger in die tijd: 't was een vriendelijker wereld. Nu ja, op de onderdrukking na: de man was de baas in huis en de dominee en de pastoor beslisten. Seks bestond niet. En toch vond ik het leven prettiger dan nu. De economie heeft alles in ongunstige zin veranderd.”

Lees verder onder de foto.

De katholieke kerk is haast een criminele organisatie. Hoe kun je ze nog aanhangen als je gevoel en gezond verstand hebt? Ik zou me daarvan afwenden.

Halve robot

Er is volgens mij geen verschil tussen je professionele leven van tien jaar geleden en je professionele leven van nu.

“Neen, en zo zou het eeuwig moeten doorgaan, maar ik vrees dat het op een dag toch zal stoppen. Zóóó onrechtvaardig. Ik bedoel niet dat er een eind aan mijn werk of mijn geluk zal komen, maar aan het leven zelf. Wat is dat een onzinnig systeem, zeg. Dat we dood moeten, is een onverdiende straf. Ik heb om te beginnen al niet gevraagd om geboren te worden, maar dan moet je op een dag ook nog opgebaard liggen, met je twee zoons bij de kist.”

Welke houding neem je aan tegenover de dood?

“Ik negeer ze. Je kunt niet anders. Ik tob er dus niet over. Mijn moeder is 95 geworden.”

Je kunt op goede genen vertrouwen.

“Ja, maar dan moet je geliefde ook nog in leven blijven. Zonder Johanna vind ik er niks aan. Wat een afschuwelijk idee dat zij er niet meer zou zijn. Tijd is zo betrekkelijk. Als je mij zou vragen wat ik tussen 1980 en 1990 deed: ik zou het niet weten. Ik weet alleen dat het in een flits voorbij is gegaan. Hetzelfde geldt voor mijn voetbaljaren. Sneller dan het licht! Zo zal het ook gaan met de twintig jaar die mij misschien nog rest.”

'Een gelukkig leven samen is de lange aanloop naar de val in het ravijn, luidt het in Liefde & aardbevingen.

“Dat zie ik bij vrienden die hun man of vrouw verloren hebben. Op een gegeven moment slaat het toe, hè? Ik ken mijn vrouw nu al zestig jaar. Onze band wordt almaar hechter en liefdevoller. Er weegt niets op tegen onze gedeelde ervaring, maar er komt een dag dat één van ons beiden het loodje legt. De straf voor al dat geluk. Ik zeg dan ook tegen alle alleenstaanden: wees blij.”

Je hebt het in Liefde & aardbevingen ook over zelfdoding.

“Zelfdoding komt vaak voor in Groningen: ze gooien zich in een kolk, een waterput. De wanhoop van die mensen...

“Ik zou het nooit doen. Zelfmoordgedachten heb ik nooit, maar je schijnt ze niet te kunnen stoppen als ze eenmaal in je hebben postgevat. Een geheimzinnig fenomeen. Ik heb Joost Zwagerman altijd als een vrolijke, leuke man gekend: de zon in huis. En die komt dan in een niet eindigende tunnel terecht, waaraan niet te ontsnappen valt. Die drang is me vreemd.

“Als je ouder wordt en aftakelt, wordt het allemaal zo lastig. Geestelijk was mijn moeder nog helemaal in orde, maar ze ergerde zich zo aan de mobiliteit die ze kwijt was. En aan het feit dat aankleden, met al die kousen en onzin, ineens een heel gedoe werd. En als je dan moest plassen, moest je van alles weer uittrekken. Die rompslomp! En uiteindelijk moet je dan in een bad getakeld worden. Mijn moeder schaamde zich dat ze een verpleger tot last was. Ze vond het gênant dat iemand haar zo moest helpen. Zo vernederend. Zo onverdiend. Heel erg. Nog afgezien van het feit dat je verdrietig bent om het leven dat wegglijdt. Maar goed, men werkt eraan. DNA-knippers en orgaanvernieuwers zitten niet stil.”

Ga je ervan uit dat jij nog je voordeel zal kunnen doen met die wetenschappelijke vooruitgang?

“Ja. Ik ben bereid half als robot voort te leven. Zelfs als bewustzijn in de cloud: dat lichaam denken we er dan wel bij. Ik zou ervoor kiezen, want dood vind ik helemaal niks. En saai. Ik ben zo'n levensgenieter en ontvankelijk voor geluk. Als je doordenkt op dat 'niets', word je gek. Weet je wat het is? Ook aan je geluk zou je achteloos moeten voorbijgaan. Je moet ook niet te veel aan je vrouw zeggen dat je van haar houdt, hoe vaak je dat op een dag ook mag beseffen. Ik hou waanzinnig veel van mijn jongens, maar dat zeg ik ze niet, vroeger niet en nog steeds niet, maar 't is wel zo. Nu ja, affectie krijgt wel meer gestalte naarmate je ouder wordt, ook van de zoons zelf.”

