Vrijdag 09/12/2022

InterviewBlaise Afonso

‘In ‘Nonkels’ wordt niet gelachen met mij, ik ben niet de vluchteling met wie de spot wordt gedreven’

Blaise Afonso als Innocent in ‘Nonkels’: ‘Er wordt niet gelachen met mij, ik ben niet de vluchteling met wie de spot wordt gedreven. Neen, er wordt gelachen met de nonkels en hun eigenaardigheden.’ Beeld SBS
Blaise Afonso als Innocent in ‘Nonkels’: ‘Er wordt niet gelachen met mij, ik ben niet de vluchteling met wie de spot wordt gedreven. Neen, er wordt gelachen met de nonkels en hun eigenaardigheden.’Beeld SBS

In Nonkels, de reeks van Jelle De Beule, Rik Verheye en Koen De Poorter die jubelkreetjes oogst op Streamz en Play4, is veel te zien. Drie broers, bijvoorbeeld, bijzonder West-Vlaamse West-Vlamingen die samen met hun gades graag navelpluis verzamelen en toch aaibaar blijven. Maar de ware held is Innocent, de Kameroense vluchteling die onaangekondigd voor de deur van zijn tontons to be staat, en al snel het pientere en charmante middelpunt van hun bestaan wordt. Blaise Afonso (28) kruipt zo onweerstaanbaar soepel in de huid van Innocent: de Luikenaar maakt verliefd. ‘De nonkels zijn… Ja, stoethaspels, hè. Tragische figuren. Maar het is zo makkelijk om van hen te houden.’

Jeroen Maris

“Ik was zonder veel verwachtingen naar de casting voor Nonkels gegaan. Ik had een stukje van het scenario gelezen en wilde die rol ontzettend graag. Maar ik maakte weinig kans, dacht ik.”

Rik Verheye vertelde me dat ze het meteen wisten: ze wilden jou.

(verrast) “Echt? Dat wist ik helemaal niet.”

Je had ‘een Fresh Prince of Bel-Air-vibe’.

“Nu wordt het helemáál cool: dat is mijn favoriete serie, en Will Smith is mijn grote voorbeeld. Behalve wanneer hij zich misdraagt op de Oscars, natuurlijk (lacht).

“Ik ben gek op sitcoms: Friends, The Fresh Prince of Bel-Air... Al is Nonkels natuurlijk geen sitcom, ik vind het een prachtige combinatie van stijlen en genres.”

Je kwam terecht in een groep acteurs die elkaar bijzonder goed kennen, en die allemaal Nederlandstalig zijn.

“O, dat vond ik niet moeilijk. Iedereen was ontzettend lief voor mij. En natuurlijk was de taal weleens een barrière, maar ik leerde al snel om gewoon ‘Jaja’ te zeggen, ook als ik niet begreep waar het over ging (lacht). Ik ben van nature stil en teruggetrokken, en dus vond ik het eerder een voordeel dat ik af en toe op mezelf aangewezen was.”

Vond je het moeilijk om als Belg een Kameroener te spelen?

“Innocent moest met het juiste accent spreken, vond ik, en daar heb ik wel naar moeten zoeken. Maar voor het overige ging het heel soepel. Ik ben sowieso niet iemand die z’n rollen zwaar doordenkt: ik speel op instinct en intuïtie.

“Er werd me wel vaak gevraagd of alles in het scenario klopte. En meestal was dat zo, op enkele details na. De muziek, bijvoorbeeld. Op het einde van de tweede aflevering vraagt Innocent tante Carine ten dans. Volgens het scenario moest hij traditionele Afrikaanse muziek opleggen. Ik voelde dat dat niet klopte: Innocent is het type dat dan met iets moderns komt. Het moest Black Eyed Peas zijn, zei ik.”

Moeten we streng of mild zijn voor de nonkels uit de reeks?

