Zaterdag 28/01/2023

InterviewSchrijver John Boyne

‘J.K. Rowling ís niet transfoob. Dat ze werd gecanceld heeft met misogynie te maken’

null Beeld Andreas Terlaak
Beeld Andreas Terlaak

In De jongen in de gestreepte pyjama zagen we Auschwitz door de ogen van Bruno, het 9-jarige zoontje van een Duitse kampcommandant: de barakken waren een grote boerderij, het uitgemergelde jongetje achter de prikkeldraad droeg gewoon een gestreepte pyjama. Net die naïviteit liet in 2006 miljoenen lezersharten verscheurd achter. Nu, zestien jaar na zijn immens succesvolle doorbraakroman, heeft de Ierse schrijver John Boyne (51) met Toen de wereld brak een vervolg klaar. Maar dat was nog niet uit of het werd al op felle kritiek onthaald: ‘De sociale media hebben mijn job veel moeilijker gemaakt.’

Talitha Dehaene

Tijdens het schrijven van De jongen in de gestreepte pyjama wist Boyne al dat hij ooit ook het verhaal van de 12-jarige zus van Bruno zou vertellen.

John Boyne: “Alleen: het internationale succes heeft me zo overrompeld dat ik er toen niet klaar voor was. Sindsdien heb ik een hoop andere boeken geschreven, maar al die tijd stond op mijn computer een document met de naam ‘Gretels verhaal’, waarin ik af en toe aantekeningen maakte. Ik vroeg me af wat ze na de traumatische gebeurtenissen in het eerste boek met haar leven had aangevangen. Pas tijdens de lockdown ben ik er eindelijk eens voor gaan zitten. Net op tijd, want nu is Gretel 91 jaar oud en is het enigszins geloofwaardig dat ze nog zou leven (lacht).”

Is de volwassen versie van Gretel door de jaren heen samen met u veranderd?

Boyne: “Absoluut. Ik schreef het eerste boek op mijn 33ste, inmiddels ben ik 51. Als mens ben ik veranderd, door alle ervaringen en de ups en downs die onherroepelijk bij het leven horen, maar evengoed als schrijver. De jongen in de gestreepte pyjama is op een heel naïeve, jeugdige manier geschreven, terwijl Toen de wereld brak vanuit het perspectief van een bejaarde vrouw wordt verteld, met een pak meer levenservaring en wijsheid op zak.

“Oorspronkelijk zag ik de volwassen Gretel als een heel verbitterde vrouw, maar mijn beeld van haar is in de loop der jaren bijgesteld. Ik besefte dat Gretel niet met boosheid terugkijkt op haar leven, maar met spijt. Haar hele levensloop is bepaald door de schuldgevoelens die ze na de oorlog meesleepte. Ik ben milder naar haar gaan kijken, denk ik. Hoe ouder ik werd, hoe makkelijker ik me in haar kon verplaatsen. Het verraste me zelfs hoezeer ik me in haar 91-jarige stem op mijn gemak voelde, wat wellicht veel zegt over hoe oud ik ben (lacht).”

Het boek gaat over schaamte en schuld, en hoe allesoverheersend die kunnen zijn.

Boyne: “Ik ben blij dat je dat zegt, want ik vrees dat veel mensen het weer zullen bestempelen als een Holocaustverhaal, net zoals met De jongen in de gestreepte pyjama is gebeurd. Daar heb ik een hekel aan, want voor mij was dat altijd een boek over vriendschap, dat zich toevallig in de historische setting van de Holocaust afspeelt. Ook mijn nieuwe boek gaat over zoveel meer. Ik probeer Gretels schuldvraag vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Tot aan het einde worstelt ze met de vraag hoeveel verantwoordelijkheid ze draagt voor wat in de kampen en met haar broertje Bruno is gebeurd.