Verandert er nog meer ten goede als je ouder wordt?

“Je wordt iets verstandiger. Toen ik nog in Bussum woonde, ging ik 's avonds vaak met een vriend naar een café in Amsterdam. Daar heb ik totaal geen behoefte meer aan. Ik ben zelfs blij dat ik daar vanaf ben. Ik zit veel liever thuis te schrijven of te lezen, wars van al dat overbodige sociale gedoe. Laatst vroeg ik aan Remco Campert of hij nog wel eens naar de bioscoop ging - dat placht hij op woensdagmiddag te doen, elke week vaste prik. 'Neen,' zei hij, 'maar ik mis het ook niet.' Dat je wereld kleiner wordt, hoeft niet onprettig te zijn.”

Nachtclubeigenaars

Soms denk ik dat er vroeger een grotere bereidheid was om er oud uit te zien.

“Mijn vader stierf toen hij 49 was. Hij zag er toen duidelijk als een man van middelbare leeftijd uit. Dat pak, die das, die broekspijpen met omslagen. Hij was schoenmaker en werkte altijd keurig in het pak. Die heerlijke lijmgeur in zijn werkplaats. Volgens mij was hij een junk (lacht). Als ik hem in gedachten oproep, denk ik: 'Zo ben ik nooit geweest.' 't Komt er natuurlijk ook op aan dat je iets verder stapt dan de koolzaadakker. Ik kwam al snel in Brussel en in Amsterdam terecht. Dat scheelt.”

Heb je de indruk dat je jeugdherinneringen scherper worden?

“Ja, en ook wel liefdevoller. Ik koester ze meer. Dat komt ook omdat ik een gelukkige jeugd heb gehad: we hadden het niet erg breed, maar 't was altijd gezellig. Mijn leven begon goed en 't is altijd goed gegaan met mij. Daar ben ik dankbaar voor. Terugdenken aan vroeger, ook aan mijn voetbalcarrière, wordt wel lastiger: ik ken die jongen van vroeger nog wel, die speler van Anderlecht, maar ik ben hem niet meer. 't Is voorbij.”

Tien jaar geleden was je die jongen nog steeds, denk ik.

“Ja, misschien wel. Ook het voetbal zelf is intussen ongelofelijk veranderd en verhard en vercommercialiseerd, al is mijn liefde voor het spel daar nog steeds niet door aangetast. En Messi zien spelen is en blijft van een weergaloze mysterieuze schoonheid. Bij het voetbal denk ik, ondanks alles, nog steeds niet vanzelf aan witwassen en matchfixing.”

In een column aangaande het Belgische voetbalschandaal schreef je een tijdje geleden dat je al vijftig jaar weet hebt van malversaties en gesjoemel in het voetbal. Dat heb ik ook al van andere ingewijden gehoord.

“Ik merkte altijd wel iets raars aan het eind van de competitie, en niet alleen in België, maar overal. Omkoping vind ik verschrikkelijk, maar het probleem is het grijze gebied. Een scheidsrechter die langer dan 5 seconden met een voetbalmakelaar telefoneert, is al fout. Hij zou niets, níéts met die man te maken mogen hebben. Voetbalmakelaars, die kwalijke vrije jongens, zijn aan de luiheid van clubs te wijten. Een club mag voor mijn part een huismakelaar in dienst hebben, maar zou meteen moeten bedanken voor het soort makelaars dat én met Anderlecht én met Club Brugge zaken doet. Dat schreeuwt om verderf.”

Werden die malversaties niet vijftig jaar lang gedoogd in het voetbal?

“In negen van de tien gevallen is die corruptie moeilijk te bewijzen. Daardoor ettert ze maar voort. Ik herinner me omgekochte verdedigers tijdens KV Kortrijk - Moeskroen: 't was werkelijk om je dood te lachen, ka-ri-ka-tu-raal, maar als je geen filmpje hebt waarin je meneer X in een telefooncel in Diksmuide geld ziet overhandigen aan meneer Y, dan sta je machteloos. Een voorzitter van een club die een sjoemelaar met een voorstel aan de lijn krijgt, zou dat als de bliksem aan de politie moeten melden, en aan de KBVB, maar om één of andere reden gebeurt dat niet. Doodsangst?

