Vrijdag 20/09/2019

Interview Callboys

Jan Eelen: ‘De Callboys zijn géén interessante personages’

De Callboys, gespeeld door Rik Verheye, Stef Aerts, Matteo Simoni en Bart Hollanders. Beeld VIER

Eigenlijk was het verhaal afgerond. Maar wanneer regisseur/scenarist Jan Eelen op een nieuw idee broedt, weet je dat het opnieuw zal knetteren. Vanaf donderdag zijn de Callboys terug op VIER, en dit seizoen gaan ze voor meer ‘diepgang’.

Het was niet voorzien dat gigolo’s Devon (Matteo Simoni), Jeremy (Rik Verheye), Wesley (Stef Aerts) en Randy (Bart Hollanders) zouden terugkeren naar het kleine scherm. Maar Jan ‘Jakke’ Eelen vond een manier om het verhaal van de Callboys op een komische manier nog tragischer te maken.

Wat was het eurekamoment wanneer u wist: er zit een tweede reeks in?

Eelen: “De charme van de eerste reeks is dat je die vier personages en hun onderlinge dynamiek gaandeweg leert kennen. Eigenlijk was alles rond, wat anders was dan de eerste reeks van pakweg Het eiland. Daarom had ik al snel door: ik moet mijn personages inhoudelijk rijker maken.

“Vaak gaat het om kleine dingen, zoals Devon die ooit verteld heeft over een nonkel Dimitros. Met zulke elementen valt te werken. Tegelijk had ik altijd in mijn achterhoofd dat de broers Wesley en Anthony Biets iets traumatisch hadden meegemaakt, waardoor ze door hun bomma waren opgevoed. Dat wou ik toen niet letterlijk uitleggen, maar wat ik daar heb laten liggen, hebben we nu opgevist. In reeks één zagen we Anthony alleen wanneer de Callboys zich weer in nesten hadden gewerkt. Nu wordt zijn rol dragender.”

Het mag precies ook allemaal wat zwaarder worden?

Eelen: “De vorige keer wou ik een boog van licht naar zwaar maken. Ik heb geprobeerd dat nu om te draaien, maar dat is niet helemaal gelukt.”

Aerts: “Het gaat van zwaar naar raar.”

Eelen: “Dat zou een goede titel voor een reeks zijn: Van zwaar naar raar.”

Aerts: “Het kon maar twee richtingen uit: nog zotter of veel dieper. En dat laatste is veel interessanter. Tegelijk blijven de Callboys de Callboys. Een groepje mannen waar alles misloopt, eens ze bij elkaar zitten. Als een kosmisch gegeven trekken ze met hun vieren het ongeluk aan.”

Simoni: “Ze proberen na het verlies van Jay de boel draaiende te houden, maar het blijven dezelfde sukkelaars. Ze staan geen stap verder dan voorheen. Toch heeft dit seizoen een andere, tragere toon, die een intrieste kant van de mens laat zien. Net dat is schoon.”

Randy, Devon, Anthony, Jeremy en Devon. Beeld VIER

De opnames waren al begonnen toen het scenario nog niet rond was. Is dat ideaal?

Eelen: “Nee. Het draaien heeft meer dan een jaar geduurd, telkens in korte perioden. Het is allemaal de schuld van die mannen die de Vlooybergtoren hebben vernield. We hebben veel opgenomen in de zomer, maar de toren was pas in december hersteld. Dus moesten we de zomer erop opnieuw samenkomen.”

Hollanders: “Ja, ja. Hij heeft die toren al vaak als excuus gebruikt.”

Simoni: “Kijk, Jakke is een wroeter, een koppige ezel. Hij laat zich ook niet graag helpen. We wisten dat hij soms vastzat met het verhaal en dan was het aan ons om hem af en toe een sjot onder zijn gat te geven.”

Eelen: “Op vergaderingen waar ik moest zeggen dat er nog niets meer was, zag ik wel dat ze medelijden met me hadden. Zo van: hij doet zijn best, en als het niet komt, dan komt het niet. Dat vond ik best lief.”