“Op een gegeven moment biecht Gretel haar verleden op aan haar Joodse geliefde David. Die reageert woest: voor hem is ze even schuldig als haar vader, de kampcommandant, omdat ze deel uitmaakte van het Derde Rijk. Gretel verdedigt zich: ze was een kind tijdens de oorlog en heeft nooit actief meegewerkt aan de Holocaust. Tegelijkertijd voelt ze zich wél schuldig om wat er is gebeurd. Verteerd door schaamte en wroeging onderneemt ze zelfs een zelfmoordpoging, in de overtuiging dat niets ooit zal volstaan als boetedoening.

“Men worstelt er in Duitsland vandaag nog mee, geloof ik. Een deel van de bevolking sleept nog steeds oorlogsschaamte met zich mee, ook al is de Holocaust al generaties geleden. In hoeverre kun je dat Duitse tieners nog aanrekenen? Ik vind helemaal niet dat zij ermee moeten worden belast, maar tegelijkertijd kunnen we niet doen alsof er nooit iets is gebeurd. Het is een lastige evenwichtsoefening.

“Veel naziaanhangers weigerden zelfs lang na de oorlog elke vorm van schuld toe te geven. In het boek blijft Gretels moeder haar hele leven beweren, zoals de meeste nazivrouwen destijds, dat ze nergens van afwist en dus ook niet verantwoordelijk was voor de misdaden die vlak onder haar neus gebeurden. Onzin, want natúúrlijk wisten ze het. Niemand kan zó dom zijn.”

Laat u daarom Gretels moeder wreed straffen door de nabestaanden van enkele oorlogsslachtoffers?

Boyne: “Ik vond het belangrijk dat de moeder geconfronteerd werd met de gevolgen van haar keuzes. En, eerlijk is eerlijk, ik wilde haar doen lijden. Haar hoofd wordt op brute wijze kaalgeschoren, net zoals destijds echt met de ‘moffenvrouwen’ gebeurde. Ze wordt geschopt, geslagen en vernederd. En dan nog kan ze haar aandeel in de feiten niet toegeven. Integendeel, na dat voorval plooit ze zich, boos en verbitterd, nog meer terug op haar oude ideologie. Hoe meer de maatschappij haar straft voor wat ze heeft gedaan, hoe meer ze haar schuld van zich afduwt.

“Het ís ook gewoon moeilijk om je verantwoordelijkheid op te nemen als het om zulke gruwelijke feiten gaat. Het betekent dat je moet toegeven dat je hebt meegewerkt aan een onmenselijk systeem, en niets hebt gedaan om het tegen te houden. Het verandert niet alleen hoe de wereld naar je kijkt, maar ook hoe je naar jezelf kijkt, wat misschien nog het pijnlijkst is. Het kan je hele psyche vernietigen. Dan is het een stuk makkelijker om koppig in de oude, vertrouwde drogredenen te blijven geloven.”

Heel wat nazi’s hebben destijds weten te ontsnappen.

Boyne: “Daarom heb ik ook Kurt, de soldaat die in het eerste boek bij het gezin kind aan huis was, weer opgevoerd. Hij is na de oorlog ontsnapt naar Australië, waar hij een anoniem leven leidt met een vrouw en kind. Kurt is wat je een true believer noemt: hij hangt nog steeds de ideologie aan en schaamt zich niet voor zijn daden.

“Als lezer wil je hem natuurlijk graag gestraft zien, maar de realiteit is inderdaad dat veel nazi’s destijds zijn ontsnapt. In de jaren 60 en 70 waren nazi-jagers zoals Elie Wiesel vooral op zoek naar hooggeplaatste figuren. De doorsneesoldaat, die vaak even gruwelijke dingen deed, kon na de oorlog gewoon naar huis terugkeren en een normaal leven leiden. Zij werden niet berecht of terechtgesteld, want tja, waar was het dan geëindigd? De geallieerden konden moeilijk het halve land vermoorden in een zucht naar rechtvaardigheid. Dus liet men het maar zo.”

