Dinsdag 19/10/2021

InterviewJan Leyers

Jan Leyers: ‘Ik ben bang dat ik me dood zou vervelen in de wereld die woke voorstaat’

‘Ik hoor mensen vaak verkondigen dat ze na hun pensioen helemaal hun zin zullen doen. Ik vind dat een beetje treurig. Geluk mag je toch niet laten wachten?’ Beeld Johan Jacobs
‘Ik hoor mensen vaak verkondigen dat ze na hun pensioen helemaal hun zin zullen doen. Ik vind dat een beetje treurig. Geluk mag je toch niet laten wachten?’Beeld Johan Jacobs

Ik zou best zijn butler willen zijn, bedenk ik in de trein naar huis. In ruil voor kost en inwoning, een gratis inkijkje in zijn energiek ademende gezin en een dagelijks filosofiecollege zou ik Jan Leyers (63) klokvast het aperitief en een kreukvrije krant aanreiken, van een lauw voetbadje voorzien en hem de voetbaluitslagen voorlezen.

Helaas, er is geen vacature: ook na jaren van driftig maken – muziek, televisieprogramma’s, boeken, dochters – is Leyers nog niet toe aan een bedaagd leven. Net heeft hij met Paul Michiels Soulsister weer leven ingeblazen. De groep kwam onlangs met ‘Something I Need to Know’, een nieuwe single.

“Een jaar of twee geleden waren we al begonnen aan nieuw werk. Maar toen kwam corona en lag alles een poos stil. Na een paar maanden hebben we de draad weer opgepikt, en nu hebben we een hoop nieuwe nummers klaar.”

Was het oorspronkelijke plan niet om een best of uit te brengen?

“Dat was een idee van de platenfirma, om wat leven te brengen in de lamlendige leegte van de lockdowns. Maar een best of is toch een beetje als de afvaart van de Rijn, vind ik: vast heel leuk, maar je kunt het later nog doen.”

Komt er een volledige plaat?

“We beginnen met een paar singles. Maar de wereld is veranderd, hè. Vroeger maakte je als muzikant iets fysieks: singles en platen die je in je handen kon houden. Nu moet je een bestand uploaden naar Spotify en de radiostations. ‘Wij zijn Soulsister, en onze nieuwste upload is nu klaar’ – zo gaat het tegenwoordig.”

In vergelijking met de jaren 80 en 90 is nog wel meer veranderd in de muziekwereld.

“Alleen al de techniek! Vroeger had je als muzikant thuis geen opnamemateriaal. Een cassetterecorder, ja, voor de ideeën die je absoluut niet mocht vergeten. Maar voor een plaat ging je naar een echte studio, met dure microfoons en van die eindeloze mengtafels. Je kreeg twee of drie weken, en daarna was het klaar. Nu kun je veel dingen zelf opnemen, thuis, en eindeloos blijven spelen met Pro Tools. Heel handig is dat, maar er schuilt ook een gevaar in: je kunt blíjven prutsen.”

“Nick Cave heeft ooit gezegd dat hij al schrijvend ontdekt wat hij wil zeggen. Dat herken ik: ik ben nooit de man van de grote, gulle worp geweest. Een liedje komt er niet zomaar uitgegleden, bedoel ik, het is altijd een proces van kerven, knippen en polijsten. Ik behoor tot de school van de toegewijde prutsers.”

“Heb jij ‘Something I Need to Know’ al gehoord? Wat vind je ervan?”

Het klinkt heel Soulsister, en tegelijk heel 2021.

(knikt) “Dat laatste hebben we aan Jasper Maekelberg te danken, onze producer, een jonge gast – 32 is hij – die met een opeenvolging van kleine ingrepen mee dat geluid heeft gebouwd. Hij luistert met andere oren dan Polle en ik, wat heel verrijkend is. Wat niet wegneemt dat we ook vlammende discussies hebben, hoor. Hij haat ABBA, bijvoorbeeld. Zoiets kan niet, hè.”

Paul Michiels is intussen 73...

“... maar hij blijft zingen alsof er niets aan de hand is.” (lacht)

“Ik weet waar je naartoe wilt: we zouden ook rustig kunnen teren op het verleden. Maar ik zou me niet kunnen verzoenen met het idee dat er nooit meer iets nieuws komt. Dan kom je al snel bij van die grote nostalgieconcerten in het Sportpaleis uit, en die kunnen de honger nooit helemaal stillen. Ik speel onze oude nummers nog heel graag, maar ik wil ook blijven zaaien. Eigenlijk zijn Polle en ik boeren: we willen zaaien en oogsten.”