Hollanders: “Jakke zegt dan altijd: ‘Wa gade doen? De flikken bellen?!’”

Meneer Eelen, u nadert de vijftig. Misschien hebt u al zoveel gemaakt dat het moeilijk wordt om uzelf nog te verrassen?

Eelen: “Fuck zeg, dat klinkt wel erg hard als je dat zo zegt. (denkt na) Ik ben daar niet mee bezig, maar daar zit iets in. Misschien is dit het moment om voor mezelf te beslissen: wil ik wel weer aan de slag met een wit blad papier?”

Zou u iets kunnen regisseren dat u zelf niet geschreven hebt?

Eelen: “Zeker. En graag ook. Als iemand een goede plot aandraagt, gebruik ik dat nu ook.”

Hollanders: “Nochtans, velen hebben een poging gedaan, maar meestal vindt Jakke het gewoon niet goed genoeg.”

Simoni: “Hij zal nooit iets letterlijk overnemen, maar ik ben er wel zeker van dat hij luistert naar wat wij aanreiken. Zo was ik eens beginnen te praten tegen de robotstofzuiger. Dat was niet voorzien, maar plots is dat wel een verhaallijn geworden.”

Hebt u opnieuw een oneliner mogen aandragen, zoals die ‘en nu gaan we vegen’? Ik zeg maar iets: ‘Ik heb mijne protter laten witten’?

Simoni: (giechelt) “Op een bepaald moment kreeg ik een sms’je van Jakke: geef me eens een ander woord voor een anus. Ik heb er zeker vijf gegeven, tot hij plots zelf stuurde: wat denk je van protter? Ja, dat was perfect.”

Hoe moeilijk is het voor jullie acteurs om in die korte perioden weer even in zo’n personage te kruipen?

Hollanders: “Het voordeel is dat we onze personages al kenden. Dat maakt dat we ze sneller kunnen oppikken.”

Aerts: “Het was vooral praktisch ambetant, omdat er vaak schrijfmomenten zaten tussen de draaiperiodes. Het gevoel van een groot zomerkamp dat we de vorige keer hadden is nu een zomerjaar geworden. Telkens als we van andere projecten terugkeerden, was het afwachten wat Jakke voor ons in petto had. Het maakt het geheel grilliger, minder voorspelbaar, met vaak lang uitgesponnen scènes die niet noodzakelijk bijdragen aan de plot, maar waar veel vlees aan hangt.”

Eelen: “Al werkt dat alleen maar wanneer de kijker bereid is in dat universum van de Callboys mee te gaan. Een wereld die redelijk kinderachtig is. Op zich zijn het niet eens zulke interessante personages.”

Aerts: “Voilà, daar heb je je titel al.”

Hollanders: “Mocht dat kloppen wat je nu zegt, dan kun je daar toch geen reeks aan ophangen?”

Eelen: “Jawel. Eentje.” (hilariteit)

Simoni: “Volgens mij zijn alle rollen nu wel wat dieper gemaakt. Zo komt er een zekere kwetsbaarheid bij Devon naar boven omdat hij het moeilijk blijft hebben met het verlies van Jay.”

Over het personage Randy weten we dan weer het minst, en dat lijkt zo te blijven.

Eelen: “Omdat ik het zelf niet weet. Pas op, ooit heb ik dat allemaal geschreven. Randy reed rond in een limousine waarin twee van de Callboys aan het seksen waren. Maar dat hebben we nooit opgenomen.”

Jan Eelen: “Ik kwam er in reeks één al achter dat die scènes de minst interessante waren.” Beeld Joris Casaer

Toch is net dat personage tijdens seizoen één enorm populair geworden.

Hollanders: “Dat mijn personage er zo zou uitspringen, had ik alvast niet in de gaten toen we aan het draaien waren.”