“Toch mild, vind ik. Het zijn… Ja, stoethaspels, hè. Tragische figuren. Maar het is zo makkelijk om van hen te houden. Ze hebben iets fragiels. Zelfs tonton Willy… Achter al zijn potsierlijke ijdelheid zie je toch een mooie mens? Het zijn idioten, maar wel prachtige idioten.”

Ze denken en handelen in stereotypen, ook en vooral tegenover Innocent.

“‘Maak er maar een mooi voetballerke van,’ zegt tante Delphine als ze met Innocent naar de kapper gaat. Dat is herkenbaar, ja. En het is onbehouwen, maar tegelijk is het niet kwaad bedoeld. Het is geen virulent racisme, veeleer een gebrek aan fijngevoeligheid.”

Was je niet bang dat de reeks verkeerd begrepen zou worden?

“Op basis van het scenario kon ik niet voorspellen of het zou werken voor een groot publiek. Wel dat het góéd zou worden. Ik sta er vooral versteld van hoe ze het verhaal hebben opgebouwd, hoe de personages langzaam verkleuren… Heb je de derde aflevering gezien, met de grootmoeder? Ze dementeert, en daardoor zijn de scènes met haar door en door tragisch, maar ook bijzonder komisch. Ik hou van die melange. En ik ben heel blij dat het grote publiek er ook zo over denkt: de kijkcijfers zijn fantastisch.

“Zelf heb ik me nooit zorgen gemaakt over het eindresultaat, maar ik was wel zenuwachtig voor het oordeel van mijn familie. Ik heb me nooit kwetsbaarder gevoeld dan toen ze naar de screenings van de eerste afleveringen kwamen kijken. Ik hoopte zó hard dat ik niets over het hoofd had gezien, dat er niets in zat dat hen toch zou bruuskeren. Maar ze vonden het állemaal formidabel. In Nonkels wordt niet gelachen met mij, ik ben niet de vluchteling met wie de spot wordt gedreven. Neen, er wordt gelachen met de nonkels en hun eigenaardigheden. Innocent is het middelpunt van de humor, maar niet het onderwerp ervan.”

Van nature ben je teruggetrokken, zei je net.

“Ja. Ik hou er bijvoorbeeld van om alleen op restaurant te gaan.”

Dat treft: ik doe dat ook heel graag. We kunnen misschien eens samen alleen op restaurant gaan?

(lacht) “Die reactie krijg ik nu eens nooit! De meeste mensen vinden het vreemd om iemand alleen aan een tafeltje een hamburger te zien wegwerken.”

Je hebt een jaar in Parijs gewoond, maar recent ben je naar Brussel verhuisd.

“Ik vind het hier fijn, maar ik voel ook heimwee naar Luik. Daar liggen mijn wortels. Ik ben opgegroeid in Herstal, dicht bij de wapenfabriek, met zes zussen en twee grote broers. Ze hebben intussen bijna allemaal kinderen – ik heb 25 neefjes en nichtjes. Het zijn grote familiefeesten, ja (lacht).

“Mijn ouders zijn van Angola naar België geëmigreerd. Ze hebben eerst in Oostende gewoond, en daarna zijn ze naar Luik getrokken. Daar zullen ze ook blijven, denk ik, ze zijn er heel gelukkig. Mijn moeder keert nog geregeld terug naar Angola, maar haar leven is hier. Zonder haar familie zou ze wegkwijnen. En dat geldt ook voor mij. Het is iets waar ze erg op hamert: family first. En ook: de andere respecteren, jezelf niet uitvergroten, maar wel je best doen. De school was heilig. Ik mocht absoluut niet rondhangen op straat en ik moest uitkijken met wie ik omging – de foute types wuifde mijn moeder meteen uit.”

In Nonkels zit een scène met een Vlaams lagereschoolklasje. Iedereen is wit, en alle meisjes heten Emma.

“Het perfecte voorbeeld van iets uit Nonkels dat volkomen nieuw voor me was. Ik ben opgegroeid in een multiculturele omgeving: ik heb nooit iets anders gekend dan verschillende kleuren, talen en achtergronden.”