Met Paul Michiels in de hoogdagen van Soulsister. ‘De oude wereld lijkt in te storten: de Kerk, de banken, de klassieke media… In zo’n wereld moeten wij een soort van existentiële troost zijn.’ Beeld Reporters / KNAEPS
Met Paul Michiels in de hoogdagen van Soulsister. ‘De oude wereld lijkt in te storten: de Kerk, de banken, de klassieke media… In zo’n wereld moeten wij een soort van existentiële troost zijn.’Beeld Reporters / KNAEPS

SINGLE DER SINGLES

Jullie treden ook weer op. Wie ben je het liefst: de muzikant op het podium of de schrijver aan z’n bureau?

“Ik heb het allebei nodig. Op gezette tijden ga ik tussen m’n boeken wonen. Dat voelt dan als een noodzaak, maar telkens komt ook weer het moment waarop ik opnieuw de wereld in wil. Leven als een heremiet maakt me na verloop van tijd ongedurig. Omgekeerd geldt ook: als ik te lang on the road ben, bekruipt me het verlangen om me terug te trekken onder mijn leeslamp.”

“Nu zijn we dus weer volle bak aan het optreden. Onlangs speelden we met Soulsister op PaApelrock, in Pijpelheide — bij Heist-op-den-Berg, en dus het territorium van de Polle. Tot onze verbazing stonden we op de affiche tussen een Iron Maiden-covergroep en The Kids. Het stevige werk, dus. Maar dat marcheerde! Heavymetalfans die ‘Like a Mountain’ stonden mee te zingen: prachtig.”

Is optreden nog altijd dezelfde sensatie als pakweg dertig jaar geleden?

“Aan het gevoel is niets veranderd: het is honger hebben en aan je lievelingsschotel mogen beginnen. Er zit ook iets kommerloos aan een concert spelen. Ik sta op een podium niet te denken aan de mails die ik nog moet beantwoorden, of aan de grote levensvragen. Nee, ik speel gewoon. Voor mij is optreden volledig opgaan in het moment, zoals een kind dat met een blokkendoos speelt. Dan is het alsof er geen verleden of toekomst bestaat. Eigenlijk is een concert een langgerekte mindfulnesssessie.”

Die ook nog eens vorstelijk betaald wordt.

“Goh, daar zou ik me niet te veel bij voorstellen. Ik moet nu denken aan den Herman, de gitarist van het groepje dat ik in 1978 had. Na een maand kwam hij naar mij: ‘Ja Jan, ik heb me toch een beetje mispakt. Ik dacht: ik doe het voor het geld. Maar al snel had ik door dat rijk worden er niet in zit. Toen dacht ik: ik doe het voor de vrouwen. Maar ook dat bleek niet zo te werken. Dus nu denk ik: ik zal het gewoon voor de muziek moeten doen.’ (lacht) Dat vat het wel zo’n beetje samen.”

Wat moet Soulsister in 2021 betekenen? Wil je in de eerste plaats verstrooiing bieden, of eerder iets vertellen?

“Soulsister moet een soort van existentiële troost bieden.”

Dat is, euh, ambitieus.

“Eigenlijk is het geen ambitie, eerder een vaststelling. De oude wereld lijkt in te storten. Ga maar na: de Kerk, de banken, de klassieke media… En op zoveel iconen van weleer hangt duivendrek. Spel de gastenlijst van Nachtwacht maar eens uit, mijn Canvas-programma van een kleine twintig jaar geleden: veel van de gasten van toen — Roger Vangheluwe, Godfried Danneels… — zijn later volkomen verbrand. Niets of niemand schijnt immuun voor fraude en bedrog. Wel, in zo’n wereld waarin maar enkele zekerheden overblijven, is één van die zekerheden Soulsister.”

