Donderdag 14/11/2019

Interview Ochtend-dj's

Inge De Vogelaere en Kawtar Ehlalouch: ‘Het voorlopige hoogtepunt van mijn leven’

Gerommel in de ether, geroffel op de deur van de radiostudio, waar een nieuwe generatie stemmen aanklopt. Sinds kort krijgt Peter Van de Veire in de vroege uurtjes assistentie van Kawtar Ehlalouch, die Julie Van den Steen moet doen vergeten. Bij Wim Oosterlinck en Sam De Bruyn op Qmusic wordt de door Heidi Van Tielen nagelaten stilte in hun ochtendshow meer dan opgevuld door Inge De Vogelaere. ‘Af en toe heeft Peter het nog over ‘de BRT’ en moet ik hem eraan herinneren dat er alweer twintig jaar voorbij zijn.’

En dames, al gewend aan het moordende ritme dat komt kijken bij de presentatie van een ochtendshow?

Ehlalouch: “Ik heb het gevoel dat ik nu pas, na anderhalve maand, in een ritme begin te komen. Opstaan: ça va. Maar dat gaan slapen... (zucht) Ik ben een nachtmens: ik kan makkelijk tot 1 uur bezig blijven, wat niet slim is als je om 3 uur weer op moet om te gaan werken. Ik probeer nu tegen 20 uur naar bed te gaan, maar in de praktijk is het eerder 21.30 uur.”

De Vogelaere: “Sinds ik de ochtendshow presenteer, heb ik de helende kracht van het dutje ontdekt.”

Kawtar, jij werkte al langer voor MNM.

Ehlalouch: “(knikt) Ik heb er stage gelopen, en ben nadien nog een jaar blijven plakken om af en toe eens iets te presenteren en het nieuws te lezen. Ik deed er een beetje van alles.”

De Vogelaere: “Bij mij ging het ongeveer hetzelfde. Ik presenteerde vorig jaar tussen 4 en 6 het nachtblok bij Qmusic. Ik kende Wim en Sam al een beetje, omdat ik hen vaak tegen het lijf liep na mijn programma. Blijkbaar luisterden ze op weg naar de redactie naar mij, hebben ze verteld.”

Wat voor mensen luisteren er zoal naar de radio tussen 4 en 6?

De Vogelaere: “Vrachtwagenchauffeurs, mensen die in de zorg werken en bakkers. Het was een absurd uur om aan het werk te gaan: ik sliep overdag en was ’s nachts wakker. Ik was helemaal alleen in het gebouw: de nachtwakers aan de Medialaan zijn mijn vrienden geworden. (lacht) Het had ook al een beetje die magie van de ochtend: het gevoel is totaal anders dan overdag presenteren.”

Is ’s morgens presenteren nu echt een droom voor wie zijn kost wil verdienen in de ether?

De Vogelaere: “Absoluut.”

Ehlalouch: “Als je radio hebt gestudeerd, is de ochtend presenteren het summum. Het lijkt zelfs een onbereikbare droom, want wat is de kans dat net jíj uitgekozen wordt om daar te gaan zitten?”

Goede vraag, waarom zijn jullie uitverkoren?

Ehlalouch: “Dat vraag ik me nog altijd af.”

De Vogelaere: “Dat moet je aan onze bazen vragen.”

Ehlalouch: “Ik heb weleens een test gedaan met Peter, en ik weet nog dat de vibe toen goed zat. Het klikte meteen, en ik denk dat ze toen iets hebben gezien in mij.”

De Vogelaere: “Als kind wilde ik Professor Gobelijn worden, de professor uit de Jommeke-stripboeken. (lacht) Maar zodra ik had ingezien dat dat onmogelijk was, wilde ik voor de radio werken. Mijn vader was radiohobbyist, en als klein meisje sprak ik al de jingles in voor zijn programma’s.

