Woensdag 26/01/2022

AchtergrondChanson

Jacques Brel hield van zijn ‘plat pays’, maar omgekeerd is de liefde niet zo groot. Hoe zit dat?

Jacques Brel in 1960. Beeld BELGAIMAGE
Jacques Brel in 1960.Beeld BELGAIMAGE

Een standbeeldje in Brugge. Daarmee moet Jacques Brel het stellen als het op eerbetoon in zijn ‘vlakke land’ aankomt. Geen straatnamen of haltes dragen zijn naam, zoals in Brussel. Daar wil Brel-liefhebber Luc Ferdinand verandering in brengen. ‘De mooiste liedjes over Vlaanderen heeft hij geschreven.’

Ewoud Ceulemans

“Er waren maar twee thema’s waarover hij steevast in het defensief werd gedwongen”, herinnert France Brel, de tweede dochter van Jacques Brel, zich in het boek Brel, de Belg. “Ten eerste: hoeveel geld hij verdiende. Ten tweede: zijn mening over de Vlamingen. Dan voelde hij zich in het nauw gedreven, wilde hij zichzelf rechtvaardigen. En dat zijn momenten waarop je jezelf tegenspreekt. Hoe kun je nu helder antwoorden op een gesloten vraag als ‘Wat vindt u van de Vlamingen?’”

Jacques Brel en zijn plat pays: het is een moeilijke, complexe, vaak tegenstrijdige relatie. Een haat-liefdeverhouding in twee talen. Ruim veertig jaar na zijn dood is er in heel Vlaanderen één plek in de openbare ruimte waar Brel geëerd wordt: het standbeeldje van zijn ‘Marieke’ in Brugge. Dat kwam er op initiatief van Johan Anthierens, de beroemde journalist die zijn liefde voor Brel in het boek Brel, de passie en de pijn goot. Het werd in 1988 onthuld, “niet zonder slag of stoot”, staat in Brel, de Belg, “want enkele gemeenteraadslieden wrijven het Jacques Brel nog steeds aan dat hij zijn dochters naar een Franse school heeft gestuurd in plaats van hen Nederlands te laten leren.”

Overal in Brussel, nergens in Vlaanderen

Deze week wil Brel-bewonderaar Luc Ferdinand (63) de Vlaamse politiek toch zo ver krijgen om de chansonnier te eren in het Vlaamse landgedeelte. Hij diende daarvoor al verzoekschriften in bij verschillende Vlaamse stadsbesturen, van Gent tot Zonnebeke, vooralsnog zonder succes. Deze week dient hij een verzoekschrift in bij Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA). Het werd ondertekend door honderd Brel-amateurs en BV’s, van auteur Tom Lanoye over zanger Arno Hintjens en actrice Els Dottermans tot Antwerps bisschop Johan Bonny. “Vlaanderen zou zich tonen als een zelfbewuste, geëmancipeerde samenleving, waarin cultuur belangrijk is”, leest het slot van de brief.

Zo hoopt Ferdinand de Vlaamse leegte in de hommages aan de chansonnier op te vullen. In Brussel, waar Brel in 1929 werd geboren, is de zanger overal: het plakkaat aan zijn geboortehuis in Schaarbeek, het standbeeld in de Vijfhoek, de metrohalte in Anderlecht op een kilometer van het huis waar hij een deel van zijn jeugd doorbracht.

In de hoofdstad en Wallonië tezamen zijn er een vijftigtal plaatsen die Brels naam dragen, in Frankrijk zijn het er zelfs zo’n 230. “In Zeebrugge was er vroeger een Jacques Brel-steiger, maar die bestaat niet meer”, herinnert Ferdinand zich. “En in Oostende, aan de Churchill-kaai, is er een muurtje met daarop de eerste noten van ‘Ne me quitte pas’, maar dat wordt afgebroken. In plaats van dat er hommages bijkomen, verdwijnen ze.”

Cultuurstrijd

Aan de zeevaartschool van Oostende, de stad die hij bezong in ‘L’Ostendaise’, haalde Brel zijn zeilersdiploma. Dat is maar een van de vele linken die hij heeft met Vlaamse steden. In ‘Marieke’ bezingt hij de torens van Bruges et Gand, zijn film Franz (1971) werd opgenomen in Blankenberge, De Haan en Damme. Zijn jeugdvakanties bracht hij door in Wenduine, vanwaaruit hij per fiets ‘het vlakke land’ ontdekte. En dan is er nog het West-Vlaamse Zandvoorde, waar de familie Brel in de 19de eeuw het politieke leven kleurde en waar Romain Brel, de vader van Jacques, werd geboren.