“Als er in Nederland een schepen tegen de subsidie voor een voetbalclub stemde, dan was het niet ongebruikelijk dat hij weldra enge pakketjes in zijn portiek aantrof, of anders werd zijn tuin omgegraven. Zijn vrouw werd beledigd in de winkel. Het leven werd hem onmogelijk gemaakt. Wat is er aan de hand? Een enorme verharding van de voetbalsport die gelijk opgaat met normvervaging.”

Er gaat misselijkmakend veel geld in het voetbal om.

“Te veel. De bedragen die makelaars aan transfers overhouden gaan maar omhoog, en wat spelers verdienen is haast niet meer te bevatten. Luke Shaw, een niet zo goeie linksback van Manchester United kreeg vorige week een contract aangeboden van 40 miljoen euro voor vijf jaar. Een buitensporig bedrag voor die man. Zei ik 'een niet zo goeie linksback'? Ik bedoelde: hij kan er niks van. Ik zie nu spelers tientallen miljoenen verdienen die in het Anderlecht waarvan ik deel heb uitgemaakt, niet hadden mogen meespelen. Ik ben geen enge socialist, maar toch zou ik die ziekelijke bedragen aan banden willen leggen, ook in andere sporten: Roger Federer die een contract met een Japans kledingmerk tekent en daar 258 miljoen euro voor vangt. Ziekelijk.

“Toen Constant Vanden Stock destijds bij Anderlecht mijn contract met mij besprak, vond ik alles goed. Ik had geen agent, maar toen ik bij Ajax speelde, behartigde Cor Coster, de schoonvader van Cruijff, mijn zaken. Van hem moest ik me laten betalen voor interviews (lacht). En hij regelde voor mij een contract met een schoenenmerk. Dat ging mij allemaal veel te ver. Cor durfde ook te overvragen en dat geneerde me. Niet dat ik tegen geld ben, ik verdien graag goed als tegenprestatie voor mijn bijdragen aan het wereldamusement. Kapitalisme lijkt me trouwens zo kwaad nog niet in vergelijking met het communisme.”

We hebben het nu al een tijdje over moraliteit en toevallig gaat Liefde & aardbevingen fundamenteel ook over deugen en niet deugen.

“Dat heeft me altijd al beziggehouden. Ik kan niet tegen slechtheid. Eén keertje je vrouw bedriegen, dat mag wel - je bent een mens van vlees en bloed - maar de kluit systematisch belazeren: neen, niet doen. Vooral niet als je door die kluit bent aangesteld om ze te vertegenwoordigen. Ik ben voor rechtvaardigheid, tot de laatste snik.”

Een deel van je werk is: openbare meningen hebben. Heb je ook weleens géén mening?

“Ja, hoor. Over Stephan Keygnaert, chef voetbal bij Het Laatste Nieuws, die laatst ook in opspraak kwam in het voetbalschandaal. Over hem heb ik totaal geen mening. Hij kende verdachte mensen, maar goed, een journalist moet nu eenmaal connecties hebben, goede en slechte. Hij moet netwerken, ook ten dienste van de abonnee. Er zijn geen journalisten die dat níét doen. Is Keygnaert daar te ver in gegaan? Geen idee.”

Wat vind je van de tijd waarin je nu 73 bent?

“Ons leven zal over het algemeen vast aangenamer zijn dan 200 jaar geleden, maar ik zie te veel Trump - die ongelofelijke vulgariteit! - Poetin, Erdogan, China. De wereld wordt door nachtclubeigenaren geregeerd.”

Laat ik nog één zin in verband met de ouderdom uit Liefde & aardbevingen lichten: 'Over de teloorgang van de seks en andere uitstapjes is heen te komen, maar de aangename zachtheid van het leven zelf is moeilijk achter te laten.'

“Ik zal zo moeilijk afscheid kunnen nemen van het leven. We zijn hier nu in Antwerpen; straks rij ik fluitend terug naar Groningen, en intussen zal ik aan al de leuke dingen van Antwerpen denken: aan de brasseries, aan 'De Zwarte Panter' hier om de hoek, de galerie van Adriaan Raemdonck, en aan nog veel meer moois. En dat domme gehobbel van de seks, daar kom je inderdaad wel overheen, al zit het opperste geluk daar soms wel in, vind ik. Maar uiteindelijk teken ik voor de pure, zuivere, platonische liefde.”

Extra Time Canvas, maandag 12 november, 22.15 uur

Jan Mulder, 'Liefde & aardbevingen', De Bezige Bij

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234