“Nu, hoewel radio maken een droom was, heb ik er heel lang niets mee gedaan. Ik was ervan overtuigd dat ik geen echte radiostem had. En die Gentse ‘r’ hielp ook al niet. (lacht)

Uiteindelijk ben je toch bij het RITCS beland.

De Vogelaere: “Na lang dralen: ik durfde het niet aan om de toelatingsproeven af te leggen. Ik heb eerst nog een paar jaar gesukkeld aan de universiteit. Tot ik me daar zo miserabel voelde dat ik het gewoon geprobeerd heb. En kijk, nu zit ik hier. Gek, hè?”

Ehlalouch: “Soms overvalt dat gevoel me ook nog. ‘Kawtar, je doet de ochtendshow!’ De eerste weken voelde ik me te gast in onze eigen uitzending: heel raar.”

Je hebt journalistiek gestudeerd, hoewel de tijden journalisten niet bepaald goedgezind zijn. Of net daarom?

Ehlalouch: “Ik zag mezelf sowieso nooit een journalist worden in de klassieke betekenis. Naast mensen die voor kranten schrijven, heb je vandaag ook bloggers, en dat zijn voor mij evenzeer de journalisten van onze tijd. Ik zie journalistiek bovenal als verhalen vertellen, de manier waarop speelt geen rol. Ik heb altijd al veel vragen gesteld, en journalistiek studeren leek me de beste manier om die nieuwsgierigheid te kunnen botvieren.”

In de ochtendshow is je functietitel ‘wing dj’. Wat is de definitie die daarbij hoort?

Ehlalouch: “Eigenlijk zijn Wanne (Synnave, red.) en ik de sidekicks van Peter: het is nog altijd De grote Peter van de Veire-ochtendshow, dus is hij het centrale punt. Peter is de piloot, wij zijn zijn vleugels. (lacht) En anders dan klassieke sidekicks begeven we ons vaak buiten de studio om op locatie radio te maken.”

Was het gat dat Julie Van den Steen liet dan zo groot dat er twee vervangers nodig waren?

Ehlalouch: “Julie heeft het heel lang ongelooflijk goed gedaan. Maar dat we met zijn tweeën zijn, is net om dat uitvliegen wat makkelijker te maken. Er hangt ook een totaal andere sfeer in de studio met drie dan met twee: de klassieke radio met één presentator en één sidekick hadden we nu wel gehad, vonden we. We wilden voor een ander concept gaan.”

Hebben jullie advies gekregen van jullie voorgangers?

De Vogelaere: “Advies is niet het woord, maar Heidi heeft me wel gezegd dat ik haar altijd mocht bellen als ik met vragen zat. Of wanneer de mannen lastig doen in de studio. (lacht)

Ehlalouch: “Ik ken Julie niet persoonlijk. En op het moment dat zij vertrok, was nog niet beslist dat ik haar zou vervangen. Maar ik was wel fan van haar. En aangezien ik jarenlang elke ochtend naar haar heb geluisterd, zal ik dus wel onrechtstreeks veel van haar hebben opgestoken.”

Julie heeft de handleiding voor Peter Van de Veire dus met zich meegenomen?

Ehlalouch: “Op dat vlak moet ik het zelf zien te redden.”

De Vogelaere: “Goh, hoe goedbedoeld zo’n advies ook is: uiteindelijk kan niemand je helpen om jezelf te zijn. En dat is net het belangrijkste als je op de radio komt: jezelf zijn.”

Wie zijn jullie persoonlijke radiohelden?

De Vogelaere: “Nick Grimshaw, die zes jaar lang de ochtend heeft gepresenteerd op BBC Radio 1. Hij blijft in elke situatie zichzelf, interviewt keigoed en weet enorm veel over muziek. En in alles wat hij doet, hoor je de passie voor zijn vak. Ik hou van onze radiozenders en presentatoren, maar zolang ik me kan herinneren, heb ik ook naar de BBC geluisterd.”