“Er zit een overdrijving in wat ik zeg, natuurlijk, maar de inzet is wel hóóg als ik muziek maak. Aan een nieuw nummer begin ik met de gedachte dat het alle vorige liedjes in de schaduw zal zetten, dat het de single der singles wordt. En natuurlijk lukt dat niet altijd, maar daar mik ik wel op. Ik denk nooit: nu ga ik even een tof tussendoornummertje schrijven. Wie heeft daar wat aan? Als je iets maakt, vraag je jezelf af wat je precies wilt zeggen. Maar bij mij staat er tussen haakjes bij: ‘En is er iemand die het wil horen?’”

Betekent dat dat je meer geniet van het resultaat dan van het maakproces?

“Onlangs vroeg iemand me net na een optreden of ik ervan genoten had. Ik kromp wat in elkaar bij het horen van die vraag. Ik hou van de gedachte dat ik live kan spelen, ja. Maar terwijl ik aan zo’n concert bezig ben, sta ik niet te genieten. Ik heb Eddy Merckx nooit tegen commentator Fred De Bruyne horen zeggen: ‘Ja, die laatste vijftig kilometer, dat was echt genieten.’ Als hij op die berg al aan het genieten is, betekent dat dat hij nog sneller zou kunnen rijden. En zo is het ook met optreden. Als ik op het podium de gedachte kan toelaten dat het heerlijk is wat ik daar sta te doen, zit ik niet genoeg in het moment.”

“Is een bever aan het genieten terwijl hij een dam bouwt? Hij zal de vraag niet eens begrijpen. Het is wat hij doet, punt. In die zin voel ik me een bever.”

‘De wereld kan rechtvaardig zijn en toch gruwelijk saai. Je hebt ook schwung nodig, humor. Ik ben bang dat ik mezelf dood zou vervelen in de wereld die woke voorstaat.’ Beeld Johan Jacobs
‘De wereld kan rechtvaardig zijn en toch gruwelijk saai. Je hebt ook schwung nodig, humor. Ik ben bang dat ik mezelf dood zou vervelen in de wereld die woke voorstaat.’Beeld Johan Jacobs

GRETA & CIS

Behalve een bever ben je ook een heteroseksuele witte man. Daarmee behoor je tot de groep mensen bij wie macht en privileges zich centraliseren.

“Dat hoor en lees ik ook overal, ja. Maar ik vrees dat ik te dom ben om het woke-gedachtegoed te begrijpen.”

Komkom.

“Ik meen het: ik kan veel redeneringen gewoon niet volgen. Dat racisme en discriminatie in Europa nog altijd een gevolg zijn van de kolonisatie, bijvoorbeeld. Goed, ik wil dat aannemen. Maar dat zou toch betekenen dat je als zwarte medemens met een veiliger gevoel door een buitenwijk van Moskou of Warschau loopt, want Rusland en Polen hebben nooit kolonies gehad in Afrika? En dat is niet zo. Integendeel, het racisme is daar nog veel ruwer.”

“Ook in het hele genderdebat voel ik mezelf vaak te dom. De begrippen man en vrouw zijn culturele constructen, lees ik. Maar vervolgens hoor ik dat je als vrouw kunt geboren worden in een mannenlichaam, en vice versa. Je kunt dus gebóren worden als een cultureel construct?”

“De woke-beweging doet volgens mij meer kwaad dan goed. Omdat lijnen getrokken worden tussen mensen op basis van eigenschappen die niet te veranderen zijn. Weet je, in de jaren 60 en 70 was het ergste verwijt dat je kon krijgen dat je een bourgeois was. Maar: je kon bourgeois-af worden. Je kon al je bezittingen uitdelen aan de armen, in een fabriek gaan werken in Hoboken, en lid worden van Amada. Je kon aan de andere kant gaan staan. Maar nu krijg je een label opgeplakt waar je in gevangen blijft. Ik kan niet zeggen: vanaf morgen ben ik geen heteroseksuele blanke man meer. Als je het welzijn van de wereld voor ogen hebt, is dat soort opdelingen contraproductief.”

“Daarnaast is het taalgebruik ook zo elitair. Ga eens aan honderd mensen op de Meir vragen wat een cisgender is: de overgrote meerderheid zal niet kunnen antwoorden. Als de terminologie te ingewikkeld is, méfiez-vous.”

Maar het basisprincipe – kunnen we wat empathie opbrengen voor wie het moeilijker heeft om een volwaardige plaats in de samenleving te verwerven – is toch billijk?