Wat voor een kind was je?

“Als kleine jongen was ik ontzettend rustig, de schuchtere jongen die nooit lawaai maakte. Maar later werd ik… Hoe zal ik het zeggen? Nerveus, dat is het juiste woord. Ik zat niet goed in m’n vel en was erg opvliegend. Maar daar ben ik intussen van af: ik loop weer heel beheerst door het leven. Het was gewoon een fase. Het had ermee te maken dat ik niet graag naar school ging. Tegelijk benadrukte mijn moeder het belang van een diploma. Ik zag veel vrienden er de brui aan geven, en zelf heb ik het ook meermaals overwogen, maar mijn moeder stond telkens in de weg. Daar ben ik haar nu heel dankbaar voor, want als ik had afgehaakt, dan had ik ook niet naar het conservatorium kunnen gaan. En net dat conservatorium is mijn grote zegen geweest.”

Met Wim Willaert in ‘Nonkels: ‘Ik heb me nooit kwetsbaarder gevoeld dan toen mijn familie naar ‘Nonkels’ kwam kijken.’ Beeld Play4
Met Wim Willaert in ‘Nonkels: ‘Ik heb me nooit kwetsbaarder gevoeld dan toen mijn familie naar ‘Nonkels’ kwam kijken.’Beeld Play4

Waarom wilde je er absoluut naartoe?

“Het leek een wat vreemde keuze, want als ik kind speelde ik vooral op de PlayStation en was ik verzot op manga’s. Ik keek eigenlijk niet zo vaak naar films, maar ik was toch fan van een aantal grote acteurs, vooral van Will Smith. En op Wikipedia had ik gelezen dat die allemaal een theateropleiding hadden gevolgd. Dat parcours moet ik kopiëren, dacht ik. En dus ging ik in Bergen naar het conservatorium. Nochtans was ik op dat moment nog niet geïnteresseerd in theater. Ik wilde absoluut de filmwereld in. Maar op school werd ik ook verliefd op het theater. Nu combineer ik beide, en sta ik zelfs meer op de planken dan voor een camera.

“Aan het conservatorium zat ik in een kleine klas, we waren met twaalf. Aan het ingangsexamen hadden zo’n zeshonderd jongeren deelgenomen, terwijl er maar een twintigtal toegelaten werden. En daar was ik bij, ja. Toen ik aan de opleiding begon, was ik de enige zwarte in een zee van wit. De volgende jaren druppelden er meer gekleurde studenten binnen, maar aanvankelijk was ik dus alleen. Dat voelde best vreemd aan, want plots was ik iemand die de aandacht trok, terwijl ik in de multiculturele wijk van mijn jeugd in het decor opging. En eerlijk: ik denk dat mijn huidskleur heeft meegespeeld bij het ingangsexamen. Ik vond dat ik het niet zo bijster goed had gedaan, maar ik voelde dat de school graag de samenleving beter wilde weerspiegelen, en geen wit bastion kon blijven. (Haalt de schouders op) Ik zit er niet mee. Het heeft in mijn voordeel gespeeld, en aan het conservatorium heb ik mijn bestemming gevonden: acteren.”

Je hebt ook een tijdje stand-upcomedy gebracht.

“Ja, een jaar of drie. Ik zat bij Smile Comedy, een klein collectief. We waren met een tiental en organiseerden avonden waarop we één na één optraden. Toen ik voor het eerst op het podium stond, lachte niemand in de zaal. Niemand! En ik was nog maar 19: dat komt aan, hoor. Maar ik werd goed opgevangen. De vrienden van toen hebben er ook voor gezorgd dat ik theater dúrfde te spelen.

“Na het conservatorium ging het plots heel vlot: het regende aanbiedingen en ik kon heel veel spelen.”

Je hebt intussen zelfs een agent in Parijs.

