Dinsdag 22/10/2019

Interview Ish Ait Hamou

Ish Ait Hamou over zijn nieuwe ‘Het moois dat we delen’: ‘Terreur is zo’n gevaarlijk woord’

Ish Ait Hamou: ‘Het is nooit mijn missie geweest om te verbinden. Ik vertel gewoon verhalen die uit mijn DNA komen.’ Beeld Damon De Backer

Vol woede begon hij aan dit boek, vertelt Ish Ait Hamou (32) over zijn nieuwe roman Het moois dat we delen. Zijn verhaal over de brokstukken na een drama balanceert ­tussen hoop en frustratie. ‘Het leven wordt anders als je afstand neemt van sociale media.’

We zitten in zijn kleedkamer in deSingel, waar hij aspirant-leerkrachten net heeft verteld over zijn schooltijd. Want dat doet deze Vilvoordse bestsellerauteur graag: het land doorreizen om zijn ervaringen te delen. Ait Hamou is moe en zijn rug doet pijn, maar hij ziet er piekfijn uit. Hij praat rustig en bedachtzaam en neemt zijn tijd. Hij is gelukkig, zal hij vertellen. Maar vier jaar geleden, toen hij zijn laptop openklapte voor de eerste zinnen van Het moois dat we delen, werd hij overspoeld door frustratie, teleurstelling en mistroostigheid.

De voormalig danser, auteur, theater- en televisiemaker was net terug van een reis voor het VIER-programma Terug naar eigen land, waarbij hij met andere bekende Vlamingen de vluchtelingenroute richting Europa volgde. In Parijs en Brussel werden aanslagen gepleegd waarvan de naschokken zich lang lieten voelen.

BIO • 32 jaar, in Vilvoorde geboren uit Marokkaanse ouders • voormalig danser en choreograaf, jurylid So You Think You Can Dance • schrijver van Hard hart (2014), Cécile (2015) en Als je iemand verliest die je niet kan verliezen (2016) • was te zien in Terug naar eigen land op VIER • werkte mee aan Alors on danse, Dansdate en Dance around the World  • brengt op het Festival van de Gelijkheid voor de laatste keer zijn voorstelling Aan­genaam, ik ben Ish • kreeg de Prijs van de Gelijkheid (2016) • regisseur en scenarist van kortfilm KLEM • woont in Vilvoorde met zijn vrouw en twee zonen  

“Ik ben als een andere mens teruggekeerd van Terug naar eigen land. Alles voelde anders: ik had zo weinig geduld met die polarisatie, die eeuwige vraag over wie een Vlaming is en wie niet, de wantrouwige sfeer: hard zijn werd aangemoedigd, wie nuanceerde was zwak.”

Dat verdeelde Vlaanderen is de backdrop van zijn verhaal, waarover we verder niet teveel mogen prijsgeven. We houden het op een relaas over Soumia en Luc, dader en slachtoffer van een vreselijk feit waarvan ze niet weten hoe ze ervan zouden kunnen herstellen. Is er nog ruimte voor vergeving, twijfel en begrip, vraagt de schrijver zich af, terwijl hij naar twee werelden kijkt die ogenschijnlijk mijlenver uit elkaar liggen: het Marokkaanse gezin dat de schaamte niet van zich kan afleggen, en de voetbalkantine waar oude mannen racistische praat uitkramen.

“Ik heb de laatste jaren veel voorstellingen en lezingen gegeven. Ik merk dat de taal van de grote krachten – de politici en de media – doorsijpelt. Hoe interpreteren Soumia en Luc die harde boodschappen? Hoe beïnvloedt dat hun keuzes?”

Soumia zegt: ‘Woorden lijken onschuldig, maar leg ze op de verkeerde plaats, op een verkeerd tijdstip en het worden landmijnen.’ Welke gevaarlijke woorden hebben u recent getroffen?

Ish Ait Hamou: “Soumission. In het boek is dat woord doorgesijpeld tot in de voetbalkantine, hoewel mensen eigenlijk niet weten waarover ze het hebben. En ‘terreur’. De jongens die deze zomer voor overlast zorgden in een zwembad in Zeeland werden eerst omschreven als ‘amokmakers’, maar op den duur kreeg dat verhaal zulke proporties dat ze ‘zwembadterroristen’ werden.