Veel soldaten beweerden achteraf ook dat ze alleen maar bevelen opvolgden.

Boyne: “Zelfs de mannen die gevangenen martelden in de kampen of hen de gaskamers injoegen, bleven dat tot op hoogbejaarde leeftijd volhouden. Slechts weinigen hebben ooit enige vorm van verantwoordelijkheid opgenomen.

“We mogen wel niet vergeten dat het destijds ongetwijfeld moeilijk was om níét door het systeem meegesleurd te worden. Je moest wel, anders werd je neergeschoten. We geloven van onszelf graag dat we ons met hand en tand zouden verzetten, maar ik denk dat we onderschatten hoeveel moed het moet hebben gevergd om op zo’n moment te zeggen: ‘Nee, hier werk ik niet aan mee. Schiet me dan maar neer.’”

De vraag is ook in hoeverre je je kúnt onttrekken aan de ideologie waarin je bent opgegroeid.

Boyne: “Als kleine jongen in de jaren 30 was je zelfs verplicht lid van de Hitlerjugend! Zo moet je Gretels betrokkenheid ook zien: ergens wist ze wel dat het kamp niet zomaar een boerderij was. Maar werkelijk nadenken over wat daar gebeurde, dat is veel te pijnlijk voor zo’n jong kind. Dat zou betekenen dat ze het beeld van haar vader moest bijstellen, de man van wie ze hield en naar wie ze opkeek. Dat kun je van een 12-jarige niet verwachten.

“Die periode, van je prille kindertijd tot vlak voor je volwassen wordt, is de belangrijkste fase in je leven. Ze vormt je als persoon en bepaalt hoe je naar de wereld kijkt. Ik heb het zelf meegemaakt: thuis had ik een heel gelukkige kindertijd, maar op school heb ik verschrikkelijk geleden. Die ervaringen hebben me voor de rest van mijn leven beschadigd en beïnvloed.”

U hebt het nu over het misbruik op school waarover u eerder al schreef in de roman De grote stilte.

Boyne: “Ja. Ik ben opgegroeid in het katholieke Ierland van de jaren 70 en 80. Mijn jeugd werd beheerst door priesters en nonnen die me vernederden en me het gevoel gaven dat ik waardeloos was – wellicht omdat ik homoseksueel ben. Maar het misbruik werd ook fysiek. Een sadistische priester sloeg me ooit zo hard in elkaar met een stok dat ik twee weken lang niet naar school kon. En een godsdienstleraar stak tijdens de les zijn hand in mijn broek terwijl hij over me heen gebogen stond, zogezegd om me te helpen met mijn taak. Dat was allemaal normaal: iedereen wist het, maar niemand zei er iets over. Als kind geloof je nu eenmaal wat de volwassenen in je omgeving je wijsmaken. Daarom heb ik mededogen voor kinderen die in gruwelijke systemen opgroeien. Maar goed, je moet er wel de rest van je leven mee zien om te gaan.”

‘De cancelcultuur komt voort uit nobele intenties: strijden voor de rechten van minderheden. Maar omdat ze anderen het zwijgen proberen op te leggen, lijkt het alsof die minderheden alleen maar uit vreselijke personen bestaan.’ Beeld Andreas Terlaak
‘De cancelcultuur komt voort uit nobele intenties: strijden voor de rechten van minderheden. Maar omdat ze anderen het zwijgen proberen op te leggen, lijkt het alsof die minderheden alleen maar uit vreselijke personen bestaan.’Beeld Andreas Terlaak

HAAT OP TWITTER

Nog voor de publicatie van Toen de wereld brak deed het boek al stof opwaaien. Volgens critici zou het sympathie voor de nazi’s aanmoedigen, net als De jongen in de gestreepte pyjama.

Boyne: “Daar begrijp ik echt niets van. Ik herken het boek totaal niet in die kritiek. Het zou me sterk verbazen als ook maar één lezer aan het einde van dat boek wel sympathie heeft voor Bruno, maar niet voor Schmuel, de Joodse jongen in het kamp.

