Donderdag 28/05/2020

Review

Jamie Lidells wonderlijke chocoladefabriek in de AB

Jamie Lidell.Beeld Joris Bulckens.

Wie dacht dat het verhaal van Jamie Lidell was afgelopen, kreeg lik op stuk in de AB. Met een hartverwarmend, lekker ouderwets soulconcert zette hij de zieltjes van jong en oud in lichterlaaie. Testify!

Een funky drummer zwengelde langzaam de dieselmotor van de band op gang: een mepje op de snaredrum en een stoffige, bonkende basdrum. Een percussionist volgde, een basgitarist, gitarist, keyboardspeler, koperblazers en de backingzangeres. Eén voor één voegden ze hun partijen toe aan een zompige New Orleans-groove tot uiteindelijk Jamie Lidell verscheen in een spuuglelijk, veel te groot Willy Wonka-kostuum. Het leek wel de ‘Memphis Soul Stew’ van King Curtis: voeg behoedzaam instrumenten toe aan de groove tot je een sudderende stoemp krijgt. In de AB joeg die aanpak moeiteloos de vlam in de pan.

Hadden wij Jamie Lidell afgeschreven? Nou, dat klinkt nogal cru, maar toen eerder dit jaar het nieuws lekte dat de Britse soulman een nieuwe plaat zou uitbrengen, hielden we ons hart vast. Na twee prachtige popplaten, Multiply en Jim, gooide de funky white boy immers het roer om en sloeg hij aan het experimenteren, met het wisselvallige Compass tot gevolg, waarop avantgarde-experiment welig tierde, en een titelloos album dat de drumcomputerfunk van Janet Jackson een update bezorgde waar niemand op zat te wachten. Bovendien vertikte Lidell het om terug te keren naar de bejubelde elektronische mélange van zijn oude band Super_Collider en zwoer hij bij solo-concerten die zijn materiaal weinig eer aandeden. Een herbronning drong zich op.

Beeld Joris Bulckens.

Et voilà, Lidell nestelde zich in Nashville, trouwde er en kreeg een zoontje. Het familiegeluk werkte inspirerend. Hij sprokkelde een Afro-Amerikaanse begeleidingsband bijeen en keerde terug naar de wortels van de soulmuziek, de sound waar hij als kind al van hield. Building A Beginning heet de vrucht van die opgekalefaterde ‘mojo’, een broeierig eerbetoon aan Marvin en Stevie, aan Al Green en Donny Hathaway, Luther Vandross en Smokey Robinson. In Brussel hadden Lidell en zijn black brothers en sister niet meer nodig dan een door The Lord gezegend “ooh-wee-yoo” om de gemoederen in de zaal aan de kook te brengen.

Het oudje ‘Multiply’ zakte knus met de bips in de zoemende orgelklank van The Royal Pharoahs maar verzonk in het niets bij de rest van de set. ‘How Did I Live Before Your Love’ was op Caraïbische leest geschoeide reggaepop die subtiel knipoogde naar Stevie Wonders ‘Master Blaster’.

Beeld Joris Bulckens.

‘Walk Right Back’, zijn comebacksingle, was meedogenloos minimalisme met een rare hortende sax in de staart. ‘Little Bit Of Feelgood’ schudde zijn logge funkgroove van zich af en ontpopte zich tot klepperende gospelsoul waarin de ziel van James Brown en Otis Redding huisden. Ook monsterhitje ‘Another Day’ trapte op het gaspedaal en spurtte op dubbel tempo de zaal door, met extra roffels tussen de benen en een geinig jazzinterludium als toetje. We dachten aan de legendarische soulrevues uit de jaren zestig, aan Daptone Records en aan de explosieve shows in het Apollo Theatre in Harlem in de jaren zestig, waar we zelf ooit graag bij waren geweest.

De nieuwe songs vonkten en klaterden. Het titelnummer gaf Lidell de kans om heerlijk te croonen, met lange noten en veel vibrato. ‘I Live To Make You Smile’, over zijn zoontje, speelde zijn moordmelodie prachtig uit en Lidell zong loepzuiver, ondanks die hardnekkige verkoudheid (backstage hing hij snotterend boven een kop thee).

“Ik wil niet dat mijn zoontje opgroeit in een wereld vol haat”, klonk het, waarna hij ‘Me and You’ inzette, een ontwapenend naïef liedje dat gloeide als een haardvuur. ‘Julian’, alweer over zoonlief, was met zijn happy-flappy sfeertje misschien geen spek voor ieders bek maar voor de vrolijk hotsende Jackson Five-vibe moet zelfs de grootste cynicus in de zaal zijn gezwicht. Een sample van Julians peuterstemmetje echoode door de AB en Lidell smolt glimlachend tot een plasje caramel.

Beeld Joris Bulckens.

“Lord, help me!”, krijste zijn geweldige achtergrondzangeres in de bissen, terwijl The Royal Pharaohs met een zoete, romige soulsoes de suikerflash aandikten. Niet te versmaden, die Southern flavour, recht uit de keuken van een big black momma.

‘When I Come Back Around’ verruilde zijn elektrojasje voor organische ADHD-gospel, verfraaid met jazzy keyboardsolo’s en een mopje Salsoul. Carnaval in Rio was niet veraf en Lidell schokschouderde het podium over alsof hij onder stroom stond. Willy Wonka zou het helemaal knétter hebben gevonden.

Gezien op 20 oktober in de AB, Brussel 

Beeld Joris Bulckens.
Beeld Joris Bulckens.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234