“Beseffen de mensen die dat opschrijven hoe zo’n extreem beladen woord wordt ontvangen in de voetbalkantines? En hoe gevoelig zo’n woord ligt in een land dat aanslagen heeft meegemaakt, dat angst en nabestaanden kent? Dat je die term dan toch gebruikt voor incidenten in een zwembad, is op zijn minst teleurstellend.”

‘Waarachtigheid verkoopt niet’, lezen we. En schotelantennes op de daken ‘vertellen een deel van de waarheid die hier niet wordt verkondigd’. U loopt niet erg hoog op met de media.

“Soumia is negatiever dan ik, maar het woord zwembadterrorist komt van een journalist of eindredacteur die de term boven een artikel heeft gezet. Dat is een keuze waar ik mij vragen bij stel. En er is ook nog wel wat werk aan representatie: op redacties is er nog steeds geen evenwichtige verdeling volgens gender en etniciteit.

“Ik las net het nieuwe boek van Rutger Bregman, De meeste mensen deugen. Daarin somt hij tien dingen op die hij geleerd heeft uit zijn onderzoek, waaronder: kijk niet naar het nieuws. Daar kan ik me wel in vinden. Want wat is meestal nieuws? De anomalie. En dat is meestal iets negatiefs. We worden aangetrokken door slecht nieuws en drama.”

U volgt het nieuws niet meer?

“Nee. Ter voorbereiding op dit boek heb ik een tijd lang veel kranten gelezen en veel mensen gevolgd op Twitter. Ik wilde de sfeer van de afgelopen jaren documenteren, aanvoelen en begrijpen. Dat was verschrikkelijk deprimerend. Ik herinner me dat Jan Kooijman (Nederlandse danser en tv-presentator, LB) me een tijd geleden vroeg hoe het met het boek ging. Goed, zei ik, maar ik ben zo boos. Voortdurend boos.

“Ik werd helemaal meegetrokken in die draaikolk van opinies, tweets en retweets en er was altijd wel iets dat me kwaad maakte. Hij heeft me aangemaand om daarmee te stoppen: op den duur zie je het verschil niet meer tussen die gedachten van mensen en de realiteit waarin je leeft. Ik ben er dus mee gestopt. Al heb ik deze week wel naar Terzake en De afspraak gekeken om te weten wat er in het regeerakkoord staat.”

En, maakte u dat boos?

“Wat weten we eigenlijk? Dat er nog geen begrotingscijfers zijn, waardoor we de maatregelen niet goed kunnen inschatten. Ik begrijp ook niet wat (Vlaams minister-president) Jan Jambon bedoelt als hij zegt dat het middenveld met minder meer kan doen. Ik vraag me af of de regering die oefening ook voor zichzelf heeft gemaakt: we hebben tenslotte toch een ingewikkeld staatsbestel dat ons veel geld kost.

“Wat mij vooral stoorde tijdens de persconferentie van de nieuwe regering is hoe vaak de woorden ‘Vlaamse identiteit’ zijn gevallen. Op zich heb ik daar geen probleem mee, maar zelden heb ik het gevoel dat ze het over mij hebben, en daarmee bedoel ik de Marokkaanse gemeenschap. Mag het meisje met de hoofddoek ook meebeslissen, en de man met roots in Centraal-Afrika, de gehandicapte en de homo? O, ik denk nu aan het Marakkeshpact, nog zo’n interessante woordkeuze.”

Ish Ait Hamou: ‘‘Ik had het vier jaar geleden mentaal moeilijk. Dat het nu anders is, komt niet door het beleid of de media, maar door de mensen die ik heb ontmoet.’ Beeld Damon De Backer

U zou nochtans prima in aanmerking komen voor de Vlaamse canon die nu wordt opgesteld. Met ruim 82.000 verkochte boeken bent u een Vlaamse bestsellerauteur.

“Ik heb geen idee wat die canon inhoudt of waarom dat nodig is. Maar de drang om er per se te willen bij horen heb ik losgelaten, voor mijn eigen geluk en gezondheid.”