“Dat ik de Duitsers niet stuk voor stuk als monsters heb afgeschilderd, betekent niet dat ik vind dat je ze sympathiek moet vinden – en al zeker hun wereldbeeld niet. Maar mensen zijn nu eenmaal complex, ze zijn nooit alleen maar goed of slecht. Bovendien kan het volgens mij juist nuttig zijn om te proberen te begrijpen waarom die dingen destijds zijn gebeurd: hoe voorkom je anders dat ze zich in de toekomst herhalen?”

U schrijft al meer dan twintig jaar. Hebben sociale media uw job moeilijker gemaakt?

Boyne: “Absoluut. Steeds meer mensen zijn nu boos en verontwaardigd, alleen maar om boos en verontwaardigd te zijn. De reden verzinnen ze er wel bij. Precies díé mensen riepen al weken voor de publicatie op tot een boycot van Toen de wereld brak. Ze hadden geen flauw idee van wat er in het boek staat, maar waren er toch al boos over. (Zucht) It’s all just so stupid.

“Een halfjaar geleden heb ik mijn Twitter-account verwijderd: een van de beste beslissingen van mijn leven. Mijn mentale gezondheid is sindsdien sterk verbeterd. Zelfs al kreeg ik elke dag tien mooie complimenten van lezers, dan nog bleef enkel die ene zure reactie me bij. Het is een beetje alsof je over straat loopt en er ineens een wildvreemde op je gezicht slaat. Je wéét dat die persoon niet goed snik is, maar dat maakt de ervaring er niet minder traumatiserend op. Het leven is al moeilijk genoeg zonder al die negativiteit online, je hoeft jezelf echt niet elke dag vrijwillig door wildvreemden te laten uitschelden.

“Het is angstaanjagend met hoeveel agressie en geweld je te maken krijgt op Twitter, zeker als je een beetje bekend bent. Als mensen zich dag in, dag uit zitten opwinden en ruziemaken op sociale media, verandert hun brein. Op den duur zijn ze constant boos en verontwaardigd, en schelden ze iedereen voor het minste of geringste uit. Het moet allesbehalve fijn leven zijn met zoveel woede in je.

“Nee, dan is het toch veel gezonder om jezelf te verwijderen van dat alles. Mijn leven is nu een stuk makkelijker. Natuurlijk lopen mensen op Twitter nog steeds op me te roepen en te schelden, maar ik hoor het niet meer. Héérlijk!”

U kreeg in 2019 al eens te maken met haatcampagnes van online activisten, toen u het boek Mijn broer heet Jessica schreef.

Boyne: “Men was toen boos omdat ik, als niet-trans persoon, een boek schreef over een trans persoon. Maar als je die logica volgt, mogen trans mensen alleen maar schrijven over trans mensen, homo’s alleen maar over homo’s, hetero’s enkel over hetero’s… Waar zijn we dan mee bezig?

“Luister: ik mag schrijven over wat ik maar wil. Kunst en literatuur draaien juist om creativiteit en het verruimen van je wereldbeeld. Waarom zou ik me moeten beperken tot schrijven over 51-jarige homoseksuele mannen uit Dublin, alleen maar omdat ik er zelf eentje ben?

“Het probleem met die online activisten is dat ze hun zaak meestal meer kwaad dan goed doen. In essentie komt de cancelcultuur voort uit nobele intenties, namelijk strijden voor de rechten van minderheden, maar het neemt steeds extremere proporties aan. Er gaat veel agressie mee gepaard, waardoor het lijkt alsof al die minderheden alleen maar uit vreselijke personen bestaan. Als je constant loopt te schreeuwen, wil op den duur niemand nog naar je boodschap luisteren.