Ehlalouch: “Ik heb ook veel bewondering voor Grimshaw. Mensen denken vaak dat radio niet meer is dan ‘een schuifje openzetten en iets zeggen in de micro’: hij doet het lijken alsof het écht zo makkelijk is.

“En los daarvan: Peter natuurlijk, en dat zeg ik niet om te slijmen. Karolien Debecker ook: toen ik nog stage liep bij MNM heb ik met haar samengewerkt, en ik heb toen veel geleerd van haar. Ik zie haar als mijn radiomama. Ik bewonder haar persoonlijke, bijna intieme manier van presenteren. Ze stelt mensen op hun gemak. Door haar stem, maar ook door de rust die ze uitstraalt.”

De Vogelaere: “Bij Qmusic heb ik naast Wim en Sam ook Maarten Vancoillie en Dorothee Dauwe hoog zitten: ze zijn perfect op elkaar ingespeeld. Maar er zijn zoveel goede mensen. Kirsten Lemaire, Ayco Duyster…”

Ehlalouch: “En Siska Schoeters: zij is een boss lady. Ze draagt zonder problemen een hele show in haar eentje. Die zelfzekerheid vind ik heel straf.”

De Vogelaere: “(knikt) Je geeft jezelf bloot op de radio, en zij durft dat.”

Durven jullie dat al?

De Vogelaere: “Het is een leerproces. (lacht)

Ehlalouch: “En maar goed ook. Het zou niet goed zijn als we nu al zouden denken: ‘Ja, dit is het.’”

Kawtar, sta je er soms bij stil dat iemand met jouw naam en huidskleur zelf ook een voorbeeld kan zijn voor anderen?

De Vogelaere: “Een mooie naam, trouwens. Waar liggen jouw roots?”

Ehlalouch: “Marokko. ‘Kawtar’ komt uit de Koran, het is de naam van een rivier in het paradijs.

“Ik voel me altijd een beetje zenuwachtig als ik bij die voorbeeldrol stilsta: ik voel me namelijk geen rolmodel. Zelf kijk ik op naar Danira Boukhriss Terkessidis en Nora Gharib: wanneer zij iets doen, supporter ik mee. Misschien dat andere mensen dat nu ook met mij hebben?”

Je woont nog bij je ouders in Dendermonde, wil dat zeggen dat je goed overeenkomt met hen?

Ehlalouch: “Zeker, ze hebben me altijd gesteund in alles wat ik doe. Tijdens mijn eerste ochtendshow zat mijn moeder te luisteren met een tablet naast zich – wanneer er muziek was, keek ze naar een serie, en wanneer ik aan het woord kwam, pauzeerde ze die om te luisteren. (lacht)

“Ik heb altijd gezegd dat ik uit huis zou trekken zodra ik een job had, maar die omschakeling lijkt me op dit moment wat té veel. Bovendien: het voelt veilig thuis. Ik doe nog even op het gemak, en dan kijk ik volgend jaar wel uit naar iets anders. De meeste van mijn vrienden wonen in Antwerpen, dus ben ik toch vaker daar dan in Dendermonde.”

Dendermonde is een van de Oost-Vlaamse steden waar Vlaams Belang fors winst boekte bij de laatste verkiezingen. Merk je daar zelf iets van?

Ehlalouch: “Ik schrok toen wel, maar zelf heb ik er niets van gemerkt. Ik ben tegenwoordig ook meer in Brussel en in Antwerpen, dus misschien breng ik er niet genoeg tijd door om een idee te hebben van wat er leeft.”

Peter Van de Veire zei een tijd geleden in Humo dat iederéén in de media uiteindelijk graag gezien wil worden. Voelen jullie ook die honger naar applaus?