“Natuurlijk, maar ik heb moeite met een mensbeeld dat gebaseerd is op waar in de wereld en op welk moment in de tijd iemand zich bevindt. Als niet-blanke mens heb je het in West-Europa extra moeilijk: daarin ben ik helemaal mee. Maar verplaats de setting naar Qatar, en daar zul je zien dat de Arabische mens een streepje voor heeft. Het hangt van de plaats en de tijd af, daarom mag je de scheidslijnen niet verabsoluteren. En dat de onderdrukte altijd gelijk heeft, is een idee van Jean-Paul Sartre, maar als een onderdrukte zegt dat twee plus twee vijf is, ben ik toch niet geneigd om hem gelijk te geven.”

“Wat me nog het meest stoort, is de totale humorloosheid. In de jaren 60 sprak Muhammad Ali zich vaak uit over de rassenkwestie. Wel, dat was altijd met een twinkeling in de ogen, met flair, met humor. Zelfs mijn vader, nochtans een traditionele, behoudsgezinde Vlaamse man, was fan en lúísterde naar wat Ali zei. Maar in deze tijd heb je Greta Thunberg, met die nooit wijkende loden sérieux. Ze slaagt erin om zelfs wie het inhoudelijk met haar eens is toch nog af te stoten. Terwijl je net het omgekeerde moet doen: de mensen die het niet met je eens zijn aantrekken. Ik zou de woke-beweging een goed pr-bureau aanraden, want de toon die je nu hoort, is er toch vooral één van verongelijktheid, chagrijn, kijverigheid. Terwijl zelfrelativering voor mij essentieel is: je moet kunnen lachen met jezelf.”

Maar heeft wie onrechtvaardig behandeld wordt wel de luxe om te lachen met zichzelf?

“Ik vind dat je niet élk klein beetje pijn als een groot lijden moet presenteren. En natuurlijk vind ik rechtvaardigheid een na te streven ideaal, maar er is meer nodig dan alleen dat. De wereld kan rechtvaardig zijn en toch gruwelijk saai. Je hebt ook schwung nodig, humor. Ik ben bang dat ik mezelf dood zou vervelen in de wereld die woke voorstaat.”

“Dat hele debat leidt ook af van wat in mijn ogen de essentie is: de manier waarop in deze wereld een kliek van trusts en magnaten met het meeste geld gaat lopen, en je laat zitten met het gevoel dat je niets in je leven nog zélf in handen hebt. The winner takes it all, en hij stampt vervolgens ook nog eens naar beneden. Het wordt met de dag grotesker, maar haast niemand piept erover. In het debat over loonsverhoging gaat het letterlijk over een paar euro’s, over een aalmoes. Je zou verwachten dat tienduizenden mensen door de straten van Brussel trekken. Maar er gaat helemaal niemand de straat op. Die stille meegaandheid verwondert me mateloos – die makheid, die apathie. In de jaren 60 en 70 heerste bij momenten een prerevolutionair klimaat. In Zwartberg zijn er fucking doden gevallen, hè, toen rijkswachters op stakende mijnwerkers schoten. Terwijl de lonen in die tijd elk jaar zowat verdubbelden. Nu wordt iedereen uitgekleed en alles afgebroken, en niemand die een kik geeft. Ik begrijp dat niet, maar goed, misschien komt dat omdat niet eens zo diep in mij een Oostblokker zit.”

Nu ben je me even kwijt.

“Ik weet natuurlijk wel dat de landen in het Oostblok onder een dictatuur zuchtten, maar tegelijk zat daar ook een facetje aan dat ik aantrekkelijk vind: de afwezigheid van competitie, in elk domein van het leven. Welke schoenen je draagt, met welke auto je rijdt, met welke iPhone je belt: die vragen bestonden daar simpelweg niet. Competitie was er alleen op het schaakbord.”

Maar je bent zelf toch ook de pauw die graag de mooiste veren wil? Je zei net nog dat je in je muziek hoog inzet.

“Daar wel, ja. En was ik een basketballer, dan zou ik waarschijnlijk de beste basketballer van de wereld willen zijn. Maar het zou me worst wezen of ik wel het juiste hippe type koptelefoon opheb wanneer ik van de spelersbus stap. Als er op auto’s geen logo’s zouden staan, zou ik er geen enkele herkennen. En een horloge is voor mij een ding dat de tijd aanwijst, geen object waar ik prestige aan ontleen.”