Hebt u het opgegeven?

“Helemaal niet. Het is gewoon niet meer belangrijk. Ik heb een fijn leven en ik mag fijne dingen doen, dat is meer dan een mens vragen mag. En het idee dat er een plek is waar sommige mensen bij horen en anderen niet, is niet meer dan een artificiële constructie die mij werd opgedrongen. Natuurlijk heeft dat idee consequenties: soms loop je er bepaalde posities of projecten door mis. Maar dat zegt niets over mij als mens.”

Het is niet aan anderen om te bepalen of u erbij hoort?

“Zeker niet. Ik heb vaak geprobeerd deuren open te rammen, maar soms is het goed om die deuren gewoon dicht te laten en zelf een huisje te bouwen waar anderen binnen en buiten kunnen wandelen. Ik organiseer zelf veel en ik haal daar veel voldoening uit. Binnenkort open ik in Vilvoorde een eet- en ontmoetingsplek, een open huis waar ik mensen zal proberen te helpen via mijn netwerk. Als jongeren bijvoorbeeld iets willen doen in de media, dan ken ik wel wat journalisten die ik kan uitnodigen om daarover te komen praten bij een bord lekkere pasta.”

De fiets is een opmerkelijk symbool in het boek. De fietsouders aan de schoolpoort zijn voor Soumia een mysterie. En als ze een alter ego voor zichzelf verzint, dan is ze een vrouw met een fiets. Vanwaar komt dat?

“Ik heb mijn ouders nooit op een fiets gezien, laat staan dat we samen gingen fietsen. Maar de fiets­ouders die ik als kind zag, reden zelfs door de regen, en ze hadden ergens een helm vandaan gehaald. Voor mij was dat iets van een andere wereld: Marokkaanse kinderen groeiden daar toen niet mee op. Ik vroeg mij af: wie zíjn die mensen? Wat eten ze? Hebben ze thuis een tv? Ik dacht ook dat mensen met een bakfiets geen zorgen hadden, omdat ik ze nooit zag fronsen.

“Inmiddels heb ik geen eigen auto meer en haal ik mijn zoontje op met de bakfiets. (lacht) Wacht, het wordt nog erger: ik heb zelfs een plooifiets die ik meeneem op de trein. Ik vind het wel ontspannend, dat fietsen, dus misschien is het wel een beetje waar dat fietsers minder zorgen hebben. Zo zie je maar hoe een fiets je het idee kan geven dat mensen helemaal anders zijn dan jou, terwijl het maar een vervoermiddel is.”

Soumia vertelt ook dat ze zich als kind schaamde voor haar moeder, die haar op school kwam halen met een hoofddoek om. Ook dat komt uit uw eigen kindertijd.

“Ja, dan probeerde ik mijn moeder bijvoorbeeld achteloos voorbij te lopen. Ik was anders dan mijn klasgenoten: ik wist niet wanneer ik ‘de’ of ‘het’ moest gebruiken, het beleg op boterhammen zag er anders uit en mijn mama met haar hoofddoek ook. Al heel vroeg gaf mijn omgeving me het gevoel dat ‘anders’ slecht is.”

Hebt u daar ooit met uw moeder over gepraat?

“Toen ik wat ouder was wel, ja, maar in die tijd zeker niet. Mijn generatie weet niet goed hoe het voor onze ouders is geweest om hun familie en land achter te laten en hier opnieuw te beginnen. En zij weten weinig over hoe wij onze schooltijd hebben ervaren. Iedereen spaart elkaar. Ik denk dat je snel volwassen wordt als je het gevoel hebt dat je anders bent. Al heel snel moet je nadenken over schaamte en schuldgevoelens, over wat je thuis vertelt en wat niet.

“Dat verhaal over de schoolpoort vertel ik ook in mijn theatervoorstelling Aangenaam, ik ben Ish. Na de voorstelling vertelde een blonde vrouw me dat ze die schaamte herkende. Ik was wat in de war en vroeg of haar moeder ook moslima was. ‘Nee, ik had twee mama’s’. Dat vond ik heel indrukwekkend, het deed me inzien hoe ik gevoeliger kan zijn voor de ervaringen van anderen.”