Ehlalouch: “Ik snap wat hij bedoelt. Niet dat ik door de luisteraars aanbeden wil worden als een godin, maar…”

De Vogelaere: “Maar je hoopt wel een beetje appreciatie te krijgen. (lacht)

Ehlalouch: “Er zit wel een soort onzekerheid in mij. Ons werk bestaat ook uit onszelf, hè. Als je een bureaujob hebt, dan beoordelen mensen je werk. Als wij kritiek krijgen, dan is die veelal op ons persoonlijk gericht.”

De Vogelaere: “Wanneer iemand zuur reageert, ben je natuurlijk wat beteuterd. Want het was tenslotte je doel om die luisteraar een leuke dag te bezorgen.”

De reacties komen live bij jullie binnen in de studio. Elke zender heeft tegenwoordig een eigen app om dat mogelijk te maken.

De Vogelaere: “Ik heb het in het begin even moeilijk gehad met het feit dat iedereen zo aandachtig naar me zou zitten luisteren, en dat ze dan ook allemaal een mening zouden hebben over mij. Ik was bang dat iemand me een slechte radiomaakster zou noemen. Een tettergat, daar kan ik mee leven. De eerste ochtend zeiden een paar mensen: ‘Amai, dat meisje praat wel heel snel.’ (lacht) En ze hebben nog gelijk ook! Maar mocht iemand oprecht zeggen dat hij me niet moet, dan zou ik dat moeilijk om slikken vinden.”

Ehlalouch: “Ik heb voorlopig het geluk gehad alleen maar goede reacties te krijgen. En jij?”

De Vogelaere: “Ook. Maar voor de zekerheid hadden de collega’s mij al moed ingesproken: ‘Als er eens een lelijk bericht binnenkomt, moet je je daar niets van aantrekken.’ Heel lief.”

Ehlalouch: “Het is soms moeilijk om je in te beelden hoe persoonlijk mensen radio beleven ’s ochtends. Ze voelen zich zo betrokken bij wat je zegt, dat zie je aan de berichten die binnenlopen in de studio. En ze onthouden het ook allemaal: onlangs waren we aanwezig op een MNM-event, en daar rakelden veel luisteraars anekdotes op uit onze ochtendshow. ‘O shit, die onthouden alles wat ik zeg!’ (lacht)

“Iemand stuurde onlangs via onze app dat hij vrolijk werd van mijn lach. Dat zijn dan van die kleine gelukjes die je meemaakt in de ochtendshow.”

De Vogelaere: “Mensen houden van je gezelschap, dat blijft een wet op de radio. Als mensen opstaan, horen ze graag iemand praten: het sterkt hen dat er nog iemand wakker is op dat moment. Een podcast kan ook leuk zijn om naar te luisteren, maar de mensen die je daar hoort, zitten niet op datzelfde moment tegen jou te praten. Eigenlijk ben je meteen besties met iedereen als je ’s ochtends op de radio komt, en dus behandelen de luisteraars je ook als een goede vriend – inclusief verhalen over hun eigen leven. Opvallend vaak over bevallingen, trouwens.”

Ehlalouch: “Echt?”

De Vogelaere: “Bij jullie niet dan? Dat zal dan een verschil zijn tussen onze luisteraars.”

Luisteren jullie soms naar elkaar?

De Vogelaere: “Niet rechtstreeks, natuurlijk. Al zal ik na dit interview Kawtar wel volgen op Instagram.”

Ehlalouch: “Ik heb al geluisterd naar de ochtendshow op Qmusic, zoals ik uit nieuwsgierigheid ook luister naar wat ze bij Studio Brussel en Radio 1 of 2 doen. En af en toe zap ik even naar Nederlandse zenders: ze hebben daar een totaal andere manier van radio maken, net zoals ze ook helemaal anders zijn in de omgang.”

De Vogelaere: “(knikt) Zalig om daar af en toe eens op af te stemmen. Als je van radio houdt, dan luister je vanzelf ook naar andere zenders dan alleen de jouwe.”

Ehlalouch: “Nu, als ik bij andere mensen in de auto stap, dan stel ik wel altijd hun radio af op MNM als dat nog niet het geval is.”

De Vogelaere: “En dan gekrenkt kijken. (lacht) Dat doe ik ook, ik geef het toe.”

Jullie zitten naast collega’s als Wim Oosterlinck en Peter van de Veire: moderne radiomonumenten, en dan overdrijf ik niet eens.

De Vogelaere: “Wim weet perfect waar hij mee bezig is en wat werkt op de radio, en toch doet hij elke keer iets anders. En hij is heel spitsvondig: eigenlijk is hij erg intellectueel, ook al komt hij dan vaak over als een onnozelaar. (lacht) En Sam natuurlijk ook: ik heb altijd opgekeken naar hem. Om nu dan elke ochtend in dezelfde studio te zitten voelt wat absurd aan.”

Ehlalouch: “Je wordt dat gewoon – en tegelijk ook niet. Ik blijf ook nu nog opkijken naar Peter. Die mens maakt al jaren radio, je kunt niet anders dan leren van hem. Hij blijft hard werken om vernieuwend te zijn: ik heb nog geen enkele uitzending meegemaakt die op een andere leek.”

De Vogelaere: “Hoeveel vrienden me al niet zijn komen vragen: ‘En, hoe is Sam nu écht? Of Wim?’ Goh, eigenlijk valt dat maar tegen, hoor. (lacht)

“Als ik Sam en Wim bezig zie, valt me op hoe goed die twee op elkaar ingespeeld zijn. Die maken al honderd jaar radio, hè. Nu ja, misschien niet letterlijk. Maar toch.”

Ehlalouch: “Het is zoals een geoliede machine. Of een rollercoaster. (lacht) En dan moet je maar zien dat je kunt meebollen. Want je wilt je natuurlijk ook bewijzen. Ook al weet ik dat Peter tevreden is met mijn werk, ik wil hem ook een beetje versteld doen staan.”

Laten ze dan weten wat ze vinden van jullie werk?

Ehlalouch: “Ja, maar zo wil ik het ook. Ik ga ervan uit dat de perfecte uitzending niet bestaat, dus moet er ook altijd iets zijn dat beter kon. En wat dat ook was: ik wil het horen van Peter of andere redactieleden. Ook kleine dingen kunnen een groot verschil maken.”

De Vogelaere: “Na elke show hebben wij een klein feedbackmomentje, en de eerste weken gingen die vooral over mij. (lacht) Maar zo hoort het ook: alles moet uitgesproken worden, anders blijf je steken in je onzekerheid: ‘Was het wel goed genoeg?’”

Heeft Peter je ook op het hart gedrukt om je niet te verslapen op je eerste dag, Kawtar?

Ehlalouch: “Zoals Julie deed op haar eerste dag, bedoel je? (lacht) Die mop is weleens gepasseerd, maar het is er gelukkig nog niet van gekomen.”

Durven jullie je ervaren collega’s tegen te spreken?

Ehlalouch: “‘Tegenspreken’ is een groot woord, maar ik durf wel te zeggen wat ik denk. En dan wordt er ook geluisterd, heb ik gemerkt. Peter toetst ook vaak dingen bij ons af, omdat we dichter bij de leefwereld van jongeren staan.”

Wat voor dingen?

Ehlalouch: “Als er iets op tafel ligt over een artiest van vijftig jaar geleden, en die naam zegt me amper iets, dan zal ik dat ook zeggen. De doorsnee MNM-luisteraar zal er dan er immers net zo over denken als Wanne en ik.”

De Vogelaere: “Het kan ook omgekeerd: ik kan soms heel enthousiast doen over de nieuwe single van een artiest waarbij Sam en Wim hun schouders ophalen, en dan moet ik hen overtuigen: ‘Komaan jongens, dat is megapopulair.’”