“Als ik een nachtwinkel binnenloop, krijg ik een gezellig gevoel. Het heeft te maken met de eenvoud en pretentieloosheid, met de smoezeligheid ook. Het doet me denken aan de winkels in het Oostblok van weleer. Ik hou van sjofelheid. Mensen roemen nu Gent als modelstad: zo netjes, zo proper, zo knus. Terwijl ik net heimwee heb naar het beschonken, vuile Gent van vroeger. Ik hou van afbladderende affiches in klunzig neonlicht, ik hou niet van hamburgers-met-pretentie eten in een zaak waar de wanhopige hipheid van de muren druipt. Ik gruw van de blingblingisering van de samenleving.”

“Toen ik 17 was, heerste een soort van bohemienideaal: het allerhoogste was in een stad in een tochtige zolderkamer wonen, en daar naar obscure jazz luisteren. Dat is weg, nu.”

We moeten excelleren.

“Voilà. Terwijl, als jij zin hebt in een gezapig, mediocre leven, als kabbelende middelmaat jou gelukkig maakt, dan mág dat toch, zeker? Gewoon een min of meer functionerend onderdeel zijn van de samenleving zou moeten volstaan. Maar zeg dat vandaag hardop en je wordt weggezet als een lamzak. De cafés zijn een goeie graadmeter: er zijn er almaar minder, en je vindt nog nauwelijks het soort waar voortdurend zes mensen aan de toog zitten die de dag rustig de dag laten. Ga daar nu zo zitten, en je wordt bekeken als een marginaal.”

“In het Oostblok was je een kameraad: je telde mee, simpelweg omdat je bestond. Je hoefde je helemaal niet te onderscheiden. En eigenlijk hadden wij hier vóór de secularisatie iets soortgelijks: ieders naam stond opgeschreven in de palm van Gods hand. De samenleving verplichtte je niet om je lidmaatschap elke dag te hernieuwen, en je hoefde geen succesvolle start-up uit de grond te stampen om erbij te horen. Maar als die overkoepelende ideologie of religie dus wegvalt, gaan mensen wanhopig op zoek naar iets wat hen op de kaart zet. Dan ontstaat die dwingende competitie.”

'Mijn kinderen opvoeden was zoals een plaat producen: een aaneenrijgen van kleine beslissingen en reacties – en uiteindelijk land je ergens. Er was geen masterplan.' Beeld Johan Jacobs
'Mijn kinderen opvoeden was zoals een plaat producen: een aaneenrijgen van kleine beslissingen en reacties – en uiteindelijk land je ergens. Er was geen masterplan.'Beeld Johan Jacobs

SCHNAPS IN PRAAG

Voor een vurige apologeet van de landerigheid ben je zelf wel heel actief. Met succes, bovendien: er is al heel veel gelukt in je leven.

“Het is waar. Als ik aan de 15-jarige versie van mezelf kon vertellen wat nog zou komen, zou die hoogst verbaasd zijn. Het is veel meer geworden dan ik op dat moment verhoopte. Eigenlijk had ik maar één concrete ambitie: ooit met een zelfgemaakte plaat komen. Ik heb nooit gedroomd van een eigen huis of een auto, of van grote verwezenlijkingen.”

Is je talent de doorslaggevende factor geweest in je succes als muzikant, televisiemaker en schrijver?

Dat denk ik niet. Ik kon als jonge gast gitaar spelen, maar alleen al in Antwerpen liepen zeshonderd gasten rond die dat óók konden. Het is mijn stijfkoppigheid die voor het onderscheid heeft gezorgd.”

“Ik ben ervan overtuigd dat de belangrijkste beslissingen in een mensenleven niet de keren zijn dat je ergens ja op antwoordt, maar wel de keren dat je nee zegt. Ik vertelde je net over dat bohemienideaal. Bij mij had dat een heel concrete vorm: ik wil nooit een baas, ik wil nooit een das dragen, en ik wil nooit vroeg opstaan – en als ik dan ook nog met muziek bezig kan zijn, ben ik er helemaal. Als je dat wilt bereiken, moet je op cruciale momenten nee durven te zeggen. En dat heb ik gedaan. Ik heb aanbiedingen geweigerd, waarna mensen me gek verklaarden. Maar ik wist dat de muziek erbij zou inschieten, en dat wilde ik niet.”