Bent u nooit kwaad geweest op uw ouders, omwille van die schaamte?

“Nee, je onderdrukt dat. Maar het tast je wel aan.”

U schrijft: ‘(...) leerlingen met een andere bagage overtreden de regels niet alleen maar omdat ze slecht en ongehoorzaam zijn, maar ook omdat ze soms, wanneer het hun te veel wordt, er even behoefte aan hebben om weer zichzelf te zijn.’

“Als grote delen van je identiteit – wat je graag hebt, wat je graag doet, welke taal je graag spreekt – geblokkeerd worden, dan leidt de nood om jezelf te zijn vroeg of laat tot een uitbarsting. Ik kon me op school zo belemmerd voelen dat het enige wat er nog uitkwam een kreet was: ‘Laat me even zijn wie ik ben. Ik snap dat er regels zijn waaraan ik me moet houden, maar laat me even mijn plek een beetje claimen.’

“En wat doe je dan? Je gedraagt je slecht, of je roept naar je leraar. Dat wordt dan gezien als een rebelse daad, want als mensen ervan uitgaan dat je slecht, lui en rebels bent, dan wordt alles wat je doet ook zo geïnterpreteerd. Maar dat gedrag heeft een oorsprong en een oorzaak.

“Ik heb wel het geluk gehad dat ik goed omringd was: door Fouad, de leider van onze breakdancecrew, mijn vader, mijn broers, mijn voetbalcoach, mijn vrienden. Sommige mensen uit mijn jeugd hebben een weg gekozen waar ik niet achter sta, maar de mensen rond mij zijn goed omgegaan met die frustraties. Ook de dans heeft me uit die realiteit gezogen: opeens stond ik op een podium en kreeg ik applaus.”

Ook de andere kant komt aan bod in uw boek in de vorm van Luc, een oude man die zich niet comfortabel voelt in zijn wijk die steeds diverser wordt. Kunt u zich makkelijk in zijn ervaring verplaatsen?

“Ja, uiteraard. Het zou heel oneerlijk zijn om te beweren dat verandering niet kan storen, of moeilijk is. Het zou even oneerlijk zijn om die frustraties te negeren. Lucs schoonbroer Albert is een en al bitterheid en je begrijpt waarom. De vraag is: hoever reikt dat begrip? Tot waar volg je zijn uitspraken en gedrag?”

Ish Ait Hamou: ‘Als kind vroeg ik me bij het zien van fietsouders af: wie zíjn die mensen? Hebben zij ook een tv? Nu haal ik mijn zoon ook op met de bakfiets.’ Beeld Damon De Backer

De neefjes van Luc zijn lid van een studenten­vereniging die doet denken aan Schild & Vrienden. Hoever reikt uw begrip daarvoor?

“Ik kan dat begrijpen, maar wellicht vul ik de term begrip anders in: ik erken dat sommige mensen zich aangetrokken voelen tot een roeping, een missie om hun land te redden. Persoonlijk vind ik hun gedrag afschuwelijk en ik kan me niet inbeelden dat je van alle mogelijke pistes juist die weg kiest, maar er zijn mensen die daar hun draai in vinden. Net zoals je mensen hebt die hun draai vinden in andere vormen van radicalisme.”

Het is moeilijk te bepalen of u een optimistisch dan wel pessimistisch boek hebt geschreven.

“Allebei, denk ik. En dat is een eerlijke reflectie van de realiteit.”

Wat maakt u vandaag optimistisch?

“Mensen die met elkaar praten. Zoals sommige mensen gelukkig worden van naar spelende kinderen te kijken, geeft het mij een fijn gevoel om mensen te zien praten op café, in de trein of in de wachtzaal. Bakfietsen en hoofddoeken doen ons misschien denken dat we uit andere werelden komen, maar ik geloof dat als mensen tijd voor elkaar nemen, dat ze zullen ontdekken dat ze veel delen.”

Maar wil men dat wel ontdekken? U vertelt al jaren een verbindend verhaal, maar een blik op sociale media geeft de indruk dat mensen vooral willen roepen en gelijk krijgen.