“Wat me nog het meest stoort, is dat online activisten andere mensen het zwijgen willen opleggen. Hun motto is: no debate, geen ruimte voor discussie. Daar ben ik het grondig mee oneens. Er zou áltijd ruimte moeten zijn voor een intellectuele discussie. Als je dat niet wilt, is het omdat je er simpelweg niet toe in staat bent. Literatuur, kunst, het leven: alles draait om discussie, om met elkaar in gesprek gaan en je mening uiten. Het is zó arrogant om te stellen dat over jouw standpunt absoluut geen debat mogelijk is.

“Neem nu het debat over transrechten: als je stelt dat vrouwen die opkomen voor hun eigen veiligheid geen recht op hun standpunt hebben, dan leg je, zogezegd om een minderheid te beschermen, een andere minderheid het zwijgen op. Dat is toch hypocriet?”

U hebt het nu over de ophef rond schrijfster J.K. Rowling, die al een tijdje in het oog van de storm zit door haar uitspraken over transrechten.

Boyne: “J.K. Rowling was jarenlang een van de meest geliefde auteurs ter wereld, maar met één vingerknip werd ze gecanceld. Eerlijk gezegd denk ik dat daar vooral misogynie in meespeelt. Mensen vinden het niet fijn als een vrouw een mening heeft, zeker niet over onderwerpen die in feite over mannen gaan. Want wat heeft Rowling nu precies verkeerd gedaan? Ze is een vrouw die strijdt voor het recht van vrouwen op veilige ruimtes, zoals kleedkamers en toiletten. Online activisten vallen haar nu aan omdat ze niet zomaar trans vrouwen in die ruimtes wil toelaten, maar als slachtoffer van huiselijk geweld en seksuele agressie weet ze heel goed waarover ze het heeft.

“J.K. Rowling is helemaal niet transfoob. Ik heb haar nog nooit iets haatdragends zien doen of horen zeggen. Integendeel, ze is een heel empathische, meelevende en filantropische vrouw. Hoe ze de afgelopen tijd online wordt behandeld, dat is gewoon wreed.”

Haar nieuwste boek, The Ink Black Heart, werd van tevoren al geboycot. En na de publicatie verschenen er duizenden negatieve recensies van mensen die het boek niet eens hadden gelezen.

Boyne: “Dat is toch verschrikkelijk? Op die manier wordt een boek gestraft voor de persoonlijke meningen van de auteur – of nee, voor wat iemand dénkt dat die meningen zijn. Het is een belediging voor de literatuur en getuigt van een compleet gebrek aan intellectuele nieuwsgierigheid.

“Over Toen de wereld brak roepen critici ook dat ze het niet zullen lezen, dat het een vreselijk boek is, maar hoe kun je dat weten? Pas op: misschien ís het inderdaad wel een vreselijk boek, maar je hebt pas recht op die mening als je het hebt gelezen. Je zult het dus toch eerst moeten kopen, vrees ik (lacht).”

Uw publieke steun voor Rowling zal de critici wellicht niet milder stemmen.

Boyne: “Dat maakt me helemaal niets uit. Als je een publiek platform hebt, moet je het ook gebruiken voor de dingen waarin je gelooft. Alleen ben ik gestopt met dat op Twitter te doen, omdat dat zo’n afgrijselijke plaats is. Ik geef nu de voorkeur aan interviews, dan is toch op z’n minst één iemand geïnteresseerd in mijn mening (lacht).”

Bent u bang dat steeds minder mensen publiekelijk hun mening zullen durven te geven?

Boyne: “Oh ja, dat gebeurt nu al. Door de cancelcultuur worden nu opvallend veel neutrale, saaie, nietszeggende boeken geschreven. Jonge schrijvers durven gevoelige onderwerpen niet meer aan te raken en blijven liever aan de oppervlakte. Doodjammer, maar échte schrijvers zullen altijd blijven schrijven over dingen die ertoe doen, en mensen blijven irriteren. Tenslotte is dat wat we het best doen.”

John Boyne, ‘Toen de wereld brak’, Meulenhoff

null Beeld rv
Beeld rv

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234