Geef eens een voorbeeld.

“Toen ik 22 was, kreeg ik het aanbod om de secretaris te worden van de Antwerpse havenschepen. Mijn vader verklaarde me gek toen ik dat weigerde. ‘Dan zit je goed, verdorie, dan is je leven vertrokken!’ Maar ik ben nog altijd blij dat ik toen nee heb gezegd.”

Vind je het in het algemeen makkelijk om gelukkig te zijn, of eerder een klus?

“Ik denk niet dat ik een geboren optimist ben, en er zit wel een tobber in mij. Maar daar staat tegenover dat ik me heel goed aan de realiteit kan aanpassen. Ik lijd niet onder wat ik niet heb, ik loop niet gebukt onder wat niet is gelukt.”

(denkt na) “Toen ‘The Way to Your Heart’ een goeie dertig jaar geleden een hit in heel Europa werd, speelden we met Soulsister in Praag. De Muur was nog niet gevallen. Na het optreden zaten we in een café, en daar kwam een haveloze oude man binnen. Hij ging aan de toog staan, kreeg zonder iets te vragen door de dienster een schnaps voorgezet, en ging als vanzelfsprekend op in het geheel. En ik dacht: hoeveel er ook is misgelopen, echt verloren is die man niet. Want hij is niet alleen. In mijn universum ben je in dat geval ook minstens een beetje gelukkig. Geluk is de afwezigheid van eenzaamheid.”

Dan tref je het met je gezin: met je vrouw en je vier dochters vorm je een clan waarin ‘een bijna Italiaans solidariteitsgevoel’ heerst, zoals je het ooit formuleerde.

“Hoe meer zielen, hoe meer vreugd: dat is wel het adagium van iedereen in de familie, ja.”

Je dochters – de heilige viervuldigheid Dorien, Ella, Billie en Olga – zijn ook fan van Soulsister.

“Da’s waar. Terwijl we al gesplit waren toen Olga geboren werd.”

“Er is bij ons geen spoor van een generatiekloof. Soms denk ik: er moet toch íéts aan mij zijn wat mijn dochters verwerpen? Helaas, ik bespeur voorlopig geen plannen tot vadermoord.”

Je doet er wat lacherig over, maar dat is toch een mooie verwezenlijking? Zoveel mensen worstelen een leven lang met de band met hun ouders.

“Natuurlijk, maar die vrolijke, hechte band tussen mijn dochters en mij is niet het gevolg van weloverwogen beslissingen. Ik heb me nooit grote vragen gesteld over hoe ik dat wilde doen, kinderen opvoeden, en er was al helemaal geen masterplan vol zwaar aangezette principes. Eigenlijk is het iets geweest zoals een plaat producen: een aaneenrijgen van kleine beslissingen en reacties – en uiteindelijk land je ergens.”

Je bent je ouders altijd dankbaar geweest omdat ze je veel zelfvertrouwen hadden meegegeven. Dat heb je zelf ook gedaan met je kinderen, vermoed ik: ze geloven in zichzelf, ze lopen uitbundig de wereld in.

“Inderdaad, al zat er ook op dat vlak geen doelmatigheid in. Ik heb dat hele opvoeden vooral op een argeloze manier gedaan, zonder erbij na te denken.”

“Het klinkt nu alsof ik een balans aan het opmaken ben. Dat maakt me wat zenuwachtig, want ik probeer om dat zo weinig mogelijk te doen. Omdat je op die manier opsomt wat voorbij is, terwijl ik het gevoel koester dat alles nog moet beginnen. Het enige dat me echt kan deprimeren is de gedachte dat dat níét zo is.”

“Ik hoor mensen vaak verkondigen dat ze uitkijken naar hun pensioen, en dat ze dan helemaal hun zin zullen doen. Ik vind dat een beetje treurig. Geluk mag je toch niet laten wachten? En de gedachte aan niets doen vind ik niet aantrekkelijk. Van elke zuiver consumerende activiteit krijg ik na een poos genoeg: ik moet bezig zijn. Er moet iets gebouwd worden. En het grote geluk zit voor mij in het gevoel dat daarna komt: kijk, hier staat de dam. Haha, een bever in het diepst van mijn gedachten.”

© HUMO

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234