“Het is nooit mijn missie geweest om te verbinden. Ik vertel gewoon verhalen die uit mijn DNA komen. Sociale media zijn bovendien niet de werkelijkheid. In de echte wereld gedragen mensen zich anders: wat ze daar roepen, zouden ze nooit durven zeggen in het echt. Ik merk dat ik het leven anders ervaar als ik afstand neem van sociale media.”

Ondertussen zitten zowat alle andere mensen wel nog op Twitter en Facebook.

“Je vraagt eigenlijk: kun je op je eentje iets groots veranderen? Het is net als het klimaatverhaal: de grote omwenteling moet komen van de overheid en de grote bedrijven. Maar we kunnen wel ons eigen gedrag aanpassen: zelfs al gebruikt iedereen rondom jou plastic flessen, je kunt je altijd afvragen: word ik daar gelukkiger van? En kan ik met mijn keuze iemand inspireren? Elke verandering begint met een kleine daad.”

‘Elke vooruitgang wordt geremd door achteruitgang, maar het is ook zo dat elke achteruitgang vooruitgang oproept’, lezen we in uw boek. Gelooft u dat echt?

“O ja. Ik geloof in balans, yin en yang, ups en downs.”

U treedt op, u geeft lezingen, u engageert zich voor verschillende projecten. Nooit zin om thuis in de zetel te blijven liggen?

“Ik lig ook veel in de zetel, terwijl ik op Netflix naar Japanse tekenfilms kijk. Ik besteed ook veel tijd met mijn vrouw en kind. Maar een dag is lang en mijn vader heeft me geleerd om te helpen waar je kunt.”

U werkt met uw broer aan een film over de Brusselse lockdown na de aanslag in Parijs.

“De lockdown zal erin voorkomen, maar het gaat vooral over de stad en de mensen. We zijn nog aan het schrijven, dus ik wil er nog niet teveel over kwijt.”

Schrijft u eigenlijk al in het Nederlands? Uw eerste boeken liet u vertalen uit het Engels.

“Ja hoor, maar ik heb dat lang niet willen doen. Niet omdat ik het niet kon, maar mijn relatie met het Nederlands is lang niet fijn geweest. Ik vermeed de taal en ik had het gevoel dat het niet goed genoeg was. Dat komt echt uit mijn jeugd: Ik ben Franstalig opgevoed en ging naar een Nederlandstalige school. Maar ik heb mijn tijd genomen, met het Nederlands een babbeltje of twee gehad en we zijn samen verdergegaan.” (lacht)

Eind november brengt u voor de laatste keer Aangenaam, ik ben Ish. U hebt 43 keer opgetreden met die voorstelling en elke keer leek het erg emotioneel voor u.

(blaast) “Die voorstellingen hebben mijn leven veranderd. De respons van de mensen, dat heb ik nog nooit meegemaakt. Soms schrijven ze me weken later nog brieven. En op het einde van elke voorstelling sta ik te huilen. Nu pas snap ik waarom: het is een echte ontlading. Ik vertel er best persoonlijke verhalen en de teleurstelling en de pijn die ik altijd heb gevoeld, worden dan even gedragen door al die mensen in de zaal. Bij de vorige voorstelling in Antwerpen liepen zelfs een man en een jongetje het podium op. ‘Je hebt me geraakt, man, je hebt me geraakt’, fluisterde die man in mijn oor. Dat was zo intens en surrealistisch.

“Dat is wat mijn vertrouwen in de mens herstelt. Ik had het vier jaar geleden mentaal heel moeilijk. Dat het vandaag anders is, komt niet door het beleid of de media, maar door de mensen die ik heb ontmoet. Zij maken mij gelukkig. Ook al zijn er nog teleurstellingen: we hebben allemaal het regeerakkoord gelezen.” (lacht)

De auteur stelt het boek voor tijdens de tweede editie van Ish nodigt uit, op 12 oktober in de Kruitfabriek in Vilvoorde.

Ish Ait Hamou, Het moois dat we delen, Angèle, 320 p., 21,99 euro. Verschijnt op 10 oktober.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234