Toen al sprak de familie Brel in de eerste plaats Frans, zoals dat voor de bourgeoisie of de hogere middenklasse gebruikelijk was. Maar om de drie weken ging de familie op weekend, “naar vaders geboortestreek of naar de zee”, zoals het in Brel, de Belg beschreven staat. Het beeld dat Brel daar van Vlaanderen opdeed, zou zijn oeuvre blijven beïnvloeden, niet het minst in ‘Le plat pays’.

Gedateerd

Maar Brels beeld van Vlaanderen was tegen de jaren 60 gedateerd, weet essayist Geert Van Istendael, die samen met schrijvers Benno Barnard en Koen Stassijns teksten van Brel naar het Nederlands vertaalde en Ferdinands verzoekschrift mee ondertekende.

“Zijn beeld van Vlaanderen was idyllisch en illusoir”, stelt Van Istendael. “In ‘Marieke’ bezingt Brel een belachelijk, onrealistisch Vlaanderen, zoals dat bij Franstaligen toen heel algemeen was: dat van een landbouwland met korenvelden en gewillige, blonde meisjes. In Brels liedjes zijn Vlamingen zwijgzaam en streng: je beeldt je een typische, West-Vlaamse boerenfamilie in. Dat is een typisch Franse houding, om Vlaanderen te zien als het koude, mistige Noorden.”

Die ouderwetse, nostalgische, Bruegeliaanse interpretatie van Vlaanderen – “Jacques Brel schrijft in het Frans, maar schildert in het Vlaams”, zou zijn dochter later beweren – botste met de culturele emancipatiestrijd die toen in Vlaanderen onder stoom kwam en die later culmineerde in Leuven Vlaams. Bovendien werd in 1963 de taalgrens vastgelegd.

Maar ondanks zijn gebrekkige Nederlands beschouwde Brel zich als Vlaming. ‘Le plat pays’ was “een Vlaams liedje”, had Brel in een Frans interview benadrukt, en in het BRT-programma Echo stelde hij: “Ik ben geen Vlaamse Franstalige, maar een Franssprekende Vlaming”. Die schijnbare contradictie verklaarde hij als volgt: “Ik heb, als Vlaming van ras, het recht om voor alles wat ik wil zeggen het Frans te gebruiken. Waarom? Toeval van het leven. Ik ging als kind naar Franstalige scholen. Dat kun je mijn ouders toch niet kwalijk nemen?”

In datzelfde interview voegde Brel, immer scherp van tong, er nog aan toe: “Waaraan herken je een Vlaming? Aan het feit dat hij Vlaams spreekt? Dat is geen bewijs. Elke Mongool (doelend op een inwoner van Mongolië, EWC) kan perfect Vlaams leren, dat wil niets zeggen.”

Voor Brel was Vlaming zijn geen kwestie van de taal spreken, maar van een bepaalde emotionele identiteit, vertelt Thijs Delrue, auteur van Brel, de Belg. “Ik heb soms de indruk dat hij pech heeft gehad, dat hij zich in het verkeerde tijdperk heeft geuit als Vlaming. Het viel lastig om in de jaren zestig, tijdens de emancipatie van de cultuurflamingant, te zeggen dat je Vlaming was als je nauwelijks Nederlands sprak.”

Wanneer hij in 1962 toch Nederlandstalige versies van ‘Mijn vlakke land’, ‘Rosa’, ‘De burgerij’ en ‘De nuttelozen van de nacht’ zingt, stoot hij Vlamingen weer tegen de borst. De vertalingen zijn van de hand van de Amsterdammer Ernst van Altena en Brel meet zich een ‘Hollands’ accent aan, omdat hij het Vlaams niet als een taal maar als een amalgaam van dialecten beschouwde. “In Vlaanderen spreken de mensen een taal vergelijkbaar met het mediterrane Frans”, trekt hij de analogie, “terwijl Noord-Nederlandsen zich uitdrukken in het standaard-Frans van Parijs en de Loirevallei.”