“Dat moest wel: in Wallonië is er nauwelijks geld voor filmproducties. De industrie is er simpelweg te weinig ontwikkeld. En dus moet je wel naar Frankrijk kijken. In Vlaanderen heb je een heuse filmcultuur en is alles voorhanden: de projecten, de managers, de castingbureaus. Daar ben ik weleens jaloers op als ik weer in de trein naar Parijs zit, op weg naar een casting.”

Nochtans levert zo’n casting in Parijs ook wat op. Een rolletje in een film met Jean-Claude Van Damme, bijvoorbeeld.

(glimlacht) “Klopt: ‘The Last Mercenary’, voor Netflix. De opnames hebben twee jaar geleden in Kiev plaatsgevonden. Het was een kleine rol, hoor: ik ben in één scène te zien. Maar wel eentje met Jean-Claude Van Damme! Ik speel een straatboefje dat ruzie zoekt met hem. (Toont het fragment op z’n smartphone) Cool, toch? Daar stond ik plots tegenover de grote Jean-Claude Van Damme! Het was de eerste keer dat ik zo’n grote ster van dichtbij zag, en ik mocht meteen een scène met hem spelen. Hij is een heel vriendelijke man, trouwens. Al was het moeilijk om lang te praten: hij werd achtervolgd door een massa fans. Hij heeft dertien bodyguards, en ik zag dat dat geen overbodige luxe is. (Glimlacht) Ja, het was een behoorlijk surrealistische ervaring.”

Je schrijft ook.

“Heel veel zelfs. Ik heb een paar scenario’s voor kortfilms uitgewerkt. Weet je, met Nonkels heb ik mijn grote droom gerealiseerd: in een grote, knappe productie spelen. En natuurlijk wil ik nog acteren, maar het voelt wel als iets dat ik heb afgevinkt. Er moet iets bij, bedoel ik, het is tijd voor een nieuwe droom. Schrijven en regisseren: daar heb ik nu zin in.”

Maar je bent nog zo jong. Je hoeft je toch niet te haasten?

“Ik hou er niet van om de dingen op hun beloop te laten. En ik zie zoveel mensen hun dromen níét najagen. Ze fantaseren over wat ze zouden willen doen, maar zetten nooit concrete stappen. Je kunt beter spijt hebben van iets wat niet gelukt is, dan spijt van iets wat je niet hebt durven te doen. Als het niets wordt met dat schrijven en regisseren, dan zal ik het tenminste geprobéérd hebben. Daarin zit het grote genot voor mij.

“Soms word ik wel ongedurig. Ik vind nogal snel dat ik tijd verlies. Ik loop niet over van het zelfvertrouwen, zie je. Niet dat ik vals bescheiden ben: ik durf te zeggen dat ik een goeie acteur ben, en dat ik een personage geloofwaardig kan neerzetten. Maar over dat schrijven ben ik heel onzeker, net als over alles wat daarna volgt: gaan leuren met mijn script, mijn project presenteren, trots tonen wat ik heb gemaakt… Dat voelt allemaal nog heel onwennig aan.

“Nu, dat klinkt zwaar en ernstig, maar vergis je niet: ik loop heel luchtig door het leven. Dat heb ik met mijn zussen gemeen: we grossieren niet in ernst. Zijn we ergens samen, dan regent het vanaf de eerste minuut lachsalvo’s.”

Koester je nog grote dromen naast de filmwereld?

“Ik zou graag actief worden in de vastgoedsector. Huizen kopen en verkopen, monopoly spelen in het echt! Financiële zekerheid is belangrijk voor mij. Niet dat ik vroeger iets ben tekortgekomen, maar we waren met veel thuis, dus we baadden niet in luxe.

“Ik heb ook nog een specifieke droom: ik wil absoluut naar Japan. Ik zei al dat ik gek ben op manga’s, hè? Daardoor ben ik gefascineerd door dat land. Ooit wil ik erheen.”

En naar Angola?

“Ja, dat staat ook op mijn verlanglijstje. Ik ben er nog nooit geweest. Toen ik klein was, mocht ik er niet heen van mijn moeder: de burgeroorlog woedde er nog volop. En later kozen m’n vrienden en ik voor hippere vakantiebestemmingen. Maar ooit ga ik ernaartoe: ik moet het land van mijn ouders gezien hebben.”

