Zondag 16/06/2019

Film Fest Gent

Incidentrijk, plezant en tragisch: zo kwam Studio Skoop tot stand

De gevel van Studio Skoop, aan het Sint-Annaplein in Gent. Beeld Paya Germonprez

Toen een ambitieuze Nederlander in 1970 Studio Skoop uit de grond stampte, was dat in turbulente omstandigheden. Maar de ontstaansgeschiedenis van de iconische Gentse bioscoop spreekt wel tot de verbeelding, zo blijkt uit de expo en het boek Skopiumschuivers.

“Zijn de bewoners van Gent en omstreken dan werkelijk zo maf en duf dat ze geen enkele interesse kunnen opbrengen voor al wat voor hen nog nieuw en onbekend of ongewoon is?”

Het is november 1970, en in het culturele centrum The One wordt voor de derde maand cinema geprogrammeerd. Bezieler Ben ter Elst, een Nederlander die de wereld heeft rondgereisd en ondertussen verliefd werd op films, heeft het gros van zijn weinige centen – zo’n 80.000 Belgische frank – geïnvesteerd in de aankoop van de stoelen en de filmprojector van een oude bioscoop in Mariakerke om in Gent zijn eigen filmwalhalla in te richten. Maar na drie maanden blijft de verhoopte stormloop uit, en in het filmprogramma haalt ter Elst uit naar de Gentenaars. “Soms vraag ik me af wat voor een stad Gent is.”

“Ben nam geen blad voor de mond”, herinnert Paya Germonprez zich vandaag. “Nooit.” Germonprez is de ex-vrouw van ter Elst en was in de vroege jaren '70 vormgeefster van de Skoop-affiches, -programma’s en het tweemaandelijkse tijdschrift. Vijfendertig jaar nadat zij en ter Elst Studio Skoop overlieten aan Walter Vander Cruysse, de huidige eigenaar, heeft ze met de hulp van oude cinemagangers haar herinneringen gebundeld in het boek Skopiumschuivers en de bijhorende memorabilia in de gelijknamige expo, die tot het einde van de week in het KASK loopt.

‘Skopiumschuivers’ is de benaming waarmee ter Elst, nadat The One in december 1970 werd herdoopt tot Studio Skoop, maandelijks zijn vaste bezoekers aanschreef. Onder die bezoekers bevonden zich theatermaker Arne Sierens, auteur Stefan Hertmans en voormalig De Morgen-filmjournalist Jan Temmerman. Zij diepten in het diepst van hun brein herinneringen op voor bijdragen aan het boek, en kuisten hun zolder uit om oude affiches en programma’s terug te vinden. Zelfs de eerste filmtickets – in 1970 betaalde je 45 frank voor de vertoning van Goto, l’Île d’Amour, de eerste geprogrammeerde film – hebben mensen bijgehouden.

Zedenfeiten

Dat vast publiek was belangrijk, want ze waren de enige inkomsten van de bioscoop. “Alle inkomsten kwamen uit de ticketverkoop en het bier dat in het café werd getapt”, aldus Germonprez. “Er waren geen sponsors, want dat betekende het verkopen van je ziel aan de commercie, en er waren geen subsidies. We waren dus volledig vrij, maar het was ook behelpen.”

Een poster voor 'The History of the Blue Movie', een pornocompilatie die in beslag werd genomen door het parket van de stad Gent. Beeld Paya Germonprez

Op cultureel gebied stelde Gent in die tijd nog niet zo veel voor. “Er was enkel de Universitaire Film Klub, voordat de Skoop er kwam.” De stad, toen onder CVP-bestuur met Emile Claeys als burgemeester, voelde weinig voor de tegencultuur die ontstond in Gent. De expo toont affiches van protesten en evenementen voor de legalisering voor abortus, en voor de erkenning van homoseksualiteit. Initiatieven als Studio Skoop – dat speciale programma’s organiseerde met Japanse arthouse-films en lesbische cinema – moesten niet op steun rekenen. Een vergunning voor het bouwen van een tweede zaal werd niet gegeven, dus werd het maar op eigen houtje gedaan. En wat er in Studio Skoop vertoond werd, strookte ook niet altijd met de katholieke normen.