Revanche

Dat Brel in 1959 ‘Les Flamandes’ had uitgebracht, had zijn reputatie in het noorden van zijn vaderland al geen goed gedaan. “Si elles dansent, c’est parce qu’elles ont 20 ans”, zong Brel over Vlaamse meisjes. “Et qu’à 20 ans il faut se fiancer / Se fiancer pour pouvoir se marier / Et se marier pour avoir des enfants”.

Hij had nochtans niet per se Vlaamse meisjes in gedachten toen hij het nummer schreef: eerst wilde hij het over ‘Les Bretonnes’ hebben, maar ‘Les Flamandes’ klonk beter. “Het liedje is een karikatuur van het katholieke plattelandsleven”, vertelt Delrue. “Het had in plaats van het diepe Vlaanderen dus evengoed over Bretagne kunnen gaan. Maar ‘Les Flamandes’ is heel slecht gevallen in een regio die zich op dat moment verzette tegen het katholicisme en tegen de Franstalige bourgeoisie. Het werd gezien als een belediging van het ‘achterlijke Vlaanderen’, ook al was dat Brels bedoeling niet.”

France Brel, in Brel, de Belg: “Hij stond niet lang stil bij de impact van wat hij schreef en zong. Behalve wanneer er revanche aan te pas kwam, waren zelfs de zogenaamd kwetsende nummers amper bewust zo bedoeld. Hij was een vulkaan die voortdurend borrelde en uitbarstte. Soms belandde er een steen in iemands gezicht, en dan was hij verwonderd. ‘Oei, dat was niet met opzet.’”

Zich revancheren op het flamingantisme zou Brel later nog doen. In 1967, met ‘La la la’, dat vanwege de tekst – “Vive les Belgiens / Merde pour les flamingants!” – werd besproken in het parlement. “De Volksunie (de Vlaams-nationalistische partij die in 1954 opgericht werd, red.) schreeuwde moord en brand”, weet Delrue. Op zijn sterfbed voegde hij daar nog ‘Les f...’ aan toe. “Nazis durant les guerres et catholiques entre elles”, zingt hij, “Messieurs les flamingants, je vous emmerde!” Delrue: “In het ruimere beeld van zijn carrière zijn die songs nauwelijks details. Maar ‘Les f...’ was een blunder, een kwaadaardige oprisping van twintig jaar frustratie omdat hij als Vlaming niet geaccepteerd wordt.”

Marieke

En dat terwijl hij dat zo graag wilde. Zo graag dat hij zich zelfs aan het Nederlands waagde, onder het motto: “Het zou toch belachelijk zijn dat ik Vlaanderen, waar ik van hou, bezing en dat ik niet minstens één lied in het Vlaams heb.”

‘Marieke’ telt drie strofes in het Nederlands, waarvan hij verbood dat ze in anderstalige covers vertaald werden. Maar is dat voldoende om Brel als Vlaming te omschrijven? “Ondubbelzinnig nee. Brel was Franstalig en Belgisch”, is Van Istendaels mening. Maar: “Hij was toevallig wel geniaal. En dus roepen zijn woorden een beeld op van Vlaanderen dat blijft, dat je niet meer kunt ontlopen, dat zich in het collectieve geheugen heeft ingegraven, dat veel sterker is en veel mooier dan de welvarende werkelijkheid. Vlaanderen is voorgoed le plat pays en daar moeten we Brel dankbaar voor zijn.”

Net daarom verdient Brel een eerbetoon in zijn ‘vlakke land’, dat hij met zoveel liefde bezong, vindt Ferdinand. “Die twee liedjes aan het einde van zijn carrière zijn uitschuivers, daarover is iedereen het eens. Maar daar kunnen we toch de spons over vegen? Dat verdwijnt in het niet bij de rest van zijn oeuvre. De mooiste liedjes over Vlaanderen heeft Jacques Brel gezongen. Als hij zichzelf Vlaming noemt, hoeven we daar wat mij betreft niet aan te twijfelen.”

Luc Ferdinand met Gents burgemeester Mathias De Clercq, bij wie hij een verzoekschrift indiende voor een eerbetoon aan Jacques Brel. Beeld VDS
Luc Ferdinand met Gents burgemeester Mathias De Clercq, bij wie hij een verzoekschrift indiende voor een eerbetoon aan Jacques Brel.Beeld VDS
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234