Ehlalouch: “Nu, Peter is nog wel mee met wat er leeft onder jongeren hoor, hij is nog heel jolig voor zijn leeftijd.”

De Vogelaere: “(lacht) ‘Jolig’!”

Ehlalouch: “Plus: hij heeft kinderen die ongeveer mijn leeftijd hebben. Maar hoe goed hij ook op de hoogte is, hij kan het moeilijk beter weten dan de jongeren zélf, hè. En dan kunnen wij goed van pas komen. En zélfs ik vind het al moeilijk om te weten waarmee 12-jarigen bezig zijn op de speelplaats.”

De Vogelaere: “Ik ook! Een raar taaltje dat die hebben! En dan die apps waarvan ze bezeten zijn, TikTok en zo.”

Ehlalouch: “Die heb ik al eens uitgeprobeerd, maar ik snap er echt niets van.”

Ik ben afgehaakt voor Snapchat, maar die wollen pantoffels en schommelstoel die ik toen in ruil kreeg, staan me wel.

Ehlalouch: “En ondertussen is de Snapchat-rage óók alweer voorbij. Echt, ik heb de indruk dat het almaar sneller en sneller gaat. Je bent snel oud tegenwoordig. (lacht)

De Vogelaere: “En al die tieners zien er ook zo goed uit tegenwoordig! Ik was echt een mormel op die leeftijd. (lacht)

Laat dat generatieverschil zich nog op andere manieren voelen in de studio?

Ehlalouch: “Af en toe heeft Peter het nog over ‘de BRT’. Dan besef ik dat ik die periode nooit écht heb meegemaakt. Misschien moet ik hem er nog eens aan herinneren dat er alweer twintig jaar voorbij zijn. (lacht)

De Vogelaere: “Ik ben een city girl: ik wil jong zijn en in de stad wonen. Terwijl Sam net een huis gekocht heeft en graag in de tuin werkt, en Wim vooral met zijn kinderen bezig is. Als ik dan zeg dat ik dit weekend zwaar ga feesten, dan durven ze wel eens meewarig te lachen. Na de show eten we gewoonlijk samen, en dan praten ze over hun leven: echt, ik kan me dan misschien al vaak oud voelen, maar op zulke momenten voel ik me weer piepjong. (lacht)

Kun je je dan echt al oud voelen op je 25ste?

De Vogelaere: “Absoluut. Ik heb in de scouts gezeten, en de kinderen aan wie ik destijds leiding gaf, staan daar nu zélf als leiding. Dat zet je wel aan het denken, hoor.

“Het is een rare leeftijd, zo ergens midden de twintig. De ene heeft al een eigen bedrijf en koopt een huis, de andere verdwijnt nog elk weekend van de radar omdat hij zo hard uitgaat. Als er iemand uit mijn kennissenkring zwanger is, is mijn eerste reactie ook nog altijd: ‘Oh my god!’ Terwijl zoiets al perfect normaal is op je 25ste, hè. (lacht)

Een onderbelichte schemerzone dus, die twintigerjaren?

Ehlalouch: “Ergens wel. Op mijn 16de dacht ik dat ik wel al volwassen zou zijn op mijn 22ste. Dat idee heb ik nu noodgedwongen weer losgelaten. (lacht)

De Vogelaere: “Het is ook een leeftijd waarop je gaandeweg begint te beseffen dat volwassenen ook maar iets doen, in de hoop dat het allemaal goed uitdraait. Ik weet bijvoorbeeld niet of jij goed weet waar je mee bezig bent, maar ik ken opvallend weinig mensen die dat echt durven te beweren van zichzelf.”

Ehlalouch: “Maar al bij al zijn we niet slecht bezig, toch? Zie ons hier allebei zitten, een job en alles.”

De Vogelaere: “So far, so good.”

Ehlalouch: “Ik moet opletten wat ik zeg, maar soms denk ik: dit is het voorlopige hoogtepunt van mijn leven.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234