“Ze wilden ons op alle mogelijke manier tegenwerken”, legt Germonprez uit. “In 1976 is er dan ook een film in beslag genomen, A History of the Blue Movie. Een compilatie van verschillende seksfilmpjes. Er zat iemand van het parket in de zaal, en omdat er een vagina te zien was, hebben ze de film in beslag genomen. Blijkbaar ligt er een deel van die kopij nog steeds bij het parket van Gent. We zijn toen veroordeeld voor zedenfeiten.”

De verhalen rond Studio Skoop zijn meer dan eens wrang. Maar Skopiumschuivers toont ook een reeks hoogtepunten. Zoals de avond dat Nico – voormalig zangeres van The Velvet Underground – een onaangekondigd middernachtoptreden gaf in de zaal. De iconische zangeres was met haar toenmalige partner, filmmaker Philippe Garrel mee naar Gent gereisd voor het Derde Internationaal Filmgebeuren, en besloot zonder gage op te treden. In allerijl werden affiches bij elkaar geschreven, en aan de deur geplakt. Inkom: 75 frank. “Iemand heeft één van die affiches meegenomen en laten signeren door Nico”, toont Germonprez.

De snel geschreven affiche voor het gratis concert van Nico. Beeld Paya Germonprez

Geen festival, wel een gebeuren

Dat Internationaal Filmgebeuren is een ander belangrijk hoofdstuk in de Skoop-geschiedenis. In januari 1974 organiseerde ter Elst de eerste editie: het idee was om een week lang het kruim van de internationale cinema te vertonen – bij de eerste editie stond onder andere het magistrale Solaris van Andrei Tarkovsky (1972) geprogrammeerd. “Ben haatte het woord festival. Hij wilde geen filmcompetitie, geen wedstrijd. Vandaar de naam ‘filmgebeuren’: het was een mogelijkheid om films te tonen waarvan hij vond dat ze gezien moesten worden.”

In 1979 kwam Jacques Dubrulle aan boord om de zakelijke kant te regelen. In 1981 werd ter Elst aan de kant geschoven, en ontwikkelde Dubrulle uit het Filmgebeuren het Filmfestival van Gent. “Ben kon er niet mee leven dat Dubrulle de dingen naar zijn hand zette. Bij een meeting met de raad van bestuur is Ben kwaad geworden, en heeft hij tegen de aanwezigen gezegd: ofwel ga je met Dubrulle mee, ofwel met mij. Iedereen heeft voor Dubrulle gekozen.”

Affiche voor het 5de Internationaal Filmgebeuren. Beeld Paya Germonprez

Ook Studio Skoop eindigde voor ter Elst op een sisser. In 1982 werd de financiële puinhoop te groot, en ging de bioscoop dicht. “We zijn gestopt met elf miljoen frank in het rood”, aldus Germonprez. “Ik heb nog tot 1995 schulden afbetaald.” Een jaar later opende Walter Vander Cruysse de bioscoop opnieuw, en vandaag is de Skoop nog steeds een icoon aan het Sint-Annaplein.

In één van de mooiste onderdelen van de expo zie je een interview met Ben ter Elst, afgenomen door BRT-journalist Roel Van Bambost, voor het programma Filmspot, in 1986. “Eerlijk? Ik heb het er moeilijk mee, met Walters succes”, geeft ter Elst er toe. Maar hij vertelt er ook: “De geschiedenis van Studio Skoop is zo plezant en incidentrijk dan men er boeken over zou kunnen schrijven.”

Het zijn profetische woorden gebleken.

Skopiumschuivers loopt nog tot 22 oktober in de Zwarte Zaal van het KASK in Gent. Het gelijknamige boek is er te koop voor 30 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden