Vrijdag 15/11/2019

Interview

Isabelle Baele, de vrouw van Mark Coenen: ‘Een man is meer dan zijn erectie’

‘Je kunt geen twee kapiteins op een schip hebben. Er kan er maar één de baas zijn, en die rol neem ik liever op mij.’

Mark Coenen (61) debuteerde vorige maand uit het niets met een heuse roman. Italië voor idioten is een lappendeken van overpeinzingen en anekdotes, over hoe de VRT-coryfee en columnist samen met zijn grote liefde Isabelle Baele (52) – zelf óók een VRT-coryfee – een boerenhuis kocht in Marche.

Het is waar wat Mark schrijft: hij doet niets liever dan in bad zitten en daar ideeën uitbroeden. Hij heeft er soms zo veel op een dag dat ik er zot van word. Ik ben nogal praktisch ingesteld en licht er dan één idee uit om uit te werken. Maar tegen de tijd dat ik iets op papier heb gezet, heeft hij alweer veertien andere plannen bedacht. En als er dan werk moet worden verzet, zegt hij: ‘Oei! Meen je dat of wat?’”

Je gaf hem een T-shirt van het Ministerie van Unieke Zaken cadeau, met daarop de slogan: ‘Moet just niks.’

“Dat is wat hij antwoordt als ik weer eens tegen hem zeg: ‘Moet je niet gaan fietsen? Je zei toch dat je dat vandaag ging doen?’ – ‘Ik moet just niks.’ Het is zijn lijfspreuk, zeg maar.”

‘Zonder haar doortastende vastberadenheid, een bloedhond gelijk, zou dit avontuur fictie zijn gebleven’, schrijft hij in de inleiding van Italië voor idioten.

“Nu vraag ik me af of dat wel een compliment is. (lacht) Maar het is wel waar: telkens wanneer de uitgever een deadline voor een hoofdstuk zette, dreef ik hem naar zijn bureau en zei ik: ‘Komaan, we gaan ervoor!’

“En toen hij rijdend door Marche begon te dromen van een huis op een Italiaanse heuvelrug, ben ik meteen nachtenlang op internet gaan surfen om een lijst samen te stellen van huizen die we moesten gaan bekijken. Ik heb meteen afspraken gemaakt en heb ervoor gezorgd dat de roadtrip langs de boerderijen logisch was georganiseerd. Ik neem hem dan op sleeptouw.”

Denk je nooit: ‘Neem jij het roer nu maar even over?’

“Toch wel, maar als hij dat dan doet, hebben we meteen ruzie. Je kunt geen twee kapiteins op een schip hebben, hè. Er kan er maar één de baas zijn. En ik neem die taak liever op mij.”

En Mark voelt zich dan niet aangetast in zijn mannelijkheid?

“O, neen! Hij vindt dat heel comfortabel. Hij laat zich graag door mij leiden.”

In je vijftien jaar bij de VRT heb je ook leidinggevende functies bekleed. Was dat waar je van droomde toen je communicatie en marketing ging studeren?

“Hmm, zo vastomlijnd waren mijn plannen niet. Marketing was hip in de jaren 90 en misschien ben ik dat wel gaan studeren omdat ik veel naar Melrose Place keek. (lacht)

De eerste soap met aantrekkelijke, eigengereide, licht getikte, maar ook machtige vrouwen.

“Voor een meisje uit een dorp als Alsemberg, waar vrouwen – net als mijn moeder – meestal huisvrouw waren, was dat natuurlijk heel inspirerend.

“Ik was ook enorm gefascineerd door reclame en hoe die psychologisch op mensen inwerkte. Ik vroeg me af hoe een sterk merk ontstaat, hoe je het beeld van, bijvoorbeeld, Persil zo opbouwt dat mensen er emotioneel door worden aangetrokken. Ik vroeg me af of je daar ook iets maatschappelijk positiefs mee kon doen. Ik heb mijn thesis geschreven over ecologische marketing. Dat was zo nieuw dat ik alle literatuur uit de VS heb moeten laten overkomen – internet bestond nog niet, hè. Ik ben na mijn afstuderen zelfs gebeld door verschillende journalisten die over mijn thesis wilden schrijven.

“Nu, als ik heel eerlijk ben, had ik dat onderwerp ook gekozen omdat ik verliefd was op de manager van Ecover. Dat was zo’n knappe gast en die heb ik in het kader van mijn thesis kunnen interviewen. (lacht) Groene merken begonnen in die tijd net op te komen en ik was als puber al heel begaan met het milieu. Ik weet nog dat ik me vreselijk schuldig voelde toen ik met mijn eerste auto begon te rijden. Bij elke kilometer dacht ik: ‘Sorry, sorry voor de uitlaatgassen.’”

Je bent dus iemand die haar tijd vooruit is.

“Nu niet meer. Nu ben ik ouderwets, zegt mijn man. ‘Jij zou goed passen in de jaren 50’, hoor ik vaak. Ik ben nogal een gedisciplineerde en principiële vrouw, en hou van ouderwetse waarden als gedrevenheid, ambitie en doorzettingsvermogen. Wat dat betreft, bots ik regelmatig met mijn moderne gezin. Pubers moet je achter de veren zitten, maar Mark zegt dan vaak: ‘Allee, Isabelle, nu hebben ze toch genoeg gestudeerd!’ Maar ik vind het dan nog niet goed genoeg. Ik hou van hard werken. Het bezorgt mij ook geen stress, integendeel. Ik krijg er alleen maar meer energie van.”

Een passage uit Italië voor idioten: ‘In ons gezin zijn we statutaire dierenliefhebbers. Dat zijn we aan onze stand verplicht, niet het minst omdat de vrouw des huizes in de raad van bestuur van GAIA zetelt.’

“Echt? Daar heb ik over gelezen, maar het klopt wel. Ook dierenleed trok ik me als kind al heel erg aan. We hadden kippen thuis, en er kwam altijd een moment waarop mijn vader een kip slachtte die niet veel later op ons bord zou belanden. Waarop we Katrien – ik gaf elke kip een naam – moesten opeten. Ik zat dan huilend aan tafel.

“Op een gegeven moment heb ik gezegd: ‘Ik stop ermee.’ Ik vind het stuitend hoe iedereen maar voorbijgaat aan het leed dat de industriële veeteelt veroorzaakt. Ik leef bijna volkomen vegan, maar eet wel nog kaas en eieren. Ik koop ook haast geen leer meer. Ik voel me daar zo goed bij. Vooral in mijn hoofd: daar is nu niets meer dat knaagt. Thuis eten wij ook helemaal geen vlees. Niets. Nooit.”

‘Ik had net Music for Life gelanceerd toen ik te horen kreeg dat ik moest vertrekken. Ik ben daarvan moeten bekomen. De VRT was mijn leven.’

Mark ook niet?

“Nee. Daarin is hij me heel snel gevolgd, zoals altijd. (grinnikt)

Kook jij?

“Nee, dat doet Mark. Mark is de vrouw in huis. Hij leeft zich echt uit in de keuken, is daar zo creatief. In Italië heeft hij ook meteen de heerlijkste pasta’s leren klaarmaken. En mijn ontbijt staat elke ochtend klaar: vers gesneden fruit met yoghurt en zaden. Op dat gebied heb ik echt het groot lot gewonnen.”

In zijn boek staan veel overpeinzingen over hoeveel belang je mag hechten aan materiële zaken als een Italiaans buitenhuis: ‘Geld maakt niet gelukkig,’ aldus de schrijver, ‘maar het zorgt wel voor 365 dagen zon per jaar.’

“We hebben ons geld er wel voor bijeen moeten schrapen, hoor. Het is alleen maar gelukt omdat ik ons huis in Keerbergen lang geleden al met de hulp van mijn ouders had gekocht. Marche is ook Toscane niet: het is een arme streek, en ons stulpje is een eenvoudig boerenhuis. We verhuren het ook, maar dat is puur om de kosten te recupereren van alle reparaties die voortdurend nodig zijn.”

In het boek ben je inderdaad veel aan het klussen.

“Elke keer wanneer we naar Italië gaan, heb ik een hele lijst van wat er allemaal moet gebeuren en ligt de achterbank van de auto vol met gereedschap, cement en ander materiaal. Er is altijd iets dat ik wil verbeteren en zodra we zijn aangekomen, begin ik. Ik voeg stenen die loszitten of begin te snoeien in de tuin.”

Je metst ook.

“Ik heb de trap gemetst in dat huis. In mijn bikini. Ik heb er een week over gedaan, maar na tien jaar staat hij er nog altijd.”

Mark is géén klusser.

(schiet in een lachstuip) Mark kan nog net een lamp indraaien, maar meer moet je hem niet vragen. Neen, ik word er ook alleen maar nerveus van als hij me probeert te helpen. Samen klussen gaat echt niet. Hij moet uit mijn buurt blijven. Zelfs voor een Ikea-kast die te groot is om alleen in elkaar te zetten, vraag ik hulp aan iemand anders. Omdat ik weet: als we dit samen doen, stevenen we recht op een scheiding af. Ik moet wel zeggen dat we nog niet zo lang geleden samen een lamp hebben opgehangen. Ik weet nog dat we daarna tegen elkaar hebben gezegd: ‘Dit is een mijlpaal in ons leven.’”

Waarvoor ben je gevallen toen Mark op je pad kwam?

“Zijn humor. En zijn intelligentie, natuurlijk.”

Om over zijn lichaam nog maar te zwijgen.

“Laten we daar vooral over zwijgen, ja. Daar is nog wel wat werk aan. (lacht)

En hij viel voor jou omdat je mooi en jong was.

“Ongetwijfeld. (lacht) En op mijn vrank bakkes.”

Wanneer is het gebeurd? Toen je bij Studio Brussel begon? Mark was er toen producer.

“Nee, ik was toen pas getrouwd en nog heel verliefd op mijn eerste man. Ik was er eerst vier jaar pr-coördinator en ben daarna de marketingafdeling van alle radionetten gaan leiden. Eén van mijn pronkstukken uit die tijd vind ik nog steeds de verandering van het StuBru-logo en de campagnes daarrond. Herinner je je nog het plasmatje dat je in het urinoir kon leggen, zodat je op het logo kon zeiken? Die was toch goed, neen? In die tijd hebben Mark en ik veel samengewerkt, en ja, love happens.”

Bevorderde dat de samenwerking?

“We konden dat goed scheiden. Ik denk dat iemand die niet van onze liefde afwist, er op de werkvloer niets van kon merken.”

Maar blijf je dan thuis niet over werkgerelateerde dingen doorpraten?

“Dat wel, ja. Ik herinner me nog de avond dat ik moest bevallen van onze dochter. De tijd drong, we stapten in de auto, vertrokken naar het ziekenhuis, begonnen op weg meteen over een nieuwe StuBru-campagne te babbelen en opeens zag ik de VRT-toren en hoorde ik Mark vloeken: ‘Shit, hier moeten we helemaal niet zijn!’”

Je hebt pas op latere leeftijd kinderen gekregen.

“We hebben allebei eerst een ingewikkeld parcours afgelegd omdat we getrouwd waren. Het was een moeilijke periode met veel gemengde gevoelens. Dat heeft zijn tijd nodig gehad. En daarna heb ik nog flink geworsteld met de vraag of ik wel kinderen wilde. Ik ben nu dolblij met mijn zoon en dochter, maar als ik eerlijk ben, heb ik die stap alleen maar gezet omdat ik bang was dat ik het me ging beklagen als ik het niet zou doen. Mij zul je nooit aan iemand horen vragen: ‘En, waar blijven de kinderen?’ Ik heb veel bewondering voor mensen die bewust kinderloos zijn. Ik besef heel goed dat er ook een ander leven dan een gezinsleven mogelijk is, en dat ik dat nu misschien mis.”

Toen Mark naar de directie verhuisde, nam jij de fakkel van hem over als netmanager van Studio Brussel. Je zei toen dat hij er een zottenkot van had gemaakt en dat je de dingen er dringend moest reorganiseren.

“Heb ik me toen zo extreem uitgedrukt? Ik moest mezelf toen kennelijk even in de markt positioneren. (lacht) Nu, Mark hanteert inderdaad een stijl die wat chaotisch is, zal ik maar eufemistisch zeggen. De chaos was, toen ik bij Studio Brussel begon, ook wel een beetje doorgeslagen. Maar Mark heeft StuBru wel gemaakt tot wat het is. Toen hij er begon, was de sfeer elitair, niche en politiek correct. Hij heeft de deur opengezet voor een frisse wind die daarna nog flink is blijven waaien. Ik heb die tendens voortgezet, en heb er wat meer structuur in aangebracht.”

Studio Brussel was in eerste instantie niet blij met jou.

“Het was ook niet evident voor een ploeg die tot dan toe altijd een radiomaker als baas had gehad. ‘Wat komt die marketingfoef hier doen?’, heb ik iemand toen horen zeggen. Maar ik had ondertussen al dertien jaar mensen radio zien en horen maken. Dat ik daarvan veel geleerd had, kregen ze wel door.

“Soms is er gewoon iemand nodig die een organisatie goed oliet, zodat creatieven er in alle veiligheid kunnen werken. Ik zag mezelf als die organisator. Mark is dat niet. Mark is een bezieler, iemand die het vuur aanwakkert en nieuwe horizonten verkent. Ik ben degene die de dingen organiseert zodat de prachtige waanzin die hij mogelijk maakt niet meteen weer verloren gaat.”

Nog een citaat uit de tijd dat je hem opvolgde: ‘Ik heb tenminste meer testosteron dan mijn voorganger.’ Is het daarmee dat je het, in het mannenbastion dat de VRT is, zo ver hebt gebracht?

“Iedereen zegt altijd dat de VRT zo’n mannenbastion is, maar ik heb dat nooit zo ervaren. Ik heb er alle kansen gekregen als vrouw. Het was wel zo dat ook bij Studio Brussel de definitieve beslissingen door mannen werden genomen. Nu wordt er geen alcohol meer geschonken, maar toen gingen om twintig voor zes alle mannen pinten pakken in de cafetaria op het vierde. Ik had al snel door dat dáár de beslissingen werden genomen en ik besloot: ik ga gewoon mee. Ik was de enige vrouw die dat deed. Ik doe graag stoer, doe graag met de mannen mee. Dat werd geapprecieerd en ik ben daardoor mogen toetreden tot Het Clubje.”

Toch eindigde je VRT-avontuur na bijna vijftien jaar in wat Mark ‘een hallucinante exit’ noemt.

“In 2007 is bij de VRT de fameuze bollenstructuur geïnstalleerd. Ik kreeg daarin een bizarre functie met niet goed gedefinieerde bevoegdheden. Mijn leidinggevende heeft die onduidelijkheid aangegrepen om mij buiten te werken. Ik ben met drogredenen aan de deur gezet.

“Dat kwam aan als een mokerslag. Ik had nog maar net Music for Life gelanceerd, had vijftien jaar lang alleen maar applaus gekregen en dan stuit je op iemand die, tja... Zij was niet competent, vond ik, maar ze was baas en dus trok ze aan het langste eind. Drie maanden later was zij ook weg, maar toen was het kwaad geschied. Ik ben daarvan moeten bekomen. De VRT was mijn leven.”

Mark wilde een paar jaar later ook weg.

“Ja, maar hem hebben ze toen aangeboden om manager te worden van Canvas en die job heeft hij een tijdlang heel graag gedaan. Het conflict dat hij daar heeft gehad, was niet, zoals bij mij, van persoonlijke aard. Mark was het gewoon zo fundamenteel oneens met de richting die ze uit wilden, dat hij niet anders kon dan vertrekken.”

Jullie hebben, nadat hij zijn ontslagmail had geschreven, samen op de verzendknop geduwd, schrijft hij.

“Op die leeftijd en met die staat van dienst zo’n beslissing nemen, is enorm. We hebben die samen genomen, na vele gesprekken. Ik bewonderde hem op dat moment zo, vond het zo moedig van hem dat hij niet voor de zekerheid koos maar voor zijn principes, dat ik hem volop gesteund heb. Ik werkte op dat moment al bij Borgerhoff & Lamberigts en had mijn weg weer gevonden.”

‘Als ik aan het klussen ben, moet Mark uit mijn buurt blijven. Als we samen een Ikea-kast in elkaar zouden zetten, stevenen we recht op een scheiding af.’

Een paar jaar later volgde in Italië wat Mark beschrijft als de langste vakantieweek van zijn leven. Hij kreeg er het verdict dat hij prostaatkanker had. Jij was in België. Hoe heb jij die week beleefd?

“Met een veel grotere nuchterheid dan hij. Zodra we te horen hadden gekregen dat er iets mis was met zijn bloedwaarden en zijn prostaat, vermoedde ik wat er aan de hand was. Zo veel mannen krijgen prostaatkanker – mijn vader heeft het ook gehad. Mark bleef maar denken: ‘Het kan ook dit of dat zijn’, maar ondertussen had ik me al op het ergste voorbereid. Dus toen dat verdict viel, was ik minder verbaasd en ontzet dan hij. Het was natuurlijk ook mijn lichaam niet waar de brand woedde.”

‘Ik wilde bij haar zijn en mijn verhaal doen en nog eens en nog eens’, schrijft hij.

“Ik vond het ook vreselijk dat ik er niet was om hem vast te pakken, te luisteren en te steunen. Hij werd toen wel opgevangen door een vriend daar, maar dat is niet hetzelfde.”

‘Als ik iets heb geleerd van de kanker is het dat je de juiste vrouw moet kiezen.’ Hij doelt daarmee op het feit dat na de operatie, zoals hij al vaker zei, ‘zijn fluit een fluitje van een cent zou zijn.’ Jij bent daar kennelijk op de juiste manier mee omgegaan.

“Een man is dan ook meer dan zijn erectie, hè.”

Alleen denken mannen daar meestal niet zo over.

“Inderdaad! Daar ben ik wel van geschrokken, hoeveel erger Mark dat vond dan ik. Mijn therapeut heeft mij moeten uitleggen dat het komt omdat die erectie existentieel is voor een man. Ik heb ook geleerd dat ik dat gevoel moet respecteren en niet te hard moet beginnen te relativeren. We amuseren ons trouwens prima in bed, en hebben allemaal leuke manieren gevonden om daar van alles te beleven.”

Ouder worden is voor Mark wel een issue, krijg ik de indruk. Hij probeert de lezer er iets te hard van te overtuigen dat hij wat dat betreft nergens mee zit.

“Dat heb je goed gezien. En hij is dan ook nog eens negen jaar ouder dan ik. Als hij me probeert mee te zuigen in redeneringen over het pensioen, denk ik: ‘Hallo, ik ben nog maar 52!’ Hij maakt de concerten van Pukkelpop en Werchter het liefst mee van achter zijn computer en lacht met mensen van over de 40 die nog zo nodig naar Tomorrowland moeten, maar ik zou eigenlijk weleens willen zien hoe het er daar aan toe gaat. Maar als ik daarover begin, krijg ik al snel te horen: ‘Ik moet just niks!’”

‘Misschien is mijn verontwaardiging wel mijn manier om jong te blijven’, concludeert hij.

“Daarin is hij goed, in dingen die iedereen voor waar aanneemt in vraag te stellen. ‘Maar mannekes, wacht eens even!’ Dat is mentale gymnastiek voor hem. Hij kan zich nog zo boos maken, hij legt zich nergens zomaar bij neer, kiest nooit een platgetreden denkpiste. Hij denkt nog steeds zo onbevangen. Ik zit veel meer vast dan hij. In zijn hoofd is hij jonger dan ik.”

Liefde is voor hem thuis zijn, terwijl jij in de tuin zit en hij achter zijn computer.

“Dat typeert Mark helemaal. Als iedereen van wie hij houdt rond hem is verzameld en hij rustig zijn eigen ding doet, dan kan het leven voor hem niet stuk. Toen ik in mijn eentje naar de uitreiking van de Ensors was en daarna op hotel sliep, heeft hij me wel drie keer gebeld om te zeggen dat hij het echt niet fijn vond dat ik niet naast hem lag. Zalig, toch?”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234