Eelen: “Het is een type met wie je snel medelijden krijgt. Dan heeft hij een vriendinnetje, roept Wes hem apart dat dat niet mag. En Randy stemt in, want hij heeft eindelijk zijn plek gevonden in die groep mannen.”

Aerts: “Hij is de enige ietwat normale mens.”

Verheye: “In het eerste seizoen keek je als kijker vooral mee door de bril van Randy. Dat is nu anders.”

Jeremy, de tweelingbroer van Jay, wordt voor de handigheid ‘Jay’ genoemd. Is het een ander karakter?

Eelen: “Jeremy was geen goede naam, wat bewijst dat er toen nooit een tweede reeks was voorzien. Jerry vond ik als afkorting ook maar niks, en zo werd het J, uitgesproken als Jay. Ook dat was een eurekamoment, dat het op zich hetzelfde personage is. Als kijker kun je dan even denken: ja, zo kan ik het ook, maar zo zijn we er meteen vanaf. Enkel de hiërarchie is anders. Jeremy is er later bijgekomen en bengelt er wat achter.”

Aerts: “Terwijl hij er wel van uitgaat dat hij zomaar de plaats van zijn broer kan innemen. Iets wat toch niet zo evident is.”

Is dat schizofreen om te spelen?

Verheye: “Nee, het was net interessant om binnen dat karakter andere kantjes op te zoeken. Jeremy is onhandiger, hij blijft explosief maar liefst wanneer het totaal misplaatst is.”

Opvallend: in reeks twee draait het nog minder om het sekswerk van de Callboys.

Eelen: “Ik kwam er in reeks één al achter dat die scènes de minst interessante waren.”

Aerts: “Het ging toen al veel minder over seks dan mensen misschien hadden gehoopt. Het ging toen vooral over drie plastieken pieten en verder was het vrij kuis. Die toon blijft behouden. Het escortgegeven is de basis waaruit alles vertrekt, maar speelt op zich geen rol. Laat staan dat het een sociale schets zou zijn van prostitutie in Vlaanderen.”

Waar speelt Callboys zich eigenlijk af?

Aerts: “In Dendermonde.”

Ik bedoel in welk tijdsegement? De muziek is erg seventies met elektronica van de eighties. De decors zijn eerder nineties. Maar iedereen heeft wel een gsm.

Eelen: “Het speelt zich in het nu af, in een eclectische omgeving.”

Hollanders: “Volgens mij wordt het daardoor weer tijdloos.”

Eelen: “In de eerste aflevering zitten ze samen in een chalet en daarvoor had ik aan rekwisieten en kostuum de film Footloose doorgegeven. Mannen op de buiten die in korte broek rondlopen en samen wat oefenen op dansen.”

Aerts: “De Callboys zijn zodanig met hun uiterlijk bezig dat ze er tegelijk wat in zijn blijven hangen. Ze kijken niet naar de stijliconen van vandaag, maar naar de tijd waarin ze zelf zijn opgegroeid. Alsof ze mentaal op hun vijftiende zijn blijven steken, aan het begin van een nieuw millennium, met termen als metroseksueel. En ze zien eruit hoe zij denken dat de pophelden er toen uitzagen.”

Verheye: “Ik noem de stijl eerder Blankenberge-chic. Dat zijn de kleren die je daar vindt op de dijk. Zelfs als we kostuums dragen is dat binnen de leefwereld van het personage. Devon zou zo de Roemeense inzending van Eurovisie kunnen zijn. Hier is Alexandro, zo’n Balkan-maffiakerel.”

Aerts: “Wes is dan een kruising tussen Brigitta Callens en 'Polle Pap’ Michiels. Eigenlijk zijn we een nineties boysband die geen muziek maakt.”

Wordt het een afgesloten geheel?

Eelen: “Ja, een derde keer gaan we hier niet mee wegkomen.”

Vanaf 5/9 elke donderdag om 20.35 uur bij VIER. Op 13/9 is er een marathonvertoning van alle afleveringen, tijdens Filmfestival Oostende.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234