‘Eerlijk: ik denk dat mijn huidskleur heeft meegespeeld bij het ingangsexamen voor het conservatorium. Ze wilden geen wit bastion blijven.’ Beeld Koen Bauters
‘Eerlijk: ik denk dat mijn huidskleur heeft meegespeeld bij het ingangsexamen voor het conservatorium. Ze wilden geen wit bastion blijven.’Beeld Koen Bauters

Iets helemaal anders: wie is onlangs kampioen geworden in de Belgische voetbalcompetitie?

“Club Brugge, natuurlijk. (Lacht) Ik weet waarom je dat vraagt.”

Clinton Mata, de behoorlijk briljante rechtsachter van Club, is een neef van je.

“Klopt: zijn moeder is de zus van mijn vader. Clinton is opgegroeid in Battice, bij Verviers. Ik was z’n enige neefje van ongeveer dezelfde leeftijd, en dus bracht ik als kind mijn grote vakanties bij hem door, in Battice. Als ik terugdenk aan die tijd, ben ik telkens weer ontroerd: twee jongens die gewoon spéélden, zonder grote dromen. Ik verwachtte niet dat ik een acteur zou worden, Clinton dacht er helemaal niet aan dat het mogelijk was om een profvoetballer te worden. En kijk nu!

“Ik heb vaak met hem gevoetbald, en zelfs een keer tégen hem, toen we allebei bij Visé speelden. Hij zat in een hogere leeftijdscategorie, en we speelden een partijtje. Clinton was toen al een trainingsbeest, iemand die gráág voetbalde, en voor wie het niet uitmaakte of het een wedstrijdje op training dan wel een echte match was. Ik had ook talent, maar niet zijn zorgvuldigheid. En ik hield niet van trainen (lacht).

“Ik volg z’n wedstrijden in het stadion of op tv, en we bellen elkaar dikwijls. Vroeger zagen we elkaar wel vaker. Zo gaat dat in het volwassen leven: je hebt werk en verplichtingen, en je loopt niet zo snel meer bij elkaar binnen.

“Zal ik hem eens bellen om te vragen of hij Nonkels al heeft gezien? (Voegt de daad meteen bij het woord) Verdorie, z’n gsm staat af. Kijk, dat heb je nu met profvoetballers! (lacht uitbundig)”

Je bent samen met Assa Sylla, ook een actrice.

“Een gróte actrice zelfs! In Frankrijk is ze echt heel bekend, ze speelde al in een hoop grote producties. We hebben elkaar leren kennen op de set van The Last Mercenary. Zij had een grotere rol in die film. Hoe een mens toch kan boffen, hè: ik mocht met Jean-Claude Van Damme spelen, én ik heb er een prachtige vriendin aan overgehouden (lacht).

“Aanvankelijk waren we gewoon vrienden. Maar toen ik dat jaar in Parijs woonde, zagen we elkaar vaak – ze is een Parisienne. En ja, de liefde dicteert een mens, hè. Daar ontkom je niet aan. We zijn een mooi stel en we hebben veel aan elkaar: we repeteren onze rollen thuis. Maar Assa heeft zoveel meer bagage, ze acteert al sinds haar 14de. Ze heeft het talent én de ervaring, ook al is ze nog maar 26. Ik was heel trots toen ze naar de screening van Nonkels kwam en zei dat ze het heel goed vond. In Frankrijk wordt weleens neergekeken op België, dat kleine, onhandige landje. Maar dankzij Nonkels zag Assa dat hier geweldige dingen worden gemaakt.”

Ze woont nog altijd in Parijs.

“Ja, dus laat ik mijn woorden van daarnet maar terugnemen: het is héérlijk om de trein naar Parijs te nemen (lacht uitbundig).”

Nonkels, Play4, dinsdag 7 en 14 juni, 20.35

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234