Dinsdag 04/10/2022

RecensieMahagonny

Ivo Van Hove geeft opera ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ een krachtige mix van vervreemding en subjectiviteit mee

De opera ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ van Kurt Weill en Bertolt Brecht.  Beeld OBV/Annemie Augustijns
De opera ‘Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny’ van Kurt Weill en Bertolt Brecht.Beeld OBV/Annemie Augustijns

Het maakt een verschil of je Aufstieg und Fall der Stadt Mahagonny tijdens een oorlog in je achtertuin ziet of niet. Het maakt ook een verschil of je hem in de Opera van Antwerpen of in het Grand Théâtre de Provence op het festival van Aix ziet, waar de productie drie jaar geleden in première ging. In het kleinere Antwerpse theater en onder oorlogsdreiging is de impact sterker.

Stephan Moens

Voor Ivo van Hove is Mahagonny geen show maar een statement. Voor zijn eerste regie van een stuk van Bertolt Brecht heeft hij dan ook naar diens wapen van de vervreemding gegrepen. Weliswaar op de hem eigen manier: met een nagenoeg leeg podium dat onophoudelijk met allerlei praktikabels en machinerie wordt gevuld, met livevideo tegen greenscreens, met ruwe mannen en verlepte hoeren (van wie één transpersoon), maar relatief getrouw aan het brechtiaanse voorbeeld: de typische scènebeschrijvingen worden geprojecteerd, geacteerd wordt er vaak in groep.

Maar Van Hove doet meer. Elke zanger, ook die in het koor, wordt ertoe aangezet emotie te laten blijken, nuance te brengen in de mimiek. Om dat te zien moet je wel naar het videoscherm kijken, want vele belangrijke dingen vinden op het zij- of achtertoneel of midden in een groep plaats. Dan zorgt die mix van real en fake, van vervreemding en subjectiviteit, voor heel wat opzwepende of ontroerende momenten.

Maar toch: waar de klassieke Brecht-stijl doorbreekt – in massascènes van geweld en woede, in directe confrontaties met het publiek, in constructivistisch verveelvoudigde videobeelden – of waar het compositorische genie van Weill de bovenhand haalt, in met jazzakkoorden doorspekte koralen à la Bach of op de echt lyrische en dramatische momenten, daar krijgt Van Hoves aanpak pas echt kracht en drive.

Dirigent Alejo Pérez doet dit dan weer net iets te veel: in zijn groots uithalende, soms bijna pucciniaanse interpretatie had af en toe wat meer subtiele ironie mogen zitten.

Hetzelfde geldt voor tenor Leonardo Capalbo, die de centrale rol van Jim Mahoney op zich neemt: een grote stem, maar interpretatief eendimensionaal en overdreven. Bakken nuance daarentegen brengt Tineke Van Ingelgem als Jenny. Zij overklast zelfs de nochtans zeer presente Maria Riccarda Wesseling als teleurgestelde maar nog steeds beenharde hoerenmadam op jaren, Leokadja Begbick.

En zo blijkt: Mahagonny heeft inderdaad geen blingbling nodig. Maar je moet wel geloven in wat Brecht en Weill wilden: actueel zijn, de grote thema’s van de tijd (“Oorlog, kapitalisme, inflatie en revolutie”, aldus Weill) brutaal weergeven. Dat zorgt, zeker in onze tijd, waarin (misschien op de revolutie na) die vier thema’s de globale samenleving beheersen, voor een krachtige, bijna overweldigende voorstelling.

Nog tot 20 september in Antwerpen, vanaf 29 september in Gent.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234